English blog

een dikke onvoldoende…

11-08-2012 - Geplaatst door Andre Piet

Zojuist had ik m’n wekelijkse bezoek gebracht aan onze goede vriendin Esther die in een verpleegtehuis verblijft vanwege een zeldzaam slopende ziekte aan zenuwen en spieren. Deze week had ze haar tweeenveertigste verjaardag ‘gevierd’. Vermoedelijk, en hoe gek het ook moge klinken, hopelijk ook, haar laatste verjaardag. Ondanks alles mag ik haar wekelijks weer bemoedigen met het Woord. Want bij alle moeiten die ze ondervindt is dat Woord de rotsvaste bodem onder haar leven. Enfin, ik liep de deur uit en werd aangesproken door de ‘buurman’ van Esther. Van gezicht ken ik hem en we groeten elkaar en een enkele keer hadden we elkaar ook al even gesproken. Een sympathieke, oudere grijze man van wie ik wist dat hij schilderde.

“Bent u dominee?”, vroeg hij me.
“Niet echt”, antwoorde ik, “maar ik kom hier wel om met Esther de Bijbelse dingen te delen. Hoe dat zo?”.
“Ik wilde u iets laten zien en ook weten wat een dominee daarvan vindt”, zei hij.
Nieuwsgierig geworden vroeg ik of ik misschien ook mocht kijken.
“Komt u maar even mee” en de man ging mij voor in zijn rolstoel naar z’n kamer. Daar hingen heel wat schilderijen en aan de stijl te zien, waren ze allemaal van één schilder. Ongetwijfeld van de man zelf.

“Kijkt u eens naar dit schilderij. Mag ik vragen wat u ziet?”, vroeg de man, terwijl hij met z’n vinger wees.
Ik keek even maar voordat de drukte op het schilderij goed tot me doordrong, begon de man zelf met z’n uitleg.
“U ziet hier natuurlijk een verwijzing naar het bekende werk van Michelangelo. God strekt z’n hand uit naar Adam”.
Ja warempel, ik zag het ook. Maar nu vielen me ook duidelijk de teksten op die waren geschreven op de arm van God. “Nein danke!”, “Geen dank!”, “No thanks!” en ook nog in een paar andere talen meen ik. En daaronder in gitzwarte vakken de woorden (als ik ’t me goed herinner) “honger”, “ziekte”, “oorlog” geschreven.
De man vervolgde, “God schiep de mens, maar wát een ellende heeft het gebracht! Al zoveel duizenden jaren immens lijden, honger, oorlog enzovoort. God is goed, zegt men, maar ik zie er weinig van. Ik heb vijfendertig jaar voor de klas gestaan en leerlingen moeten beoordelen voor het werk dat ze verrichten. Ik zal je zeggen: als ik God een cijfer moest geven voor zijn werk, dan kreeg Hij van mij een dikke onvoldoende. En als het waar is dat Hij van te voren wist wat er allemaal zou komen aan ellende, dan neem ik het Hem zeer kwalijk dat Hij er aan begonnen is. Is dat soms liefde?”
Ik hoorde aan de stem van de man en zag ook aan de indringendheid waarmee hij zijn visie had weergegeven op het doek, dat het hem menens was. Hij vertelde van het vroege overlijden van zijn zoon aan epilepsie en hoe onbegrijpelijk dit voor hem was en nog steeds is.
“Dat is heftig”, sprak ik zachtjes en wat luider “en nu vindt u, dat ik God moet gaan verdedigen? Laat ik dit zeggen: ik ga er vanuit dat God met alles een bedoeling heeft”.
In de ogen van de man zag ik boosheid terwijl hij met z’n hoofd schudde en duidelijk maakte dat mijn antwoord er bij hem niet in wilde.

“Hier ziet u nog een schilderij” en de man wees me op het schilderij naast zijn versie van Michelangelo. “Perpetuum mobile” stond er op en hij lichtte toe dat het doelt op de liefde die er altijd weer is en zal zijn onder mensen. “Eindeloze liefde, zei hij “tegenover de liefdeloosheid op dit schilderij”, waarbij hij met de laatste woorden weer wees op zijn ‘Michelangelo’.
“Waar zou die liefde onder mensen vandaan komen, denkt u?”, vroeg ik ‘m.
Even zweeg hij, keek me aan en zei toen “dát is een goeie vraag”.
“Ik heb er nog één” zei ik.  “Denkt u dat liefde ooit zichtbaar kan worden zonder lijden?”
Weer was het even stil. Nu wat langer. “Daar zou ik eens over na moeten denken maar ik word soms zo moe van al dat denken…”.
“Als een juwelier een sieraad wil laten schitteren, wat doet hij dan?”, zo probeerde ik  nog eens.
“Dan haalt ‘ie mij erbij”, glimlachte de man.
Ik keek verbaasd en de man verklaarde “ikzelf ben een jaar lang etaleur geweest”.
“Aha, dan weet u als geen ander dat een juwelier daar een donkere achtergrond voor zal kiezen”, zei ik. “God is de juwelier die het sieraad van zijn liefde slechts kan doen schitteren tegen de donkere achtergrond van het lijden.”
De man begreep het, maar was duidelijk nog niet overtuigd.
“Ik hoop het”, zei hij.
En in m’n hart dacht ik: eens zul je het wéten!

 

Reageer op Facebook

 

Delen: