GoedBericht.nl logo

de besluiten van de apostelvergadering

09-10-2013 - Geplaatst door Andre Piet

image3

VRAAG:

Hoe moeten we de besluiten van de apostelvergadering in Jeruzalem zien (Hand.15:20)? Zijn de natiën toch gedeeltelijk onderworpen aan de wet van Mozes?

ANTWOORD:

De aanleiding tot de vergadering in Jeruzalem was de vraag of en in hoeverre, de gelovigen uit de natiën zich dienen te houden aan de wet van Mozes (Hand.15:5). Het is Petrus die als eerste duidelijk maakt dat op de natiën niet het juk van de wet gelegd mag worden (15:10). Daarna bevestigen Paulus en Barnabas deze opinie met hun verhalen die duidelijk maken dat God hun boodschap onder de natiën bevestigt (15:12). Ten slotte is het Jakobus, die de onontkoombare conclusie trekt dat de natiën niet lastig gevallen mogen worden en zich alleen hebben te onthouden van de ceremoniële verontreinigingen van de afgoden, van hoererij, van het verstikte en van het bloed (15:20). De vergadering gaat hiermee unaniem akkoord en is zeker van de leiding van de heilige Geest in dezen (15:15, 28). De besluiten worden per brief opgesteld (15:23, 30) en met o.a. Paulus en Barnabas meegezonden (15:25)  naar de streken van Antiochië, Syrië en Cilicië (15:23). Met deze schriftelijke bevestiging vanuit Jeruzalem reist Paulus langs de steden en geeft de besluiten door die in Jeruzalem waren genomen (16:4).
Tot zover de historie. Nu de inhoud van de besluiten.

Volgens Petrus zou het belasten van de natiën met het juk van Mozes, niet minder zijn dan het verzoeken van God (15:10). Het zou daarom inconsequent zijn als  in de besluiten toch een deel van de wet van Mozes zou worden opgelegd. Dat is ook niet zo. De vier zaken waarvan de natiën zich zouden onthouden vormen geen gedeeltelijke handhaving van de wet van Mozes maar gelden al sinds Adam. Wie de ene GOD dient, erkent per definitie geen afgoderij (1Thes.1:9). Hoererij (=gemeenschap met een ander dan de eigen man of vrouw; 1Kor.6:16) staat haaks op het huwelijk dat teruggaat tot de dagen van Adam en Eva (Gen.2:24). En onthouding van het verstikte en het bloed is gebaseerd op de woorden van Genesis 9:4 (“alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij niet eten”). Tot aan de vloed in Noachs dagen at de mensheid vegetarisch. Daarna wordt ook vlees aan het menu toegevoegd, met die restrictie dat bloed (= de ziel) niet bestemd is voor consumptie. Dat verklaart in Hand.15:20 ook de vermelding van het verstikte, d.w.z. dieren die gestrikt zijn en waaruit het bloed niet heeft kunnen wegvloeien.

Met andere woorden: de vier zaken waarvan de natiën zich zouden onthouden, zijn niet gegrond op de wetgeving van Sinaï, maar gaan terug tot op Noach en Adam. Het zijn geen Israëlietische maar universele regels.

Reageer op Facebook

Delen: