English blog

11. Bewijst Openb.21:14 en 15 dat de tweede dood overdrachtelijk is?

In Openbaring 22:14,15 lezen we:

Zalig zij, die hun gewaden wassen, opdat zij recht mogen hebben op het geboomte des levens en door de poorten ingaan in de stad. Buiten zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die de leugen liefheeft en doet.

In deze verzen is grammaticaal vanuit de grondtekst sprake van twee tijdsvormen: de onvoltooid tegenwoordige tijd (blauw) en de toekomende tijd (rood). In de meeste vertalingen komt dit onderscheid niet goed uit de verf en daarom lijkt het alsof Johannes suggereert dat er buiten de stad goddeloze praktijken beoefend worden, waar men zich van kan reinigen. Maar dat is niet wat de tekst zegt. Maken we de tijdsvormen expliciet, dan staat er:

Zalig zij, die hun gewaden (nu) aan het wassen zijn, opdat zij recht ZULLEN hebben op het geboomte des levens en door de poorten ZULLEN ingaan in de stad. Buiten zijn de honden en de tovenaars, de hoereerders, de moordenaars, de afgodendienaars en ieder, die (nu) is liefhebbende en doende de leugen.

M.a.w. Johannes richt zich in deze verzen tot degenen die in de tegenwoordige tijd goddeloze praktijken bedrijven (of zich daarvan reinigen) en spreekt van hun toekomstig lot.

Delen: