English blog

Jakobus & Paulus

22-08-2013 - Geplaatst door Andre Piet

1_blog_14

Het is misschien wel de beruchtste tegenstrijdigheid in de Bijbel. Ik doel op de haaks op elkaar staande uitspraken van Jakobus en Paulus over geloof en werken. Die tegenstrijdigheid hoef je niet te zoeken, ze dringt zich op aan iedere bijbellezer. Jakobus, “de broeder van de Heer” (Gal.1:19) verklaart:

Gij ziet, dat een mens gerechtvaardigd wordt uit werken
en niet slechts uit geloof.
-Jakobus 2:24-

Paulus daarentegen verklaart:

Hem echter, die niet werkt,
maar zijn geloof vestigt op Hem,
die de goddeloze rechtvaardigt,
wordt zijn geloof gerekend tot gerechtigheid
-Romeinen 4:5-

En in de Efeze-brief:

Want door genade zijt gij behouden,
door het geloof, en dat niet uit uzelf:
het is een gave van God;
niet uit werken, opdat niemand roeme.
-Efeze 2:8,9-

Men zou er op kunnen wijzen dat Paulus en Jakobus aan verschillende gebeurtenissen refereren. Paulus verwijst in Romeinen 4 naar Genesis 15, waar Abram Gods belofte geloofde “en het werd hem tot gerechtigheid gerekend”. Jakobus daarentegen verwijst naar Genesis 22, toen Abrahams geloof op de proef werd gesteld. Toen ging het om “toon mij uw geloof” (Jak.2:18). En men zou ook kunnen aanvoeren dat ook bij Paulus “goede werken” onlosmakelijk verbonden zijn aan geloof (Ef.2:10). Dat alles klopt en het is van belang dit er bij te betrekken. Maar het verklaart niet waarom Jakobus een zo totaal ander standpunt inneemt dan Paulus in zijn brieven.

Hoewel het niet algemeen bekend is, wordt de reden van dit verschil meerdere keren door de Bijbel zelf verklaard. Neem de Galaten-brief. In Galaten 1 en 2 beschrijft Paulus hoe hij geroepen werd, onafhankelijk van degenen die reeds voor hem apostelen waren (1:16,17) inclusief Jakobus (1:19). Het Evangelie dat hij verkondigde had hij ook niet van hen gehoord of geleerd maar het was hem door openbaring bekend gemaakt (1:12). Als Paulus zijn bezoek aan Jeruzalem beschrijft (2:1) waar hij aan de leiders het Evangelie voorhield dat hij onder de natien verkondigde (2:2), dan merkt hij het volgende op:

… toen zij (=de apostelen) de genade,
die mij (=Paulus) geschonken was, opmerkten,
reikten JAKOBUS, Kefas (=Petrus) en Johannes,
die voor steunpilaren golden,
mij en Barnabas de rechterhand der gemeenschap:
WIJ zouden naar de natien,
ZIJ naar de besnijdenis gaan.
-Galaten 2:9-

Een hoogst belangwekkende en officiële afspraak, die ook direct ons ‘Nieuwe Testament’ indeelt! Jakobus, Petrus en Johannes richten zich tot tot het Joodse volk terwijl Paulus zich tot de natien wendt, zonder onderscheid. De boodschap die Paulus bracht heet “het Evangelie van de voorhuid” terwijl de anderen “het Evangelie van de besnijdenis” verkondigden.

Maar daarentegen, als zij zagen,
dat aan mij het Evangelie van de voorhuid
toevertrouwd was,
zoals aan Petrus dat van de besnijdenis
-Galaten 2:7-

De formulering maakt duidelijk dat niet alleen de doelgroep verschilt maar ook de boodschap. De basis van beide boodschappen is weliswaar gelijk, namelijk de opgewekte Messias of Christus (1Kor.15:11). Maar “het Evangelie van de besnijdenis” is een oproep tot bekering aan het Joodse volk met de daaraan gekoppelde verwachting dat het Koninkrijk openbaar zou worden (Hand.3:19-21). Paulus daarentegen had die roeping niet want hij wist dat (de regering van) Jeruzalem zich niet zou bekeren en dat hij daarom naar de natien werd uitgezonden (Hand.22:18-22). Met een ‘heidens Evangelie’, “het Evangelie van de voorhuid”.

Jakobus was een voorman in Jeruzalem waar tienduizenden Joden in de Messias geloofden en allen waren zij “ijveraars der wet” (Hand.21:20). Zij eerbiedigden “de gebruiken” (Hand.21:21) zoals de besnijdenis, de sabbatsviering, de tempeldienst, enz. Uit de boeken van de profeten weten we dat deze gebruiken ook in het komende Messiaanse rijk een grote rol zullen spelen (Jes.2:3; 66:23).

Bij Paulus echter doen deze “werken der wet” niet ter zake. Zijn bediening staat model voor de tijd dat het Joodse volk terzijde is gesteld en de natien de norm zijn (Rom.11:11-15). Vandaar dat hij verwijst naar de onbesneden Abraham (Rom.4:10; Gal.3:6), die honderden jaren voordat de wet kwam (Gal.3:17) door God gerechtvaardigd werd door geloof alleen. Binnen “de ekklesia, het lichaam van Christus” (waar alleen Paulus van spreekt), spelen Joodse privileges geen enkele rol omdat “de wet der geboden… buiten werking is gesteld” (Ef.2:15).

De tegenstellingen tussen Jakobus en Paulus hoeven we niet weg te poetsen. Het gaat om twee verschillende doelgroepen. Jakobus schreef zijn brief “aan de twaalf stammen…” (1:1) terwijl Paulus zich tot de natien richtte. De boodschap van Jakobus, Petrus en Johannes is nationaal, terwijl Paulus zich richt tot individuen, geroepenen uit de natien. Jakobus en Paulus representeren twee verschillende fasen in Gods heilsplan. Jakob(us) staat voor Israël terwijl Paulus staat voor de onderbreking in Gods bemoeienissen met Israël. Hun beide namen zijn daarin veelzeggend: Jakobus is Jakob, de man die bij zijn bekering Israël werd. De naam Paulus is verwant aan het Griekse werkwoord ‘pau’ dat ‘stoppen’ betekent. Vandaar een pau-ze, een onderbreking.

Reageer op Facebook

Delen: