English blog

Ouweneel’s “moeilijkste problemen” (III)

04-06-2007 - Geplaatst door Andre Piet

 

In m’n eerdere weblogs over Ouweneel’s artikel, bracht ik naar voren dat “de moeilijkste problemen in de Bijbel” in werkelijkheid geprojecteerde problemen zijn. Niet de Bijbel presenteert deze problemen, nee, ze worden gecreëerd waar mensen het onderwijs van de Schrift niet verstaan.

De meest fundamentele waarheid van alle in de Schrift is: er is ÉÉN GOD. Toen deze boodschap in de eerste eeuwen van onze jaartelling de heidenwereld bereikte, werd ze echter in rap tempo gemixed met heidense ideeën. Niet door brutaal de éénheid van God te ontkennen, maar door er aan toe te voegen. Eén werd drie-één. En zo werd de simpele waarheid (één God) via een subtiele route, alsnog complex. Zelfs veel complexer dan recht-toe-recht-aan, veelgodendom. Eén God is duidelijk. Twee of meer goden (in zekere zin) ook. Maar wat moet men zich voorstellen bij drie personen die alle drie God, maar toch geen drie Goden zijn? Met in haar kielzog de onoplosbare tegenstrijdigheid van de twee naturen van Christus? Zelfs de intellectuele kampioenen van de christelijke orthodoxie geven ronduit toe hier volstrekt in het duister te tasten. 

Ook nummer drie van “de moeilijkste problemen” die Ouweneel opsomt, is feitelijk een vrucht van het loslaten van de waarheid van de ENE GOD. Het gaat om de vraag naar de vrije wil van het schepsel. Beschikt God volkomen over de wil van een mens, ja of nee? Als het antwoord ‘nee’ is, en de mens kan onafhankelijk van God keuzes maken, dan beschikt God dus niet over alles. Concreet: als Gods liefde wil dat alle mensen gered worden, maar alle mensen willen dit niet, dan worden alle mensen niet gered. Dat is de leer van de vrije wil. Besef wat dat betekent. Het wil zeggen dat niet God, maar het mensdom zelf haar lot beschikt. God moet Zijn plaats delen met de mens. Sterker: de mens heeft het beslissende woord! Vandaar dat de leer van de vrije wil, evenals de leer van de drie-eenheid, ten diepste een vorm van polytheïsme is.

Wat ik hierboven formuleerde over Gods beschikking, lijkt op het standpunt van Gomarus. Dat klopt, maar daar houdt de gelijkenis ook ongeveer op. Want Gomarus bestreed hartstochtelijk,  dat God wil dat alle mensen gered worden. Daarmee creëerde hij zo mogelijk een nog erger karikatuur van God, dan Arminius deed. Arminius zei: God wil alle mensen redden, maar Hij kan het niet (> de vrije wil van de mens). Gomarus zei: God kan alle mensen redden (want de mens heeft niets in te brengen), maar Hij wil het niet.
Hoe hemelhoog daarboven verheven is Paulus’ getuigenis: er is één GOD en HIJ wil dat alle mensen gered worden en daarom (omdat er maar één God is) IS Hij ook de Redder van alle mensen (1Tim.2:4; 4:10)!
Hij wil het, Hij kan het en daarom garandeert Hij het!

In de Schrift is de mens klei in de hand van de Pottenbakker. Niemand heeft zichzelf gemaakt. De Pottenbakker creëert vaten van eer en Hij creëert vaten van oneer (> goddelozen). Hij verharde ooit Farao’s hart, opdat deze nee zou zeggen, tegen Gods bevel. Farao weerstond Gods WIL, maar volvoerde juist zo Gods RAAD. Men leze Paulus’ relaas in Romeinen 9. Zelfs de grootste zondaar past in Zijn plan. Salomo schreef: “God heeft alles gemaakt voor Zijn doel, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads” (Spr.16:4).

Ik herinner me als dag van gisteren dat ik, een kleine dertig jaar geleden, als christelijk gereformeerde tiener met het onderwijs van Ouweneel in aanraking kwam. Ge-wel-dig, hoe hij genadeloos de belijdenisgeschriften van de Reformatie tegen het licht van de Schrift durfde te houden. Maar waarom niet ook de oudere, algemene belijdenissen kritisch doorlichten? En dan niet over punten en komma’s, nee fundamenteel. Waarom wel onbijbelse terminologie aan de kaak stellen in b.v. de Nederlandse Geloofsbelijdenis, maar niet die in de geloofsbelijdenis van Nicea? Terwijl juist in die eerste geloofsbelijdenissen de grote ontsporing is ingezet. Daar is het kwaad begonnen van het verwisselen van “er staat geschreven” voor “woorden van menselijke wijsheid”. Daar heeft men het spoor verlaten van “ÉÉN GOD, de Vader” om zó te komen in de complexe mistgordijnen van heidens denken.
Wat een zinsbegoocheling om deze mistgordijnen aan te zien voor “Goddelijke mysteries”…

 Ouweneel’s reactie

Delen: