GoedBericht.nl logo
English Blog

drie keer tweeduizend jaar (8, slot) – in zes dagen

12-03-2026 - Geplaatst door Andre Piet
Leestijd: circa 4 minuten

overzicht artikelenserie

In deze serie artikelen volgen we de grote lijn van de wereldgeschiedenis zoals de Schrift die tekent: van Adam tot aan het Messiaanse rijk. Daarbij hebben we gezien dat de Bijbel de geschiedenis tekent in perioden van millennia die uiteindelijk uitlopen op het koninkrijk van Christus.

Opmerkelijk genoeg blijkt dat patroon al helemaal aan het begin van de Bijbel aanwezig te zijn.

God verkondigt vanaf het begin reeds het einde

De profeet Jesaja citeert God met de woorden:

Ik, die van den beginne de afloop verkondig en vanouds wat nog niet geschied is; die zeg: Mijn raadsbesluit zal volbracht worden en Ik zal al mijn welbehagen doen.
Jesaja 46:10

Dat is een opmerkelijke uitspraak. God kent niet alleen de toekomst – Hij verkondigt haar ook van tevoren.

Het woord geschiedenis betekent letterlijk: dat wat geschied is. Het beschrijft gebeurtenissen die achter ons liggen. Maar God zegt op voorhand ook wat zal geschieden. Dat is iets wat een mens niet kan. Wij kunnen voorspellen, maar God voorzegt. Juist daarom is het zo veelzeggend dat de Schrift al vanaf het begin laat zien hoe de afloop zal zijn.

Genesis 1: historie én profetie

Genesis 1 beschrijft hoe God hemel en aarde ordent en het leven een plaats geeft. Het is dus geschiedenis: het vertelt wat God gedaan heeft. Maar tegelijk blijkt het begin van de Bijbel ook een profetische dimensie te bezitten. In de structuur van de scheppingsweek ligt namelijk een patroon besloten dat vooruitwijst naar de hele heilsgeschiedenis.

Genesis 1 is daarom niet alleen historie, maar ook profetie.

één dag als duizend jaar

In deze serie is herhaaldelijk gewezen op het bijbelse gegeven dat één dag bij de Heer is als duizend jaar. Psalm 90 zegt dat duizend jaar in Gods ogen zijn als de dag van gisteren, en Petrus herhaalt dit wanneer hij schrijft: “Eén dag is bij de Heer als duizend jaar en duizend jaar als één dag” (2 Petr. 3:8).

Genesis 1 beschrijft zes dagen waarin God de scheppingswoorden aan de mens bekendmaakte. Het zijn echte dagen van openbaring, maar tegelijk vormen zij een patroon dat vooruitwijst naar de loop van de geschiedenis.

Wanneer we het bijbelse principe van “één dag als duizend jaar” daarbij betrekken, krijgt de scheppingsweek ook een profetische dimensie. De zes dagen vormen dan een blauwdruk van zes millennia geschiedenis, gevolgd door een zevende millennium van rust. Zo blijkt dat het begin van de Bijbel al het patroon bevat van de geschiedenis die daarop volgt.

dag 1 – licht

De eerste dag wordt gekenmerkt door het eerste scheppingswoord: “Er zij licht.” God maakt daarmee bekend hoe Hij in het begin het licht tevoorschijn riep. Vanaf het begin bevindt de mensheid zich in een wereld die door zonde en dood verduisterd is. Maar meteen klinkt er licht van Gods kant. Al direct na de zondeval geeft God de belofte dat het zaad van de vrouw de slang zal overwinnen (Gen. 3:15). Dat is het eerste grote lichtpunt in de geschiedenis van de mensheid.

dag 2 – scheiding van de wateren

Op de tweede dag maakt God bekend hoe Hij de wateren scheidde en het uitspansel vormde. In de Schrift staan wateren vaak symbool voor de volkerenwereld. In de vroege geschiedenis van de mensheid spelen de wateren inderdaad een beslissende rol. In het tweede millennium vindt de grote zondvloed plaats, wanneer de wateren van boven en beneden de aarde overspoelen. Vanuit het huis van Noach ontstaan vervolgens de volkeren van de aarde.

dag 3 – land komt tevoorschijn

Op de derde dag wordt beschreven hoe het land uit de wateren tevoorschijn kwam en de aarde zaaddragend gewas voortbracht. Dat beeld herinnert aan het moment waarop God in het derde millennium Abraham roept uit de volkerenwereld en hem een land en een nageslacht belooft – het zaad. Daarmee verschijnt in de geschiedenis een volk dat een centrale plaats krijgt in Gods plan.

dag 4 – lichtdragers

Op de vierde dag wordt gesproken over de grote en kleine lichten die God in de hemel heeft gesteld. Aan het einde van het vierde millennium verschijnt ook daadwerkelijk het grote licht: Christus. Hij zegt van zichzelf dat Hij het licht van de wereld is. Zijn komst wordt aangekondigd door een ster, terwijl Johannes de Doper komt om van dat licht te getuigen – zoals de maan het licht van de zon weerspiegelt.

dag 5 – leven in wateren en hemelen

Op de vijfde dag wordt bekendgemaakt hoe de wateren vervuld werden met levende wezens en de hemel met vogels. Opvallend is dat het land in dit gedeelte buiten beeld blijft. Dat doet denken aan het vijfde millennium waarin het heil naar de volkeren gaat. Het evangelie verspreidt zich en daaruit ontstaat een volk dat uit de volkerenzee voortkomt, maar een hemelse bestemming heeft.

dag 6 – Adam verschijnt als heerser

De zesde dag bereikt zijn hoogtepunt wanneer God bekendmaakt hoe de mens werd gesteld als heerser over de schepping. Dat ziet vooruit naar de verschijning van de Zoon des mensen – de Ben-Adam – die uiteindelijk heerschappij over de aarde zal ontvangen. Wanneer Hij verschijnt aan het einde van het zesde millennium, zal de mensheid haar bestemming bereiken: de aarde regeren onder Gods gezag.

de sabbat

Na zes dagen volgt de zevende dag.

En God rustte (lett. staakte) op de zevende dag van al zijn werk
— Gen. 2:2

Deze dag wordt door God gezegend en geheiligd. De Schrift spreekt ook over een toekomstige sabbatsrust. In Hebreeën 4:9 lezen we dat er nog steeds een sabbatsrust overblijft voor het volk van God.

de bekroning van zes millennia

De scheppingsweek eindigt met de zevende dag: de sabbat. Het is de dag waarop God rust van al zijn werk en die Hij zegent en heiligt.

In de profetie blijkt dat deze sabbat ook een toekomstig perspectief heeft. In Openbaring 20 wordt zesmaal gesproken over duizend jaren waarin Satan gebonden is en de volkeren niet meer verleid worden. Daarmee wordt de zevende periode van de wereldgeschiedenis zelfs expliciet als duizend jaar aangeduid.

Zo blijkt dat het einde van de Bijbel precies aansluit bij het begin. Zoals de scheppingsweek uitloopt op de sabbat, zo loopt zesduizend jaar geschiedenis uit op een zevende millennium van rust.

De serie artikelen over drie keer tweeduizend jaar beschreef de zes millennia van de menselijke geschiedenis. Maar die zes millennia vormen niet het eindpunt. Zij zijn de aanloop naar de grote sabbat – het zevende millennium dat in de Schrift nadrukkelijk als duizend jaren wordt genoemd.

Delen: