English blog

Witteman in ‘Adieu God’

03-12-2015 - Geplaatst door Andre Piet

images21

Afgelopen zondag (29-11-2015) was TV-presentator Paul Witteman te gast in het programma ‘Adieu God’. Hij werd geïnterviewd door zijn EO-collega Tijs van den Brink. Beide mannen verstaan de kunst om scherpe vragen te stellen. De doorgaans vriendelijk blijvende Witteman oogde in dit interview wat gespannen en reageerde soms ook zichtbaar geïrriteerd waar het ging om zaken van geloof. Van den Brink bleef in het gesprek rustig en gaf aan Witteman alle ruimte om zijn verhaal te doen.

In deze blog wil ik een paar momenten in het gesprek uitlichten. Momenten die tonen hoezeer Witteman juist vanwege de leer van de kerk afstand nam van zijn geloof in God, maar ook hoe de EO-presentator m.i. niet in staat bleek daar ter zake op te reageren. Feitelijk geblokkeerd door dezelfde orthodoxe achtergrond.

Witteman vertelt (‘5) hoe hij op jonge leeftijd afhaakte van de kerk, vanwege het idee van een leven na de dood. Witteman vond en vindt dat “een absurd idee”. Doden die hij zag, zagen er “zo dood als een pier” uit. Helaas helpt van den Brink Witteman niet uit de droom door te melden dat ook de Bijbel zo spreekt over de doden. “De doden weten niets”, zegt Prediker 9:5. Altijd is de hoop gevestigd op GOD die de doden zal doen herleven (1Sam.2:6; Eech.37:3,4). De doden leven niet elders op een andere wijze voort, nee ze zijn dood en GOD zal hen t.Z.t. opwekken. Van den Brink maakt het er niet beter op (’19) wanneer hij beweert dat ook het Oude Testament geen weet zou hebben van leven na de dood. Dat was weliswaar ook de opvatting van de Sadduceeën die niet geloofden in de opstanding (Hand.23:8) maar Jezus maakte daar korte metten mee door tegen hen te zeggen dat ze de Schriften niet kenden, noch de kracht Gods (Mat.22:23,29).

In één opzicht sprak Witteman zichzelf tijdens de uitzending nogal tegen. Enerzijds verklaart hij dat wanneer mensen in zijn vriendenkring gelovig zouden worden, hij zou denken: “daar zit een haakje los” (’18). Anderzijds antwoordt hij op de vraag of hij mensen snapt die geloven (’23):

Ja, dat heb ik natuurlijk thuis meegemaakt. Bij mijn ouders, sommige broers en mijn zus die vorig jaar overleden is. Die was misschien nog wel de gelovigste van allemaal. Die had een soort vroomheid die ik heel goed kon begrijpen. En ook meer dan waardeerde, misschien zelfs wel jaloers op was…. Ik zou heel graag willen geloven.

Is dit iemand die zo los van God is, als hij voorgeeft te zijn? Diezelfde vraag dringt zich op wanneer hij spreekt over de rol die muziek van jongs af aan al in zijn leven speelt. De preken die hij in de kerk hoorde, kunnen hem gestolen worden maar de taal van “Goddelijke muziek” troost en ontroert hem nog steeds (’10). Hij noemt de muziek van Bach zelfs een bewijs van God, ook al doet hij dat af als een metafoor.

Waar Witteman ook wars van is, is de gedachte dat men door goede werken de hemel zou kunnen verdienen (’14). Dat idee, aldus Witteman, “slaat nergens op”. En inderdaad, niet volgens de kerk, maar volgens de apostel Paulus is “de levende GOD een Redder van alle mensen” (1Tim.4:10). Dat is dus geen verdienste van sommigen maar een garantie voor allen. Ik weet het, de EO is het daar niet mee eens…

Wanneer Witteman vaststelt (’15) dat de wereld een puinhoop is en daaruit concludeert dat God dus niet almachtig kan zijn, dan pruttelt van den Brink tegen door het begrip ‘almacht’ te relativeren. Maar verontwaardigt vraagt Witteman hem dan: “Je gelooft toch dat God almachtig is?”. Weinig overtuigend reageerde van den Brink: “Uhh… ja maar niet in de zin dat …”. “Vage termen”, zo onderbreekt Witteman hem dan resoluut, want het begrip “almachtig heeft maar één duiding”. Ai… hier raakt Witteman de achilleshiel van het kerkelijk godsconcept. Slechts in naam erkent de kerk God als de Almachtige. Want het kwaad zou buiten zijn controle vallen en God zou er niet de Schepper van zijn, zo meent men. Ondanks niet mis te verstane Bijbelse statements daaromtrent (Jes.45:7; Spr.16:4). Met dat men God probeert te verontschuldigen voor het kwaad, maakt men Hem daarmee tot een (doel)misser. Zou van den Brink begrijpen dat kennis van goed niet bestaat zonder kennis van kwaad (Gen.2:9), dan had hij Witteman kunnen antwoorden dat het kwaad geen misser is, maar een creatie by design.

Witteman heeft in zijn jeugd afscheid genomen van het geloof zoals hij dat vanuit de kerk had meegekregen. De irritatie was tijdens de uitzending soms van z’n gezicht af te lezen. Witteman kan niet uit de voeten met de onlogische aanspraken van de kerk. Dat pleit voor hem. Gelukkig dat de grote Componist ook buiten kerk en preken om, Witteman zal weten te raken… en te winnen.

 

Reageer op Facebook

Delen: