⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie op de Vier Koninkrijken over Babel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij gaan ons vanavond voor de achtste keer bezighouden met de beide hoofdstukken in Daniël, namelijk Daniël 2 en Daniël 7. In de maand september zijn we daarmee begonnen en zo hebben we elke maand een passage uit die beide hoofdstukken besproken. Dat gaat over de vier koninkrijken die elkaar zouden opvolgen en die uiteindelijk zouden eindigen in dat vijfde koninkrijk. En dat is de definitieve versie van wat God voor ogen staat.⟨/p> ⟨p>We hebben beide hoofdstukken inmiddels vers voor vers besproken en ik ben blij dat we toch nog twee avonden hebben die resteren, zodat we ook nog wat aanverwante thema's kunnen bespreken. Ik denk namelijk dat er een paar onderwerpen zijn die beslist nog aan de orde moeten komen om een totaalplaatje van dit thema te kunnen krijgen. Er zouden eigenlijk nog wel drie of vier avonden aan gekoppeld moeten worden, maar we hebben er in ieder geval nog twee. We hebben dus vanavond nog en over een maand is dan de laatste avond voor dit seizoen.⟨/p> ⟨p>U ziet het als ondertitel staan: ik heb in dit geval geen schriftpassage meer vermeld, omdat we beide hoofdstukken al hebben besproken en we vanavond diverse Bijbelgedeelten zullen bezien. Het gaat over 'zionisme in ongeloof'. Dat moet natuurlijk toegelicht worden. Laten we eerst nog eventjes, al was het maar voor degenen die hier nog niet eerder zijn geweest, kort samenvatten wat die vier koninkrijken ook alweer waren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="124" title="Speel af vanaf 02:04">▶ 02:04⟨/button> ⟨span>Samenvatting van het Babylonische, Medo-perzische en Griekse Rijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In Daniël 2 zien we het statenbeeld en in Daniël 7 worden vier dieren bezien. In beide gevallen zijn dat dezelfde koninkrijken; zo worden ze ook genoemd. Ik moet er wel bij zeggen dat het niet zomaar een herhaling van zetten is, want de perspectieven van waaruit beide hoofdstukken worden bezien zijn heel verschillend.⟨/p> ⟨p>Dat eerste koninkrijk is nogal simpel, want daarvan wordt in Daniël 2 heel uitdrukkelijk gezegd dat het het koninkrijk van Nebukadnezar zelf is. In Daniël 2 wordt een droom beschreven die Nebukadnezar ooit heeft gehad; dat is de eerste droom waar het eigenlijk over gaat. Die wordt uitgelegd door een nog jonge Daniël. In Daniël 7 daarentegen is Daniël inmiddels hoogbejaard – ik vermoed zelfs al in de negentig. Dan krijgt hij ook vier koninkrijken te zien, maar dan ziet hij ze als wilde beesten.⟨/p> ⟨p>In Daniël 2 wordt inderdaad tegen Nebukadnezar gezegd: "U bent dat gouden hoofd." Dat statenbeeld wordt gezien als een opeenvolging van verschillende rijken en die worden voorgesteld als metalen in een afnemende reeks. Het begint bij het hoofd van goud, zoals het eerste koninkrijk in Daniël 7 een leeuw wordt genoemd. Het is een wat merkwaardig fenomeen, want die leeuw heeft vleugels, maar het koninkrijk wordt vergeleken met een leeuw; zo staat het er gewoon. Dat kan allemaal in dromen en visioenen natuurlijk.⟨/p> ⟨p>Dat gouden hoofd wordt beschreven in Daniël 2, vers 32, 37 en 38, en in hoofdstuk 7, vers 4. Ik moet er ook nog even bij vermelden dat de eerste drie dieren, die dus opeenvolgende koninkrijken voorstellen, in Daniël 7 niet direct worden uitgelegd. Ze worden wel benoemd en uitgelegd in Daniël 2, maar niet in Daniël 7. Vandaar dat in Daniël 7 vers 4 die leeuw alleen wordt beschreven zonder een toelichting daarop.⟨/p> ⟨p>Vervolgens krijg je het tweede koninkrijk: de borst en beide armen. Dat is een zilveren borststuk en dat is het Medo-Perzische Rijk, het rijk dat trouwens ook bij name genoemd wordt in hoofdstuk 8 vers 20. Dat valt buiten dit visioen, maar daar wordt al gezegd dat het koninkrijk dat zou volgen op dat van Nebukadnezar het koninkrijk van de Meden en de Perzen zou zijn. Het is in waarde qua materiaal inferieur aan het eerste, maar niettemin nog steeds zilver. In Daniël 7 wordt dat tweede koninkrijk voorgesteld als een beer, ook daar alleen met een hele korte beschrijving. Er worden wat eigenaardigheden gegeven, maar die worden niet toegelicht. Kennelijk wordt de lezer geacht te weten waar het over gaat, omdat dat elders al aan de orde was geweest.⟨/p> ⟨p>Na het Babylonische koninkrijk van Nebukadnezar en het Medo-Perzische Rijk krijg je vervolgens de buik en de lendenen van koper. Weer een stapje lager, niet alleen omdat de lendenen nu eenmaal lager zijn dan de borst, maar ook lager qua kwaliteit van het metaal. Dat wordt in hoofdstuk 2 vers 32 en vers 39 kort aangestipt. Iedere keer gaat het over koninkrijken over Babel. U moet zich realiseren dat Nebukadnezar zich zorgen maakte over hoe het na hem zou gaan; dat was de directe aanleiding voor de droom. Hij had Babel tot een geweldige stad gemaakt. Daar hebben we zelfs nog een heel hoofdstuk over in Daniël 5, waarin hij de stad ziet en zegt: "Zie het Babel dat ik heb gebouwd."⟨/p> ⟨p>Sommige mensen zeggen dat hij daarna gek werd, maar eigenlijk is het zo vanuit Bijbels perspectief: hij was gek door zijn hoogmoed en daarom liet God hem een toontje lager zingen en werd hij als een beest. Zeven tijden lang was hij zo, zoals al was voorzegd, en daarna werd hij weer hersteld in zijn koningschap. Dan geeft hij God ook daadwerkelijk de eer. Maar goed, hij stelde zich dus de vraag hoe het na hem zou gaan. Hij had Babel gebouwd, die geweldige stad, en hoe zou het dan in het vervolg gaan?⟨/p> ⟨p>Na hem kreeg je het Medo-Perzische Rijk, waarin Babel al veel minder in waarde was; het was zelfs niet eens meer de hoofdstad. Toen kreeg je het Grieks-Macedonische koninkrijk. Dat was alleen in het laatste stadium de hoofdstad van het rijk van Alexander de Grote. Toen hij Babel veroverd had, verhief hij het meteen tot de hoofdstad van zijn rijk. Kort daarna is hij, jong als hij was – slechts 33 jaar – aan een griepje overleden. In no-time had hij een wereldrijk gevormd met Babel als hoofdstad. Daarna is Babel eigenlijk gewoon in de vergetelheid geraakt. Het is nooit verwoest geweest, dat moet ik er ook bij zeggen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="558" title="Speel af vanaf 09:18">▶ 09:18⟨/button> ⟨span>Babel Is in het Verleden Nooit in Één Keer Verwoest⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het is opmerkelijk en ook van belang om erop te wijzen dat er nogal wat passages in de Bijbel zijn die spreken over een verwoesting in één keer van de stad Babel. Dat vind je in Jesaja, het wordt ook beschreven in het slot van Jeremia en met name dan in het boek Openbaring, waar zelfs gezegd wordt dat Babylon in één uur verwoest zal worden en compleet zal verdwijnen.⟨/p> ⟨p>Die profetie is nooit vervuld. Babylon is nooit verwoest. Babel of Babylon, dat is hetzelfde; de ene is de Hebreeuwse naam en de andere de Griekse. Maar die stad Babylon, die stad tussen beide rivieren, de Eufraat en de Tigris, is ontmanteld, is in waarde verminderd en op een gegeven ogenblik stelde het weinig meer voor. Maar zelfs in de dagen van het Nieuwe Testament was het nog steeds een plaats die bewoond werd. We weten bijvoorbeeld dat de eerste Petrusbrief is geschreven aan hen die in Babylon waren. Dus het was ook toen nog steeds een plaats waar Joden hun synagoges hadden.⟨/p> ⟨p>Om kort en goed: Babylon is dus nooit verwoest geweest. Alleen in waarde werd het steeds minder en tot op de dag van vandaag is dat eigenlijk aan de orde. Tegenwoordig is Babel een provinciestad met nog altijd een kleine half miljoen inwoners. Het heet tegenwoordig Hilla, maar veel meer dan dat is het niet.⟨/p> ⟨p>De Bijbel zegt echter dat er nog een vierde koninkrijk komt dat ook over Babel zal gaan. Nu heb je dus drie koninkrijken waarin Babel een grote rol speelde, maar afnemend in heerlijkheid. Vlak voorafgaand aan het Messiaanse Rijk zal er weer een rijk zijn waarin Babel een grote rol zal spelen. Dat moet dus nog komen, automatisch. Als we vaststellen dat er drie van die rijken zijn geweest en als we ook vaststellen dat vlak voor het aanbreken van het Messiaanse Rijk er ook weer zo'n stad zal zijn, dan betekent dat dus dat die stad alsnog weer, some way, somehow, die plaats en die rol gaat innemen. Dat is dus wat we nog gaan verwachten.⟨/p> ⟨p>Ik zei al dat het derde rijk slechts in één vers wordt beschreven, ook in Daniël 7, als een panter. Dus je hebt een leeuw, een beer en een panter. En dan krijg je dat merkwaardige, dat verschrikkelijke, dat van alles verschillende vierde koninkrijk waarvan de benen van ijzer zijn en de voeten ook van ijzer, maar dan vermengd met leem. Met pottenbakkersleem, lees je dan in de beschrijving.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="754" title="Speel af vanaf 12:34">▶ 12:34⟨/button> ⟨span>De Prominente Positie van het Vierde Koninkrijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Van dat vierde koninkrijk neemt het het leeuwendeel — dat is een aardige woordspeling in dit verband — het neemt het leeuwendeel in beide hoofdstukken voor zijn rekening. Want kijk het maar na: je ziet het hier in hoofdstuk 2 vers 33, waar het wordt beschreven, gewoon als droom. En vervolgens wordt in de verzen 40, 41, 42, 43 en 44 uitgelegd en toegelicht hoe dat zit met dat vierde koninkrijk. Wat allemaal ontbreekt bij de beschrijving van de eerste drie koninkrijken, zowel in Daniël 2 als in Daniël 7, dat wordt juist in verband met het vierde koninkrijk beschreven. Dat vierde koninkrijk heeft een hele speciale plaats.⟨/p> ⟨p>Dat zie je dan helemaal sterk in het zevende hoofdstuk. Daar wordt het in vers 7 en 8 beschreven en vervolgens nog eens in de verzen 19 tot en met 26. Dus in een groot aantal verzen wordt dat beest uitgebreid beschreven. En de eigenaardigheid is — u ziet hier een plaatje en u vraagt zich af wat voor beest dat is — ik weet het niet. Ik zat even te zoeken op internet omdat ik iets visueels wilde hebben in verband met de reeks. Kijk, bij een leeuw, een beer en een luipaard is dat niet zo moeilijk, maar hoe moet ik dát beest dan uitbeelden? Ik had Art even kunnen raadplegen, maar de visualisatie wijkt nogal wat af. Het beest wordt namelijk niet benoemd. Er wordt niet gezegd dat het gelijk was aan dit of dat; het was een verschrikkelijk beest, niet om aan te zien. En die tien horens, dat wordt er wel bij gezegd. Uit die tien horens komt weer een elfde op en die elfde blijkt de hoofdrol te gaan spelen. Die spreekt grote woorden en in dat verband wordt ook gesproken over tijd, tijden en een halve tijd; de drieënhalf jaar dat hij een schrikbewind zal voeren. Hij zal de heiligen van de Allerhoogste zelfs overwinnen.⟨/p> ⟨p>Dit zijn dus die vier koninkrijken. Dat vierde koninkrijk is in ieder geval wat de laatste fase betreft nog steeds toekomstig. Die eerste fase is interessant, maar daar wil ik het juist uitgebreider over hebben. In die laatste fase zal er een rijk zijn waaruit tien koningen voortkomen. Dat zal ineens ook het karakter van het koninkrijk veranderen. Want het zal nog steeds ijzer zijn, maar ook leem — vermengd met kleiachtig leem. Dat is een mengsel dat niet werkt en dat is nu juist ook de hele gedachte. Er staat ook: het zal hard zijn, maar ten dele ook broos. Dus terwijl het in de eerste fase hard is als ijzer, zal het in de tweede fase — dat bondgenootschap van die tien koningen — inmiddels niet alleen maar hard zijn, maar het wordt ook verzwakt.⟨/p> ⟨p>De reden daarvoor heb ik eigenlijk al genoemd. Waarom? Omdat er staat dat er een verdrag plaatsvindt, een contract met zoveel anderen. En dan weet je wel hoe dat gaat, want dan heb je heel veel kapiteins op het schip. En bovendien, dat niet alleen: het zijn twee wezensvreemde elementen die het weliswaar met elkaar doen, om het zo te zeggen, maar het werkt niet. Het past niet.⟨/p> ⟨p>Dat wat betreft die vier koninkrijken over Babel. Drie hebben we er gehad. Die vierde is in ieder geval in de laatste fase nog steeds toekomstig. Laten we daar nog eens wat meer over zeggen. Dat vierde koninkrijk krijgt verder de meeste aandacht. Waarom? Het is in ieder geval het laatste koninkrijk dat voorafgaat aan het definitieve Koninkrijk, namelijk dat van God. Het is het koninkrijk dat gegeven zal worden aan het volk van de heiligen van de hoge plaatsen. Dat betekent gewoon: aan het volk van Israël. Zij zijn dat koninkrijk van priesters die van Godswege al duizenden jaren tevoren zijn bestemd om via dat koninklijk priesterschap de hele wereld te voorzien en te zegenen. Het wordt een zegenkanaal voor alle natiën. En dit vierde koninkrijk is het laatste koninkrijk dat daaraan voorafgaat.⟨/p> ⟨p>Je leest ook in Daniël 2 over die steen — ik ga er nu even vanuit dat u nog weet waar het over gaat. Die steen die van de berg rolt en het beeld treft, raakt het bij de voeten. Weliswaar is dat het einde van het hele beeld, dat wordt ook gezegd, maar het wordt getroffen bij de voeten en de tenen. Dat wil zeggen: in de tijd van die tien koningen. Het is heel opvallend, want je hebt aan de ene kant dat beeld met die voeten met tien tenen (tien betekent trouwens ook 'teen' in het Engels), maar ook dat vierde dier heeft tien horens. Er wordt ook heel uitdrukkelijk bij gezegd dat dit de tien koningen zijn, zodat de verwantschap voor het oprapen ligt. Het beeld wordt getroffen, en er staat in Daniël 2 bij dat in de dagen van die tien koningen dat koninkrijk vernietigd zal worden door die steen die zonder toedoen van mensenhanden van bovenaf komt. Dan weet je meteen dat het van Godswege is. Het beeld wordt geraakt, dus aan al die wereldrijken, aan al die Babelse rijken komt een eind. Hoe en wanneer? In de tijd van die tien koningen, in die laatste fase dus. Vandaar ook, omdat dat eigenlijk het grote transitiemoment is: de overgang van de koninkrijken van deze wereld naar het Koninkrijk van God.⟨/p> ⟨p>Het vierde rijk markeert dat. Het is de laatste, en dat is een van de twee redenen waarom het die prominente aandacht krijgt. Het verschilt ook qua aard van de voorgaande koninkrijken. In de laatste fase — in de eerste fase trouwens ook al — is het het absolute godsdienstige dieptepunt. Ga maar na, daar hebben we het de voorgaande keer over gehad, dus dat hoef ik niet uitgebreid meer toe te lichten. Bij die tien koningen is er een bondgenootschap en dan lees je dat er een elfde koning opkomt die woorden spreekt tegen de Allerhoogste. Hij zal het volk van de Allerhoogste verdrukken en hen zelfs overwinnen, staat er. Hij zal tijden en wet veranderen en het vooral opnemen tegen de Allerhoogste en Zijn volk. Vandaar ook dat het een vreselijk beest is; het wordt niet eens meer vergeleken met een leeuw, een beer of een panter. Nee, het is gewoon een vreselijk dier dat niet te benoemen valt. Het is het absolute godsdienstige dieptepunt. Vlak voordat het hier op aarde werkelijk goed gaat worden en God Zijn Koninkrijk gaat vestigen, is er in de wereldhistorie — zeker godsdienstig gezien, maar eigenlijk in alle opzichten — sprake van een dieptepunt. Het is dan zo duister, en het is eigenlijk zoals het spreekwoord zegt: als de nood het hoogst is, dan is de redding nabij.