English blog

de taal van een ziener

15-01-2020 - Geplaatst door Andre Piet

Vorige week was ik in de bespreking van het boek ‘Openbaring’ aangekomen bij de vijfde en zesde bazuin, zoals deze worden beschreven in Openbaring 9. Het maakt deel uit van de serie bazuinen die het jubeljaar aankondigen, de aanvang van het grote Millennium (Openb.20), de Sabbatdag voor deze wereld.

de setting van ‘de bazuinen’

Bij het blazen van de bazuinen, is het land Israël inmiddels in bezit gekomen van de enige rechthebber, namelijk “het Lammetje dat geslacht is” maar staat, oftewel “de Leeuw van Juda”. Ook de twaalf stammen zijn inmiddels verzameld uit alle natiën en de troon is gevestigd in Jeruzalem (Openb.7). Vanaf deze troon zal het Koninkrijk vervolgens worden uitgebreid over heel de volkenwereld. De zeven bazuinen die vanaf dan gaan klinken, zijn even zovele gerichten over de volken; qua intensiteit steeds toenemend.

de eerste zes bazuinen

De eerste vier bazuinen (Openb.8) treffen ‘slechts’ indirect de mensheid:

  1. de eerste bazuin:1.1/3 van de vegetatie getroffen;
  2. de tweede bazuin: 1/3 van de zee getroffen;
  3. de derde bazuin: 1/3 van de rivieren en bronnen getroffen;
  4. vierde bazuin 1/3 van het hemelruim verduisterd.

Bij de vijfde en zesde bazuin echter (Openb.9), worden de mensen direct getroffen. Tijdens de vijfde bazuin ondergaat 1/3 van de mensen gedurende vijf maanden een pijn die vergeleken wordt met een schorpioenenbeet. Maar het oordeel van de zesde bazuin gaat daar nog overheen, omdat dan 1/3 van de mensen worden gedood.

realistische taal

De beschrijving van wat zal plaatsvinden tijdens het blazen van de vijfde en zesde bazuin, komt deels realistisch over. Dat geldt voor de pijn die mensen ondergaan tijdens de vijfde bazuin maar ook voor de termijn waarin dit zal plaatsvinden. Ook de beschrijving van de zesde bazuin is, hoe heftig ook, ten dele herkenbaar. Dat geldt voor de aangewezen locatie van waaruit de rampen zich zullen voltrekken (bij de rivier de Eufraat) alsook voor de aard van de rampen waaraan de mensen zullen bezwijken: vuur, rook en zwavel.

de ‘sprinkhanen’ bij de vijfde bazuin

Maar zo realistisch als het bovengenoemde is, zo surrealistisch is de schildering van respectievelijk de ‘sprinkhanen’ (bij de vijfde bazuin) en de ‘paarden’ (bij de zesde bazuin). Om bij de ‘sprinkhanen’ te beginnen: ze komen voort uit de rook van een waterreservoir uit de afgrond (:2,3). Dit intrigerend gegeven laat ik hier verder rusten en beperk me tot de beschrijving van de sprinkhanen als zodanig:

  1. de gedaante van de sprinkhanen leek op paarden (:7);
  2. op de hoofden van hen, lauwerkransen als op goud gelijkend (:7);
  3. hun gezichten als gezichten van mensen (7);
  4. zij hadden haren als de haren van vrouwen (;8);
  5. hun tanden waren als tanden van leeuwen (:8);
  6. zij hadden borstharnassen als ijzeren borstharnassen (:9);
  7. het geluid van hun vleugels was als het geluid van strijdwagens van vele paarden (:9);
  8. zij hebben staarten die lijken op schorpioenen en angels in hun staarten (:10).

Eén ding mag wel duidelijk zijn: dit zijn geen gewone sprinkhanen. Dat wordt ook bevestigd in het gegeven dat deze sprinkhanen een koning over zich hebben, die eveneens uit de afgrond komt (9:11) terwijl gewone sprinkhanen, ook volgens de Bijbel, geen koning hebben (Spr.30:27). Het opmerkelijke is dat Johannes spreekt van ‘sprinkhanen’ terwijl hun gedaante lijkt op paarden en dat zij bovendien tanden hebben als van leeuwen en staarten die lijken op die van schorpioenen maar de gezichten hebben van mensen. Wat ziet Johannes hier? Besef dat Johannes hier maar geen nachtmerrie of een LSD-trip beleefde, maar van Godswege een gezicht te zien kreeg.

symbolisch?

Men zou zich van de vraag kunnen afmaken door te zeggen dat aangezien dit een visioen betreft, we zulke taal dus niet letterlijk mogen nemen. Maar dat is te vroeg geconcludeerd. Dat Johannes deze sprinkhanen in een visioen ziet, klopt en dat wordt ook expliciet zo benoemd in 9:17. Maar volgt daaruit dat de beschrijving dus symboliek is? Men kan dat gemakkelijk beweren, maar kan men ook vertellen wat deze symbolen dan betekenen? Waarom zouden we de vijf maanden en de pijn wel letterlijk nemen en de rest van de beschrijving niet? Enkel omdat we bepaalde verschijnselen op dit moment nog niet kunnen duiden?

visionaire taal

Merk daarbij ook op dat Johannes in zijn beschrijving van de ‘sprinkhanen’ vertelt wat hij ziet en niet wat het is. Johannes herkent het fenomeen niet en drukt zich daarom uit in vergelijkingen waaraan de diverse dingen hem doet denken. Dat is in het algemeen van belang om de taal van een visionair te verstaan. Probeer u eens in te denken hoe iemand uit de eerste eeuw de dingen zou beschrijven wanneer hij een kijkje zou mogen nemen in de eenentwintigste eeuw. Hij zou talloze dingen zien die hij totaal niet kan ‘thuisbrengen’ of benoemen. Hij zou zijn gearriveerd in een magische wereld, compleet onwerkelijk! Het begrip ‘vliegtuig’ kent hij niet en zou het mogelijk beschrijven als een reusachtige, glinsterende, rook producerende vogel. En hoe zou hij televisie, radio, elektrisch licht, helikopters, raketten, drones, telefoons, computers en internet beschrijven? Aangezien hij al deze fenomenen en hun namen niet kent, is hij dus genoodzaakt zich te bedienen van woorden waaraan de dingen hem doen denken, uitgedrukt in de taal van de tijd waarin hij leeft.

tijdreis

Welnu, Johannes heeft zo’n tijdreis gemaakt en is vanuit de eerste eeuw verplaatst naar “de dag van de Heer” (Openb.1:10). Hij heeft dingen gezien die dan, in die tijd realiteit zullen zijn. Zelfs lezers anno 2020 kunnen de ‘sprinkhanen’ van Openbaring 9 nog niet ‘thuisbrengen’. In onze beleving doet het nog het meest denken aan bio-robots of genetisch gemanipuleerde wezens. Maar ik haast me te zeggen dat ik ook daarmee de plank mis kan slaan. Want de tijd van de zesde bazuin is m.i. op z’n minst nog een decennium van ons verwijderd. In die tussentijd kan nog zoveel worden ontdekt maar ook nog zoveel worden ontwikkeld. Dingen waarvan we nu nog geen flauw benul hebben. Het boek heet ook niet voor niets de ‘Apocalyps’ (=onthulling) – het beschrijft de tijd waarin zaken die voorheen verborgen waren, tevoorschijn komen.

de ‘paarden’ bij de zesde bazuin

Evenals de ‘sprinkhanen’ komen ook de ‘paarden’ in Openbaring 9 op ons heel onwerkelijk over. Hieronder in het kort hun beschrijving:

  1. de hoofden van de paarden waren als de hoofden van leeuwen
  2. vanuit hun bekken kwam vuur en rook en zwavel;
  3. de volmacht van de paarden is in hun bek en in hun staarten;
  4. hun staarten lijken op slangen met koppen en daarin beschadigen zij.

Zoals Johannes deze ‘paarden’ niet herkent, zo doen wij dat anno 2020 ook nog steeds niet. Alhoewel… in één opzicht is de beschrijving voor ons inmiddels gemakkelijker te verstaan dan voor Johannes destijds. Want het opmerkelijke is dat het gevaar niet uitgaat van degenen die de ‘paarden’ besturen, maar van de ‘paarden’ zelf. Vanouds waren in de cavalerie de ruiters gevaarlijk. De paarden dienden slechts voor het transport. Maar in de moderne oorlogsvoering is dat veranderd: niet de bestuurders maar de voertuigen zoals tanks, vliegtuigen en drones vormen het gevaar. Dat is ook het geval met de ‘paarden’ bij de zesde bazuin: uit hun ‘bekken’ komen vernietigend vuur, rook en zwavel. En de ‘ruiters’ besturen deze paarden slechts.

ten slotte

Laten we het taalgebruik van de ‘Apocalyps’ niet te snel afdoen als symboliek. Johannes heeft opgetekend wat hij heeft gezien. Concreet. Sommige zaken  kunnen pas begrepen worden tegen de tijd dat de profetieën hun vervulling krijgen. Het is pas sinds betrekkelijk korte tijd, dat we kunnen begrijpen dat de hele wereld “de twee getuigen” drie en halve dag dood op het tempelplein zal kunnen zien liggen  (11:9). TV en internet maken dat mogelijk en zijn nu ook zelfs vanzelfsprekend. Denk ook aan het teken op het voorhoofd of op de rechterhand waardoor men zal kunnen kopen en verkopen (Openb.13). Sinds de ontwikkeling van computer-chips en bio-metrische technologie, zijn we ons ervan bewust dat deze ontwikkeling binnen afzienbare tijd werkelijkheid kan worden. Kortom, het boek ‘Openbaring’ is ultra-realistisch en confronteert ons met zaken waar zelfs wij, anno 2020, vaak nog niet aan toe zijn!

Delen: