English blog

2. Wanneer begon “het beheer van Gods genade”?

Voordat we bovenstaande vraag kunnen beantwoorden, zullen eerst enkele andere vragen aan de orde moeten worden gesteld. In de eerste plaats één over de uitdrukking “het beheer van Gods genade”. Die frase is namelijk niet één-op-één te herleiden tot de gangbare bijbelvertalingen. Toch is ze wel degelijk ontleend aan Paulus’ onderwijs in de Efeze-brief waar hij schrijft:

Ten gunste van dit, ben ik Paulus, de gevangene van Christus Jezus, ten behoeve van jullie, de natiën. 2 Jullie hebben immers gehoord van het beheer van de genade van God, dat aan mij gegeven wordt voor jullie, 3 dat naar onthulling het geheim aan mij is bekend gemaakt, zoals ik tevoren in het kort schreef.
-Efeze 3:1-3-

oikonomia

Het vertaalwoord ‘beheer’ is de weergave van het Griekse woord ‘oikonomia’ waar we ons woord ‘economie’ gemakkelijk in herkennen. Het Griekse woord is opgebouwd uit de elementen ‘oikos’ (=huis) en ‘nomia’ (=wet) of eventueel ‘nemo’ (uitdelen). ‘Oikonomia’ betekent ‘huishouding’ in de zin van een ‘beheer’ (zoals in b.v. staatshuishouding). Ook wordt ‘oikonomia’ regelmatig vertaald met ‘rentmeesterschap’ waarin ook de gedachte van ‘beheer’ besloten ligt, bijv. van een stad (Rom.16:23). Zo lezen we in Lucas 16 over een rijk man die zijn bezit in beheer geeft van een rentmeester of beheerder (Luc.16:1-4). Het idee is altijd dat het beheer aan iemand is toebedeeld. Vanwege de connectie met het Griekse woord voor ‘uitdelen’ of ’toebedelen’ is via de Staten Vertaling het woord ‘bedeling’ vooral bekend geworden: iets dat toebedeeld is aan iemand. Een beheerder is uitdrukkelijk niet de eigenaar maar iemand die diens bezit toebedeeld heeft gekregen en beheert. Een beheer veronderstelt dus per definitie een beheerder.

Met deze achtergrondkennis weten we nu dat “het beheer van Gods genade” gelijk staat aan “de huishouding van Gods genade” of “de bedeling van Gods genade” of “het rentmeesterschap van Gods genade”. Het zijn verschillende (vertaal)woorden voor één zaak.

aan Paulus toebedeeld

Voor de vraag wanneer “het beheer van Gods genade” aanving, zijn we noodzakelijk aangewezen op het reeds aangehaalde Efeze 3:2. Dat vers is namelijk de enige tekst waar we de uitdrukking tegenkomen. Paulus stelt in 3:1 vast dat hij een “gevangene van Christus Jezus” is “ten behoeve van jullie, de natiën”. Dat zegt hij als toelichting op het voorafgaande waarin hij had betoogd dat “de natiën” die naar het vlees (2:11) buitengesloten waren door “de tussenmuur van de afscheiding” (2:14), nu “in Christus Jezus, nabij zijn gekomen” (2:13). “De wet van de voorschriften” die in de besluiten van Handelingen 15 voor het Joodse volk nog bleef gehandhaafd (Hand.21:21-25), is buiten werking gesteld (2:15). Binnen “het lichaam van Christus” speelt het onderscheid tussen “besnijdenis” en “voorhuid”, tussen Jood en heiden geen enkele rol meer. Genade van God heerst (Ef.1:6,7; 2:7,8)

alleen via Paulus

Het is deze waarheid waarvoor Paulus een gevangene is. Hij was in Jeruzalem gevangen genomen (Hand.21) omdat hij ervan beschuldigd werd een niet-Jood binnen de tempel te hebben gebracht. Die beschuldiging was vals en toch illustratief omdat het uitdrukt hoe in Paulus’ evangelie inderdaad de natiën “in geest” (2:22; 3:5) “nabij” zijn gebracht (2:17). Zij zijn geen gasten of vreemdelingen meer, maar huisgenoten Gods (2:21,22). Jood en heiden vormen “in één lichaam” samen “één nieuwe mens”. Ziedaar “het beheer van Gods genade”! Van dit beheer zegt Paulus dat het “aan mij gegeven wordt voor jullie (=natiën)”. Hij is de beheerder want “naar onthulling is het geheim” aan hem bekend gemaakt”. Niet aan “de twaalf” en vandaar dat Jakobus, Petrus of Johannes zich in hun brieven nimmer daarover uitlaten. Want deze “steunpilaren” onder de apostelen hadden (volgens afspraak) een bediening “voor de besnijdenis” terwijl Paulus “naar de natiën” zou gaan (Gal.2:9).

het beheer van Gods genade begint bij Paulus

Inmiddels kunnen we dus veilig de vraag boven deze blog beantwoorden. “Het beheer van Gods genade” is aan Paulus gegeven en via hem onthuld aan de heiligen, de apostelen en profeten (3:5). Daarmee is niet zozeer beantwoord wanneer “het beheer van Gods genade” begon als wel bij wie dit beheer begon.

De vraag naar de aanvang van “de bedeling van Gods genade” is dus heel anders dan de vraag wanneer “de ekklesia, die zijn lichaam is” begon (zie hier). Hoewel beide vragen gewoonlijk door elkaar worden gehaald. En die mix leidt onvermijdelijk tot spraakverwarring. Termen gaan een eigen leven leiden en in plaats van dicht bij “de gezonde woorden” van de Schrift te blijven, gaat men doorredeneren (dogmatiek!).

vóór Paulus’ gevangenschap slechts beknopt bekend gemaakt

Het is duidelijk dat Paulus vanuit de gevangenis (in de Efeze- en Kolosse-brief) voluit uitwijdt over het aan hem bekend gemaakte geheim “van het beheer van Gods genade”. In Efeze 3:9 noemt hij dit beheer dan ook “het beheer van het geheim” of “het beheer van de verborgenheid”. Dat zijn twee namen voor het ene beheer dat hem was toevertrouwd. In Efeze 3:3 schrijft Paulus dat hij over dit geheim “tevoren in het kort schreef”. Sommigen menen dat hij daarbij doelt op wat hij eerder in in de voorafgaande hoofdstukken in deze brief naar voren bracht. Dat zou kunnen, maar bedenk dat hij ook in eerdere brieven reeds over “de verborgenheid” of “het geheim” schreef. Want ook in (bijvoorbeeld) het slot van de Romeinen-brief refereert hij aan het geheim dat voorheen verborgen was, “maar nu openbaar gemaakt wordt”. Hij noemt dat “mijn evangelie” (Rom.16:25-27). Zeker, slechts kort stipt hij het daar aan, maar bevestigt dat niet precies wat hij in Efeze 3:3 zegt?!

Hoe dit verder ook zij, “de bedeling van Gods genade” kon niet eerder beginnen dan toen de beheerder (Paulus) aantrad en hij onder de natiën het Evangelie van Gods genade mocht bekendmaken.

 

Delen: