English blog

‘het duizendjarig rijk’?

03-09-2014 - Geplaatst door Andre Piet

1_blog_15

In het Bijbelboek Openbaring, hoofdstuk 20 wordt zes keer gesproken over “duizend jaren”. We lezen hoe “de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan” wordt gegrepen, gebonden, in de afgrond geworpen, waarna de afgrond wordt afgesloten en zelfs verzegeld. Dit alles met als doel dat satan duizend jaren lang niet in staat zou zijn de volkeren te verleiden. Vervolgens lezen we dat degenen die tijdens de Beest-heerschappij omgekomen zijn om hun getuigenis, weer levend worden en zich zetten op tronen om met Christus die duizend jaren als koningen te heersen. Dit is de eerste opstanding en de overige doden worden pas na de duizend jaren opgewekt.

Wie de tekst in Openbaring 20 leest, zonder theologische vooroordelen, kan er niet onderuit dat hier een beschrijving wordt gegeven van een (tot op vandaag) toekomstige periode. Een periode na de heerschappij van het Beest en na de opstanding van vele slachtoffers uit die tijd. Een periode waarin satan geen enkele bewegingsvrijheid en geen enkel grip op de volkerenwereld zal hebben. De heerschappij van het Beest zal hebben plaats gemaakt voor de heerschappij van Christus en de zijnen.

Tijdens de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis ging iedere bijbellezer er vanuit dat Johannes een toekomstige periode van duizend jaren beschrijft. Dat volgt uit de letterlijke lezing van deze passage. Maar door toedoen van kerkvader Augustinus kwam de gedachte op dat de duizend jaren niet pas in de toekomst zouden aanbreken, maar reeds aangebroken waren. Die gedachte werd populair en mainstream theologie vanaf de tijd dat de kerk het in de wereld het voor het zeggen kreeg. Velen verwachtten dat na het jaar 1000 AD het einde van de wereld zou aanbreken omdat de termijn van de duizend jaren bezig was te verstrijken. Toen dit echter uitbleef, ging niet de foute theologie op de schop, maar paste men die theologie slechts aan door “de duizend jaren” voortaan allegorisch op te vatten. De oude dwaling hield men overeind door een nieuwe dwaling te bedenken. Dat men eenmaal op die toer, het boek Openbaring alles kan laten zeggen wat men maar wil, spreekt voor zichzelf. Ook de Reformatie zette de theologie van Augustinus voort. Calvijn noemde de opvatting van het chiliasme (= de letterlijke lezing van Openbaring 20), “fictie” en “te kinderachtig en niet nodig of waard om te weerleggen”. De confessie van de Lutherse kerk vervloekte deze “Joodse opvatting” zelfs. 

Overigens is ook de theologische term ‘het duizendjarig rijk’ niet correct. Niet het (Konink)rijk van Christus duurt duizend jaren, want Christus zal ook Koning zijn na de duizend jaren, zoals we lezen in Openb.22:5. En zelfs als Christus uiteindelijk de dood als laatste vijand zal hebben teniet gedaan en afstand zal doen van de troon, ook dán wordt het rijk niet beëindigd, maar overgegeven aan God de Vader, “opdat God zij alles in allen” (1Kor.15:25-28). Wat in Openbaring 20 duizend jaar duurt, is de binding van satan, niet het rijk van Christus. Inderdaad Christus heerst gedurende die duizend jaren maar zijn heerschappij of rijk is beslist niet beperkt tot die tijd.

Ook al spreekt Openbaring 20 zonder twijfel van wonderlijke gebeurtenissen, de tekst is niet moeilijk te verstaan. Het is de theologie die de passage complex en uiteindelijk nietszeggend heeft gemaakt. Een aansporing om de Schrift (los van elke theologie) te lezen, te geloven en zichzelf te laten uitleggen.

Reageer op Facebook

Delen: