drie keer tweeduizend jaar (1) – Adam tot Abraham
20-02-2026 - Geplaatst door Andre Pietleestijd: circa 8 minuten (uitgebreide studie)
waarom een Bijbelse chronologie?
Chronologie is de studie van de tijdrekening. In de Bijbel is tijd geen neutrale achtergrond, maar onderdeel van Gods spreken zelf. De Schrift vermeldt niet alleen wat er gebeurt, maar plaatst gebeurtenissen ook bewust in de tijd. Met name in de Messiaanse lijn worden leeftijden en perioden nauwkeurig doorgegeven. Daarmee reikt de Bijbel zelf de mogelijkheid aan om de menselijke geschiedenis in de tijd te volgen.
Dit artikel vormt het eerste deel van een reeks waarin wordt uiteengezet dat de Bijbelse geschiedenis tot aan het Messiaanse rijk is onderverdeeld in drie perioden van telkens tweeduizend jaar. Deze indeling wordt niet van buitenaf opgelegd, maar volgt uit een zorgvuldige telling van de Bijbelse gegevens zelf. In dit eerste deel wordt aangetoond dat de periode van Adam tot Abraham uitkomt op tweeduizend jaar.
uitgangspunt en doel
Het doel van dit artikel is niet om een schema op de geschiedenis toe te passen, maar om na te tellen wat de Schrift zelf aanreikt. Dat vraagt om een zorgvuldige omgang met de gegevens. Wanneer de Bijbel telt, doet zij dat inclusief; wanneer zij leeftijden noemt, vraagt dat om een verantwoorde verwerking. Alleen langs die weg kan worden vastgesteld of de eerste periode van de menselijke geschiedenis inderdaad uitloopt op een grens na tweeduizend jaar.
alleen de messiaanse lijn wordt geteld
In Genesis wordt niet de gehele mensheid chronologisch gevolgd. Alleen in de lijn waarlangs Gods belofte loopt, worden leeftijden en perioden vermeld. In Genesis 5 worden tien generaties genoemd, van Adam tot Noach, met telkens zowel de verwekkingsleeftijd als de resterende levensduur. In Genesis 11 zien we hetzelfde patroon terug in de lijn van Sem tot Abraham. Deze gegevens vormen samen een gesloten tijdlijn.
Opvallend is dat deze chronologische precisie ontbreekt in andere geslachtsregisters. In Genesis 4, de lijn van Kaïn, worden geen leeftijden genoemd. Ook in Genesis 10, waar de volken worden beschreven, ontbreekt iedere tijdrekening. De Bijbel volgt hier niet de ontwikkeling van de mensheid als geheel, maar markeert uitsluitend de lijn waarin Gods handelen wordt voortgezet. Juist die beperking onderstreept het gewicht dat aan deze tijdgegevens wordt toegekend.
inclusief rekenen
De Bijbel hanteert een andere wijze van tellen dan wij gewend zijn. In de Schrift worden jaren inclusief gerekend. Dat betekent dat het eerste levensjaar begint bij de geboorte en als jaar één wordt geteld. Wie “in zijn dertigste jaar” is, heeft negenentwintig volledige jaren achter zich. Deze wijze van tellen geldt niet alleen voor leeftijden, maar ook voor dagen en perioden.
Dit inclusieve rekenen is van doorslaggevend belang voor een Bijbelse chronologie. Wie ongemerkt moderne, exclusieve telling toepast, verschuift de tijdlijn en komt tot schijnbaar nette, maar onjuiste uitkomsten. De chronologische gegevens in Genesis laten zich alleen verantwoord verwerken wanneer zij worden gelezen zoals zij zijn bedoeld.
rekenen vanuit het midden van het jaar
Wanneer de Bijbel vermeldt dat iemand op een bepaalde leeftijd een zoon verwekte, wordt niet aangegeven op welk moment binnen dat jaar dit plaatsvond. Dat betekent dat er binnen elk genoemd jaar een marge aanwezig is. Wie deze marge negeert en alle verwekkingen vastlegt op een exact moment, introduceert een schijnprecisie en kent aan de gegevens een nauwkeurigheid toe die de Schrift niet geeft.
Om deze onzekerheid verantwoord te verwerken, wordt gerekend vanuit het midden van het jaar. De opgegeven leeftijden worden daarom met een half jaar verminderd. Deze benadering is geschikt voor het bepalen van de totale periode, maar niet voor het exact dateren van afzonderlijke generaties. Het doel is niet om individuele geboortemomenten vast te stellen, maar om de totale tijdspanne zo realistisch mogelijk te benaderen.
begin en einde als vaste punten
Bij deze wijze van rekenen worden geen exacte jaartallen per generatie of per patriarch genoemd. Dat is geen tekortkoming, maar een bewuste keuze. De tussenliggende jaren worden benaderd, niet vastgezet. Daarmee wordt voorkomen dat aan individuele levens een nauwkeurigheid wordt toegekend die de tekst zelf niet biedt.
Wel kent de tijdlijn een vast begin en een vast einde. Het begin ligt bij de schepping van Adam, waarmee de menselijke geschiedenis aanvangt. Het einde van deze eerste periode wordt gemarkeerd door expliciete bijbelse gegevens: de vastgestelde levensduur van Noach en het moment waarop de lijn uitloopt in Abraham. Deze begin- en eindpunten staan vast. Daartussen wordt de tijd zorgvuldig nageteld, met als uitkomst dat de periode van Adam tot Abraham tweeduizend jaar omvat.
van Adam tot de vloed
Wanneer de gegevens van Genesis 5 volgens de gehanteerde uitgangspunten worden verwerkt, ontstaat een gesloten tijdlijn van Adam tot de zondvloed. Tien generaties worden genoemd, met bij elke generatie zowel de verwekkingsleeftijd als de resterende levensduur. Er zijn geen hiaten en geen overlappende lijnen. De Schrift laat deze periode niet open, maar tekent haar volledig uit.
De uitzonderlijk hoge leeftijden maken deze vroege geschiedenis voor ons moeilijk voorstelbaar. Toch is de tekst hierin consequent en nuchter. De vermelde leeftijden zijn geen symbolen, maar tijdsaanduidingen. Juist doordat zij zo nauwkeurig worden doorgegeven, kan de totale periode vanaf Adam tot aan de dagen van Noach worden vastgesteld, zonder dat exacte jaartallen per patriarch hoeven te worden verondersteld.
Noach als scharnierfiguur in de tijd
Noach neemt in de bijbelse tijdlijn een unieke plaats in. Hij behoort tot de wereld vóór de zondvloed, maar leeft ook nog eeuwen daarna. Daarmee verbindt zijn leven twee onderscheiden tijdperken. De Schrift benadrukt dit door zowel zijn levensduur als de beslissende momenten in zijn leven nauwkeurig te vermelden.
De zondvloed valt midden in Noachs leven. Zo vertegenwoordigt Noach zowel het einde van de oude wereld als het begin van de nieuwe. In chronologisch opzicht is hij geen randfiguur, maar een scharnierpunt. Via zijn leven blijft de tijdrekening ononderbroken, terwijl de geschiedenis zelf een radicale wending neemt.
het begin en einde van de zondvloed
De Schrift dateert het begin van de zondvloed nauwkeurig. In het zeshonderdste jaar van Noachs leven, in de tweede maand, op de zeventiende dag, barsten de bronnen van de grote watervloed los. Daarmee wordt niet alleen de gebeurtenis zelf vastgelegd, maar ook haar plaats binnen de tijdlijn.
Ook het einde van de vloed wordt expliciet gemarkeerd. In Noachs zeshonderd-eerste jaar wordt beschreven dat de wateren opgedroogd zijn en dat de bedekking van de ark wordt weggenomen. Dit moment markeert niet slechts het ophouden van het water, maar het begin van een nieuwe fase in de menselijke geschiedenis. Begin en einde van de zondvloed vormen zo vaste ijkpunten binnen een doorlopende tijdrekening.
tijdstructuur vóór de instelling van het jubeljaar
Het jubeljaar wordt als instelling pas bekendgemaakt in de dagen van Mozes. In de wet krijgt de vijftigjarige cyclus een vaste plaats en een duidelijke functie. Toch betekent dit niet dat deze maatvoering toen pas is ontstaan. Wanneer de vroege bijbelse chronologie wordt gevolgd, blijkt dat de tijdrekening vanaf Adam al volgens vaste structuren verloopt.
Deze structuur wordt niet als voorschrift gepresenteerd en kent in deze vroege periode geen rituele of wettelijke betekenis. Zij wordt zichtbaar in de manier waarop de jaren zich aaneenrijgen. De latere instelling van het jubeljaar sluit daar niet los op aan, maar bevestigt wat eerder al in de tijd zelf besloten lag.
Noachs levensduur in cycli
Noachs geboorte valt niet op een cyclusgrens en kan daarom niet als “jubeljaar” worden aangeduid. Dat ligt anders bij de verdere markeringspunten in zijn leven. Zijn totale levensduur van negenhonderdvijftig jaar wordt expliciet vermeld en blijkt exact negentien vijftigjarige cycli te omvatten. Ook zijn sterfjaar vormt een vast chronologisch ijkpunt.
Daaruit volgt tevens dat het einde van de zondvloed, dat valt in het zeshonderd-eerste jaar van Noach (-Gen. 8:13-), samenvalt met een “jubeljaar”. Niet als wettelijke instelling, maar als herkenbare tijdstructuur binnen de chronologie.
van de vloed tot Abraham: voortzetting van dezelfde maat
Na de zondvloed wordt de tijdrekening voortgezet langs dezelfde lijn. In Genesis 11 worden opnieuw leeftijden en perioden vermeld, nu in de lijn van Sem tot Abraham. De structuur is identiek aan die van Genesis 5. Daarmee wordt duidelijk dat de chronologie niet opnieuw begint, maar doorloopt.
Ook deze periode sluit aan op dezelfde maatvoering. Er wordt geen nieuwe tijdstructuur ingevoerd en er vindt geen herijking plaats. De overgang naar Abraham vindt plaats binnen dezelfde geordende tijd, niet ernaast.
het jaar 2000 AH (sinds Adam): einde en begin
Wanneer de totale periode van Adam tot Abraham wordt overzien, blijkt een duidelijk grenspunt te worden bereikt. De tijdlijn loopt uit op het tweeduizendste jaar sinds Adam. Daarmee wordt de eerste periode van de menselijke geschiedenis afgesloten.
Opmerkelijk is dat ook Noachs leven ditzelfde jaar raakt. Hij stierf in zijn negenhonderdvijftigste levensjaar, dat samenvalt met het jaar 2000 AH. Zo valt het afsluiten van de wereld vóór de zondvloed, het sterven van Noach en het begin van Abrahams roeping samen op één chronologisch grenspunt.
geen ontbrekende schakels
Soms wordt beweerd dat de geslachtsregisters van Genesis onvolledig zouden zijn. Daarbij wordt vaak verwezen naar verschillen met andere registers, zoals in Lucas 3. Uit dergelijke verschillen trekt men dan de conclusie dat de chronologie open zou zijn.
Die gevolgtrekking is niet terecht. De Schrift kent meerdere vormen van afstamming en presenteert de gegevens in Genesis 5 en 11 juist als gesloten. Dat blijkt uit het feit dat bij elke generatie zowel leeftijden als resterende levensjaren worden vermeld. Deze registers zijn bedoeld voor tijdrekening en laten geen ruimte voor ontbrekende schakels.
conclusie: de eerste periode van 2000 jaar
De eerste tweeduizend jaar van de menselijke geschiedenis vormen geen losse aaneenschakeling van leeftijden, maar een samenhangend geheel. Vanaf Adam wordt de tijd zorgvuldig geteld en geordend. De zondvloed vormt daarin een breuk in de geschiedenis, maar niet in de tijdrekening. Noach staat als scharnierfiguur midden in deze overgang.
Met Abraham wordt een nieuwe fase ingeluid, precies op het grenspunt van deze eerste periode. Daarmee is vastgesteld dat de tijd van Adam tot Abraham tweeduizend jaar omvat. Dit vormt de eerste bouwsteen voor de verdere indeling van de Bijbelse geschiedenis. In het volgende deel zal worden nagegaan of ook de daaropvolgende periode, van Abraham tot de Messias, dezelfde maat volgt.
English Blog
