moeten messiasbelijdende Joden de wet houden?
06-04-2026 - Geplaatst door Andre PietEen samenvating van de lezing onder de titel: Paulus in het hol van de leeuw
Samenvatting van lezing onder de titel:
Paulus in het hol van de leeuw
In Handelingen 21 arriveert Paulus in Jeruzalem, kort vóór het Pinksterfeest. Hij komt daar met een duidelijke bedoeling: hij brengt de opbrengst van een collecte voor de gelovigen in Judea. Tegelijk weet hij dat hem daar gevangenschap en veel verdrukking te wachten staat.
-Handelingen 21:10-11; Romeinen 15:25-26-
De dag na aankomst bezoekt Paulus met zijn metgezellen Jakobus, en alle oudsten zijn daarbij aanwezig. Het betreft een officiële samenkomst van de leiding in Jeruzalem. Paulus doet vervolgens verslag van zijn bediening onder de natiën. Hij vertelt in detail wat God heeft gedaan. De nadruk ligt op Gods werk, niet op menselijke prestatie.
-Handelingen 21:18, 19; Romeinen 15:18-19-
De reactie op Paulus’ getuigenis is opmerkelijk. Er blijken “tienduizenden” (myriaden) Joden gelovig geworden te zijn. Het gaat dus om een zeer omvangrijke messiasbelijdende, Joodse gemeenschap in en rond Jeruzalem. Van deze groep wordt expliciet gezegd dat zij allen “ijveraars van de wet” zijn. Heel de gemeenschap werd door deze ijver getypeerd.
-Handelingen 21:20; Handelingen 15:5-
De slechte reputatie van Paulus onder de messiasbelijdende Joden in Jeruzalem, was niet gebaseerd op slechts geruchten over hem. Lucas gebruikt een woord waarvan ons begrip “catechese” (Gr. kat-echeo) is afgeleid: top-down onderwijs dat zou “weerklinken” in de gemeenschap. Er werd systematisch een kwalijk beeld van Paulus verspreid.
-Handelingen 21:21; Lukas 1:4; Galaten 1:22-23-
Het onderricht over Paulus stelde hem voor als iemand die afstand nam (Gr. apostasia) van Mozes. Ze beschuldigden Paulus ervan dat hij aan de Joden in het buitenland zou leren dat zij hun kinderen niet moesten besnijden of naar de gebruiken te wandelen.
-Handelingen 21:21-
De beschuldiging luidde dat Paulus de Joden onder de natiën afval van Mozes leerde, door te zeggen dat zij hun kinderen niet zouden besnijden en niet naar de gebruiken moesten wandelen. Die beschuldiging is onjuist. Bij herhaling wordt expliciet getuigd dat Paulus, ook na zijn roeping op de weg naar Damascus, zelf naar de Joodse gebruiken wandelde. Sterker nog: op zijn initiatief werd Timotheüs (die een Joodse moeder had) besneden.
-Handelingen 21:21; Handelingen 20:16; Handelingen 18:18; Handelingen 16:3-
Dat Paulus Joden onder de natiën leerde dat besnijdenis en het wandelen naar de gebruiken niet verplicht zijn, is daarentegen juist. Hij legde hun de Joodse praktijk niet op, maar liet hen daarin vrij en onderwees die vrijheid ook nadrukkelijk. Voor ijveraars van de wet werd die vrijheid opgevat als afval van Mozes.
-1 Korintiërs 9:20; Galaten 5:1; Galaten 2:4-5-
Om de ontstane spanning te ondervangen, doet Jakobus een concreet voorstel. Paulus moet publiek laten zien dat hij zelf de wet onderhoudt door deel te nemen aan een gelofte. Zo zou Paulus demonstreren dat de beschuldigingen die over hem de ronde deden, ongegrond waren en dat hij zelf meeging in het onderhouden van de wet.
-Handelingen 21:23-24-
Paulus stemt zonder tegenwerpingen in met Jakobus’ voorstel en handelt overeenkomstig. Waarom ook niet? Hij compromitteerde zich niet door een Joodse levenspraktijk te demonstreren. Dat deed hij altijd al. Maar hij zal zich er bewust van zijn geweest dat hiermee het werkelijke probleem niet werd opgelost. Want niet Paulus’ levenswijze, maar zijn boodschap vormde het struikelblok.
-Handelingen 21:26-28-
Door Jakobus wordt een belangrijk onderscheid gemaakt tussen gelovigen uit de Joden en gelovigen uit de natiën. Gelovigen uit de natiën zijn niet onder de wet gesteld; dit was eerder al vastgesteld in de vergadering te Jeruzalem, waar alleen hun positie ter sprake stond. De vier bepalingen (over afgoden, hoererij, verstikte en bloed) die voor de natiën gelden, grijpen terug op universele regels die al vóór de wet van Mozes golden.
-Genesis 9:4; Genesis 2:24; Handelingen 15:19-20-
Voor gelovigen uit de Joden stond het onderhouden van de wet niet ter discussie, maar was het vanzelfsprekend. Juist daar ontstaat het spanningsveld. Want waar Jakobus en de zijnen uitgaan van voortzetting van de wet en de gebruiken voor de Joden, doorbreekt Paulus dat en leert hij dat ook zij daarin vrij zijn.
Paulus’ boodschap betreft zijn unieke roeping als “apostel van de natiën”. Aan hem is “het evangelie van de voorhuid” toevertrouwd. Paulus is een Jood, maar spreekt namens de natiën. En vanuit die positie richt hij zich tot Israël. Aan Paulus was de ondankbare taak toevertrouwd om aan Israël te vertellen dat God het heil naar de natiën had gezonden.
-Galaten 2:7-8; Handelingen 28:28; 22:17-22-
God vormt zich momenteel, buiten Israël om, een volk uit de natiën. Door dit tegen Israël te zeggen maakte Paulus hen jaloers en toornig. In de huidige tijd is Israël lo-ammi. Niet Mijn volk. Paulus spreekt daar expliciet over: hij verheerlijkt zijn bediening onder de natiën om de naijver van zijn volksgenoten op te wekken.
-Romeinen 9:25; 10:19; Romeinen 11:13-14-
Gedurende de Handelingen-tijd bestaan twee werkelijkheden naast elkaar. Een grote messiasbelijdende Joodse gemeenschap die de wet onderhoudt en Paulus’ bediening onder de natiën waarin het onderhouden van de wet (besnijdenis, sabbat, hoogtijden, gebruiken) totaal geen issue is. De eerste groep onder leiding van Jakobus, Petrus en Johannes rekende met Israëls bekering in die dagen, terwijl Paulus wist dat dit beslist niet zou plaatsvinden.
-Handelingen 21:20; Galaten 2:9; Handelingen 3:19-21; Handelingen 22:18-
Het oogmerk van Paulus’ bediening is niet om Israël als volk te redden, maar slechts enkelen. Israël wordt als volk geheel gered, maar niet eerder dan wanneer de volheid van de natiën zal zijn binnengegaan. Niet via Evangelieverkondiging, maar doordat de Verlosser uit Sion zal komen.
-Romeinen 11:15; 25,26-
Het antwoord op de vraag die in de titel wordt gesteld, is dat het onderhouden van de wet voor messiasbelijdende Joden geen norm is. God vormt Zich vandaag, buiten Israël om, een volk uit de natiën. De wet der geboden speelt daarin geen rol. Wat blijft, is vrijheid.
-Efeze 2:14,15-
English Blog