GoedBericht.nl logo

1. Wanneer ontstond de ekklesia, het lichaam van Christus?

Het is uitsluitend de apostel Paulus die in zijn brieven veelvuldig spreekt van de ekklesia (gemeente) als “het lichaam van Christus”. Sommigen hebben daaruit ten onrechte de conclusie getrokken dat deze ekklesia daarvóór dus ook niet bestond. Dat is m.i. een drogreden en niet in overeenstemming met het getuigenis van diezelfde apostel Paulus.

de ekklesia begon bij het Hoofd

De ekklesia als “het lichaam van Christus” ontleent haar naam en positie aan haar verbondenheid met de opgewekte Christus als “het Hoofd”.

… en Hij is het Hoofd van het lichaam, van de ekklesia. Hij is de oorsprong, eerstgeborene vanuit de doden, opdat Hij in alles de eerste zou worden…
-Kolosse 1:18-

Aangezien Christus Jezus het (opgewekte) Hoofd is en daarmee het eerste en meest prominente lid van het lichaam, begint met Hem dus de ekklesia. Het eerste antwoord op bovenstaande vraag is dus: de dag dat Christus als Eersteling verrees uit de doden, is de dag dat “het Hoofd van het lichaam” aantrad.

Saulus vervolgde de ekklesia

Dat de ekklesia die Paulus beschrijft als “het lichaam van Christus” (1Kor.10:16) inderdaad reeds bestond vóór Paulus’ roeping, blijkt ook uit het feit dat hijzelf verklaart “de ekklesia van God” te hebben vervolgd (1Kor.15:9) en zich om die reden ook de geringste van de apostelen beschouwt. Paulus schrijft daarover aan “de ekklesia in Korinthe”. Let op, niet aan de ekklesia van Korinthe maar in Korinthe. De ekklesia is “één lichaam” (1Kor. 10:17; 12:12) maar manifesteert zich op tal van plaatsen. Welnu, als de ekklesia in Korinthe door Paulus “de ekklesia van God” wordt genoemd (1Kor.1:1,2), dan is dat identiek aan de ekklesia die hij vervolgde en die dus vóór zijn roeping reeds bestond.

de vervolgde ekklesia is Christus zelf

Het is zeer opmerkelijk dat bij Paulus’ roeping in de kiem ook reeds de openbaring besloten ligt van de ekklesia als Christus’ lichaam. Want terwijl Saulus “de ekklesia van God” vervolgde, klonk een stem uit de hemel die hem riep met de woorden:

Saul, Saul, waarom vervolg je Mij?
-Handelingen 9:4-

Met deze vraag identificeerde de verhoogde Christus zich met de ekklesia die Saulus vervolgde. M.a.w. die ekklesia was Hijzelf! En is dat in essentie niet precies wat “de ekklesia die zijn lichaam is” typeert (Ef.1:23)?! Verbonden met Hem als Hoofd van het lichaam. Een intiemere band is niet denkbaar. Paulus’ roeping op de weg naar Damascus was daarmee tevens een introductie tot de openbaring van de ekklesia als het lichaam van Christus.

apostelen als eerste in de ekklesia

We stelden al vast dat Christus Jezus als Hoofd, de eerste is van “de ekklesia die zijn lichaam is”. Daar komt bij dat volgens Paulus, God in het lichaam, de ekklesia,  het eerst de apostelen en vervolgens de profeten plaatste.

En deze plaatste God in de ekklesia eerst: apostelen. Ten tweede profeten…
-1Korinthe 12:28-

Dit bevestigt wat we konden verwachten als deze ekklesia inderdaad ontstond op de dag van Christus’ opstanding. Het waren immers de apostelen aan wie Hij primair verscheen en die werden afgevaardigd om het woord aangaande de opgewekte Christus uit te dragen (1Kor.15:7). Als laatste van de apostelen verscheen Hij ook aan Paulus (1Kor.15:8). Door het woord van de apostelen en dat van “de profeten” (zoals Marcus en Lucas, die hoewel geen ooggetuigen) het woord Gods direct hebben overgeleverd en zó het fundament van de ekklesia hebben gelegd.

Dus dan zijn jullie  (…) huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarbij de uiterste hoeksteen Christus Jezus zelf is…
-Efeze 2:19,20-

Hier heet de ekklesia geen lichaam maar een huis, maar niettemin gebouwd op het fundament (dat is Christus; 1Kor.3:11) dat gelegd werd door “de apostelen en profeten”. Zodat de volgorde en rangorde in het ontstaan van de ekklesia helder moet zijn: eerst Christus, daarna de apostelen en vervolgens de profeten. De Schrift beantwoordt dus niet zozeer de vraag wanneer “de ekklesia die zijn lichaam is” ontstond, alswel met wie de ekklesia begon.

de hoge status van de ekklesia gebaseerd op eerstgeboorterecht

Wanneer de ekklesia begon met Christus Jezus “als de eerstegeborene uit de doden”, dan is zij als collectief met recht een “ekklesia van eerstgeborenen” (Hebr.12:23). Als lichaam is zij namelijk verbonden met de Eerstgeborene als Hoofd. Dat is ook de fundamentele verklaring waarom dit gezelschap de hoogste positie inneemt in Gods plan. Want in Gods gedachten ontvangt al het eerste (het eerstgeborene, de eerste vrucht; Luc.2:23) de hoogste plaats. Christus Jezus is “de Eerstgeborene uit de doden” en het gezelschap dat met Hem verbonden is (“de ekklesia die zijn lichaam is”) deelt in die positie. Zou de ekklesia pas later zijn ontstaan, bijvoorbeeld sinds en door Paulus’ bediening, dan verliest ze haar positie als “ekklesia van eerstgeborenen” en daarmee ook haar hoogste status.

aan Paulus geopenbaard

Natuurlijk is het niet zonder betekenis dat Paulus pas later de waarheid openbaart aangaande “de ekklesia die zijn lichaam is”. Want eerst moest de boodschap van de opgewekte Messias naar Israël gaan. Zoals Petrus op het tempelplein in Jeruzalem zijn volksgenoten voorhield:

Jullie zijn de zonen van de profeten en van het verbond dat God met jullie vaderen maakte, toen Hij tot Abraham zei: en in jouw zaad zullen alle afstammelingen van de aarde worden gezegend. Voor jullie in de eerste plaats, deed God zijn ‘Jongen’ opstaan en vaardigde hem af om jullie te zegenen in het afkeren van jullie boosheden.
-Handelingen 3:25,26-

Pas toen het volk officieel deze boodschap afwees en het Sanhedrin Stefanus stenigde, werd Saulus van Tarsus geroepen opdat via hem het Evangelie naar de natiën zou worden gezonden. Het Joodse volk (als zodanig) verspeelde haar eerstgeboorterecht zodat dit onder de natiën terecht kwam. Niet het volk Israël maar “de ekklesia die zijn lichaam is”, waarin het onderscheid tussen Jood en heiden geen rol speelt, ontvangt de hoogste positie. Een omkering. Cryptisch geformuleerd: tegen de verwachting in komt de eerstgeboortezegen van Jakob… bij Efraïm terecht, die “een volheid van natiën” zou worden.

Het is Paulus aan wie geopenbaard werd wat met deze verborgenheid verband houdt.

Ten gunste van dit, ben ik Paulus, de gevangene van Christus Jezus, ten behoeve van jullie, de natiën. Jullie hebben immers gehoord van het beheer van de genade van God, dat aan mij gegeven wordt voor jullie, dat naar onthulling deze verborgenheid aan mij is bekend gemaakt, zoals ik tevoren in het kort schreef.
-Efeze 3:1-3-

Samengevat: “de ekklesia van God” ontstond bij Christus’ opstanding maar haar identiteit als “lichaam van Christus” kon niet eerder bekend worden gemaakt dan na Israëls terzijdestelling.

 

Delen: