English blog | Oude Artikelen

de apostelen, wie zijn dat?

04-05-2017 - Geplaatst door Andre Piet

Het Griekse woord ‘apostel’ betekent ‘afgevaardigde’. Het woord komt 80x voor in het Nieuwe Testament, en is primair bekend als aanduiding van de apostelen van Jezus Christus. Jezus noemde zijn 12 discipelen ‘apostelen’ (Luc.6:13). Later wordt de kring van apostelen aanzienlijk uitgebreid met nog eens 72 andere mannen die Jezus er op uitstuurde (Luc.10:1). Dat geeft een totaal van 84 apostelen (=7×12). Wellicht dat Paulus in 1Korinthe 15 op die wijdere kring doelde, toen hij schreef over “de twaalf” maar ook over “alle apostelen”:

En hij werd gezien door Kefas, daarna door de twaalf (…) vervolgens werd hij gezien door Jakobus, daarna door alle apostelen
-1Korinthe 15:5-7-

Kennelijk behoorde Barnabas, Paulus’ medewerker ook tot die grotere kring van apostelen. Dat kan heel goed, want hij woonde in Jeruzalem (Hand.4:36,37) en wordt in elk geval samen met Paulus ook apostel genoemd (Hand.14:14,4). Dat geldt trouwens ook voor Paulus’ andere medewerker Silas (of Silvanus), die eveneens afkomstig was uit Jeruzalem (Hand.15:22) en door Paulus gerekend wordt als apostel (vergl. 1Thes.2:6 en 1Thes.1:1).

“Alle apostelen” zijn in elk geval direct afgevaardigd door de opgewekte Christus. Die afvaardiging kenmerkt ook een ware apostel van Christus.

Ben ik geen apostel? Heb ik niet Jezus, onze Here, gezien?
-1Korinthe 9:1-

Ook Paulus beantwoordt aan dat criterium. Immers, Jezus zijn Heer, is aan hem verschenen, al is het dan als laatste en op een volstrekt unieke wijze.

… daarna door alle apostelen, maar laatst van allen, als aan de ontijdig geborene, werd Hij gezien ook door mij. Want ik ben de minste van de apostelen, ik die niet toereikend ben een apostel genoemd te worden, omdat ik namelijk de ekklesia van God heb vervolgd.
-1Korinthe 15:7-9-

Met schaamte noemt Paulus zich apostel, omdat hij de ekklesia van God heeft vervolgd. Gezien vanuit dat verleden kan hij niet anders dan zich “de minste van de apostelen” noemen. Maar niettemin, wel degelijk apostel. Elders spreekt hij van schijn-apostelen, die zich dus ten onrechte voordoen als apostelen van Christus (2Kor.11:13) en Paulus stelt hen aan de kaak.

Een enkele keer lezen we over “afgevaardigden van ekklesia’s” (2Kor.9:8) of van Epafroditus als afgevaardigde van de Filippiërs om Paulus te helpen (Filp.2:25). Dat is een afvaardiging van een andere orde, geen afvaardiging van Christus. Maar wanneer in de evangeliën (Luc.24:10) of Handelingen (1:2; 6:6) of in de brieven (Gal.1:19; Judas:1:17) sprake is van “de apostelen” gaat het altijd over die apostelen die persoonlijk en rechtstreeks afgevaardigd zijn door (de opgewekte) Christus.

Christus is het Hoofd van de ekklessia, het Lichaam van Christus (Kol.1:18), want bij hem “de eerstegeborene uit de doden” begint het Lichaam. Maar vervolgens werden als eerste, apostelen daaraan toegevoegd. Aan de Korinthiërs schrijft Paulus:

Jullie echter zijn lichaam van Christus en afzonderlijk leden. En inderdaad dezen plaatste God in de ekklesia: eerst apostelen
-1Korinthe 12:27,28-

Het zijn dan ook de apostelen die het fundament hebben gelegd.  Dat fundament is vanzelfsprekend Christus “want niemand kan een ander fundament leggen” (1Kor.3:11). Wanneer Paulus dan ook in de Efeze-brief de ekklesia vergelijkt met een geestelijk bouwwerk, schrijft hij:

Dus dan zijn jullie (…) gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten waarvan de hoeksteen zelf Christus Jezus is…
-Efeze 2:19,20-

Waar het het fundament van dit geestelijk bouwwerk betreft, sluit Paulus allen in “die vóór hem apostelen waren” (Gal.1:17). Aan Paulus was “het beheer van de genade van God” voor de natiën toevertrouwd (Ef.2:2) en via hem werd “de verborgenheid” of het geheim onthuld (Ef.3:3) aan de overige apostelen…

… dat in andere generaties niet werd bekend gemaakt aan de zonen der mensen, zoals het nu werd onthuld aan zijn heilige apostelen
-Efeze 3:5-

De apostelen spelen een primaire rol waar het gaat om de opbouw van de ekklesia, het lichaam van Christus:

En Hij heeft inderdaad de apostelen gegeven, zowel de profeten, zowel de evangelisten, zowel de herders en leraars, om de toebereiding van de heiligen, tot in werk van bediening, tot in opbouw van het lichaam van de Christus
-Efeze 4:11,12-

De conclusie moet zijn dat aan en via Paulus weliswaar “de verborgenheid van het Evangelie” (Ef.6:19; Rom.16:25; Kol.4:3) en de waarheid van “de ekklesia, het lichaam van Christus” (1Kor.10:17; Ef.1:22,23; Kol.1:18) werd bekend gemaakt. maar nooit sluit Paulus de andere apostelen daarvan uit. Integendeel, hij noemt hen als eerste waar het gaat om hun plaats en functie in de ekklesia, het lichaam van Christus.

Delen: