English blog

1Korinthe 14:16 – zegenen = danken

15-11-2019 - Geplaatst door Andre Piet

Anders, indien je zou zegenen in de geest, hoe zal degene die de plaats inneemt van een gewone toehoorder, op jouw dankzegging amen uitspreken? Hij weet namelijk niet wat jij zegt?

Had Paulus het in het voorgaande vers over bidden en zingen “in de geest”, hier heeft hij het “zegenen in de geest”. Met “in de geest” doelt hij op het spreken in vreemde talen, zonder dat de spreker zelf begreep wat hij zei of zong. En de gewone, onwetende toehoorder in de ekklesia kon het al evenmin vatten. Zo iemand kon dan natuurlijk ook moeilijk be-amen wat gezegd werd. Hij had daarvan immers geen idee.

Het is heel opmerkelijk hoe Paulus in dit vers zegenen gelijkstelt met dankzeggen. Iemand spreekt een zegen uit en vervolgens wordt het als dankzegging be-aamd. Werpt dat geen bijzonder licht op wat zegenen wezenlijk is?

In Marcus 6:41 lezen we dat Jezus opzag naar de hemel en de zegen uitsprak over het brood. In Johannes 6:11 waar dezelfde geschiedenis wordt verhaald, lezen we echter dat Jezus dankte voor het brood. De ene tekst verklaart de andere: zegenen is danken. Dingen worden dankzeggend gezegend. Alles waarvoor GOD wordt gedankt, wordt als het ware ‘aangeraakt’ en een zegen!

Delen: