GoedBericht.nl logo
English Blog

7. in de gestalte Gods; Filippi 2:5-9

5 Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus [was], 6 die in de gestalte Gods zijnde, het God gelijkend zijn niet als een roof heeft geacht, 7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een slaaf heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. 8 En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. 9 Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken…
Filippi 2:5-9 (NBG+)

voorbestaan of huidige positie?

Filippi 2 wordt vaak gezien als de kroongetuige van Christus’ pre-existentie (=voorbestaan), vanwege de woorden “in Gods gestalte zijnde” en “God gelijkend”. Maar in deze passage slaan die woorden niet op een toestand vóór zijn geboorte, maar op zijn huidige, verhoogde positie. Dat past ook bij de formulering: Paulus spreekt hier in de tegenwoordige tijd. Hij beschrijft niet waar Christus vandaan komt, maar hoe Hij tot deze positie is gekomen.

In vers 2–4 gaat het over gezindheid: niet jezelf zoeken, maar de ander. Vers 5 sluit daarop aan en stelt Christus Jezus tot voorbeeld. Wat volgt, laat zien hoe die gezindheid eruitziet. Niet door te grijpen, maar door Zich te ontledigen en te vernederen. Vanuit die lijn moeten ook de woorden van vers 6 worden verstaan.

niet gegrepen

“In Gods gestalte zijnde” en “God gelijkend zijn” horen bij elkaar. Daarbij wordt direct gezegd dat Hij dat geen roof achtte: Hij heeft die positie niet gegrepen. Paulus onderbouwt dat meteen: “maar Zichzelf ontledigd heeft…”. Niet grijpen, maar ontledigen. Dat wordt ingevuld als: “de gestalte van een slaaf aannemende”. Vers 8 zegt hetzelfde: “Hij vernederde Zichzelf, gehoorzaam tot de dood”.Dat vers 6 vóór vers 7 staat, betekent niet dat Paulus een eerdere toestand beschrijft, want hij spreekt hier niet chronologisch maar over de gezindheid van Christus. De tekst spreekt niet over het loslaten van een eerdere positie, maar over de weg waarlangs Hij door vernedering en gehoorzaamheid tot zijn verhoging is gekomen — tot in de dood van het kruis.

ontvangen

Dan volgt vers 9: “Daarom heeft God Hem uitermate verhoogd”. Dat “daarom” geeft de reden. Zijn verhoging is het gevolg van zijn vernedering. Daarmee valt ook vers 6 op zijn plaats. Hij heeft die positie niet geroofd, maar ontvangen. Niet door te grijpen, maar doordat Hij Zich vernederde en gehoorzaam werd tot de dood. De gedachte dat Hij eerst in goddelijke heerlijkheid was en die vervolgens aflegde, wordt hier niet gezegd. De tekst begint niet bij een hoge positie die Christus zou hebben verlaten, maar eindigt bij een hoge positie die Hem is gegeven.

Samenvattend: Paulus beschrijft niet een nederdaling vanuit een eerdere goddelijke toestand, maar de weg waarlangs Christus tot zijn verhoging is gekomen. Hij heeft die niet geroofd of gegrepen, maar Zich ontledigd; niet Zichzelf verhoogd, maar Zich vernederd. Daarom heeft God Hem verhoogd. Dat is de lijn van de tekst — en wie hier een voorbestaan in leest, voegt iets toe wat er niet staat.

Delen: