English blog

Abraham gezien?

15-03-2012 - Geplaatst door Andre Piet

Eén van de intrigerende vragen die op de STUDIEDAG, zondag a.s. aan de orde zullen komen is: in welke zin bestond de Zoon van God vóór zijn geboorte en hoe hebben we dat te verstaan? Eén van de teksten die daarin een rol lijkt te spelen is Johannes 8:58.

Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Eer Abraham was, ben ik.

Op het eerste gezicht zou het heel goed kunnen dat Jezus hier refereert aan het gegeven dat Hij reeds vóór zijn geboorte als logos (= Woord)  bestond (Joh.1:1-14). Wanneer we echter inzoomen op de preciese tekst, dan worden we in een heel andere richting gewezen. De weergave “eer Abraham was” komt namelijk helemaal niet overeen met het werkwoord  (Gr. genestai) dat Johannes hier gebruikt. Het woord in deze specifieke vorm komt maar liefst 37x voor in het NT en wordt uitsluitend hier met “was” weergegeven… Meestal kiezen de vertalers voor  “worden” of een betekenis die daarbij in de buurt komt. Laat ik me beperken tot de keren dat Johannes het gebruikt.

1:12  … hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden

3:9  … Nikodemus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kan dit geschieden?

5:6 … zeide Hij tot hem: Wilt gij gezond worden?

9:27 … Wilt gij soms ook discipelen van Hem worden?

13:19 … eer het geschiedt

14:29 …En nu heb Ik het u gezegd, eer het geschiedt

Zouden de vertalers consequenter zijn geweest, dan hadden ze Joh.8:58 weergegeven met: “eer Abraham wordt, ben Ik”. Jezus verwijst niet naar Abrahams verleden, maar naar wat nog plaats moet vinden. Dat past ook in de context. Abraham zou deel krijgen aan de opstanding (8:51-53) en heeft zich verheugd op de dag van de Messias en heeft die gezien (8:56). Maar de Joden verdraaiden Jezus’ uitspraak en maakten ervan dat Hij Abraham zou hebben gezien. En dan reageert Jezus daarop met: eer Abraham wordt, ben Ik”. D.w.z. eer Abraham opstaat, ben Ik reeds opgestaan.

 

Delen: