English blog

Johannes 1 vers 1

25-02-2015 - Geplaatst door Andre Piet

image3

Er zijn weinig bijbelverzen die theologisch zo zwaar beladen zijn als het eerste vers van het Johannes-evangelie. Op dit vers bij uitstek baseert de orthodoxie de pre-existentie van God de Zoon. Geheel in lijn daarmee parafraseert De Bijbel in gewone taal:

In het begin was Gods Zoon er al
Hij was bij God
en Hij was zelf God.

In afwijking daarvan vertaalt de Nieuwe Wereld Vertaling van de zgn. ‘Jehovah’s Getuigen’:

In den beginne was het Woord
en het Woord was bij God
en het Woord was een god

Het verschil in beide voorstellingen is groot. In de eerste versie gaat het om Iemand die naast God, zelf óók God is en in de tweede versie gaat het om iemand die naast God, een god is. Het is het aloude strijdpunt uit de vierde eeuw tussen Athanasius en Arius. Athanasius leerde dat de Zoon, samen met de Vader, van eeuwigheid af één wezen is met God. Arius ontkende dit en leerde dat de Zoon het eerste schepsel van God was.

Hoe groot het verschil ook moge zijn tussen beide standpunten, beiden stemmen in met het idee dat “het Woord” in Joh.1:1 iemand is. Het verklaart de hoofdletter waar ‘Woord’ mee wordt weergegeven. Het suggereert dat het om een eigennaam zou gaan.

Maar wat is ‘woord’? Evenals in het Grieks (logos) duidt ‘woord’ volgens lexicons en woordenboeken op “de uitdrukking van een gedachte”. Het kan een prediking (2Kor.6:7), een spreuk (Joh.4:37); een voorstel (Hand.6:5), een rede (Joh.6:6); een gerucht (Hand.28:15) of een vraag zijn (Mat.22:15). In welke context echter ook, altijd is het de expressie van een idee. In Johannes 1:1 verwijst ‘woord’ naar het “in [den] beginne” van Genesis 1 toen God sprak en waardoor alle dingen tot wording kwamen (Joh.1:3).

25-2-2015 10-25-48

Van aanvang af was het woord er, d.w.z. God sprak. Alle dingen zijn daardoor geworden (Joh.1:3). Het woord was, alle dingen werden. Psalm 33:6 zegt:

Door het woord van JAHWEH zijn de hemelen gemaakt…

Spreekt de psalmist hier over iemand naast God, door wie de hemelen werden gemaakt? Nee, het spreekt van God die door zijn woord de hemelen maakte.

Want Hij sprak en het was er, Hij gebood en het stond er.
-Psalm 33:9-

Niemand stond God daarin terzijde, want…

Hij spant GEHEEL ALLEEN de hemel uit…
Job 9:8

En Jesaja 44:24 zegt:

Ik ben JAHWEH, die alles gemaakt heb; die de hemel heb uitgespannen, IK ALLEEN; die de aarde uitgebreid heb…

Johannes refereert in zijn proloog naar deze bekende waarheden uit de Hebreeuwse Bijbel. Van aanvang af heeft God gesproken, en door zijn woord is alles tot aanzijn gekomen.

Het tweede deel van Johannes 1:1 zegt vervolgens:

25-2-2015 10-52-21

De meeste vertalingen geven dit weer met: “en het Woord was bij God”. Het Griekse ‘pros’ wordt hier weergegeven alsof er ‘para’ zou staan, dat ‘naast’ of ‘bij’ betekent. Maar ‘pros’ geeft een richting aan: naar-toe. Het woord was naar de God toe(gekeerd). Het woord komt bij God vandaan, jawel, maar het keert ook weer tot Hem. Jesaja 55:11 zegt:

… alzo zal mijn woord, dat uit mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend.

En het derde deel van Johannes 1:1 zegt dan:

25-2-2015 11-05-49

Gewoonlijk wordt dit zinsdeel weergeven met: “en het Woord was God”. Of “en het Woord was een god”. Maar zowel in de eerste als tweede weergave wordt de zin omgekeerd. Want er staat: “en God was het woord”. Later in deze proloog (1:18) schrijft Johannes “niemand heeft ooit God gezien…”. God wordt niet gezien maar gehoord. God identificeert (vereenzelvigt) zich met zijn woord. En vandaar: God was het woord.

Johannes 1:1 gaat niet over Iemand die van aanvang af bij God was en Hem hielp bij de schepping. Nee, Johannes 1:1 wijst ons op de heerlijkheid van het woord van God! Het is theologische projectie om van “het woord” in Joh.1:1 een persoon te maken. Niets in de tekst zelf, wijst daar op. Er is één God en die heeft van aanvang af gesproken en dat is “het woord”. Zo kennen we Hem.

Is “het woord” dan geen afzonderlijk persoon? Jawel, maar dat is pas sinds het woord vlees werd (Joh.1:14). Gods woord kwam tot Maria en zijn kracht overschaduwde haar, en zo werd Gods Zoon verwekt (Luc.1:35, 38).

Het woord werd vlees en het heeft onder ons getabernakeld en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van een eniggeborene bij Vader
-Johannes 1:14-

Diverse keren wordt in het Johannes-evangelie naar dit voorbestaan als “woord” verwezen (1:15,30; 3:13; 17:5). Waar was de Zoon bij de schepping (zie ook Kol.1:15,16)? In het woord dat klonk zodat alles tot aanzijn kwam!

Reageer op Facebook

Delen: