English blog | Oude Artikelen

Ouweneel over de Hebreeën-brief

19-09-2005 - Geplaatst door Andre Piet

Elders op het forum is een discussie gaande over de Hebreeën-brief. Hieronder een aantal citaten uit het twee-delig boekwerk van dr.W.J.Ouweneel over de Hebreeën-brief ‘wij zien Jezus’ (1982).

“Het apostelschap van Paulus was, ook al had hij tevens een taak onder de Joden, uitdrukkelijk een apostelschap niet onder de besnedenen, zoals dat van Petrus, maar onder de volken (Gal.2:7; Rom.11:13). Hij kon dus tegenover Hebreeuwse christenen moeilijk een beroep op zijn apostelschap doen…”
(deel I – pag.9)

“Petrus, die m.i. (…) in overeenstemming met zijn roeping zijn twee Brieven aan Jóódse christenen heeft geschreven, vermeldt in 2Petr.3:15v. uitdrukkelijk dat “onze geliefde broeder Paulus” aan diezelfde Joodse christenen een ‘Brief’ heeft geschreven…”
(deel I – pag.9)

“Christus heeft aan Paulus vanuit de hemel bijzondere openbaringen gedaan, die aan niemand anders van de apostelen gedaan zijn, met name de eenheid van de gemeente op aarde en de verheerlijkte Christus – maar die openbaringen zijn nu juist niet het onderwerp van Hb.”
(deel I – pag 10)

“Om de Joodse christenen te helpen de juiste beslissing te nemen, werd Hb. geschreven. God had veertig jaar lang (als was het een woestijnreis!) dit judaïstische christendom in Palestina verdragen (van 30 tot 70 na Chr.) maar er moest een eind aan komen. Er was voortaan in Gods heilsgeschiedenis slechts plaats voor de ene gemeente bestaande uit Joden en heidenen (…) De Joodse christenen moesten op de catastrofale beëindiging van het Joodse bestel worden voorbereid.”
(deel I – pag.16)

“Het is verbazingwekkend dat zoveel christenen oppervlakkig menen dat in Hb 6 vs. 1 en 2 het fundament van het christendom beschreven wordt. Er staat in die verzen juist niets dat al niet in het jodendom bekend was…”
(deel I – pag.75)

“Toch hadden ook de lezers van Hb (én hebben wij) met dat nieuwe verbond te maken;
– die lezers vormden het overblijfsel uit Israël naar de verkiezing van de genade in déze tijd (Rom.11:5) en ontvingen zo een vóórvervulling van wat straks voor heel (bekeerd) Israël zal gelden (vgl. ook de toepassing van de profetieën op de m.i. Joodse lezers van 1 en 2 Pt.)”

(deel I – pag.107)

“Hb. maakt duidelijk, dat hoewel dit verbond pas straks formeel gesloten zal worden door de Messias aan het begin van het vrederijk, de grondslag van dit verbond al is gelegd doordat de Messias zijn bloed al heeft vergoten en zijn offer gebracht. En daarom kunnen de zegeningen, hoewel die straks pas over het verenigde en herstelde volk komen, nu al toevallen aan de gelovigen uit de Hebreeën die in déze bedeling zijn toegetreden tot de christelijke Gemeente.”
(deel I – pag 110)

“… letterlijk is het nieuwe verbond alleen voor toekomstig herstelde Israël, geestelijk (of Geestelijk) ook voor ons…”
(deel I – pag. 111)

In het boek ‘de kerk onder de loep’ (1979) gaat W.J. Ouweneel (samen met J.G. Fijnvandraat) in debat met de calvinist A.Maljaars. Op de bladzijden 116-126 komt de uitleg van de Hebreeën-brief ter sprake. Ik citeer:

“De Hebreeënbrief is gericht aan Israël, namelijk aan het bekeerde overblijfsel ervan. De gelovigen worden dan ook altijd in deze brief behandeld en aangesproken als de getrouwen uit Israël in deze bedeling, en nimmer als “de” Gemeente. Zij zijn niet de Gemeente, als behoren zij er natuurlijk wel toe (een enige heenwijzing daarnaar vinden we in 12:23), maar daarom gáát het in deze brief niet. Daarom ontbreekt in deze brief elke kenmerkende christelijke waarheid, zoals de Gemeente als het lichaam van Christus…”

“Let wel, voordat daarover misverstand ontstaat: natúúrlijk worden in deze brief talloze zegeningen en voorrechten behandeld , waaraan ook de christenen (de leden van de Gemeente) door Gods genade deel hebben. Maar géén van deze zegeningen is het enige en uitsluitende voorrecht van de leden der Gemeente alléén. Zij delen die voorrechten bijv. met de gelovigen die er, ná de opname van de Gemeente in de hemel, op aarde zullen zijn. De zegeningen die in deze brief ontvouwd worden, berusten dan ook niet op nieuwe openbaringen (zoals die in Efeze en Kolosse), maar op de uitleg van het oude testament.”

“In feite kan men deze brief dus helemaal niet gebruiken om aan te tonen of de Gemeente nu al of niet in het oude testament voorzegd was, want de brief handelt helemaal niet over de Gemeente”.

Delen: