English blog

“de doden weten niets”

17-07-2004 - Geplaatst door Andre Piet

Op het forum is de laatste weken opnieuw een discussie losgebarsten over ‘de toestand der doden’. Vooral de traditioneel bekende teksten die altijd weer aangevoerd worden om te verdedigen dat de doden niet dood (=tot niets in staat) zijn, zijn daarbij aan de orde geweest. Men bedient zich daarbij van argumenten die grofweg als volgt ingedeeld kunnen worden:

1. Beeldspraak verklaart men letterlijk
Voorbeelden: de vertelling van de rijke man en Lazarus (Lukas 16); de zielen onder het altaar (Openbaring 6); de dichterlijke beschrijving in Jesaja 14
;
2. Niet-noodzakelijke conclusies

Voorbeelden: men leest in Lukas 23:43 ‘heden’ bij het tweede i.p.v. het eerste zinsdeel; het evangelie dat aan doden werd gebracht (1Petrus 4:6) leest men als: gebracht terwijl zij al dood waren;
3. Verslag van een seance
Een grote rol speelt de verschijning in de spiritistische ambiance te Endor (1Samuël 28);
4. Teksten die slaan op het opstandingsleven laat men slaan op ‘de tussentoestand
Voorbeelden: Filippi 1:23 (“ik verlang heen te gaan en met Christus te zijn”); “bij de Here onze intrek te nemen” (2Korinthe 5);
5. Onzindelijke redeneringen
Voorbeeld: uit het nederlandse woord ‘dodenrijk’ concludeert men dat het gaat om een rijk van doden, terwijl de achterliggende Bijbelse begrippen (sheol en hades) deze lading absoluut niet dekken; de doden wacht een nieuw lichaam bij de opstanding maar ondertussen heeft men al wel een mond, vingers, gevoel, ogen, etc..
Tegenover tien, hooguit vijftien teksten (of passages) van dit kaliber staan talloze Schriftplaatsen die leren dat de doden werkelijk dood zijn. De volgende noties zijn daarbij doorslaggevend:

1. De Bijbel bevestigt de primaire betekenis van ‘dood‘: niet in staat tot enige activiteit. De Bijbel beschouwt de dood niet als een andere vorm van leven maar als het tegenovergestelde van leven;
2. De leugen van de slang bestond uit een ontkenning van de dood (“uw ogen zullen geopend worden”) en deze leugen is karakteristiek voor elke religie (onsterfelijke ziel of reïncarnatie);
3. Het boek Prediker verklaart expliciet dat de doden niets weten én dat in het dodenrijk geen kennis, werk of overleg is (Prediker 9);
4. Tientallen keren vergelijkt de Bijbel de dood met de bewusteloze slaap;
5. Een handvol keren lezen we in de Psalmen en Jesaja dat de doden God niet loven, niet op zijn trouw hopen en niet aan God kunnen denken;
6. Nooit lezen we in de Bijbel over ervaringen van mensen die uit de dood zijn opgewekt;
7. De Bijbel leert bij herhaling dat de dood een terugkeer is. Zoals een mens niet ‘is’ voor zijn geboorte, zo ‘is’ een mens ook niet meer na zijn sterven;
8. Alle hoop in de Bijbel is gevestigd op opstanding, buiten dat zouden de gelovige ontslapenen hopeloos verloren zijn. Zij ‘juichen dus niet voor Gods troon’ o.i.d..

Wanneer we het totale Schriftgetuigenis aangaande de dood in ogenschouw nemen is het eenvoudig om vast te stellen dat de Bijbel de dood werkelijk als dood beschouwt. Dat is duidelijk uit de KWANTITEIT van (tientalen) gegevens die dit aandragen. Het is vooral ook de KWALITEIT van de argumentatie dat daarbij de doorslag geeft. Vele expliciete uitspraken; logische consistentie en het elegant kunnen verklaren van een paar teksten die de schijn tegen hebben, maakt de “de doden weten niets”-visie tot een SOLIDE BIJBELSE LEER

Delen: