English blog

jaren en jaren

06-03-2013 - Geplaatst door Andre Piet

images8

Van een bezoekster van deze site ontving ik onderstaande mail.

De laatste tijd hebben veel gelovigen oog voor de 2.000 jaar die zal verstrijken tussen de 1e komst van Christus en de 2e komst van Christus. In de studies van jou op Goed Bericht wordt daar ook regelmatig melding van gemaakt. De verwachting is dan dat Christus na (ongeveer) 2 dagen van 1.000 jaar ofwel na 2.000 jaar zal terugkeren op de Olijfberg in Israel en dat dan na de gerichten het 1000-jarig koninkrijk zal aanbreken.

Als dat een correct gegeven is en je gaat ervan uit dat Christus rond het jaar 30-33 ten hemel is gevaren dan is Zijn wederkomst ongeveer rond het jaar 2033; dat duurt dus nog zo’n 20 jaar. In ieder geval zal de wederkomst volgens de bijbel niet voor het jaar 2033 plaatsvinden. Maar pas na 2 dagen, op de 3e dag.

Ga je echter uit van de Hebreeuwse kalender, die tenslotte in de Bijbel wordt gehanteerd en waar de 2.000 bijbelse jaren dus ook op gebaseerd zijn, dan heeft een jaar volgens de maankalender 12x 30 dagen = 360 dagen. Afgezet tegen onze zonkalender betekent dit een verschil van 5 dagen op jaarbasis. 5 dagen x 1980 (2013-33) jaar is dus 9.900 dagen ofwel zo’n 27 jaar. In dat geval bevinden wij ons nu dus al in het jaar 2040, ofwel 7 jaar verder dan 2033. En is de 3e dag inmiddels al aangebroken???

Graag hoor ik van je of deze beredenering correct is of dat ik iets over het hoofd zie? Het is nl. nogal een verschil of de wederkomst pas over minimaal 20 jaar plaats kan vinden of al op dit moment volgens het gegeven van de “”na 2000 jaar”” (even afgezien van andere relevante bijbelse gegevens daaromtrent).

Interessante vraag! De Hebreeuwse kalender is inderdaad gebaseerd op de maan, d.w.z. een maand komt overeen met de maancyclus, dat is een kleine 30 dagen. Een nieuwe maand begint per definitie bij nieuwe maan en de veertiende of vijftiende van de maand is het altijd volle maan. Dat betekent dat een periode van twaalf maanden, dat is 12x 29,5 dagen, elf dagen korter duurt dan ons zonnejaar.

Maar dat is de helft van het verhaal.  De Hebreeuwse maanden zijn weliswaar gebaseerd op de maan, maar de hoogtijden van het jaar daarentegen zijn gekoppeld aan de zon en de seizoenen. Zo is Pesach uitdrukkelijk een lentefeest. De dag van de eerstelingsschoof “daags na de sabbat” komt overeen met het begin van de  gersteoogst. En het wekenfeest (Pinksteren), zeven weken later is gelinkt aan de tarweoogst. En de hoogtijden in de zevende maand zijn gekoppeld aan de oogst van de wijnstok en de olijf. En dat is de reden dat de Hebreeuwse kalender zeven keer per negentien jaar een dertiende maand inlast. Zoals wij éénmaal in de vier jaar een schrikkeldag hebben, zo rekent de Hebreeuwse kalender met schrikkelmaanden. De zogenaamde tweede Adar. Zou men dat niet doen, dan zou men in no-time Pesach in de herfst vieren.

Dat betekent dus dat een Hebreeuws jaar een afwisselende lengte heeft. Soms duurt het twaalf en soms dertien maanden. Maar gemiddeld is de jaarlengte exact gelijk aan die van ons: 365,24 dagen. Zodat een periode van tweeduizend jaar voor de Hebreeuwse kalender, gelijk is aan onze tweeduizend jaar.
Kort en goed: wanneer de Heer “na twee dagen” (van duizend jaren; 2Petr.3:8) tot Israël terugkeert, zoals Hosea 6:1-3 daarvan spreekt, dan verwijst dit m.i. naar tweeduizend zonnejaren, gerekend vanaf zijn heengaan.

Zie ook:
het einde der wereld?

Reageer op Facebook

Delen: