English blog

1Korinthe 13:4 – ruimte geven

16-10-2019 - Geplaatst door Andre Piet

De liefde is geduldig, ze is geschikt, die liefde is niet jaloers, de liefde schept niet op, ze is niet opgeblazen.

De liefde die hier als persoon wordt voorgesteld is niemand minder dan GOD zelf. Na het positief benoemen van de eerste twee eigenschappen (geduldig en geschikt) volgen acht eigenschappen van wat liefde niet is. Door het beschrijven van het contrast verwijst Paulus indirect naar eigenschappen die hij bij de Korinthiërs aantrof en haaks staan op wie GOD is.

Het woord voor ‘jaloers’ hier, is afgeleid van een woord dat ‘kokend’ betekent. Niet vurig van geest maar van ‘vlees’. Van de Korinthiërs lazen we eerder (3:3) dat ze onderling jaloers waren en ruzie maakten. Dat is geen liefde. Liefde is evenmin ‘opschepperig’. Wie jaloers is misgunt wat een ander heeft. Wie opschepperig of pocherig is kijkt neer neer op wat een ander heeft. In beide eigenschappen klinkt een verachting door van de ander. Dat geldt ook voor ‘opgeblazen’ zijn, een eigenschap die Paulus meer dan eens opmerkte onder de Korinthiërs (4:6,18,19; 5:2; 8:1). Wie opgeblazen is, wil zichzelf groter laten lijken dan de ander.

GOD wijst aan een ieder een plaats toe en geeft daarmee ruimte. Dat is liefde: anderen de ruimte gunnen!

Delen: