English blog

hoezo “met Christus gekruisigd?”

03-09-2019 - Geplaatst door Andre Piet

Van een mij onbekende bezoeker van de GB-site ontving ik een email met de volgende vraag:

Zeer geachte heer,

“Met Christus ben ik mee gekruisigd.”
Toen Jezus gekruisigd werd bestond ik nog niet. Hoe kan ik dan met Christus mee gekruisigd zijn? Ik kan dit niet uitspreken. Of slaat het niet op ons die nu leven?
Dat Paulus dat van zichzelf zegt, is voor mij al totaal onbegrijpelijk, maar hij leefde toen.
O.a. om deze tekst twijfel ik aan vaak Paulus.
Als u mij op betere gedachten kunt brengen, dan graag, want ik begrijp Paulus absoluut niet terwijl ik hem al 65 jaar lang lees, ik heb nu de moed voor hem opgegeven.
K.

Hieronder mijn reactie die ik graag deel op deze plaats omdat ik weet dat meer mensen met vragen als deze rondlopen.

De reden dat een dergelijke zin (“met Christus ben ik mee gekruisigd”) mensen opbreekt, is m.i. omdat men zich onvoldoende realiseert dat Paulus’ beeldspraak hanteert. Dat is één. Ten tweede ontgaat het velen waarom Paulus deze beeldspraak gebruikt en hoe ter zake ze is. Beide punten wil ik graag in deze blog nader toelichten.

Dat Christus stierf is letterlijk, concreet en historisch waar. Dat staat niet ter discussie. Maar dat Paulus of wij “met hem zijn gekruisigd”, dat is niet letterlijk waar. De enigen voor wie dat ooit letterlijk waar was, waren de mannen die aan weerszijden van Jezus werden gekruisigd (Joh.19:18). Voor alle overige mensen, is mee gekruisigd-zijn, ‘bij wijze van spreken’.

Waarna de volgende vraag luidt: hoezo dan “met hem gekruisigd”? Vanwaar deze beeldspraak?

De kern van het antwoord op deze vraag is een telkens terugkerend thema in Paulus’ brieven. We zijn als mensheid “in Christus” (“de laatste Adam”) begrepen, zoals we ook “in Adam” zijn begrepen.

Want evenals in Adam allen sterven, zó zullen ook in Christus allen levend gemaakt worden. Ieder echter in de eigen rangorde. Als eersteling Christus…
1Kor.15:22,23

De parallel met Adam is van groot belang om Paulus’ beeldspraak te kunnen begrijpen. Zoals Adam heel de mensheid meenam in de dood (Rom.5:12), zó neemt Christus heel de mensheid mee in zijn opstanding (Rom.5:18). Maar om met Christus te kunnen opstaan, moet men logischerwijs eerst met hem zijn gestorven. Zoals je alleen met iemand kunt arriveren als je eerst ook met hem of haar bent vertrokken. De facto (feitelijk, in de praktijk) werd alleen Christus gekruisigd en opgewekt. Maar de jure (formeel, rechtens) is heel de mensheid daarin begrepen. Want Christus stierf en werd opgewekt “ten behoeve van ons” (Gr. huper).

Want de liefde van Christus dringt ons, oordelende dat één ten behoeve van allen stierf, DUS stierven allen. En ten behoeve van allen stierf hij  opdat de degenen die leven niet meer voor zichzelf zouden leven maar voor hem die ten behoeve van hen stierf en werd opgewekt.
2Korinthe 5:14,15

God ziet ons nu reeds naar wat we straks daadwerkelijk zullen zijn: met Christus opgewekt en levend gemaakt. Zoals God Abram al Abraham noemde, d.w.z. ‘vader van vele volken’, toen deze nog kinderloos was (Rom.4:17). Abrams identiteit (naam) was verbonden aan zijn bestemming. In de praktijk was Abram oud en impotent (“verstorven”), maar God zou nieuw leven door hem creëren. Dat was de belofte, zeker en vast. En dat is wat voor God telt.

God verklaart in Paulus’ Evangelie: jullie zijn één gemaakt met Christus, zó zie Ik dat. En in geloof be-amen we dat. En dus rekenen wij zoals God rekent.

Zo ook jullie, reken jezelf inderdaad doden te zijn voor de zonde, levenden echter voor de God, in Christus Jezus.
Romeinen 6:11

Dat we gekruisigd, gestorven, begraven en opgewekt zijn, is geen ervaringsgegeven. Het valt niet te fotograferen, we zien het niet. Het is ook geen gevoel. Het is een mededeling zoals God ons ziet: één gemaakt met Christus. Het is slechts een kwestie van tijd dat dit ook onze fysieke ervaring zal worden. Maar tot het zover is, mogen we op deze veelbelovende mededeling staan en zó beleven we daarvan nu al een maximaal rendement!

Delen: