English blog

weinigen uitverkoren…

06-06-2012 - Geplaatst door Andre Piet

“Velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren” is één van de minst begrepen uitspraken van Jezus. Het is het slot van de gelijkenis van het koninklijk bruiloftsmaal in Matteüs 22. Daarin wordt het Koninkrijk der hemelen vergeleken met een koning die een bruiloft aanricht voor zijn zoon (22:1). Het gaat hier onmiskenbaar over God die voor zijn Zoon een feest zal aanrichten: het Messiaanse rijk. De koning zend slaven uit om de genodigden te roepen, maar deze believen niet te komen (22:3). Hier wordt gerefereerd aan de uitzending van de apostelen naar het huis van Israël gedurende Jezus’ omwandeling op aarde. Wanneer vervolgens alles gereed is, gaat de uitnodiging opnieuw uit, maar dit keer presteren de genodigden het om de slaven zelfs te mishandelen en te doden (22:4-6). Deze uitnodiging heeft betrekking op de Handelingen-periode: “alles is gereed” en de apostelen nodigen opnieuw het uitverkoren volk uit voor de bruiloft, maar brutale afwijzing is hun deel. Nu ontsteekt de koning in toorn en zendt zijn zijn legers uit om de moordenaars te verdelgen en hun stad in brand te steken (22:7). Het is niet moeilijk om hierin een profetische verwijzing te zien naar de verwoesting van Jeruzalem in 70AD. Vervolgens gaat de koning het anders aanpakken: hij doet zijn uitnodiging uitgaan naar iedereen die maar wil, “zowel slechten als goeden” (let op de volgorde!; 22:9,10). In deze uitnodiging zien we een onmiskenbare hint naar de tegenwoordige tijd, nadat “het Evangelie van de besnijdenis” is afgewezen en ná de verwoesting van Jeruzalem.

De laatste verzen van deze gelijkenis gaan tenslotte over iemand die zich ten onrechte in de bruiloftzaal bevindt en daarom wordt verwijderd. Dit verwijst naar de aanvang van de toekomende aeon waarbij iedereen die niet “gereed” is (22:8, 24:44, 25:10), zal omkomen.

Jezus’ conclusie van deze gelijkenis is:

Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren.
Matteüs 22:14

Meestal legt men dit vers zo uit dat weliswaar veel mensen worden uitgenodigd (velen geroepen) maar slechts weinigen gehoor geven (weinigen uitverkoren). Maar deze uitleg past totaal niet bij de inhoud van de voorgaande gelijkenis. Het idee is juist tegenovergesteld: de bruiloftzaal telt veel geroepenen, maar weinigen van het uitverkoren volk, de oorspronkelijk genodigden. Het gaat er niet om dat slechts weinigen in de bruiloftzaal zullen zijn. Vers 10 zegt:

En de bruiloftszaal werd VOL met hen, die aanlagen.

De bruiloftzaal zal vól zijn van geroepenen maar relatief weinig uitverkorenen zullen onder hen zijn. Natuurlijk maakte Jezus zich niet populair met zulke uitspraken. Eerder zei Hij:

11 Ik zeg u, dat er VELEN zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Isaak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen; 12 maar de kinderen van het Koninkrijk (=Israël) zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars.
Matteus 8 

Gewoonlijk wordt het tandengeknars (zie ook 22:13)  in verband gebracht met pijn, maar dat doet de Bijbel nooit. Het knarsen van tanden is een uiting van woede.

Toen zij dit hoorden, sneed het hun door het hart en zij knersten de tanden tegen hem.
Handelingen 7:54 (zie ook Klaagl.2:16, Job 16:9)

De gelijkenis in Mat.22 maakt duidelijk dat het niet gaat om afkomst of een uitverkoren status maar om het waarderen van Gods genade.

 

 

Delen: