⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie: de Geheimen in de Efeze-brief⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En, zoals gezegd, wij gaan verder met de Top Secrets, met de geheimen op het hoogste niveau. Waarom? Omdat het gaat over verborgenheden, geheimenissen die van Godswege aan ons zijn bekendgemaakt. We hebben dus al een achttal avonden daaraan gewijd en iedere keer hebben we ook een aantal aspecten daarvan bezien.⟨/p> ⟨p>Wat vooral gebleken is, is dat het geheim in het Nieuwe Testament — de geheimen — verband houdt met die tussenperiode waarin wij leven: de periode tussen de eerste en de tweede komst van Christus in. En een van de brieven waarin veruit het meest sprake is van de geheimen en waarin deze ook het meest worden uitgelegd, dat is wel de Efeze-brief. De term zelf komen we in die zes hoofdstukken een zestal keer tegen.⟨/p> ⟨p>Het lijkt mij goed om, voordat we naar het geheim van het evangelie gaan — want dat is de ondertitel van deze negende en laatste avond — eerst even een korte opsomming te geven over wat we tot dusver hebben gezien, maar ook de keren dat het geheim of de verborgenheid in de Efeze-brief aan de orde komt. Want het is juist deze brief, die Paulus ooit vanuit de gevangenis heeft geschreven, die zoveel licht werpt op dit onderwerp. Nergens wordt zo uitgepakt als het gaat over dit onderwerp als wel in de Efeze-brief en ook in de brief die daaraan min of meer parallel loopt, namelijk de Colossense-brief. Maar de Efeze-brief spant toch wel de kroon.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="120" title="Speel af vanaf 02:00">▶ 02:00⟨/button> ⟨span>Het Geheim van Zijn Wil: Alles Onder Één Hoofd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De eerste keer dat die term, dat woord ⟨em>mysterion⟨/em> – waar ons woord 'mysterie' vandaan komt – het geheimenis of de verborgenheid, wordt gebezigd, is in Efeze 1 vers 9. Daar wordt de frase 'het geheim van Zijn wil' gebruikt. Je ziet dat hier trouwens ook in de weergave: 'het geheim van de wil van Hem'. Zo wordt dat min of meer ook in het Grieks geformuleerd. We hebben trouwens een speciale avond aan deze frase gewijd.⟨/p> ⟨p>Het gaat er in dat vers en in de omliggende verzen over dat God een plan heeft, een voornemen, om tot in de volheid van de tijden – dat wil zeggen: wanneer de tijden hun completering vinden – alles onder één Hoofd samen te vatten. Heel de schepping, hetzij wat in de hemelen, hetzij wat op de aarde is, wordt in de Christus samengebracht. Dat is Gods plan: om alles uiteindelijk, wanneer de tijden tot volheid zijn gekomen, onder één Hoofd te verenigen.⟨/p> ⟨p>Op zich was het feit dat God dit voornemen heeft, dat Hij alles onder de Christus wil samenbrengen, geen geheim. Dat vinden we in het Oude Testament namelijk ook al terug. Wat echter wél het geheim is, is dat de Christus hier een gezelschap is, bestaande uit Hoofd en lichaam. Dat is de terminologie die Paulus zo vaak bezigt en die ook exclusief is voor zijn brieven. We vinden die analogie nergens anders; niet bij Petrus, Jakobus of Johannes. Alleen Paulus spreekt er zo over.⟨/p> ⟨p>Hij zegt ook – kijk het maar na in vers 11 – dat wij 'in Wie ook wij het lotsdeel', of zo u wilt de erfenis, ontvangen hebben. Het idee is dus dat de Christus dit alles, hemel en aarde, is toebedeeld, maar niet alleen Hij als Hoofd, maar ook wij als leden van Zijn lichaam. En als ik zeg 'wij', dan bedoel ik degenen die vandaag al mogen geloven; zij van wie God de ogen, oren en harten geopend heeft voor wie Hij is. Het is een lotsdeel, ook het loutere feit dat je mág geloven.⟨/p> ⟨p>Het was dus Gods wil om alles onder één Hoofd samen te brengen, jawel, maar het geheim van Zijn wil is dat de Christus niet slechts één Persoon is, maar een gezelschap. Dat is een heel apart gegeven. Het komt er eigenlijk op neer dat de Christus in onze dagen gecompleteerd wordt. Het lichaam van Christus wordt aan het einde van Efeze 1 het 'complement', de 'volheid' van Jezus Christus genoemd. Daar staat: 'de ekklesia, die Zijn lichaam is'. Het idee is dat de Christus compleet gemaakt wordt, en als de Christus compleet is, kan de heerschappij daadwerkelijk aanvangen. Dan zal Hij ook daadwerkelijk, zoals Psalm 2 dat zegt, de volkeren opeisen en gaan regeren.⟨/p> ⟨p>Tot op de dag van vandaag is dit alles verborgen, maar dit is waar God vandaag mee bezig is: een 'uitroepsel' verzamelen. Dat maakt Hij tot het lichaam, de ekklesia. En dat is Efeze 1 vers 9.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="373" title="Speel af vanaf 06:13">▶ 06:13⟨/button> ⟨span>Paulus als Beheerder van het Geheim⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Als we dan even doorbladeren, dan komen we in Efeze 3. Daar wordt gesproken over de onthulling van het geheim waarvan Paulus zegt dat het aan hem bekend is gemaakt. Hij is ook – zo noemt hij dat in vers 2 geloof ik – de beheerder daarvan, de beheerder van de genade Gods. Dat wil zeggen: zoals bijvoorbeeld de wet van Mozes, de wet die aan Israël is toevertrouwd, daar was Mozes de beheerder van. Welnu, zo is hij de beheerder van het geheim. Geen eigenaar, maar wel de beheerder van het geheim en ook van alles wat daarmee verband houdt: de genade van God. Daar is Paulus de beheerder van; het is ook aan hem bekendgemaakt.⟨/p> ⟨p>En hij had dat, dat lees je dan ook in hetzelfde derde vers, in voorgaande brieven tevoren reeds in het kort aangestipt. Hij had daar al aan gerefereerd en dit bevestigt precies waar ik het zojuist over had. Want in geen brief pakt hij zo uit als in de Efezebrief. Als hij dan in de gevangenis is, in Rome... ja, dan gaat hij datgene wat hij eerder had aangestipt, waar hij tevoren in het kort over had geschreven, breeduit behandelen. Eigenlijk doet hij dat in al zijn brieven hoor, maar dan in het kort. In de Efezebrief is het echter het grote thema: de verborgenheid, het geheim.⟨/p> ⟨p>Nu wordt dat ook, zo lees je in het vervolg van ditzelfde Efeze 3, aan de heiligen bekendgemaakt. Aan Paulus is dit geheim onthuld, hij heeft het vervolgens opgetekend en aan de heiligen – inclusief de apostelen en profeten – bekendgemaakt. Dus ja, dat is nogal wat. Het is een thema dat wij dit seizoen hebben besproken, waarvan Paulus bij uitstek degene is die dat alles niet alleen ontvangen en genoteerd heeft, maar het ook beheert.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="509" title="Speel af vanaf 08:29">▶ 08:29⟨/button> ⟨span>Ingelijfd in het Lichaam van Christus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Als je dan nog even verder leest in Efeze 3 vers 4, daar wordt gesproken over het geheim van de Christus. Eigenlijk sluit dat al aan bij wat ik bij de eerste dia al even aangaf, namelijk dat door het evangelie de natiën deel krijgen aan de belofte in Christus. Dat is trouwens vers 6. En dat betekent dat zij medeleden zijn. Letterlijk staat er dat ze samen-ingelijfd zijn. Dat is heel apart. We zijn niet ingelijfd bij Israël, maar we zijn ingelijfd op een veel hoger niveau nog, namelijk in Christus. Ingelijfd is een heel mooi woord, want het betekent dat we in Zijn lijf zitten. Dat betekent letterlijk geïncorporeerd. Geïncorporeerd heeft ook te maken met lichaam, corpus. En we maken deel uit, niet van het lichaam van Israël, maar van het Lichaam van Christus. En we zijn lotbezitters van alles wat aan Christus is beloofd. Dat is onvoorstelbaar.⟨/p> ⟨p>Vandaar ook dat hij in het voorgaande hoofdstuk bijvoorbeeld naar voren brengt dat wij met Christus gezeten zijn te midden van de hemelse... Ik bedoel, God heeft Christus verhoogd, opgewekt uit de doden en vervolgens doen zitten aan Zijn rechterhand. Dat lees je dan in bijvoorbeeld Psalm 110, waar staat: "Zet U aan Mijn rechterhand totdat...". En wat blijkt dan? Het geheim van zo’n vers is dat Hij daar gezeten is aan Gods rechterhand, jazeker, maar met een gezelschap, een ekklesia die dat lot met Hem deelt. En ook straks, als Hij zal gaan verschijnen in heerlijkheid, zullen wij met Hem verschijnen in heerlijkheid. Dat zijn geweldige thema's die je dus ook met terugwerkende kracht in het Oude Testament kunt zien. Ik zeg met terugwerkende kracht, want in het Oude Testament is het allemaal verborgen. Maar Paulus laat zien hoe de Schriften al spreken — in het Oude Testament dus, gewoon de Tenach, de Hebreeuwse Bijbel — van ons, de ekklesia. Hoe dan wel? Wel, doordat wij verborgen zijn in Christus. Dus daar waar de Schrift spreekt over Christus, delen wij op de een of andere manier, someway, somehow, in Zijn lot.⟨/p> ⟨p>In datzelfde Efeze 3 kom je maar liefst drie keer het woord geheim of verborgenheid tegen. In Efeze 3 vers 9 wordt er ook gesproken dat aan Paulus het beheer van het geheim is gegeven. Ik heb het op de dia expres even rood gekaderd: het beheer van het geheim dat verborgen was gedurende de aionen in God. Daar gaat het ook vooral over wat dat geheim in de praktijk inhoudt. In feite is dat vooral het onderwerp van het voorgaande hoofdstuk, waarin Paulus naar voren brengt dat in de ekklesia dat aanvankelijke verschil tussen Jood en Heiden — dat ook in het boek Handelingen nog een grote rol speelt — die muur die er was, het verschil tussen Israël en de volkeren, is weggebroken. En dat nu niet de wet der geboden, maar de genade van God de huisregel is in deze huishouding.⟨/p> ⟨p>Oeconomia, dat is dit woord. Oeconomia betekent eigenlijk huishouding. Oftewel, dat betekent in de praktijk ook zoiets als beheer. Andere vertalingen zeggen dan nog "bedeling", maar dat is eigenlijk alleen maar via-via te bereiken. De meest letterlijke en zuivere weergave van dat woordje oeconomia is een huishouding in de zin ook van een beheer. Iets wat je eigenlijk ook ziet in de zin zoals wij spreken over een economie: een beheer en de regels die ergens in een huis gelden. Ik bedoel, in dit huis gelden bepaalde regels en er is ook nog een huishouder. Dat is niet degene die de huishouding doet, dat moet ik er ook bij zeggen. De huishouder is degene die het huis beheert. Nog niet eens per se de eigenaar, maar wel degene die de zaken regelt en beheert. En dat dus. Goed, dat is dus het beheer van het geheim en ik ga nog even door, dit was de vierde.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="810" title="Speel af vanaf 13:30">▶ 13:30⟨/button> ⟨span>Het Grote Geheim: Christus en de Ecclesia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan komen we bij Efeze 5. Ik heb daar een hele tijd over getwijfeld, want de voorgaande avond was begin april en nu zijn we al bijna aan het einde van de maand mei. Ik had liefst nog twee avonden gehad, maar het zij zo. Ik heb erover nagedacht om deze avond in zijn geheel te wijden aan de woorden: "Dit geheim is groot", wat Paulus in Efeze 5 naar voren brengt. We gaan dat echter niet doen; dat is een keuze. Je kunt het ermee eens zijn of niet, maar ik heb ervoor gekozen om het op deze manier aan te pakken. Dat neemt niet weg dat dit een geweldig onderwerp zou zijn geweest. Wat ik zojuist zei over de ekklesia die verborgen was in de voorgaande aionen, wordt wel degelijk gezien in het Oude Testament wanneer de bedekking met terugwerkende kracht wordt weggenomen. Efeze 5 is daar een schitterend voorbeeld van.⟨/p> ⟨p>Paulus heeft het daar over het één vlees zijn van Adam en Manninne. Ze heette toen namelijk nog geen Eva, maar in de praktijk is dat natuurlijk hetzelfde. Paulus haalt in Efeze 5 die bekende woorden aan: "Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot één vlees zijn." Dat zijn eigenlijk profetische woorden, wellicht van Adam zelf wanneer hij wakker wordt uit zijn diepe slaap en Manninne ziet. Het is bijzonder: Eva is de enige vrouw in de Bijbel die nooit een bruid is geweest. Zij is nooit anders dan het lichaam van Adam geweest. Ze kwam voort uit het lichaam van Adam en werd vervolgens weer één vlees met hem. In feite was ze altijd al één vlees met hem. Daarin is Manninne, of Eva, zo’n geweldig type van de ekklesia.⟨/p> ⟨p>Wij zijn ook niet de bruid; dat is een kwestie apart. Je leest nergens de uitdrukking dat wij de bruid zijn. Israël wordt wel de bruid genoemd: een vrouw die nog geen gemeenschap heeft met de man, maar dat in de toekomst wel zal krijgen. Voor haar is dat nog weggelegd. In die zin is Israël de bruid, ook omdat de gemeenschap nog wacht op de toekomst. Maar op dit moment is daar bij ons geen sprake van: wij zijn één lichaam met Hem, met Christus, en we zijn ook nooit anders geweest.⟨/p> ⟨p>Wanneer je de vraag stelt naar de rol van de gemeente in de Schrift, weet ik dat juist in kringen waarin grote nadruk wordt gelegd op de bediening van de apostel Paulus, op bedelingen en verschillende huishoudingen, vaak de opvatting heerst dat de ekklesia niet in het Oude Testament terug te vinden is. De redenering is dan dat het een verborgenheid was. Dat laatste klopt: het was een verborgenheid. Maar de conclusie dat het daarom niet terug te vinden zou zijn, moet je eigenlijk omkeren. Juist omdat het een verborgenheid is, is het wel degelijk terug te vinden, maar dan verborgen onder de oppervlakte. Het voorbeeld bij uitstek vind je meteen al op de eerste of tweede bladzijde van de Bijbel, in Genesis 2, waarin gesproken wordt over Eva die één vlees was met Adam.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt over dat één vlees zijn, of van één lichaam zijn: "Dit geheim is groot." Mega. Waarom is dit geheim mega? Omdat het in feite in diepste zin, onder de oppervlakte, verwijst naar Christus en de uitgeroepen vergadering, de ekklesia. Eenmaal op dat spoor gezet – namelijk dat de ekklesia op een verborgen wijze wel degelijk terug te vinden is onder de oppervlakte in de Hebreeuwse Bijbel – zet ons dat met recht op een spoor. Dan ga je verder zoeken: waar is de gemeente nog meer verborgen? We zouden daar werkelijk seizoenen aan kunnen wijden. Het is ongelooflijk, want dan kun je het op elke bladzijde zien. Ik ben er vast van overtuigd, en daarin ook alleen maar bevestigd, dat je de ekklesia op een verborgen wijze op elke bladzijde van de Bijbel terugvindt. Het is een geweldig onderwerp, maar we gaan het nu dus niet uitgebreid bespreken. Ik heb het echter in ieder geval aangestipt. Dus ook als u mij verwijt dat ik dit niet wat breder behandel, kan ik in ieder geval zeggen dat ik het even heb genoemd.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1146" title="Speel af vanaf 19:06">▶ 19:06⟨/button> ⟨span>Het Geheim van het Evangelie⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Oké, dan komen we uiteindelijk bij de laatste keer dat Paulus het geheim noemt in de Efezebrief. En dat is in Efeze 6 vers 19, namelijk het geheim van het evangelie. Laten we daar gewoon eens naartoe gaan en vanuit die term, die frase, ook weer opnieuw naar andere schriftplaatsen toegaan. Ik haak aan midden in de zin. Paulus heeft het over een oproep tot gebed voor alle heiligen, maar dan zegt hij in vers 19: "en bid ook voor mij, dat mij bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde om vrijmoedig het geheim van het evangelie bekend te maken."⟨/p> ⟨p>Wat ik hier heel opvallend vind in deze formulering, ter hoogte van de vraag wat dat precies betekent, 'het geheim van het evangelie', is dat hier heel duidelijk naar voren wordt gebracht dat het evangelie werkelijk een bericht is. Het is een bericht, iets wat verteld moet worden. Ik hoor wel eens het verhaal dat het evangelie is wat mensen moeten zien in je leven, en dat zal allemaal mooi zijn. Het is ook waar dat je de gezonde leer mag versieren in je leven, maar dat neemt niet weg dat het evangelie een mededeling is, een bericht. En als dat niet verteld wordt, dan kom je het niet te weten.⟨/p> ⟨p>Het loutere feit dat iemand straalt, of dat iemand vrede in zijn hart kent, geduld oefent en een rechte weg bewandelt, dat zijn prachtige dingen, maar je wordt er niet wijzer van in die zin dat je daardoor God leert kennen en wat Hij te melden heeft. Er is maar één manier en dat is zoals Paulus hier zegt: ik bid voor een geopende mond. Dat bij het openen van mijn mond het woord geschonken worde, want het is een woord. Vandaar ook dat de mond daarvoor geopend moet worden, tenminste als het mondeling is; in dit geval schrijft hij het natuurlijk op. Dus of het nu gesproken of geschreven wordt, het gaat erom dat het woord geschonken wordt om vrijmoedig, dat wil zeggen zonder enige reserve, te spreken.⟨/p> ⟨p>Het woord vrijmoedig is heel leuk in het Grieks. Dat betekent letterlijk zoiets als dat alles stroomt, dat er geen enkele verhindering meer is, dat alle barricaden en obstakels zijn weggenomen. Je kunt geheel vrij spreken, zonder over eieren te lopen of diplomatiek te hoeven doen. Nee, vrijmoedig wil zeggen: je zegt het gewoon. Dat is wat het is, dat is wat je weet en zo vertel je het. That's it. Of dat nu stotterend is of welbespraakt, dat maakt eigenlijk niet uit. Sommige mensen denken dat het zo belangrijk is dat je dat allemaal in goede vorm doet. Het is mooi hoor als je het goed kunt vertellen, maar het is niet noodzakelijk. Maar vertel het, want het is een bericht, een geweldig goed bericht. Daar is het een bericht voor. Stel je voor dat je 's avonds het journaal aanzet en de presentator zegt: "Dit is het journaal en dit zijn de mededelingen," en vervolgens wordt er alleen maar gezwegen. Nou, dat zijn geen mededelingen dus. Nee, er moet iets verteld worden. Dat is logisch.⟨/p> ⟨p>En het moet ook worden bekendgemaakt. Het is een evangelie, een goed bericht, dat is wat het is. Het moet verteld en duidelijk gemaakt worden. Ik vind het logisch, maar ik zeg het toch eventjes omdat sommige mensen daar vreemde ideeën over hebben. Je zult dus daadwerkelijk kennis moeten nemen van dit bericht. En dat kan alleen maar zoals Paulus zegt in Romeinen 10: hoe zouden zij geloven als ze het niet te horen krijgen? Dan kun je wel zeggen dat mensen het uitleven, maar als je alleen maar zwijgt, kun je de gezonde leer wel versieren, maar je vertelt het niet. Mensen komen er nooit achter wat het werkelijk is. Dus het moet inderdaad bekendgemaakt worden en het woord moet gesproken worden.⟨/p> ⟨p>Nu kom ik bij mijn punt: om vrijmoedig het geheim van het evangelie bekend te maken. Een paar verzen eerder, in vers 15, sprak Paulus van het "evangelie van de vrede". De voeten geschoeid met het evangelie van de vrede. Dat is heel boeiend in dit verband, want in feite wordt daarmee al een opstapje geboden voor wat het geheim van het evangelie is. Ik zou de route zo willen bewandelen: Paulus zegt hier dat hij hiervan een gezant is. In 2 Korinthe 5 lees je — we gaan er straks naartoe — dat Paulus zich ook een gezant noemt, een ambassadeur van de verzoening. Een gezant is inderdaad een ambassadeur, iemand die namens zijn regering in het buitenland die regering vertegenwoordigt. Dat is wat een ambassadeur is; hij heeft niet de taak om zich te mengen in de aangelegenheden van het land waar hij te gast is, maar om namens zijn eigen regering te spreken.⟨/p> ⟨p>Dat heeft alles te maken met vrede. Het is het evangelie van vrede. Wat in dat evangelie verteld wordt, de boodschap die uitgedragen wordt en die Paulus als gezant doorgeeft, is dat hij van hemelswege is uitgestuurd. Vanuit de hemel is hij erop uitgestuurd om onder de natiën vrede te proclameren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1566" title="Speel af vanaf 26:06">▶ 26:06⟨/button> ⟨span>Verzoening Is Vrede Maken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dat heeft alles te maken met het woord verzoening. Want laat ik u dit zeggen: verzoenen in de Bijbel is ook niets anders dan vrede maken. Dat is in feite heel simpel, maar onze taal – en daarmee bedoel ik vooral het Nederlands – is ons daarin nou niet echt ter wille. Want het grote probleem van het Nederlands is dat het woordje 'verzoenen' twee totaal verschillende dingen kan betekenen, die eigenlijk ook niks met elkaar te maken hebben en die in de Bijbel ook totaal verschillende woorden zijn.⟨/p> ⟨p>Je hebt namelijk aan de ene kant wat in het Nederlands ook verzoenen wordt genoemd, bijvoorbeeld zonden die verzoend worden. Dat is dan in de zin van 'bedekt', want dat is de correcte gedachte. Als je dat in het Hebreeuws bekijkt, dan kom je bij het woordje – weet jij daar alles van, Frank? – ⟨em>kavar⟨/em>. Ja, precies: ⟨em>kavar⟨/em>. Ik zeg dat zo even omdat Frank een YouTube-kanaal heeft, 'Zoeter dan honing', waarin hij een heleboel studies heeft gegeven waarin hij uiteenzet wat de betekenis daarvan is. Dat is dus 'bedekken'. Maar dat is niet wat verzoenen is in de context waar we het nu over hebben. Het is heel verwarrend om twee totaal verschillende woorden één begrip en één etiket te geven. Dat schept zeker in het Nederlands verwarring; andere talen hebben dat manco veel minder, of helemaal niet zelfs.⟨/p> ⟨p>Waar ik het nu over heb, is het echte verzoenen. Daarmee bedoel ik het verzoenen zoals we dat gebruiken in de niet-religieuze context. Het is eigenlijk heel opmerkelijk – of ernstig – dat juist het christelijk vocabulaire over verzoenen zo verschrikkelijk verwarrend is, terwijl als u gewoon aan uw ongelovige buurman vraagt wat verzoenen is, hij dat precies weet. Dat is eigenlijk genadig, want als je in de krant leest dat twee partijen, bijvoorbeeld in de maatschappij, of werkgevers en werknemers, of twee landen, zich met elkaar hebben verzoend, dan weten we allemaal wat dat betekent. Dat wil zeggen: er was conflict of ze waren vervreemd van elkaar, en als ze verzoend zijn, betekent dat dat er weer eenheid is. Er is weer vrede, het conflict is opgelost. Dat is wat het gewone woord verzoenen betekent in het dagelijks spraakgebruik.⟨/p> ⟨p>Alleen in een religieuze context heeft 'verzoenen' dan ook nog weer een andere betekenis, maar dat zou je eigenlijk geen verzoenen moeten noemen. Op het moment dat je dat ook verzoenen noemt, ben je twee begrippen door elkaar aan het mengen en het resultaat daarvan is dat je er geen bal meer van snapt. Het is een heel effectieve manier als je verwarring wilt creëren. Wie zou daar toch achter zitten? Dat zit ik me zo af te vragen.⟨/p> ⟨p>Verzoenend is vredemakend. Dat vinden we ook in Kolossensen 1: "Vrede gemaakt hebbende door het bloed van het kruis, om alle dingen weder met Zich te verzoenen." Of Efeziërs 2: "Om in Zichzelf, vredemakend, de twee tot één nieuwe mens te scheppen, de twee tot één lichaam verbonden te verzoenen." Die begrippen worden afwisselend zo gebezigd, gewoon omdat ze exact dezelfde gedachte uitdrukken.⟨/p> ⟨p>Wat ook heel apart is: ik had het zojuist over de waarheid van het Hoofd en het Lichaam, namelijk Christus en de gemeente. Dat dat een uniek paulinisch gegeven is, is gewoon een vaststelling. Kijk maar in de concordantie en je zult het alleen maar bij Paulus tegenkomen. Dat geldt ook voor dit begrip trouwens; verzoening vind je uitsluitend bij Paulus. Als u nu zegt: "Wacht even André, in 1 Johannes 2 wordt er ook over verzoenen gesproken: 'Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen die van ons, maar van de gehele wereld'", dan bevestig ik precies wat ik zojuist zei. Daar staat in onze vertaling wel 'verzoening', maar het gaat over bedekking. Dat is in ieder geval niet dít woord. Het gaat daar om ⟨em>hilasmos⟨/em> en niet om ⟨em>katalage⟨/em> of ⟨em>katalasso⟨/em>. Ik kan de Griekse woorden noemen, maar dat doe ik niet om interessant te doen, want ik ben geen expert. Maar als je het wilt onderzoeken, is het handig als je een interlineair of een Strong gebruikt; je kunt het gewoon voor jezelf controleren. Paulus is de enige die inderdaad spreekt over verzoening in zijn brieven. Aan hem is deze bediening, het woord van de verzoening, gegeven.⟨/p> ⟨p>We gaan straks ook echt naar 2 Korinthiërs 5 toe. Daar zie je ook meteen de relatie tot het overkoepelende thema van dit hele seizoen, namelijk dat het geheim van het evangelie alles te maken heeft met het gezantschap dat Paulus heeft om de boodschap van vrede en verzoening uit te dragen. Dat is juist in deze tussentijd waarin Israël tijdelijk terzijde staat. Paulus zegt in Romeinen 11: "Indien hun verwerping de verzoening der wereld is, wat zal hun aanneming dan anders wezen dan leven uit de doden?" Je ziet dat die boodschap van de verzoening der wereld juist klinkt in de tijd dat Israël terzijde staat. Straks wordt het verhaal weer anders; niet omdat dit komt te vervallen, maar dan ligt er een heel ander accent. Dan wordt het Koninkrijk ook weer gepredikt en komt er in feite ook weer 'oorlogstrouw'. Maar nu is het een boodschap van louter vrede.⟨/p> ⟨p>Ik vind dat heel mooi, want laten we dan meteen eventjes doorlezen. Dit was vers 19, en als we vers 20 er ook nog even bij pakken, dan hoort dat er echt bij. Paulus zegt daar dat hij met vrijmoedigheid het geheim van het evangelie bekendmaakt. En wat is zijn relatie tot dat geheim, wat is de positie van de apostel Paulus daarin?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2059" title="Speel af vanaf 34:19">▶ 34:19⟨/button> ⟨span>Een Ambassadeur in Ketenen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus zegt: "...waarvoor ik een gezant ben in ketenen." Ik merk hierbij op in deze aantekening dat in het internationale recht, binnen het hele idee van een gezant en ambassadeur, een ambassadeur en een ambassade geacht worden onschendbaar te zijn. Daar kom je niet aan; hij is de gast in het land. Het gastland wordt geacht zo’n ambassadeur en de ambassade in alles te beschermen. Dat gaat zelfs heel ver. Het is heel handig als je zo’n positie hebt. Ik woon zelf in Katwijk, vlak tegen Wassenaar aan, dus je ziet daar veel van die auto's rijden met een CD-kenteken, van het Corps Diplomatique. Als je zoiets op je auto hebt staan, kun je je heel veel permitteren. Je kunt hard rijden, want zulke mensen krijgen naar ik heb begrepen niet of nauwelijks boetes. Dat is in principe ondenkbaar. Aan de andere kant van het verhaal wordt een ambassadeur natuurlijk wel geacht een voorbeeld te zijn, want hij representeert zijn regering. Maar het gaat mij nu even om de onschendbaarheid van zo iemand.⟨/p> ⟨p>Dus als Paulus zegt: "Ik ben een gezant", waarvan is hij dan de gezant? Wel, van het geheim van het Evangelie. Het Evangelie, dat goede bericht, heeft dus een geheim. En wat is het geheim daarvan? Dat zagen we al: dat heeft te maken met vrede. Het is het feit dat hij een gezant is van het woord van de verzoening; dat is het grote geheim. Dat sluit ook weer precies aan bij wat we hier zien, want hij zegt: "Ik ben een gezant in ketenen." Maar dat is een geschonden ambassadeurschap. Hij is geketend – er staat trouwens in het enkelvoud: "in keten" – wat wil zeggen dat hij vastzit.⟨/p> ⟨p>Paulus brengt dat in deze brief ook naar voren: "Ik ben een gevangene van Christus Jezus." In feite zijn die ketenen die Paulus droeg terwijl hij deze brief schreef een embleem van de vijandschap van de wereld en van Israël. Eigenlijk moet ik het in omgekeerde volgorde zeggen. Want hoe werd Paulus ook alweer een gevangene? Dat kwam doordat Israël – ik bedoel nu het Joodse volk – hem in Jeruzalem gevangen heeft genomen. Hij werd er in Handelingen van beschuldigd dat hij een heiden, Trofimus, in het heiligdom had binnengebracht. Dat was een doodzonde. Het was overigens een onterechte beschuldiging, maar in de geest was het juist wel waar. Dat is het aparte van het hele fenomeen.⟨/p> ⟨p>Maar om ter zake te blijven: het Joodse volk heeft hem gevangen genomen. De Romeinen waren daar eigenlijk helemaal niet zo blij mee, want Paulus was ook een Romeins burger, maar uiteindelijk heeft hij zich beroepen op de keizer in Rome. Hij is daadwerkelijk naar Rome gegaan en in de twee jaar dat hij daar verbleef, heeft hij deze brief geschreven. Hij was dus een gevangene van het Romeinse Rijk, dat is waar, maar dat was hij juist vanwege de vijandschap van Israël.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, hij was een gezant in ketenen en die ketenen symboliseren de vijandschap van de wereld. Wat doet Paulus dan? Normaal gesproken zou het gevangen nemen van een ambassadeur als een oorlogsverklaring worden opgevat; het is een grove schending van zijn positie. Maar wat doet Paulus als gezant? Hij brengt juist de boodschap van vrede. Tegenover zoveel vijandschap, tegenover de oorlogsverklaring van de wereld en van Israël, laat Paulus zien waarvan hij de gezant is. Juist doordat ze hem hebben geketend, kan hij demonstreren dat hij een boodschap van onvoorwaardelijke vrede brengt. Namens God verkondigt hij vrede. "Wat jullie ook met mij doen," zegt Paulus, "wat jullie ook met Zijn gezant doen, namens God en namens Christus verkondig ik vrede. Louter vrede, los van welke reactie ook." Dit is zo typerend voor de hele boodschap die hij brengt.⟨/p> ⟨p>Ik stel voor dat we dan meteen naar het gedeelte gaan waar Paulus daadwerkelijk vertelt waarvan hij een gezant is. In Efeze 6 zegt hij dat hij een gezant is van het geheim van het Evangelie, dat hij eerder het Evangelie van de vrede noemde. Hij zegt: "Ik ben een gezant in ketenen." En daarvoor gaan we naar 2 Korinthe 5.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2447" title="Speel af vanaf 40:47">▶ 40:47⟨/button> ⟨span>De Bediening van de Verzoening⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>2 Korinthe 5 vers 18. Ja, uiteraard moet ik dan ook weer heel wat gewoon onbesproken laten; dat heb je als je midden in een gedeelte valt. Maar hij spreekt erover wat God in Christus gedaan heeft. De liefde van Christus – dat staat trouwens een paar verzen eerder – de liefde van Christus dringt ons, daarbij tot het besef gekomen zijnde dat één voor allen stierf. En dan zegt hij nog even verder dat zo wie in Christus is, een nieuwe schepping is; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen.⟨/p> ⟨p>En dan vers 18: "Alles echter is uit God." Met andere woorden: niet uit een mens, want dat is de tegenstelling. Alles is uit God. Dat is trouwens helemaal een universele waarheid, want alle dingen zijn uit God. Alles is uit Hem, alles is door Hem en alles is tot in Hem. Waarna de vraag luidt: waar is dan het roemen? En Paulus zegt: dat is uitgesloten. Het nadeel daarvan is dat je je nergens op kunt beroepen, maar het voordeel is dat het niet fout kan gaan. En dat is iets wat een mens niet gegeven is. Op het moment dat iets in de handen van een mens ligt, dan kun je er inderdaad donder op zeggen dat het fout gaat.⟨/p> ⟨p>"Alles is echter uit God, die door Christus ons met Zich -verzoent." Ik heb al eerder aangegeven, en voor de volledigheid doe ik dat nu ook nog even, juist omdat ik in dit gedeelte nog eens een keer woordjes schuindruk of projecteer om daarmee aan te geven dat ik afwijk van de NBG-vertaling. In dit geval: "die ons met Zich -verzoent". U ziet hier een horizontaal streepje voor staan en daarmee bedoel ik dat het een aorist is. Dat wil zeggen: in feite een tijdloos werkwoord. De grammaticale vorm zelf geeft geen informatie over wanneer het plaatsvindt. Het is een woord zonder horizon; aorist betekent letterlijk 'zonder horizon'.⟨/p> ⟨p>Dit is in tegenstelling tot bijvoorbeeld het volgende woord. In de NBG-vertaling staat daar "gegeven heeft", maar er staat hier eigenlijk een tegenwoordige tijd: "die ons de bediening van de verzoening |geeft". Het is dus eigenlijk: die ons aan het geven is. Daarom heb ik er een verticaal streepje bij voor gezet, zoals de Concordant Version dat ook altijd doet. Ik volg dat even om daarmee praktisch aan te geven in welke vorm dat staat. Waarom zeg ik dat nou? Ook nu weer niet om interessant te doen, maar juist om aan te geven dat het God is die door Christus ons met Zich -verzoent. Niet 'verzoend heeft', nee: die ons met Zich -verzoent. Dat wil zeggen: het feit wordt gesteld, maar wanneer het vervuld wordt of is, is niet aan de orde; dat staat er niet onder. God verzoent ons met Zich, ongeacht wanneer. En Hij geeft ons de bediening van de verzoening; dát doet Hij nu. Dat is waar, dat is wat Paulus zegt.⟨/p> ⟨p>Maar let nu ook nog op iets anders. Er komt hier natuurlijk, zeker als we het over het onderwerp verzoening hebben, per definitie ook theologie om de hoek kijken. Dat wil zeggen: de theologie en de dogmatiek hebben zich hierover gebogen. Maar eerst maar eens even dit: ik had het er al eerder over dat er één woord wordt gegeven voor twee verschillende begrippen. Maar ook nog iets anders: "Alles is uit God, die door Christus ons met Zich -verzoent." Ongeacht wanneer, zeg ik er dan bij vanwege de werkwoordsvorm. En let op: God verzoent ons met Zich. Niet: God verzoent Zich met ons. Dat vind je nergens in de Bijbel.⟨/p> ⟨p>Het hele idee klopt ook niet. Ik weet wel, men zegt dan: "verzoening door voldoening". Nou, ook dat klopt al niet. Het is een mooie one-liner van drie woorden: verzoening door voldoening. Maar ook dat is al geen Bijbelse statement. U weet hoe dat is gegaan in de loop der eeuwen, waarin men zegt: "Ja, God is straf, God is een heilige en rechtvaardige God, God móet straffen." En nu zou er een verzoening bestaan die eruit bestaat dat Jezus Christus plaatsvervangend de straf heeft geleden voor ons. Nu is Christus – als ik het oneerbiedig mag formuleren – de bliksemafleider. Nu treft de toorn van God niet ons, maar Hem. En nu is God voldaan; alles wat gestraft moest worden, is bestraft. En nu is Hij verzoend. En nu Hij verzoend is, komt ook de boodschap naar ons. Maar dat is niet wat er aan de hand is.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2814" title="Speel af vanaf 46:54">▶ 46:54⟨/button> ⟨span>God Verzoent de Wereld met Zich⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>God verzoent Zich niet met ons; dat staat nergens in de Bijbel. Dat zei ik net fout, neemt u me dat niet kwalijk. Het wordt tijd dat we vakantie krijgen, zeg! Nee, God verzoent Zich niet met ons. God was nooit in onvrede met Zijn schepping. Niet God was een vijand – Calvijn heeft het ook zo gezegd, dat God de mens een vijand was – maar dat is absoluut zo verschrikkelijk onbijbels. De mens is vijandig en vervreemd van God, maar God houdt van Zijn schepping. En daar waar de schepping of schepselen vervreemd van Hem zijn of Hem zelfs vijandig gezind zijn... want dat zijn eigenlijk verschillende stadia van onvrede. Je kunt echt vijandig zijn, maar je kunt ook niet zozeer vijandig als wel vervreemd van Hem zijn. In beide gevallen is er afstand; God is dan een vreemde. Maar dat is slechts naar één kant toe zo. Het schepsel heeft zich vervreemd van God en beschuldigt God ook van alles.⟨/p> ⟨p>Het is heel concreet, hè? De religie is erop gebaseerd dat we God niet vertrouwen. We zijn bang; iedereen snapt wel dat God nu eenmaal groter is dan wij en dus moet je Hem zien te 'pleasen', zodat Hij niet langer boos op ons is. De wereld verwijt God bijvoorbeeld het leed. Je hoort het zo vaak: "Hoe kan Hij al dat leed aanzien? Als God liefde is, hoe kan Hij dat dan toelaten?" Dat is het woord wat ik zocht: hoe kan Hij dat toelaten? De mens verwijt het Hem, en als het een mens al niet vijandig maakt, dan vervreemdt het hem in ieder geval van God. Zo'n God kun je toch niet liefhebben?⟨/p> ⟨p>Dus de mens is vervreemd van God. Maar wat God doet, is die wereld die van Hem vervreemd is met Zich verzoenen, zodat de wereld met Hem weer in vrede komt. En hoe doet Hij dat? Nou, laat ik eerst nog even verder lezen. De wereld is vijandig en van God vervreemd, en Hij maakt ons tot liefhebbers voor Hem, want dat is wat het is. Als God ons verzoent, dan is Hij actief en wij zijn daarin de lijdende vorm. Hij verzoent ons tot Zich. Niet wij verzoenen ons met God. Ja, ik weet wel, men baseert dat op vers 20, maar daar komen we straks op terug; dat is niet wat er staat. God verzoent ons tot Zich, dat is helemaal Zijn werk. Alles is uit God; Hij is degene die het initiatief neemt, God is degene die hier handelt.⟨/p> ⟨p>In feite is het zelfs zo: vijandschap is niet een belemmering om verzoend te worden, sterker nog, vijandschap is een voorwaarde om verzoend te worden. Als je niet vijandig of vreemd bent, dan kun je niet eens verzoend worden. En wie is degene die ons met Zich verzoent? Dat is God, en Hij alleen. Dat is die boodschap, dat is de bediening van de verzoening, namelijk de boodschap dat God ons tot Zich verzoende. Niet als een aanbod, maar als een mededeling. Hij verzoende ons tot Zich.⟨/p> ⟨p>En er staat bij waar die verzoening dan uit bestaat: "Welke immers hierin bestaat, dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was." Inderdaad, tegenwoordig zouden we zeggen: Hij was bezig de wereld met Zich te verzoenen; Hij was bezig vrede te maken. Hoe deed Hij dat? Door hun overtredingen niet toe te rekenen. En moet je nagaan, dit gaat juist ook over wat Christus is aangedaan. Het grootste onrecht dat de wereld ooit heeft gedaan gedurende het hele menselijke bestaan vanaf Adam, was toen God Zijn Zoon gaf en de wereld Hem aan het kruis sloeg. En wat deed God? God gaf Zijn Zoon over aan Zijn vijanden. Als een bewijs: "Zoveel houd Ik van jullie. Al slaan jullie Mijn Zoon aan het kruis, Ik houd van jullie." Daarmee bewijst Hij dat geen vijandschap zo groot is of Zijn liefde overtreft deze altijd.⟨/p> ⟨p>Het feit dat de Zoon stierf voor deze wereld terwijl de wereld Hem aan het kruis sloeg... Christus stierf door de wereld, maar ook voor diezelfde wereld, en dat bewijst Gods liefde. Het ultieme bewijs is wel dat toen de wereld Hem aan het kruis sloeg, God Hem drie dagen later opwekte. Waarom? Om aan diezelfde wereld die Zijn Zoon aan het kruis sloeg het leven te geven. Het leven dat Hij op die derde dag aan het licht bracht. Zoals in Adam allen sterven, zo zullen in Christus allen worden levend gemaakt. Kijk, tegen een achtergrond van zoveel vijandschap schittert het echte licht van verzoening: God die vrede maakt. En Hij, zegt Paulus dan, plaatst in ons het woord van de verzoening. Wij zijn dus gezanten van Christus, ambassadeurs met een boodschap. Maar ik zie dat het inmiddels negen uur is, dus ik stel voor dat we vers 20 straks oppakken wanneer we even gepauzeerd hebben. Is dat goed?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3227" title="Speel af vanaf 53:47">▶ 53:47⟨/button> ⟨span>De Oproep: Word met God Verzoend⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Waar we mee afsloten, was de verzoening. Alles is uit God, en waar bestaat dat 'alles' in dit geval dan uit? Wel, dat Hij het is die door Christus ons met Zich verzoent. Dat is een tijdloos feit. Paulus zegt dan: Hij geeft ons de bediening van de verzoening, welke immers hierin bestaat dat God in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende was, door hun overtredingen niet toe te rekenen. Het ergste wat ze Hem ook hebben aangedaan, Hij rekent het niet toe. Dat bewees Hij door Christus drie dagen later op te wekken om aan diezelfde wereld die Zijn Zoon vermoord heeft, het leven te gaan geven.⟨/p> ⟨p>Hij plaatst in ons het woord van de verzoening en, zegt Paulus dan – en nu komen we waar we gebleven waren: "Wij zijn dus gezanten van Christus." Hier heb je meteen de brug naar Efeze 6, want daar schrijft Paulus: "Ik ben een gezant in ketenen." Het is hetzelfde woord. Daar ging het om het geheim van het Evangelie. Hier is hij een gezant van de verzoening, maar bij nader inzien is dat gewoon hetzelfde. Want dat is nu juist die bediening, dat woord dat aan hem is toevertrouwd: dat wat de wereld ook aan vijandschap bewijst – en dat was bijvoorbeeld bij uitstek toen Gods Zoon aan het kruis werd genageld, maar ook toen ze Zijn gezant in ketenen plaatsten, ook een daad van vijandschap – wat de reactie van de wereld ook is, hoe vijandig en vervreemd de boodschap ook is, die van verzoening van God verklaart vrede. Hij gaat de wereld met Zich verzoenen.⟨/p> ⟨p>Dat is ook alsof God door onze mond aanmoedigt. Ook hier heb je weer die 'mond'; het is iets wat verteld wordt. God moedigt ons aan, Hij vermaant ons niet. Dat laatste suggereert eigenlijk ook wel weer onbegrip. Het is aanmoedigen, parakaleo. Dat is eigenlijk oproepen of aanmoedigen. Parakaleo betekent heel letterlijk in zijn elementen: 'naastroepen'. Dat vind ik wel een mooie, want het doet mij meteen denken aan wat je doet bij bijvoorbeeld een wedstrijd, waarbij het publiek op de tribune of aan de zijlijn aanmoedigt. Dat is met recht een naastroepen. Je staat ernaast en je roept toe. De inhoud is in feite ondergeschikt, maar je moedigt aan. Dat is het idee. Alsof God door onze mond aanmoedigt in naam van Christus, die aan het kruis genageld werd en door God werd opgewekt, smeken wij u: "Wees met God verzoend" of "word verzoend".⟨/p> ⟨p>Kijk naar het soortgelijke gebruik van de termen 'word' of 'wees'. Er staat bijvoorbeeld in 1 Korinthe 16: "Wees mannelijk." Er staat eigenlijk: "Word mannelijk." Dat wil zeggen: sta in die positie, krachtig en ferm. In dit geval dus ook: "Wees verzoend." De boodschap is van Godswege: "Jullie worden verzoend." En de oproep is nu: erken die verzoening die God bewerkt. Erken dan dat God jou, of jullie, of de wereld met Zich verzoent. Dat is in feite een mededeling van een feit. God verzoent de wereld met Zich, en waarom vertellen we dit? Waarom is aan ons het woord van de verzoening gegeven? Nou, om het te vertellen! Om te vertellen dat God de wereld met Zich verzoent. En wat zal dan de reactie van de mens zijn? Dat is: geloof het! Hij verzoont de wereld met Zich, erken dat.⟨/p> ⟨p>Mensen zeggen dan vaak: "Ja, maar dan moet je je vijandschap laten varen." Maar dat is juist niet wat verzoening is. Want God verzoent. Dat is heel belangrijk: iedere keer als de term of het werkwoord verzoenen gebruikt wordt, is God de handelende persoon. De mens of het schepsel dat vervreemd of vijandig is, die ondergaat het. Die wordt verzoend; die wordt tot een liefhebber gemaakt. Die was een vijand en die wordt gemaakt tot een liefhebber.⟨/p> ⟨p>Het mooiste voorbeeld daarvan is ongetwijfeld wat je leest over de broers van Jozef. Dat is mijn beleving, maar het is een heel bekend voorbeeld. Wat gebeurde er ooit met de broers van Jozef? Die waren vijandig, ze hebben hun broer 'vermoord' tussen aanhalingstekens, in de put gegooid, ze hebben hem verworpen. Vervolgens komen ze – de geschiedenis is bekend, dus dat hoef ik niet breed uit te meten – uiteindelijk aan in Egypte en ze krijgen van degene die zij verworpen hebben, brood en leven. Wat kan er bij zo’n daad nog van vijandschap overblijven? Dat kan niet. Ze zagen hun broer aan voor iemand die arrogant was, ze namen hem van alles kwalijk, maar nu had Jozef bewezen: "Ik ben jullie broer, ik houd van jullie en sterker nog, jullie hebben mij hierheen gestuurd om jullie in het leven te houden." Dat is verzoening. Dan bewijs je je liefde, ongeacht de omstandigheden. Die broers hadden slechts vijandschap aan de dag gelegd en Jozef vraagt niks; hij geeft alleen. En dan smelt de vijandschap.⟨/p> ⟨p>Dat is ook wat Paulus in Romeinen 12 aan het slot zegt: "Als uw vijand honger heeft of dorst, geef hem te eten en te drinken." Zo zul je vurige, gloeiende kolen op zijn hoofd hopen. Het idee is dat iemand daardoor smelt. Dan kun je onmogelijk nog je vijandschap handhaven. Zo zie je: het is een daad van God dat Hij de vijandschap en de vervreemding die er kon zijn, tenietdoet. Daarom staat er ook – we zullen dat straks ook zien – dat het door de dood van Zijn Zoon is dat God ons met Zich verzoent. Want die dood van de Zoon bewijst hoeveel God van deze wereld houdt en dat die liefde niet kapot te krijgen is. De grootste vijandschap, het ergste wat ze ook maar konden doen – namelijk Zijn Zoon vermoorden – weerhield God er niet van om aan diezelfde wereld het leven te geven. Dat is verzoening.⟨/p> ⟨p>Het woord van de verzoening is niet een vraag, maar een boodschap: God verzoent de wereld met Zich, herken dat nou gewoon. Wees verzoend, word verzoend. In feite is het sowieso al gebeurd, maar de boodschap klinkt nu, opdat een mens dit zou herkennen. En daar moet ik trouwens nog iets bij zeggen: als hij het nu al herkent, dan betekent het dat het kwartje nu al gevallen is. Dat is ook Zijn werk, waarmee alleen maar wordt onderstreept dat het geheel Gods werk is. Alles is uit God. "Alsof God door onze mond aanmoedigt in naam van Christus, smeken wij u: wees met God verzoend." De zonden zijn inderdaad geen enkele verhindering voor Hem. Integendeel, het is juist... ja, dat vind ik trouwens ook wel mooi. Het idee is niet dat de mens aan God zou smeken; het is precies omgekeerd. De oproep is: God verzoent de wereld met Zich, en nu is er de smeekbede namens Christus. In naam van Christus, of eigenlijk staat er: "Wij smeken ten behoeve van Christus." Het maakt me eigenlijk niet zo gek veel uit, want het idee blijft hetzelfde. Ten behoeve van Christus smeken wij: erken dit nou. Niet als een voorwaarde, want – dit is heel interessant – dat 'word verzoend' is passief. De oproep is de erkenning; het aandeel van de mens tussen aanhalingstekens is de erkenning dat het de waarheid is. Maar de verzoening zelf is passief. Ook hierin: 'word verzoend', als je het puur grammaticaal bekijkt, is de mens daarin het leidend voorwerp. God handelt ook hierin; Hij verzoent. In mijn Bijbel staat: "Laat u met God verzoenen." Ja, daar zit toch weer de gedachte in dat jij iets moet toelaten. Maar dit is de erkenning van: je wordt verzoend.⟨/p> ⟨p>Dat wil zeggen: de erkenning, zoals in andere gevallen van "word" of "weest mannelijk". De oproep is om te zijn wat je bent of wat je zult zijn. Op zich heb ik niet eens zo gek veel moeite met de uitspraak "laat u verzoenen", want daarin klinkt wel iets door, namelijk dat de mens daarin passief is. Dat is waar: God verzoent namelijk.⟨/p> ⟨p>En de mens herkent het of niet, maar die erkenning staat los van de vraag of die verzoening gerealiseerd wordt, want dat is een feit. Want waarom is het een feit? God verzoent. En als je erover doordenkt, is het zelfs een dwaas idee om te zeggen dat vijandschap een verhindering zou zijn om verzoend te worden. Want het is namelijk geen verhindering; het is juist een voorwaarde om verzoend te zijn, om verzoend te kunnen worden.⟨/p> ⟨p>Dus als je zegt: "Ja, maar als je je vijandschap niet opgeeft, dan kun je niet verzoend worden", dan mis je de kern. Dat is nu juist wat die verzoening betekent. Ik weet niet hoe ik het duidelijk moet maken, maar: erken dat.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3954" title="Speel af vanaf 01:05:54">▶ 01:05:54⟨/button> ⟨span>Het Kruis Bewijst Gods Onvoorwaardelijke Liefde⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hem die geen zonde gekend heeft — of kende, ook hier weer heb ik het expres eventjes zo geformuleerd — hem die geen zonde kende, volmaakt was hij. Hij deed geen zonde, hij kende de zonde niet. Hem heeft God voor ons tot zonde gemaakt. Eigenlijk staat hier hetzelfde woord als wat ook wordt weergegeven met een zondoffer. God heeft Christus overgegeven om hem als misdadiger ter dood te laten brengen; dat is het idee. God heeft zijn Zoon overgegeven aan een vijandige wereld en wat hebben ze met hem gedaan? Aan het kruis genageld. Maar juist dat is de route waardoor God zijn liefde bewijst en ook verzoening bewerkt.⟨/p> ⟨p>Ik zou niet weten hoe Gods onvoorwaardelijke liefde beter bewezen kan worden dan juist in het feit dat hij zijn Zoon opwekte uit de doden voor die wereld die zijn Zoon aan het kruis hielp. Dat betekent dus: wat kan de wereld nog meer doen om haar vijandschap te bewijzen? En God zegt, net als in die geschiedenis van Jozef: het is het leven. Hij geeft leven tegen de meest duistere achtergrond. Hij heeft hem voor ons tot zonde gemaakt — dat spreekt over het kruis van Golgotha — opdat wij zouden worden: rechtvaardigheid Gods in hem. En dat spreekt natuurlijk over wat er plaatsvond op die derde dag.⟨/p> ⟨p>Dat zie je trouwens ook in Romeinen 4, daar vind je een soortgelijke gedachte. Het gaat over Christus Jezus, die werd overgeleverd vanwege onze overtredingen. Ik moet het er dan toch even bij vermelden, want zeker als je in die theologie opgevoed en gepakt en gemazeld bent, dan is het altijd het idee dat Christus overgeleverd moest worden zodat hij de straf op onze zonden zou dragen. Dat zijn formuleringen waar je van jongs af aan mee groot bent geworden, maar het staat er niet. Hij droeg de straf, maar niet de straf die God hem gaf, maar de straf die mensen over hem hebben uitgesproken. Die heeft hij gedragen. Als een lam werd hij ter slachting geleid, als een schaap dat stom is voor zijn scheerder. Zo was het. Hij werd overgeleverd vanwege onze overtreding. In feite was zijn overlevering en zijn sterven een overtreding, het meest schandalige wat de mensheid ooit heeft kunnen doen. En zo is hij overgeleverd. Onze overtredingen brachten Christus aan het kruis en het was God die hem deed opstaan.⟨/p> ⟨p>Ik heb nog niet zo heel lang geleden in Epe gesproken over het boek Handelingen, waarin je iedere keer dat refrein ziet: jullie hebben hem aan het kruis genageld, maar God heeft hem opgewekt. Precies hetzelfde verhaal loopt volmaakt parallel met de geschiedenis van Jozef. Zijn broers hebben hem verworpen en in de put gegooid, maar God heeft hem juist daardoor daar gebracht en geeft jullie het leven. God deed hem opstaan uit de doden. In Romeinen 5, het hoofdstuk waarin staat dat niet licht iemand zal sterven voor een rechtvaardige, bewijst God zijn liefde doordat Christus voor ons stierf toen wij nog zondaren waren. Vers 10 spreekt over vijanden. Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend werden... Wie worden verzoend? Vijanden. En wat betekent het dat een vijand verzoend wordt? Dat hij geen vijand meer is. Maar ook hier zie je weer: toen wij werden verzoend, verzoenden wij niet onszelf, maar wij wérden verzoend.⟨/p> ⟨p>God is de handelende partij, grammaticaal correct gezegd: God is de actieve persoon. Hij verzoent. Paulus zegt dat wij met God verzoend werden toen wij nog zondaren waren. Hoe deed hij dat? Dat is het middel waardoor hij dat doet: door de dood van zijn Zoon. Want de dood van zijn Zoon bewijst zijn onvoorwaardelijke liefde, en dat maakt onze vijandschap en vervreemding onmogelijk. Dat verdwijnt op het moment dat je je realiseert: God houdt onvoorwaardelijk van mij en van deze wereld. Zie je hoe afzichtelijk de gedachte eigenlijk wordt dat God verzoend moest worden en dat hij eerst zijn storm van toorn moest uitstorten over de Zoon om te kunnen vergeven? Het is een afschuwelijke karikatuur, want het is precies omgekeerd. De wereld was vijandig en God laat zijn Zoon sterven om juist daardoor zijn onvoorwaardelijke liefde te bewijzen. Dat besef maakt een einde aan elke vijandschap.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt dan in vers 11: als wij reeds verzoend werden door de dood van zijn Zoon, veel meer zullen wij, nu wij verzoend worden — of eigenlijk 'verzoend wordende' — behouden of gered worden doordat hij leeft. Als de dood van Gods Zoon ons al vermag te verzoenen, dat wil zeggen: in staat is om van vijanden liefhebbers te maken, wat zal zijn leven dan niet nog veel meer betekenen? De dood van zijn Zoon heeft al zo'n enorme impact.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4428" title="Speel af vanaf 01:13:48">▶ 01:13:48⟨/button> ⟨span>De Verzoening van de Wereld Tijdens Israëls Verwerping⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Romeinen 11, we hadden het al eerder even over dat Bijbelgedeelte, nu moet ik het dan alsnog even noemen en dat gaat natuurlijk ook. Het is trouwens al eerder in deze serie, ook van dit seizoen, aan de orde geweest. Romeinen 11, Romeinen 16. Maar toen kwam het via een andere route aan de orde. Paulus heeft het er dan over. Hij zegt: juist omdat ik apostel van de natieën ben en door hun val – dat wil zeggen door hun verwerping van het evangelie – is het heil naar de natieën gegaan. En daar is Paulus juist het kanaal voor, bij uitstek de apostel van de natieën.⟨/p> ⟨p>En dan zegt hij in vers 15: "want indien hun verwerping..." Wat op een tamelijk dubbelzinnige manier geformuleerd is, want hun verwerping kan twee dingen betekenen en beide kloppen. Namelijk: zij verwerpen de Zoon en daardoor zijn zij terzijde gesteld. Of dat echt een verwerping door God is, weet ik eigenlijk niet, maar in ieder geval: zij verwerpen de Messias, dat is in ieder geval waar. Maar als dat het loutere feit is dat Israël een vijand is van het evangelie – dat is bewezen in het boek Handelingen. Het gaat hier trouwens niet over het feit dat zij Jezus aan het kruis hebben genageld, maar om het feit dat zij de opgestane Christus en die boodschap hebben afgewezen. Nou, dat is hun verwerping.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt dan: indien hun verwerping de verzoening der wereld is... En nou ja, hier heb je het dus weer: God verzoent de wereld. En die boodschap komt via Paulus, de apostel van de natieën, daar terecht en hij is het kanaal. Hij is degene die als een gezant van Godswege deze boodschap proclameert. God verkondigt vrede, God verzoent de wereld. Uitroepteken, erken dat! Dit wordt gesproken en let op: de verzoening der wereld. Ja, dat is gewoon de kosmos hè? God verzoent de kosmos. Hij verzoent heel de wereld.⟨/p> ⟨p>Sommige mensen zeggen: "Ja maar...", die uitleg heb ik ook wel gehoord, "dit gaat over de wereld, over de kosmos als de niet-vijandige wereld. Dan gaat het over het loutere feit dat God de schepping weer recht zal zetten, maar de vijanden, degenen die verstokt en vervreemd zijn van God, ja, die hebben daaraan geen deel." Het is precies omgekeerd! Want verzoend kun je alleen worden als je vervreemd en vijandig bent. Een berg en een rots, een meer en de zee, die zijn niet van God vervreemd. Maar schepselen hierboven, die zijn van God vervreemd. En de boodschap is: God verzoent de wereld.⟨/p> ⟨p>Dat is die gehate, ketterse boodschap van de alverzoening. Maar ik moet u zeggen: ik ben de hemel dankbaar dat het de waarheid is. In deze tijd waarin Israël uiteindelijk terzijde staat, mag het woord klinken. God houdt onvoorwaardelijk van elk schepsel en hoe vijandig jij ook bent en hoezeer je Hem ook verwerpt, Hij laat nooit varen het werk van Zijn handen. En hoeveel Hij van deze wereld houdt, kijk naar het kruis van Golgotha. Daar heeft Hij bewezen dat niets Zijn liefde kan verminderen. Niets! En Hij brengt alles tot Zijn doel, op Zijn tijd. Ja, dat is de boodschap. En dat is de boodschap in de tijd van Israëls verwerping; dan klinkt dit woord.⟨/p> ⟨p>Nou, wat zal het dan zijn, zegt Paulus, als hun verwerping nu al zoiets geweldigs betekent? Wat er nu gebracht wordt, het woord van de verzoening onder de natieën... wat zal dan hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden? Ja, maar dan zijn we inmiddels bij de derde dag aangekomen, als u begrijpt wat ik bedoel. Want dat is wat er met Israël zal gebeuren. Israël zal opstaan uit de doden ten derde dage. En daarmee is natuurlijk ook aangegeven dat wij nu aan het einde van twee dagen zijn. Deze boodschap klinkt nu nog. Nou, straks wordt het verhaal anders. Dan gaat de boodschap van het Koninkrijk klinken, namelijk dat het daadwerkelijk hier zal gaan baanbreken via Israël. Ja, in de tijd van Israëls verwerping is de boodschap nu de verzoening van de wereld. Dan heb ik nog één tekst, die wil ik dan toch in ieder geval even genoemd hebben.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4766" title="Speel af vanaf 01:19:26">▶ 01:19:26⟨/button> ⟨span>Het Al met Zich Verzoenen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ja, dat is in dit verband natuurlijk onvermijdelijk als we het dan toch hebben over de verzoening. Ik ben niet compleet in het lijstje van de voorkomens waarin sprake is van verzoenen en verzoening, maar in Kolosse 1 val ik ook hier midden in de zin. Het gaat dan over de Heer Jezus Christus, de Zoon van Gods liefde. Door Hem maakt Hij vrede door het bloed van Zijn kruis. Ook hier heb ik weer expres een horizontaal streepje toegevoegd; het is niet 'vrede gemaakt hebbende', alsof die vrede al compleet zou zijn. Nee, Hij máákt vrede. Dat is een tijdloos feit, ongeacht wanneer. Hoe dan wel? Wel, door Hem, de Heere Jezus Christus. En hoe meer specifiek? Door het bloed van het kruis. Het kruis is het middel waardoor God vijanden tot liefhebbers maakt, want het kruis bewijst namelijk Gods liefde, Zijn allesovertreffende liefde.⟨/p> ⟨p>Zo maakt God door de Heer Jezus Christus, en meer speciaal door het bloed van Zijn kruis, vrede. Dat is een feit, maar het is nog niet overal gerealiseerd. Daarom klopt het ook niet om te zeggen 'vrede gemaakt hebbende', alsof het al gerealiseerd en voltooid is. Nee, de vrede en die totale verzoening waarvan hier sprake is, zijn pas gerealiseerd wanneer er geen creatuur waar dan ook nog vijandig of vervreemd is. Want daarover gaat het: God maakt vrede door het bloed van Zijn kruis om het al weer met Zich te verzoenen. Dat 'weer' parkeer ik hier even, want dat is nog een verhaal apart, maar het gaat hier echt over de meest ultieme uitwerking van verzoening. Het is niet ⟨em>katallasso⟨/em>, maar ⟨em>apokatallasso⟨/em>. Dat betekent een totale uitverzoening, waarin de verzoening compleet afgemaakt wordt: horizontaal, verticaal en — let op — ook hier weer 'het al'. Gewoon ⟨em>ta panta⟨/em>. Wat verzoent God? Wel, het al. Alles wat er maar verzoend kan worden, wat vijandig of vervreemd is, dat zal Hij verzoenen. En hoe doet Hij dat? Wel, door het bloed van het kruis.⟨/p> ⟨p>Dat is het middel waardoor God vrede maakt, oftewel verzoening tot stand brengt. Creaturen die niets van Hem moesten hebben, maakt Hij tot liefhebbers van Hem. Dat is echte vrede. Het is dus niet met een pistool op de borst van: 'En nu erkennen!'. Nee, echt vrede. Hem onder dwang moeten erkennen, dan is er geen vrede. Integendeel, het kan de onvrede alleen maar doen toenemen als je iets móét en niet anders kunt. Nee, van harte erkennen: 'U bent werkelijk wat U zegt te zijn: Liefde. U laat niet varen het werk van Uw handen.' En zo verzoent Hij het al, alles. Zo groot is de impact van het kruis van Golgotha.⟨/p> ⟨p>Ook hier zie je trouwens weer dat God door Hem — Christus is het middel en het kruis van Golgotha de weg — het al met Zich verzoent. Ik val misschien een beetje in herhaling, maar ik maak daarmee des te sterker mijn punt: God is degene die deze verzoening tot stand brengt. Hoe groot is die impact en wat is de reikwijdte daarvan? Het al kan het ook niet helpen. En als men zegt dat dit ketterij is, dan bevind ik me graag in dit gezelschap: het al weer met Zich te verzoenen. Ook hier weer dus: niet God verzoent Zich met de wereld, maar Hij verzoent de wereld, het al, met Zich door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. Dus ook die creaturen die in de hemelen zijn en die vijandig zijn, die verzoent Hij met Zich. Universeel, all-inclusive.⟨/p> ⟨p>Filippenzen 2 moet ik in dit verband ook even noemen. In feite is dat nog completer, want daar worden ook de onderaardsen genoemd. Allen die ooit op de aarde waren of zijn, of die in de hemel zijn, maar ook de onderaardsen, die zullen van harte erkennen: 'Jezus is Heer', tot eer van God de Vader. Dat is verzoening. Dat die verzoening inderdaad gaat over vervreemden en vijandigen, staat ook in vers 21: 'Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weer verzoend.' De tegenstelling is: God verzoent heel de schepping, het al, met Zich. Dat doet Hij, en thans zijn de gelovigen daarin de eerstelingen; wij zijn thans reeds verzoend met Hem.⟨/p> ⟨p>Niet langer vijandig zijn betekent dat verzoenen echt een existentieel gebeuren is. Je was een vijand, je was vervreemd, maar als je verzoend bent, dan ben je niet langer meer vijandig. Niet langer meer vreemd, maar dan ben je een liefhebber en herkenner van Hem. En wie doet dat? Dat doet Hij. En hoe doet Hij dat? Door het bloed van het kruis van Christus, de Zoon van Gods liefde. Dat is het geheim van het evangelie. Paulus zegt: 'Ik ben daarvan een gezant.' Zetten ze hem in een keten vast omdat men er niets van moet hebben, de boodschap blijft ongewijzigd en onvoorwaardelijk. Wat een geweldig geheim van het evangelie. Ik vind het heerlijk om zo dit seizoen hiermee af te sluiten. We hebben natuurlijk van alle kanten het woordconcept van 'het geheim' belicht, maar als u het mij vraagt, is dit misschien wel een van de allermooiste: Gods liefde die door alles heen schittert en die ook alles overtreft. Zullen we het daarbij laten voor vanavond en voor dit seizoen?⟨/p>