English blog

Jonathans ogen verlicht

17-01-2014 - Geplaatst door Andre Piet

image3

Samenvatting deel 2, van de studie over Jonathans heldendaad (1Samuël 14:1-30). 1Samuël 14:24-30 is een apart bedrijf, een verhaal in een verhaal. Het gaat over Jonathan die zich niet bewust is van de vloek van zijn vader en honing eet.

Op de dag dat Israël ten strijde trok tegen de Filistijnen had koning Saul het volk een eed doen zweren: “vervloekt is de man, die spijs (lett. brood)  eet voor de avond en voordat ik mij op mijn vijanden gewroken heb”. Dat was “een offer der dwazen” (Pred.5:1) want overhaast gesproken. Al was het maar omdat hij niet in staat bleek zijn woord gestand te doen (14:44,45).

De gelofte van Saul typeert “het oude verbond”. In plaats van dat men steunt op de belofte van God steunt men op een gelofte van een mens. Zoals Israël ooit overmoedig bij de Sinaï verklaarde “Alles wat JAHWEH gesproken heeft, zullen wij doen” (Ex.19:8). Dat is fataal en het bracht hen onder de vloek. Paulus noemt het oude verbond “de bediening van de veroordeling” en “de bediening van de dood” (2Kor.3:7,9).

Sauls vloek maakte dat Israël uitgeput raakte en de kracht ontbrak om de vijand adequaat te verslaan. Het spreekt van het volk dat gebukt gaat onder de regels van het oude verbond en uitgeput en vermoeid raakt (14:28) doordat men bezig is met eigen werk in plaats van zich te voeden met Gods belofte (=brood).

In de hoogte was de beslissende nederlaag toegebracht aan de vijand (1Sam.14:13). Het spreekt van de Prins die de dood overwon. Ondertussen ging Israël als volk gebukt onder Sauls vloek. “Het volk vreesde de eed” (14:26). Maar Jonathan kende deze vrees niet, hij leefde in de vrijheid.

Als het strijdersvolk een veld bereikt in het woud treft men daar honing aan (14:25). Honing spreekt van het Woord van God, dat zoet is (Ps.19:10). De zoete honing in deze geschiedenis staat in contrast met de bittere vloek waaronder het volk gebukt ging. Zoals de bittere vloek spreekt van het oude verbond zo spreekt de honing van het nieuwe verbond. Van Gods belofte: 7x “Ik zal” (Jer.31:31-33). Daarin is geen veroordeling maar rechtvaardiging. Geen dood maar Leven.

Het volk wordt geconfronteerd met honing (14:25,26), het is beschikbaar. Toch wordt men weerhouden ervan te eten vanwege de gelofte, de vloek waaronder men staat. Men is bang. Zoals de godsdienstige mens die in aanraking komt met het Goede Bericht dit niet durft te geloven. Men veroordeeld is tot godsdienstige verplichtingen en dat staat haaks op het zich voeden met het zoete Woord van God.

Jonathan doopte zijn staf in de honing (14:27). De staf in de Schrift is een embleem van hoe GOD leven voortbrengt uit de dood. De staf spreek van opstanding! D.m.v. de staf werd een weg gebaand door de Rode Zee. Het was de staf die later bloesem voortbracht en water uit de rots voor het dorstige volk. M.a.w. Jonathan voedt zich (in type) met opstandingsleven, ondergedompeld in het zoete Woord van God.

Toen Jonathan gegeten had van de honing “werden zijn ogen verlicht”! Het kan niet missen dat deze formulering een diepere betekenis heeft. Want zegt dezelfde Psalm die het Woord vergelijkt met honing ook niet dat het de ogen verlicht (Ps.19:11, 9)? Het Woord van God is levend en krachtig (Hebr.4:12) en het verlicht de ogen (vergl. Ef.1:18). Het Woord is zoet maar het geeft ook inzicht en uitzicht. Om in de geestelijke strijd stand te houden dient men te eten van de honing. De omstanders van Jonathan merkten onmiddellijk aan hem dat hij gegeten had van de honing omdat zijn ogen straalden. Dat is wat het Goede Bericht doet – het maakt blij!

Reageer op Facebook

Delen: