English blog

wat telt?

23-02-2012 - Geplaatst door Andre Piet

Naar aanleiding van de vorige blog ontving ik van iemand de vraag, of ik bedoel te zeggen dat bidden om aardse zegeningen een daad van ongeloof zou zijn, verspilling van tijd en voorbijgaat aan de woorden in Filippi 4:6.

Mijn antwoord is, dat ik dit zeker niet beoogde te suggereren. Juist het genoemde vers spreekt over “in alles… de wensen bekendmaken bij God”. Dus ongeacht welke wens dat is. Is er zorg in het hart? Breng het als wens, met dankzegging bij God. Waarbij bidden en danken zelfs één kunnen worden: ‘dank U wel, dat U in staat bent te genezen en hoe dan ook, het beste zult geven!’

Dat Paulus niet bad voor aardse omstandigheden, is geen oordeel maar een vaststelling. Wie van zijn omstandigheden kennis neemt (lees bijvoorbeeld 2Kor.12:23-28), zou denken dat dit hoog genoteerd stond op zijn gebedsagenda. Stel je voor: in gevangenschappen, in doodsgevaren, schipbreuken, dagen zonder eten, nachten zonder slaap, in kou, zonder kleding, in een menigte van gevaren, etc. Des te sprekender is het, dat Paulus’ aandacht daar nauwelijks naar uit lijkt te gaan! Hij wist: ik vermag alles in Hem, die mij kracht geeft (Filp.4:13). Dat was geen ideaal waarnaar hij streefde, maar een uitgangspunt van waaruit hij leefde. Wat een visie moet die man gehad hebben, dat alle aardse moeiten kennelijk ineenschrompelden tot onbetekenende bijzaken! Voor wie de ganse horizon gevuld wordt met dagelijkse besognes, is dat moeilijk te bevatten. Maar voor wie eenmaal een openbaring heeft gehad van GODS toekomst, worden de enkele deccenia die we hier in dit ondermaanse doorbrengen, niet meer dan een paar zandkorreltjes aan een eindeloos strand (>2Kor.4:17,18). Wie dat licht eenmaal gezien heeft, krijgt een zeldzame glans in de ogen – “verlichtte ogen van het hart”! En dat is waar Paulus zich naar uitstrekte en ook het grote thema van zijn gebedsleven. Opdat ook anderen zó in het leven zouden leren staan. Met oog voor de onmetelijke realiteit van “GODS Plan van de aeonen” (Ef.3:11) en daardoor met het vermogen om al het aardse (niet te ontkennen maar wel) te relativeren.

 

Delen: