1Thessalonika 1:2 – eerst danken
24-08-2026 - Geplaatst door Andre PietWij danken God altijd omtrent jullie allen, jullie in herinnering brengend in onze gebeden…
Zodra Paulus de Thessalonikers in zijn gebeden in herinnering brengt, kan hij niet anders dan God danken. Dankzegging neemt in zijn gebeden letterlijk een vooraanstaande plaats in. Ook in andere brieven zien we dat terug. “In de eerste plaats dank ik mijn God” (Rom.1:8) en: “Ik dank mijn God altijd omtrent jullie” (1Kor.1:4). Bidden begint bij Paulus opvallend vaak met danken.
Opmerkelijk is ook wie hij dankt. Zijn dank geldt niet de Thessalonikers, maar God. Wat hij bij hen ziet, beschouwt Paulus als Gods prestatie. Hun geloof is geen reden om hén op de schouder te kloppen, maar om God de eer te geven. En niemand wordt daarbij uitgezonderd: “omtrent jullie allen”. De hele ekklesia geeft hem aanleiding tot dankzegging.
Paulus brengt hen “in herinnering” in zijn gebeden. Dat betekent uiteraard niet dat God hen vergeten zou zijn, maar dat Paulus hen voor Gods aandacht stelt. En juist wanneer hij dat doet, welt de dank op. In het volgende vers zal blijken wat hij zich daarbij concreet herinnert: hun geloof, liefde en hoop. Maar nog vóór die worden genoemd, staat hier de dank aan God voorop. Wie Gods werk herkent in mensen, ziet daarin vóór alles reden om Hem te danken.
UltimateGoodNews