GoedBericht.nl logo

Galaten 4:7 – van slaaf naar zoon en dus erfgenaam

29-07-2022 - Geplaatst door Andre Piet

Zo bent u geen slaaf meer maar zoon. Indien nu zoon dan ook lotdeelbezitter door God.

In de praktijk was de positie van Israël “onder de wet” niet wezenlijk anders dan die van een slaaf (4:1). Weliswaar was men als volk bestemd tot ‘zoonstelling’, maar tot aan de komst van Christus werd men streng bewaakt “onder de pedagoog” (3:25), dat is “de wet”. Met de dood en opstanding van Christus veranderde alles. Dit beëindigde “het oude verbond” (Rom.7:2) en tegelijkertijd wijdde het het nieuwe verbond in (Rom.7:4; Hebr.13:20).

Het is door het ontvangen van “de geest van zijn Zoon” dat we in de positie van zoon worden gesteld. Niet meer “onder de wet”, maar in vrijheid. Niet slechts als kind liefde ontvangen van de Vader, maar ook als zoon God aanspreken als Vader (4:6): mondig en volwassen met Hem alles bespreken wat te maken heeft met het “lotsdeel” (lees: erfenis) dat Hij ons doet toevallen.

Zoonschap is in de Bijbel synoniem met erfgenaamschap. Strikt genomen hoeft een ‘zoon’ niet eens een lijfelijke nakomeling te zijn. Als iemand in aanmerking komt om het ‘lotsdeel’ te ontvangen, dan is hij een ‘zoon’ (zie 1Sam.24:17; 2Kon.2:12). Gesteld worden tot zoon bepaalt ons bij de hoge positie waartoe we zijn geroepen!

Delen: