English blog

een weeffout?

04-09-2012 - Geplaatst door Andre Piet

In het Reformatorisch Dagblad stond vorige week een artikel van de hand van prof. dr. J. Hoek waarin deze inging op de volgende vraag:

Bij de zondeval koos de door God goed geschapen mens vrijwillig voor het kwade. Als de door Christus verloste mens op de nieuwe aarde weer een vrije wil heeft, betekent dat dan dat er opnieuw een zondeval kan plaatsvinden?

De heer Hoek is zeer verlegen met deze kwestie en dat blijkt al uit het begin van zijn antwoord.

De vraag ”unde malum?” (waar komt het kwaad vandaan?) noemt Herman Bavinck „het grootste raadsel des levens en het zwaarste kruis des verstands.” Hoe kan er zonde zijn als een goede God alles geschapen heeft? Er zitten toch geen weeffouten in Zijn scheppingswerk? Welke plaats heeft de zonde in het plan van God? Het gaat te ver om te zeggen dat God tot de zonde besloten heeft.

Hoek maakt met deze woorden meteen een valse start. Want door de oorsprong van het kwaad “het grootste raadsel des levens en het zwaarste kruis des verstands” te noemen, gaat hij voorbij aan wat GOD Zelf bij monde van Jesaja plechtig verklaarde:

Opdat men wete, van den opgang der zon en van den ondergang, dat er buiten Mij niets is, IK ben de HEERE, en niemand meer.  IK formeer het licht, en schep de duisternis; IK maak den vrede en SCHEP HET KWAAD, IK, de HEERE, doe AL deze dingen.
Jesaja 45:6,7 (St.Vert.)

“God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis” (1Joh.1:5) maar niettemin schept Hij de duisternis. God is goed, jazeker, maar niettemin verklaart Hij de Schepper van het kwaad te zijn. Hoe kan dat? Het antwoord is emotioneel wellicht zwaar te verteren maar voor het verstand uiterst eenvoudig. Luister naar de ondubbelzinnige woorden van Salomo:

De HERE heeft ALLES gemaakt voor zijn doel, ja, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads.
Spreuken 16:4

Alles heeft een doel, ook het kwaad. Waarom? Om het goede zichtbaar te maken! De eerste hoofdstukken van de Bijbel laten reeds zien dat kennis van goed niet los verkrijgbaar is. De boom die God in in het midden van de hof had geplaatst heette niet voor niets “de boom van kennis van goed én kwaad“. Door te eten van de verboden vrucht kreeg de mens kennis van kwaad jazeker… maar óók van het goede – primair zelfs! Hoe zou de mens weet hebben van Gods liefde, genade en ontferming als daar geen zonde was? Professor Hoek meent dat het te ver gaat dat God tot de zonde besloten heeft, maar de Schrift zegt het wel. Als Paulus uitgebreid verhaald heeft over de onnaspeurlijke wegen Gods in de geschiedenis en waar deze uiteindelijk op uitlopen dan roept hij uit:

Want GOD heeft ALLEN onder ongehoorzaamheid BESLOTEN, om Zich over ALLEN te ONTFERMEN (…)
Want UIT HEM  en DOOR HEM  en TOT HEM  zijn ALLE dingen. Hem zij de heerlijkheid tot in de aeonen! Amen.
Romeinen 11:32, 36

Elk mens is een zondaar (doelmisser) en sterveling, al ver voordat deze in staat is überhaupt een keuze te maken. Vanaf de eerste ademtocht namelijk. GOD heeft alle mensen “onder de ongehoorzaamheid besloten” (als vissen in een net; Luc.5:6). Alle mensen zijn tot zondaren gesteld, schrijft Paulus.

Want gelijk door de ongehoorzaamheid van de ene mens de velen (d.w.z. “alle mensen” van vers 18) tot zondaren GESTELD zijn, alzo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene, de velen tot rechtvaardigen GESTELD worden.
Romeinen 5:19 

De zonde is geen weeffout maar design! Het kwaad in de wereld is geen keuze van het schepsel maar maakt onderdeel uit van het plan van de Schepper.

Want de schepping is aan de ijdelheid onderworpen, niet vrijwillig, maar om HEM, die haar daaraan onderworpen heeft, in verwachting echter…
Romeinen 8:20 

De theoloog Hoek ontkent het grote plan en verzakt zo in het moeras van ongerijmde redeneringen. Lees bijvoorbeeld deze passage uit zijn artikel:

Had Adam in het paradijs geen vrije wil gehad, dan zou hij niet hebben kunnen zondigen. Dat hij zou zondigen, lag allerminst voor de hand, het was juist uiterst onwaarschijnlijk. Niettemin was de mogelijkheid dat het tot zondigen zou komen, niet op voorhand uit te sluiten, en helaas is deze mogelijkheid werkelijkheid geworden.

Je wrijft je ogen uit bij het lezen van zulke uitspraken! Dat Adam in de hof zou zondigen noemt Hoek “uiterst onwaarschijnlijk” maar “helaas is deze mogelijkheid werkelijkheid geworden”. Volgens Hoek heeft God zich dus laten verrassen want het scenario van de overtreding was weliswaar niet geheel uit te sluiten (?) maar “lag allerminst voor de hand”. Als het waar zou zijn wat Hoek hier beweert, kunnen we totaal niet van God op aan. Dan spreken we ook niet meer over GOD maar over een godje, een loser. Alleen al het idee dat God van tevoren niet wist wat er zou gebeuren! Was God soms even niet alwetend toen het er echt op aankwam? En zou God niet hebben geweten “wat maaksel wij zijn” en dat de mens bij de eerste de beste verleiding reeds voor de bijl zou gaan?! “Het was juist uiterst onwaarschijnlijk” dat dit zou gebeuren meent Hoek en het was dus zeker niet Gods plan. Wel, dat belooft nog wat voor de toekomst… Want als God in het verleden nota bene zijn eigen schepping niet onder controle had, wie garandeert ons dan een hoopvolle toekomst? Trouwens, ook die hoopvolle toekomst ziet Hoek niet want hij gaat uit van een eindeloze hel voor velen van Gods (zogenaamd…) geliefde schepselen. Deze voorstelling beste lezer(es), is ronduit een DRAMA! Eert dit de GOD van wie men zingt dat Hij de hele wereld in zijn hand heeft?!? Is dit Evangelie?!?
Wat een contrast tussen de mist van zulk theologiseren en de kristalheldere uitspraken van de Schrift!

Reageer op Facebook

Delen: