English blog

Romeinen 3:7 – hoezo “als zondaar geoordeeld”?

16-10-2020 - Geplaatst door Andre Piet

Maar indien in mijn leugen de waarheid van God overvloedig wordt tot zijn heerlijkheid, waarom word ik dan nog als zondaar geoordeeld?

De vraag dringt zich op hoe GOD een mens als zondaar kan oordelen, als dat wat een mens doet tot GODS heerlijkheid is? Betekent het woord ‘zondaar’ niet, doelmisser? Maar in welk opzicht mist de mens doel, wanneer zijn daden (zoals hier de leugen) uiteindelijk tot GODS heerlijkheid blijken te zijn? Zou hij in plaats van geoordeeld te worden als zondaar, juist niet een compliment verdienen?

De redenering die hierin klinkt is even begrijpelijk als onjuist. Wanneer ik lieg, dan ben ik een zondaar. Een mens wordt namelijk geacht de waarheid te spreken. Doe ik dat niet, dan word ik als zondaar geoordeeld. Ik ben een doelmisser wanneer ik niet doe wat ik behoor te doen. Punt. Dat GOD mijn ‘doelmissen’ vervolgens inzet waardoor het des te meer zijn glorie laat uitkomen, is GODS verdienste. Het maakt mij niet minder zondaar, het maakt Hem juist meer GOD! Hij bereikt door alles heen, hoe dan ook, zijn doel. GOD kan met een kromme stok (lees: een zondaar), een rechte slag slaan. Dat is zijn heerlijkheid, niet de onze.

Delen: