GoedBericht.nl logo
English Blog

hopeloze gevallen?

01-12-2015 - Geplaatst door Andre Piet
laatst bewerkt: 16-01-2026

Via de mail kreeg ik de volgende vraag:

In 1 Korinthe 10:13 staat dat God niemand boven vermogen beproeft.
Ik worstel met de vraag hoe dat te rijmen is met het feit dat sommige gelovigen zelfmoord plegen. Voor hen is het blijkbaar toch te zwaar geweest. Zij konden het leven niet meer aan en zochten hun uitweg in de dood.
Hoe moet ik dat verstaan?

In 1 Korinthe 10:13 schrijft Paulus (letterlijk vertaald):

Geen beproeving heeft jullie genomen dan menselijke.
Maar God is getrouw,
Hij zal niet toelaten
dat jullie boven vermogen beproefd worden,
maar Hij zal met de beproeving
ook de uitkomst geven,
zodat jullie haar kunnen doorstaan.

Dat roept indringende vragen op. Hoe zit het dan met gelovigen die het leven niet meer aankunnen? Heeft God hen wél boven vermogen beproefd? Heeft Hij hun geen uitkomst gegeven? En als dat zo is, wat blijft er dan over van Zijn trouw?

Om deze woorden van Paulus goed te verstaan, moeten we eerst letten op de context. In de voorgaande verzen verwijst hij naar Israël in de woestijn. Vrijwel het hele volk is daar omgekomen, zonder het beloofde land te bereiken. Niet omdat God faalde, maar omdat zij vielen in ongeloof, afgoderij, ondankbaarheid en moreel verval.

Paulus’ punt is: die beproevingen waren niet bovenmenselijk. God had ze niet boven hun vermogen gebracht. Hij is getrouw. En bij elke beproeving gaf Hij ook de uitkomst: Zijn beloften, Zijn woord, Zijn trouw.

Dat betekent echter niet dat een mens niet kan vallen. Integendeel, Paulus waarschuwt juist:

Daarom, wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.
(1 Kor. 10:12)

Gods trouw garandeert niet dat niemand struikelt. Zij garandeert dat er altijd grond is om te blijven staan.

De oproep in deze passage is dan ook: blijf staan op het Woord van God. Zie op Zijn beloften. Verwacht de uitkomst van Hem. Wie dat loslaat, komt vroeg of laat ten val. Vandaar het voortdurende appel in Paulus’ brieven om vast te staan (1 Kor. 15:58), en te blijven in de hoop van het evangelie (Kol. 1:23). Dat is geen bijzaak. Het is van levensbelang — letterlijk.

Een gelovige die zelfmoord pleegt, wijkt daarin in wezen niet af van andere gelovigen die bezwijken onder verzoeking. In alle gevallen gaat het om hetzelfde: men houdt geen stand op het Woord en ziet niet langer op de uitkomst die God belooft. Zelfmoord onderscheidt zich slechts hierin, dat het naar menselijke maatstaven onomkeerbaar is.

De beproevingen zelf zijn nooit te zwaar, verzekert Paulus ons. Maar het loslaten van Gods trouw wórdt fataal. Niet omdat God faalt, maar omdat de mens Hem niet meer vertrouwt.

Wie zichzelf van het leven berooft, is niet werkelijk zonder uitkomst — maar hij denkt dat te zijn. En juist die misleiding maakt wanhopig. Wanneer iemand gelooft dat er geen weg meer is, geen toekomst, geen draagkracht, geen uitkomst, dan wordt de wanhoop allesoverheersend.

En precies daar ligt de ernst van deze strijd: niet in de zwaarte van de omstandigheden, maar in het verlies van hoop.

Daarom is de boodschap van 1 Korinthe 10 geen sombere, maar een hoopvolle. Paulus zegt niet: “Pas op, het kan alsnog te zwaar worden.” Hij zegt: God is getrouw. Hij laat nooit los wat Zijn hand begon. Hij geeft altijd uitkomst.

Voor Hem bestaan er geen hopeloze gevallen. Nooit. En wie daarop staat, kan elke beproeving doorstaan.

Delen: