GoedBericht.nl logo
English Blog

beschaamd zullen staan…

30-03-2025 - Geplaatst door Andre Piet
eerste versie: 24 juli 2013

In Jesaja 45 doet God een uitzonderlijke belofte. Hij belooft onder eedzwering en dat doet Hij zelden. Wanneer Hij dat bij uitzonderlijke gelegenheid doet, dan is dat volgens Hebreeën 6, om “des te nadrukkelijker” aan te geven dat “het onmogelijk is, dat God liegen zou” (:6:17,18). Jesaja 45 zegt:

23 Want Ik heb gezworen bij Mij zelf,
waarheid is uit mijn mond uitgegaan,
een woord dat niet zal worden herroepen:
dat voor Mij elke knie zich zal buigen,
dat bij Mij elke tong zal zweren.
24 Alleen bij JAHWEH, zal men van Mij zeggen,
is gerechtigheid en sterkte,
tot Hem zal men komen;
en beschaamd zullen staan allen
die tegen Hem in woede ontstoken zijn…

onder dwang?

Het is de apostel Paulus die in Romeinen 14:11 en Filippi 2:10 deze woorden aanhaalt en bevestigt. In Filippi 2 laat Paulus vooral uitkomen dat het een hartelijke erkenning betreft. Het woord dat hij voor “belijden” gebruikt (ex-omologeo), geeft aan dat het van binnenuit komt en niet onder dwang plaatsvindt. Het is dan ook geen lippendienst (buitenkant) maar een erkenning met de tong – wat staat voor de binnenkant. Men zal knielen en belijden “tot eer van God de Vader”.

maar of en?

In veel vertalingen worden de woorden in Jes.45:24 “en beschaamd zullen staan…” weergegeven met “maar beschaamd zullen staan”. Dat maakt nogal een verschil. Want wanneer we hier “maar” lezen, dan impliceert dit een groep die wordt onderscheiden van het voorgaande. De gedachte is dat weliswaar alle knie zal buigen en alle tong zal zweren, maar dat slechts een deel van hen zal zeggen “alleen bij JAHWEH is gerechtigheid en sterkte”. Terwijl een ander deel daarentegen beschaamd zal staan.

Door het woordje ‘maar’ suggereren de vertalers een tegenstelling die in de grondtekst ontbreekt. Het Hebreeuws leest hier het standaard ‘voegwoord’ (de letter ‘wav’) zoals in dezelfde zin wordt gesproken over “gerechtigheid en sterkte”. Door hier niet “en” maar “maar” te vertalen, creëert men onnodig een tegenstelling. Terwijl de gedachte juist is: allen zullen JAHWEH erkennen en zij die ooit in woede waren ontstoken (lett. verhit waren) zullen daarbij beschaamd staan.

verhit

Een groot deel van de mensheid behoort tot degenen die ‘verhit’ zijn tegen God. Dat geldt ook voor ‘atheïsten’. Geen intelligent wezen kan met droge ogen intelligent design ontkennen in de natuur. Dat er een Schepper is, is evident. Dat sommigen zich desondanks als ‘atheïst’ afficheren is gewoonlijk omdat men boos is op God en niet met Hem geassocieerd wil worden. Altijd weer met het beroemde motief: met zoveel kwaad in de wereld (pijn, verdriet, moeite, ziekte, dood, enz.) kan God onmogelijk goed zijn. En als uiting van die onvrede wenst men niet met Hem te rekenen.

Achter religie gaat in de praktijk dezelfde vervreemding schuil. Men vertrouwt God niet en uit angst voor Hem probeert men Hem te pleasen.

contrast

In Jesaja 45 zweert GOD dat allen die ‘verhit’ zijn tegen Hem, ooit beschaamd zullen staan. Men had zich een oordeel over God aangemeten dat volstrekt voorbarig bleek. Men had niet gerekend dat GOD écht goed is en bij machte is het kwade ten goede te keren (Gen.50:20). In hetzelfde Jesaja 45 verklaart God tevens de Schepper van alles te zijn, ook van het kwade.

Ik ben JAHWEH, en er is geen ander,
7 die het licht formeer en de duisternis schep,
die vrede maakt en kwaad schept;
Ik, JAHWEH doe dit alles.
-Jesaja 45:7-

GOD claimt de eer dat HIJ de Schepper is van licht en vrede, van duisternis en kwaad. Zoals elke creator dat doet, creëert ook GOD door middel van contrast. Hemel en aarde, licht en duisternis, zee en land, mannelijk en vrouwelijk, enz. Zo is het ook met goed en kwaad  (Gen.2:17). Kennis van goed is niet los verkrijgbaar. Alleen door kwaad wordt goed zichtbaar.
Zonder vijandschap geen verzoening (Kol.1:20,21);
Zonder zonde geen genade (Rom.5:20);
Zonder strijd geen overwinning (Rom.8:37);
Zonder dood geen levendmaking (1Kor.15:22).

beschaamd

Eenmaal zal de mensheid het schaamrood op de kaken hebben voor de kwade intenties die men GOD had toegedicht. Denk bijvoorbeeld aan de leer van de eindeloze hellestraf maar ook aan de leer van annihilatie (=de dood is het einde). Zulke leringen ontkennen dat GOD goed is en dat Hij nooit laat varen de werken van zijn handen. Men loochent dat Hij alles recht zal zetten en iedereen terecht zal brengen. Dat is Zijn rechtvaardigheid (=vaardig in het recht) en het oogmerk van al zijn gerichten!

De aanwezigheid van het kwaad in de wereld is niet in strijd met Gods goedheid. Integendeel zelfs! Het kwaad is noodzakelijk voor GOD om zijn goedheid te bewijzen! En het bewijs dat GOD GOED is zal eens voor ieder mens afdoende zijn geleverd.
Elke tong zal het onder ede erkennen!

Delen: