English blog

is Jezus onze Koning?

29-04-2021 - Geplaatst door Andre Piet

Nadat Jezus de weg van vernedering is gegaan tot “de dood, ja tot de dood van het kruis”, heeft GOD hem na drie dagen opgewekt uit de doden en hem tot Heer en Christus gemaakt (Hand.2:36). Hij is sindsdien verhoogd aan Gods rechterhand, waar hij tot op vandaag wacht totdat hij daadwerkelijk als koning zal verschijnen en zijn vijanden aan zich zal onderschikken (Hebr.10:13).

David en de Zoon van David

De huidige periode waarin Christus aan Gods rechterhand vertoeft in afwachting van de openbaring van zijn Koninkrijk, zien we geïllustreerd in de geschiedenis van David. Ooit was David als herdersjongen gezalfd (Hebr. mashiach. Gr. christos), maar het zou nog jaren duren alvorens hij daadwerkelijk koning zou worden in Jeruzalem.

Met “de Zoon van David” is het niet anders. Zeker, de jure is aan hem alle macht gegeven in de hemel en op aarde (Mat.28:18). Maar de uitoefening (de facto) van deze macht wacht tot aan zijn parousia. Het is “de toekomende wereld” die daadwerkelijk aan hem onderworpen zal zijn (Hebr.2:5).

Hoofd en lichaam

Het werk van God in onze dagen is de verzameling van een volk, dat Christus’ positie deelt aan Gods rechterhand (Kol.3:1-4). Dit ‘uitroepsel’ vormt een eenheid met hem zoals Hoofd en lichaam dat zijn (1Kor.12:13). Het is de standaardterm die Paulus bezigt voor de ekklesia in onze dagen. Als Hoofd is Christus Jezus incompleet zonder deze ekklesia (Ef.1:22,23). Samen met het Hoofd Christus Jezus, zal dit (besturend) lichaam delen in zijn heerschappij over hemel en aarde (Ef.1:10,11). Zij deelt als “ingelijfde” in de beloften die tevoren aan Christus zijn toegezegd (Ef.3:6). Samen met het Hoofd staat zij aan de top van de hiërarchie in het heelal. Dat is de duizelingwekkende hoogte waartoe zij van Godswege is voorbestemd!

niet onze koning

Wie het bovenstaande tot zich laat doordringen begrijpt waarom Paulus in zijn brieven altijd over Jezus als “onze Heer” maar ook als “het Hoofd” aanduidt. Daarentegen spreekt hij nooit over hem als onze koning. De theologische term ‘koning der kerk’ is weliswaar wijdverbreid, maar daarom niet minder misplaatst. In de eerste plaatst omdat Jezus Christus pas in de toekomst als koning zal verschijnen. En in de tweede plaats omdat hij tot de tegenwoordige ekklesia in een heel andere relatie staat. Individueel is hij “onze Heer” en voor ons als collectief (“de ekklesia die zijn lichaam is”) is hij het Hoofd.

Koning en Bruidegom

Deze Hoofd-lichaam relatie is een totaal ander soort betrekking dan waarin de volkeren straks tot hem zullen staan. Voor hen zal hij “de grote Koning” zijn (Mat.5:35). Zoals ook voor het volk Israël. Hoewel hij tot dat volk eveneens in een volstrekt unieke relatie staat, namelijk als Bruidegom. Israël is immers de bruid (Joh.3:29; Hos.2:18) waarmee straks het nieuwe (huwelijks)verbond zal worden gesloten. De volkeren daarentegen worden als gasten uitgenodigd om het feest van de bruiloft, d.w.z. het Millennium te vieren (Openb.19:9).

onderscheiden betrekkingen

Zoals we de opeenvolgende tijden dienen te onderscheiden, zo is het ook van belang diverse relaties en betrekkingen uit elkaar te houden. Ik sta tot mijn vrouw in een andere relatie dan tot mijn kinderen. En die is weer anders dan de betrekking die ik heb met mijn vrienden. Of zoals ik mij tot mijn collega’s verhoud. Die op hun beurt ook weer anders is dan de relatie met mijn buren. Enzovoort. In elke verhouding word ik anders gekend en ook verschillend aangesproken. Mijn collega’s noemen me geen buurman en mijn vrouw spreekt me niet aan als vader.

rijk geschakeerd

Het past in de huidige ekklesia niet om Jezus Christus aan te spreken als Koning. Of als (onze) Bruidegom. Beide is hij, jazeker, maar niet in de relatie waarin wij tot hem staan. Het Bijbelse panorama is breed en rijk geschakeerd. Heel de schepping en ieder creatuur verhoudt zich tot Jezus Christus. Elke knie zal immers uiteindelijk voor hem buigen en iedere tong zal tot eer van GOD de Vader, hem belijden (Filp.2:9-11). Dat is een universele overeenkomst. Er is ook een kleurrijke variatie in verhoudingen tot hem. Maar geen enkele verhouding tot hem is zó intiem als het volk dat vandaag aan hem wordt toegevoegd. Omdat “de ekklesia zijn lichaam is”!

Delen: