GoedBericht.nl logo

Galaten 4:1,2 – een onmondig kind totdat…

15-07-2022 - Geplaatst door Andre Piet

Maar ik zeg, zo lange tijd als de lotdeelbezitter onmondig is, verschilt hij niets van een slaaf [hoewel hij] heer van alles is. 2 Hij is echter onder voogden en beheerders tot op het tevoren bepaalde tijdstip van de vader.

Hier begint weliswaar een nieuw hoofdstuk maar Paulus zet zijn betoog gewoon voort over “lotdeelbezitters” oftewel (voor het gemak) ‘erfgenamen’. Eerder betoogde Paulus dat de wet voor Israël tot op Christus, als een ‘pedagoog’ (kinderoppasser) was ingezet (3:23-26). Daarin lag de gedachte al besloten dat gedurende vijftien eeuwen “onder de wet”, het volk Israël als onmondig kind werd beschouwd.

In de bovenstaande verzen borduurt Paulus op deze onmondigheid voort. In de praktijk, zo stelt de apostel, heeft een onmondig kind net zo weinig in te brengen als een slaaf. Ook al is hij juridisch de aangewezen eigenaar van alles. Maar zolang hij nog wordt bevoogd en zijn bezit aan beheerders wordt uitbesteed, betekent het eigenaarschap (de facto) niets.

De positie van onmondigheid eindigt formeel bij “de zoonstelling” (4:5). Dat is de plechtige gebeurtenis waarbij het kind tot zoon wordt gesteld. In het Jodendom is dit gebruik bekend als de ‘bar mitswah’. Vanaf dat moment wordt het kind als man gerekend: mondig en volwassen. Wat dit betekent gaat Paulus hierna uitleggen…

 

Delen: