English blog

chronologie (4): van uittocht tot Salomo

16-10-2015 - Geplaatst door Andre Piet

ketting

In onze Bijbelse chronologie tot op de verdeling van het beloofde land, hebben we tot dusver gezien dat diverse mijlpalen in de Bijbelse historie samenvallen met markante jaartallen. Zo vielen het sterfjaar van Noach en het geboortejaar van Abram niet alleen samen maar ook nog eens in het jaar 2000 sinds Adam. Honderd jaar later (2100) werd Izaak geboren en vierhonderd jaar later (2500 AH) vond de uittocht uit Egypte plaatst. En nog eens 50 jaar later (2550) was het beloofde land door loting verdeeld, waarna de telling van sabbatsjaren begon.

Na de dood van Jozua volgde de tijd van de richters tot op Samuël de profeet. Men heeft geprobeerd om uit het boek Richteren de totale lengte daarvan vast te stellen door alle daar genoemde termijnen bij elkaar op te tellen. Zowel de periodes onder vreemde heerschappij als ook de periodes van de richters. Maar zo’n optelsom geeft om meerdere redenen een vertekend resultaat. In de eerste plaats hebben de richters elkaar niet perse allemaal opgevolgd maar konden zij ook gelijktijdig optreden. Bovendien, als Israël onder vreemde heerschappij gebukt ging, kon het desondanks geleid worden door een richter. Zo lezen we in Richt.13:1 dat de Filistijnen veertig jaar overheersten maar dat gedurende twintig jaren in die periode, Simson richter was over Israël (Richt.15:20).

Deze situatie zou in chronologisch opzicht tamelijk hopeloos zijn, ware het niet dat ons in 1Koningen 6:1 een kostbare mededeling wordt gedaan.

In het VIERHONDERD TACHTIGSTE jaar
NA DE UITTOCHT der Israelieten
uit het land Egypte,
in het vierde jaar
van Salomo’s regering over Israel,
in de maand Ziw,
dat is de tweede maand,
bouwde hij het huis voor de HERE.

Zonder deze mededeling zou de ketting van Bijbelse chronologie een noodzakelijke schakel missen. Maar met deze mededeling worden twee grote mijlpalen aan elkaar verbonden in de tijd. Salomo’s vierde regeringsjaar was het vierhonderdtachtigste jaar na de uittocht. Dus als de uittocht plaatsvond in 2500 AH, dan ging de tempelbouw van start in het jaar (2500 + 480 =) 2980 AH.

Salomo deed zeven jaar over de bouw van de tempel (1Kon.6:38) en nog eens dertien jaar over de bouw van zijn eigen paleis (1Kon.7:1). Zodat de bouw van het hele complex, dus van zowel de tempel als het koningshuis in totaal twintig jaren in beslag nam. Vandaar dat 2Kron.8:1 (en ook 1Kon.9:10) zegt:

Na afloop van DE TWINTIG JAREN,
waarin Salomo het huis des HEREN
en zijn eigen huis had gebouwd… 

Dat betekent dus dat de voltooiing van zowel de bouw van de tempel alsook van het paleis van Davids dynastie, ons brengt bij het jaar 3000 AH. Opnieuw een buitengewoon markant jaartal! Precies duizend jaar na de geboorte van Abram en vijfhonderd jaar na de uittocht uit Egypte! En bovendien een jubeljaar voor Israël. De negende op rij sinds het land was verdeeld en het zestigste jubeljaar (60 x 50) sinds Adam!

salomo

Reageer op Facebook

Delen: