English blog

de geest, het water en het bloed

28-08-2015 - Geplaatst door Andre Piet

Nadat ik eerder deze week mijn blogje had geplaatst over de niet-oorspronkelijke woorden in 1Johannes 5:7, ontving ik van een lezer de volgende reactie:

Wat betreft het “Comma Johanneum” moet ik zeggen dat het (ondanks het feit dat het een toevoeging is) toch volkomen waar is en dat ik het volkomen onderschrijf. Natuurlijk zijn God (de Vader), Zijn Woord en Zijn geest één in hun getuigenis (waar het hier over gaat), zoals het was bij de schepping in werkzaamheid… enz.  Jezus (het mensgeworden Woord) zei: Ik en de Vader zijn één. Vanzelfsprekend! Dat zou ik die gereformeerde zuster (het laatste in dubbel opzicht) willen zeggen.

Een sterk punt wordt hier ingebracht. Zelfs al zouden de toegevoegde woorden van 1Johannes 5:7 wel authentiek zijn, dan nog pleit dat niet noodzakelijk voor de leer van de drie-eenheid. De Vader, het woord en de geest zijn één in hun getuigenis. Je hoeft geen trinitariër (=aanhanger van de drie-eenheidsleer) te zijn, om dat te onderschrijven.

Laten we de passage in 1Johannes 5 eens nader bezien, maar nu zonder de toegevoegde woorden:

5 Wie is het, die de wereld overwint, dan wie gelooft, dat Jezus de Zoon van God is?  6  Dit is Hij, die is komende door water en bloed, Jezus Christus, niet slechts in het water, maar in het water en in het bloed. En de geest is het, die is getuigende, omdat de geest de waarheid is. 7  Want drie zijn er, die getuigen: de geest en het water en het bloed, en de drie zijn tot één. 9  Indien wij het getuigenis der mensen aannemen, het getuigenis van God is meerder, want dit is het getuigenis van God, dat Hij van zijn Zoon getuigd heeft.

Waar doelt Johannes op wanneer hij schrijft over het getuigenis van “de geest en het water en het bloed”?

Johannes voert deze drie op als getuigenis van God aangaande zijn Zoon. Laten we ze eens één voor één bezien. Bij de aanvang van Jezus’ bediening lezen we over zijn doop “in het water” en over de rol van de geest van God daarin.

In Matteüs 3 wordt het zo beschreven:

16 Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen. 17 En zie, een stem uit de hemelen zeide: Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb.

Jezus steeg op uit het het water van de Jordaan, wat een prachtig beeld is van opstanding! Vervolgens daalde de geest Gods op Hem neer in de gedaante van een duif waarbij vanuit de hemel de woorden klinken “deze is mijn Zoon…”. God Zelf getuigt van degene die wordt gedoopt in het water. En het neerdalen van de geest bevestigt dit. Het is Jezus’ zalving (zie Hand.10:38). D.w.z. Hij werd daar de Messias of de Christus. Het ontvangen van de geest in de Jordaan was een type van wat een paar jaar later definitief plaats zou vinden toen Hij eens voor altijd opstond uit het graf. Johannes de Doper verklaart pal daarop:

En ik heb gezien en getuigd, dat deze de Zoon van God is.
-Joh.1:34-

De derde getuige die Johannes opvoert in 1Joh.5:6 en 7 is “het bloed”. De geest en het water verwijzen naar het begin van Jezus’ bediening, het bloed verwijst uiteraard naar het einde daarvan. Het bloed verwijst naar Jezus’ slachting, dat als frase wel bekend is maar de reden waarom, bepaald niet. Helaas laten vrijwel alle bijbelvertalingen het onderstaande vetgedrukte deel van Matteus 27:49 weg:

49 Maar de anderen zeiden: Stil, laat ons zien, of Elia komt om Hem te redden. Een ander nu, nam een speer, doorstak zijn zijde en er kwam water en bloed uit. 50 Jezus riep wederom met luider stem en gaf de geest.

Volgens de meerderheid van de oude handschriften verklaart Matteus hier dat Jezus stierf doordat een speer in zijn zijde werd gestoken. Volgens Matteüs werd Jezus dus letterlijk geslacht, d.w.z. gedood door verbloeding. Dat verklaart ook waarom reeds in zo’n vroeg stadium bij Jezus de dood was ingetreden. Een feit waarover ook Pilatus zich had verbaasd (Mar.15:44). Dat bijna niemand deze doodsoorzaak van Jezus kent heeft te maken met een misleidende weergave van Johannes 19:34.

31 De Joden dan, daar het Voorbereiding was en de lichamen niet op sabbat aan het kruis mochten blijven (want de dag van die sabbat was groot) vroegen Pilatus, dat hun benen gebroken en zij weggenomen zouden worden.
32 De soldaten dan kwamen en braken de benen van de eerste en van de andere, die met Hem gekruisigd waren;
33 maar toen zij bij Jezus gekomen waren en zagen, dat Hij reeds gestorven was, braken zij zijn benen niet,
34 maar een van de soldaten stak met een speer in zijn zijde en terstond kwam er bloed en water uit.

Volgen we de bovenstaande weergave, dan werd Jezus doorstoken nadat Hij reeds was gestorven. Maar dat roept drie grote vragen op:
  1. Hoe kan Johannes in tegenstelling tot Matteüs verklaren dat de speerstoot plaatsvond nadat Jezus reeds was gestorven?;
  2. Welke reden had de soldaat om Jezus’ zijde te doorsteken, als hij wist dat Jezus toch al gestorven was?;
  3. Als Jezus reeds enige tijd dood was toen Hij doorstoken werd, waarom kwam er dan terstond bloed en water (urine) uit zijn zijde? De formulering suggereert dat Jezus’ hart nog klopte.

Deze vragen worden in één keer opgelost wanneer we vers 34 niet als opeenvolgende handeling opvatten, maar als redengevend feit waarom Jezus reeds gestorven was. De werkwoordsvorm in Joh.19:34 (aorist) wijst ook in die richting: het is geen verleden tijd maar een onbepaald feit. Geparafraseerd weergegeven:

32 De soldaten dan kwamen en braken de benen van de eerste en van de andere, die met Hem gekruisigd waren;
33 maar toen zij bij Jezus gekomen waren en zagen, dat Hij reeds gestorven was, braken zij zijn benen niet,
34 maar een van de soldaten had gestoken met een speer in zijn zijde en terstond kwam er bloed en water uit.
35 En die het gezien heeft, heeft ervan getuigd en zijn getuigenis is waarachtig en hij weet, dat hij de waarheid spreekt, opdat ook gij gelooft.
36 Want dit is geschied, opdat het schriftwoord zou vervuld worden: Geen been van Hem zal verbrijzeld worden.

Johannes, de evangelist, stond er bij toen Jezus dodelijk werd doorstoken. Het was de 14-de Nisan, de hoogtijdag dat het lam van Pascha geslacht zou worden, zonder dat daarvan één van de beenderen gebroken mocht worden. En dat is exact waar Johannes ooggetuige van was: een slachting zonder dat één been gebroken werd. Hier werd het Schriftwoord aangaande het Pascha vervuld! Het bloed bewees dat Jezus Christus het ware Pascha is (1Kor.5:7).

Drie eenstemmige getuigen, de geest, het water en het bloed. Ze getuigen onmiskenbaar dat Jezus Christus de Zoon van God is!

Reageer op Facebook

Delen: