GoedBericht.nl logo

in memoriam: Jaap. G. Fijnvandraat

02-04-2012 - Geplaatst door Andre Piet

Op zaterdag 31 maart overleed Jaap G. Fijnvandraat op de leeftijd van 86 jaar. Fijnvandraat was een bekende ‘Vergaderings’-broeder die voor mij vooral eind jaren zeventig heel veel heeft betekend. Een man die ik via boeken, brochures, artikelen en ook lezingen leerde kennen en waarderen om zijn scherpzinnigheid en eerbied voor de Schrift. Helder in mijn herinnering staan b.v. nog altijd zijn bijdragen tijdens bijbelconferenties in o.a. Alphen aan de Rijn. Zijn boeken ‘het chiliasme gewogen en niet te licht bevonden‘, ‘het Isaëlprobleem‘, ‘de Bijbel en de belijdenis?’ (over biblicisme en bijbellezen) en ‘de wet, een christelijke leefregel van dankbaarheid?‘, waren een openbaring voor mij! Nu, ruim dertig jaar later, staat de inhoud van deze boeken grotendeels (wat mij betreft) nog steeds als een huis. Vanuit zijn adagium “wat zegt de Schrift?” wist Fijnvandraat zulke onderwerpen onnavolgbaar voor het voetlicht te brengen!  Kerkelijke belijdenissen of theologen hadden voor hem geen enkele autoriteit. Een benadering die vanuit calvinistische hoek gewoonlijk werd (en wordt!) weggehoond als ‘biblicisme’. Maar voor hem was dat een geuzennaam. Natuurlijk zou ik kunnen wijzen op standpunten bij Fijnvandraat die ondanks het bovenstaande, ‘darbistische’ oogkleppen verraden. Maar veel liever onderstreep ik positief het spoor dat hij wees: wat zegt de Schrift?  

Graag wil ik daarom dit ‘in memoriam’ afsluiten met een aantal gedenkwaardige citaten uit zijn boek ‘de Bijbel én de belijdenis?’ (1979). Alle aanhalingen zijn afkomstig uit het hoofdstuk ‘Gods hand in de geschiedenis’.

Niet de biblicist maakt zich schuldig de kerkgeschiedenis te negeren, maar juist de kerkelijke theoloog. Deze geschiedenis toont het verval en het verdwijnen van geestelijk inzicht in de kerk. We zijn het er als ‘protestant’ allen over eens dat met de Middeleeuwen wel een dieptepunt bereikt is. Maar de kerkelijke theologie meent blijkbaar, dat de wortels van deze afval hoogstens terugreiken tot de vijfde of zesde eeuw, in plaats van tot de tweede en de derde eeuw. De reformatie is namelijk nooit een radikale terugkeer geweest tot de Schrift zelf, maar tot een kerktype en een kerkleer, zoals die in de tweede tot vierde eeuw gevonden werden.

Wat ik tot nu toe heb opgemerkt wil beslist niet zeggen dat wij Gods hand in de geschiedenis in het geheel niet zouden opmerken. Evenmin dat we niet dankbaar zouden zijn voor de mannen Gods, die God in het verleden gegeven heeft. We merken die hand echter alleen daar op waar sprake is van terugkeer naar de Schrift.

Even terzijde: is het spreken over de kerkleer zelf al niet een vreemde zaak? In Openbaring 2 en 3 lezen we niet “wie oren heeft die hore, wat de Kerk leert”, maar “wie oren heeft die hore wat de Geest tot de gemeente zegt”.

DAAROM: NIET TERUG NAAR DORDT, NAAR NICEA OF WAT DAN OOK, MAAR TERUG NAAR DE SCHRIFT!
(kapitaalletters van Fijnvandraat)

 

 
 

 

 

Delen: