English blog

de 144.000 (1)

09-11-2012 - Geplaatst door Andre Piet

het zesde zegel

Over de 144.000 waarvan sprake is in het boek Openbaring (hoofdstuk 7 en 14), is eindeloos veel gespeculeerd.  In deze blog graag uw aandacht voor het moment dat Johannes deze groep introduceert. Dat is na de opening van het zesde zegel in hoofdstuk 6.  Bij de opening van dat zegel vindt een grote aardbeving plaats (vergl. Zach.14:5) en bovendien…

… de zon werd zwart als een haren zak
en de maan werd geheel als bloed.
En de sterren des hemels vielen op de aarde…
6:12,13

Dit is een zeer markant moment in de Bijbelse profetie en wordt dikwijls vermeld. Met name in de zogenoemde ‘tweede Bergrede’, Matteus 24 waar we lezen:

29 Terstond na de verdrukking van die dagen
zal de zon verduisterd worden
en de maan zal haar glans niet geven
en de sterren zullen van de hemel vallen
en de machten der hemelen zullen wankelen.
30 En DAN zal het teken van de Zoon des mensen verschijnen aan de hemel
en dan zullen alle stammen van het land zich op de borst slaan
en zij zullen de Zoon des mensen zien komen
op de wolken van de hemel, met grote macht en heerlijkheid.
(zie ook Joël 2:31-3:1)

Deze mededelingen vormen een belangrijke chrologische sleutel, omdat het direct antwoord geeft op de vraag wanneer de opening van het zesde zegel plaatsvindt. Het zal zijn
a. na de verdrukking van die dagen, d.w.z. na “de grote verdrukking” (Mat.24:21) én
b. wanneer de Zoon des Mensen zal verschijnen op de wolken van de hemel én
c. wanneer alle stammen van het land tot inkeer zullen komen.

Het zal bij deze gelegenheid zijn dat ook de verzameling van het uitverkoren volk zal plaatsvinden. Want Jezus vervolgt in Matteus 24:

31 En Hij zal zijn engelen uitzenden met luid bazuingeschal en zij zullen zijn uitverkorenen verzamelen uit de vier windstreken, van het ene uiterste der hemelen tot het andere.
(vergl.  Deut.30:4,5)

Israels herstel

De opening van het zesde zegel brengt ons dus bij het einde van de grote verdrukking, de verschijning van de Zoon des Mensen, de bekering van de inwoners van het land en tevens bij de verzameling van alle Israëlieten uit alle natiën. Deze context werpt veel licht op de inhoud van Openbaring 7. Dit hoofdstuk is de prelude op hoofdstuk 8 waar het zevende zegel wordt geopend. Tussen de opening van het zesde en zevende zegel vindt het herstel van Israël plaats. De vermelding van 144.000 verzegelden uit de stammen van Israël hoeft daarom niet te verbazen. Alle stammen worden in Openbaring 7 bij name genoemd  en ook wordt tot 12 keer toe gesproken van 12.000 uit iedere stam met daarbij ook nog eens de vermelding van de totale som. Hoe zou er twijfel kunnen zijn over de identiteit en de omvang van deze groep? Van belang is daarbij dat de 144.000 duidelijk worden onderscheiden van “de grote schare die niemand tellen kan” uit het vervolg van hoofdstuk 7. Vormen de 144.000 een selectie uit Israël, de grote schare daarentegen is het totale volk waarvan het getal onbekend is. Verzameld “uit alle volk en stammen en natien en talen” (7:9). Ezechiël 37:10 spreekt in datzelfde verband van “een geweldig groot leger”. En Hebreeën 11:12 “… gelijk het zand aan de oever der zee, dat ontelbaar is.”

Met het oog waarop vindt de verzegeling van de 144.000 plaats? Over die vraag meer in een volgende blog.

Reageer op Facebook.

Delen: