English blog

geen lotbezit in het Koninkrijk Gods

02-12-2020 - Geplaatst door Andre Piet

Bedrijvers van bepaalde praktijken zullen geen lotbezit hebben in het Koninkrijk van God. Tot drie keer toe doet Paulus deze statement in zijn brieven. Het gaat om de volgende passages:

  • 1Korinthe 6 vers 9-11
  • Galaten 5 vers 19-21
  • Efeze 5 vers 5

Nu gaat het me in deze blog niet om de (soms nogal uitgebreide) opsomming van verschillende praktijken te bespreken. De bedoeling in deze blog is om helder te krijgen wat Paulus bedoelt met “geen lotbezit hebben in het Koninkrijk van Christus en van God” (Ef.5:5:5). Laten we eens wat Bijbelse gegevens op een rijtje zetten.

weten jullie niet?

Wat opvalt in alle drie genoemde passages, is dat Paulus zijn statement over ‘geen lotbezit hebben in het Koninkrijk Gods’, als bekend verondersteld bij zijn lezers. In 1Korinthe 6:9 vraagt hij retorisch “of weten jullie niet…?”. En in Efeze 5:5 “want hiermee zijn jullie bekend…”. Het betreft kennelijk een elementaire waarheid, waarvan iedere gelovige geacht wordt op de hoogte te zijn.

een lotbezit voor elke familie

De uitdrukking ‘een lotbezit hebben’ refereert aan het gegeven dat toen het volk Israël in het land arriveerde, aan iedere familie door middel van loting een stuk land ten deel viel. Zelfs aan de Levieten, die een uitzonderlijke positie innamen en geen stamgebied kregen, vielen wel degelijk ook steden en weidegronden ten deel (Joz.14:4). Zodat voor iedere familie binnen het volk, een lotbezit was weggelegd.

de toekomende heerschappij van Christus

Wanneer Paulus het heeft over ‘geen lotbezit hebben in het Koninkrijk Gods’, doelt hij op de toekomst waarin het Koninkrijk van God in de wereld zal zijn gevestigd en Christus zal heersen (Ef.5:5). Dit zal in de toekomende aeonen zijn en vandaar dat Paulus in Galaten 5:21 daarover een voorzegging (>prolego) doet:

… waarvan ik jullie VOORZEG, zoals ik voorzegde, dat wie zulke dingen praktiseren, Gods Koninkrijk niet als lotbezit zullen ontvangen.

zwart-wit

Let op dat Paulus in de drie genoemde passages, het heel binair voorstelt: je ontvangt Gods Koninkrijk als lotbezit of je ontvangt het niet. Meer smaken zijn er niet. Er is geen sprake van gradaties, of van meer of minder lotbezit ontvangen. Paulus heeft het hier dus niet, zoals sommigen hebben geopperd, over loon, waarvan elders in zijn brieven inderdaad sprake is. Bij loon gaat het om verschillende honoraria (vergl. Luc.6:23), afhankelijk van de mate van eer van God in ons aardse leven.

In het Koninkrijk van God zoals dat straks op aarde zal zijn gevestigd, geldt een regime waarbij bepaalde praktijken als misdaden worden aangemerkt, zoals afgoderij, hoererij, oplichterij, enzovoort. Dat zal niet worden getolereerd. Wie deze dingen bedrijven, zullen worden buitengesloten en daarmee ook hun lotbezit kwijtraken.

sommigen van jullie waren dat

In 1Korinthe 6:10 en 11 schrijft Paulus:

10 … noch dieven, noch oplichters, of dronkaards, of lasteraars of rovers, lotbezit in Gods Koninkrijk zullen ontvangen. 11 En sommigen van jullie waren dat, maar jullie werden schoongewassen, jullie werden geheiligd, jullie werden gerechtvaardigd in de naam van de Heer Jezus Christus en in de geest van onze God.

Paulus merkt op dat in de opsomming van soorten misdadigers, ook sommige gelovige Korinthiërs zich konden herkennen. Hij schrijft: “sommigen van jullie waren dat”. In het verleden dus. Dat zijn lezers toch wel lotbezit in het Koninkrijk Gods zullen ontvangen, is omdat zij werden schoongewassen en geheiligd. De werkwoordsvorm (aorist) die Paulus hier gebruikt is tijdloos. Dat betekent: het feit wordt gesteld, zonder notie van een specifieke tijd. Het staat ook niet in de perfectum (voltooid tegenwoordige tijd: jullie zijn schoongewassen), hoewel de meeste vertalingen dat wel zo weergeven. Als God mensen roept, verklaart Hij hen niet alleen rechtvaardig, maar wast Hij hen ook schoon en heiligt Hij hen. God doet geen half werk. Wie gelooft mag zich daarvan verzekerd weten. Ook al is dat werk hier op aarde niet voltooid, in beginsel is dit het deel van iedere gelovige.

het verzegelde onderpand van het lotbezit

Het is daarom uitgesloten dat een gelovige die door God is gerechtvaardigd, alsnog zijn lotbezit in het Koninkrijk van God kwijt zou kunnen raken. Weliswaar kan hij bijvoorbeeld in hoererij of dronkenschap vervallen, maar God staat ervoor garant zo iemand altijd weer te reinigen en te heiligen door zijn Woord.

Het lotbezit dat een gelovige heeft ontvangen is onvervreemdbaar. Vandaar dat we lezen in Efeze 1:

13 In hem zijn ook jullie, toen jullie het woord van de waarheid hoorden (het goede bericht van jullie redding), in hem werden ook jullie toen jullie geloofden, VERZEGELD met de heilige geest van de belofte, 14 die een ONDERPAND is van ons LOTBEZIT, tot vrijkoping van het verworvene, tot lof van zijn heerlijkheid.

De heilige geest waarmee iedere gelovige is verzegeld, is een onderpand van ons lotbezit. Dat bewijst dat geen mens dit ongedaan kan maken. Verzegeld zijn met de heilige geest die een onderpand is, betekent: het lotbezit dat voor ons is weggelegd, is volmaakt veilig gesteld. Een paar verzen eerder was dit lotbezit ook al genoemd. Paulus schreef in 1:9,10 over Gods voornemen om tot in de volheid der tijden, alles in de hemel en op aarde, samen te vatten onder één hoofd, dat is Christus. En dan voegt hij daar in vers 11 aan toe:

… in hem in wie OOK ONS LOTBEZIT werd toebedeeld, wij die tevoren worden bestemd naar zijn voornemen…

Terwijl Christus het hoofd is waar hemel en aarde in zullen worden samengevat, is dit lotbezit tevens aan alle gelovigen toebedeeld. Het heelal dat straks onder Christus’ voeten zal zijn gesteld, is tevens het deel van allen die zijn lichaam vormen  (Ef.1:22,23). Zij zijn tevoren bestemd om in die regering te delen. Dat is het gegarandeerde lotbezit; niets en niemand kan dat ontvreemden!

echt van onecht onderscheiden

Rest dan nog de vraag, waarom Paulus in zijn brieven bij herhaling gelovigen op het hart drukt dat allerlei soorten misdadigers geen lotbezit zullen hebben in het Koninkrijk van God. Waarom zou hij hen daaraan herinneren, als gelovigen onmogelijk dit lotbezit kunnen verliezen?  Het antwoord is: ware gelovigen kunnen hun lotbezit nooit kwijtraken, maar… schijngelovigen vallen door zulke praktijken wel ‘door de mand’. Wie volhardt in zulke misdaden en niet ontvankelijk is voor correctie van het Woord, bewijst daarmee niet tot de geroepenen te behoren. Paulus’ herhaalde herinnering helpt gelovigen zodoende, om echt van onecht te onderscheiden.

uiteindelijke bestemming niet aan de orde

Uiteraard is met de vaststelling dat bepaalde misdadigers geen lotbezit in het Koninkrijk van God zullen hebben, niets gezegd over hun uiteindelijke bestemming. In Efeze 5:5 schrijft Paulus over “geen lotbezit hebben in het Koninkrijk van Christus en van God”. Dit spreekt van de aeonen waarin Christus als koning zal heersen (Openb.11:15). In het komende Millennium en ook daarna nog. Maar Christus’ heerschappij heeft een “totdat” (1Kor.15:25). Wanneer ‘de laatste lichting’ van nog dode mensen zal worden levend gemaakt en daarmee de dood teniet wordt gedaan, zal Christus het Koninkrijk overdragen aan zijn God en Vader. Pas dan is ieder op zijn bestemming gearriveerd en God zal worden “alles en in allen” (1Kor.15:22-28). Niemand zal dan nog ontbreken.

‘Geen lotbezit hebben in het Koninkrijk Gods’ heeft dus betrekking op de komende wereldtijdperken. Zij die in Gods Koninkrijk als misdadigers worden aangemerkt, zullen daarin geen deel hebben. Tenzij men van Godswege daarvan is of wordt verschoond.

Delen: