English blog

huichelarij #2: God de Zoon

20-05-2014 - Geplaatst door Andre Piet

images8

De Schrift is helder: er is “één God, de Vader” (1Kor.8:6; Ef.4:6). Vele tientallen keren spreekt de Schrift over “God de Vader”. En eveneens dat Jezus Christus “de Zoon van God” is, d.w.z. door God Zelf verwekt (Luc.1:35). Maar met de introductie in de vroege kerkgeschiedenis van een verkapt veelgodendom (= drie personen zijn God), werd “de Zoon van God” gemaakt tot ‘God de Zoon’. De leer van de drie-eenheid en de leer van ‘God de Zoon’ gaan hand in hand.

De formule ‘God de Zoon’ is een onmiskenbare vervalsing van de Schrift. Nooit komen we daar die uitdrukking tegen. Bovendien: als Hij ‘God de Zoon’ is, dan kan Hij onmogelijk “de Zoon van God” zijn. Hoe zou ‘God de Zoon’ afhankelijk kunnen zijn? Kunnen zeggen: “niet mijn wil, maar de Uwe geschiede” (Luc.22:42)? Kan God opgroeien in kennis en wijsheid (Luc.2:52)? Dingen niet weten (Mat.24:36)? Stierf God aan een kruis? Was God gedurende drie dagen dood? En als Jezus zelf God was, waarom moest Hij dan door zijn Vader worden opgewekt (Rom.6:4)? De Schrift zegt:

Er ÉÉN GOD en ÉÉN MIDDELAAR van God en mensen, de MENS Christus Jezus…
-1Timotheüs 2:5-

De bewering dat Jezus God is, berooft ons automatisch van onze middelaar. Want niet God, maar een mens stierf en een mens werd uit de doden opgewekt. Hoe kan iemand van harte belijden dat God Jezus uit de doden opwekte, als deze Jezus zelf God zou zijn (Rom.10:9)?

“De mens Christus Jezus” is uniek, want Hij is de ene middelaar van God en mensen. Hij is het vleesgeworden woord (Joh.1:14) waardoor heel de schepping tot stand kwam (Joh.1:3). Hij is ook het BEELD van de onzienlijke God (Kol.1:15), zodat wie Hem ziet, de Vader ziet (Joh.14:9). Als BEELDspraak (!) klopt het volkomen, dat de Zoon God is. Want de onzienlijke God openbaart zich via Hem. Als JAHWEH in de toekomst zal verschijnen op de Olijfberg (Zach.14:4), dan is dat door de Heer Jezus Christus die Hem representeert (Hand.1:11).

Eenmaal zal de Zoon, nadat Hij de dood zal hebben teniet gedaan (= allen levendgemaakt), terugtreden en een volmaakt koninkrijk aan zijn God en Vader overgeven (1Kor.15:26-28). Ziedaar de glorie van de Zoon. Nooit ging of gaat het Hem om zichzelf maar uitsluitend om de ene God en Vader (Joh.8:49,50).

Geen groter oneer kan men de Zoon aandoen, dan door Hem te ‘promoveren’ tot ‘God de Zoon’. De heerlijkheid van de Zoon is juist dat Hij uitdrukkelijk niet op zichzelf wijst maar naar zijn God en Vader. Juist vanwege die gezindheid heeft God de Vader Hem verhoogd en een naam boven alle naam gegeven, opdat in de naam van Jezus (=JAHWEH redt!) alle knie zich zal buigen en alle tong zal belijden dat Jezus Heer is (Fil.2:9-11). Tot eer van Jezus? Nee, TOT EER VAN GOD DE VADER!!!!

Reageer via Facebook

Delen: