in de gestalte Gods; Filippi 2:5-9
5 Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus [was], 6 die in de gestalte Gods zijnde, het God gelijkend zijn niet als een roof heeft geacht, 7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een slaaf heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. 8 En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. 9 Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken…
Filippi 2:5-9 (NBG+)
voorbestaan of huidige positie?
Filippi 2 wordt vaak gezien als de kroongetuige van Christus’ pre-existentie (=voorbestaan), vanwege de woorden “in Gods gestalte zijnde” en “God gelijkend”. Deze woorden slaan echter niet op een toestand vóór zijn geboorte, maar op zijn huidige, verhoogde positie. Dat past ook bij de formulering: Paulus spreekt hier in de tegenwoordige tijd (praesens). Hij beschrijft niet waar Christus vandaan komt, maar hoe Hij tot deze positie is gekomen. In de titel Christus Jezus staat ook de positie voorop waarin God Hem gesteld heeft sinds zijn opstanding (Hand.2:36).
In vers 2–4 gaat het over gezindheid: niet jezelf zoeken, maar de ander. Vers 5 sluit daarop aan en stelt Christus Jezus tot voorbeeld. Wat volgt, laat zien hoe die gezindheid eruitziet. De positie die Hij nu als Christus Jezus inneemt, heeft Hij niet geroofd, integendeel.
niet gegrepen
“In Gods gestalte zijnde” en “God gelijkend zijn” horen bij elkaar. Daarbij wordt direct gezegd dat Hij dat geen roof achtte: Hij heeft die positie niet gegrepen. Paulus onderbouwt dat meteen: “maar Zichzelf ontledigd heeft…”. Niet door te grijpen, maar door Zichzelf te ontledigen. Dat wordt ingevuld als: “de gestalte van een slaaf aannemende”. Vers 8 zegt hetzelfde: “Hij vernederde Zichzelf, gehoorzaam tot de dood”. Dat vers 6 vóór vers 7 staat, betekent niet noodzakelijk dat Paulus een eerdere toestand beschrijft, maar dient om te verklaren dat Christus Jezus zijn huidige positie niet heeft geroofd, maar door ontlediging verkregen heeft. De tekst spreekt niet over het loslaten van een eerdere positie, maar over de weg waarlangs Hij tot zijn verhoging is gekomen. Door vernedering en gehoorzaamheid — tot in de dood van het kruis.
ontvangen
Dan volgt vers 9: “Daarom heeft God Hem uitermate verhoogd”. Dat “daarom” geeft de reden. Zijn verhoging is het gevolg van zijn vernedering. Daarmee valt ook vers 6 op zijn plaats. Hij heeft die positie niet geroofd, maar ontvangen. Niet door te grijpen, maar doordat Hij Zich vernederde en gehoorzaam werd tot de dood. De gedachte dat Hij eerst in goddelijke heerlijkheid was en die vervolgens aflegde, wordt hier niet gezegd. De tekst begint niet bij een hoge positie die Christus zou hebben verlaten, maar eindigt bij een hoge positie die Hem is gegeven.
Filippi 2:5-9 geparafraseerd:
Laat die gezindheid in jullie zijn die ook in Christus Jezus is:
Hij, die in Gods gestalte is en God gelijkend is,
heeft dat niet beschouwd als iets dat Hij moest grijpen.
Integendeel, Hij heeft zichzelf ontledigd
door de gestalte van een slaaf aan te nemen
en aan mensen gelijk te worden*.
En als mens bevonden in zijn uiterlijk,
heeft Hij zichzelf vernederd
door gehoorzaam te worden tot de dood — ja, de dood aan het kruis.
Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd
en Hem de naam geschonken die boven alle naam is.
* Hoewel Hij de Zoon van God was.
niet zijn daad, maar Gods daad
Als de ontlediging zou slaan op de menswording (incarnatie), dan heeft Christus Zichzelf mens gemaakt. Maar de Schrift spreekt anders. Jezus werd verwekt doordat de geest van de Allerhoogste over Maria kwam (Luc.1:35). Zou God Hem niet hebben verwekt, dan was er geen mens Jezus geweest. Zijn menswording is dus geen daad van Hemzelf, maar van zijn God en Vader. Daarom ziet de ontlediging niet op zijn geboorte, maar op het moment Hij de gestalte van een slaaf aannam, en gehoorzaam is geworden tot de dood van het kruis.
Samenvattend: Paulus beschrijft geen nederdaling vanuit een eerdere goddelijke toestand, maar de weg waarlangs Christus tot zijn verhoging is gekomen. Hij heeft die niet geroofd of gegrepen, maar Zich ontledigd; niet Zichzelf verhoogd, maar Zich vernederd. Daarom heeft God Hem verhoogd. Dat is de lijn van de tekst — en wie hier een voorbestaan in leest, leest meer in de tekst dan dat er expliciet wordt gezegd.
English Blog