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1309" title="Speel af vanaf 21:49">▶ 21:49⟨/button> ⟨span>Het Superieure en Ijzeren Karakter van het Vierde Rijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het vierde koninkrijk verschilt van alle voorgaande koninkrijken en is daarin echt superieur aan alles wat eraan voorafgegaan is. Het is militair, vermalend en verpletterend. Dat is wat in zowel Daniël 2 als in Daniël 7 benadrukt wordt. Ga maar na: in Daniël 2 lezen we dat het vierde koninkrijk hard zal zijn als ijzer. Juist zoals ijzer alles verbrijzelt en vermorzelt. Zo weten we meteen waarom het inderdaad ijzer genoemd werd: het verbrijzelt, het vermorzelt en het zal hard zijn.⟨/p> ⟨p>In Daniël 7 zien we dat vierde dier ook weer terug. Daniël wilde de ware zin weten van het vierde dier, dat verschilde van al de andere. Dit vierde koninkrijk is natuurlijk de vierde in de reeks, maar aan de andere kant is het niet te vergelijken met de rest. Het is in allerlei opzichten superieur — of extreem het slechtste, het is maar net hoe je het bekijkt — maar in ieder geval verschilt het in alles, vooral als het gaat om het verbrijzelende en vermalende karakter van dat rijk. Je hebt het Babylonische rijk gehad, het Medo-Perzische rijk en het Griekse rijk. Allemaal hebben ze militair natuurlijk veel betekend, maar dat vierde koninkrijk laat al die andere koninkrijken ver achter zich in vernietigend vermogen.⟨/p> ⟨p>Hoort u mij praten? Ik hoor het mezelf nu zeggen en dit is zo evident. Louter even los van de hele identificatie hiervan, maar er is nooit een tijd geweest waarin de mens zozeer in staat is om allesvernietigend bezig te zijn als juist in deze dagen. De afgelopen eeuw is exponentieel geweest als het gaat om het vernietigend vermogen dat legers in het algemeen hebben. Dan denk ik nog niet eens aan het meest vernietigende, namelijk een kernwapen, maar zelfs alle varianten die daaraan voorafgaan zijn zo destructief dat we dat voorheen nooit hebben gekend. Daarmee doe ik niets af aan het militaire karakter van die andere rijken, maar moet je nagaan hoe dat vierde koninkrijk is.⟨/p> ⟨p>Daniël wilde de ware zin weten van het vierde dier, dat van alle andere verschilde en buitengewoon vreselijk was, met zijn ijzeren tanden. IJzer is heel erg kenmerkend voor dat vierde koninkrijk. In oktober was dat eigenlijk al het geval, maar denk ook aan afgelopen weekend met de aanval van Iran op Israël. Wat hoorde je iedere keer? Wat was zo geweldig? Wat was het militaire neusje van de zalm? De Iron Dome, inderdaad. We hebben het er nog over, maar ijzer in het algemeen is typerend. Er wordt hier trouwens gezegd: "met ijzeren tanden". Wij spreken ook wel over "tot de tanden toe bewapend zijn". Nou, dat is dit vierde koninkrijk: het is tot de tanden bewapend en buitengewoon vreselijk.⟨/p> ⟨p>Er wordt ook gesproken over koperen klauwen. Een vorige keer heb ik daar iets over gezegd, maar het wordt verder niet verklaard. Heeft dat koper dan toch een bepaald Grieks element? Ik weet het niet. Ik overwoog het, maar terwijl ik het zeg, streep ik het eigenlijk ook weer weg. Het zou kunnen, maar misschien heeft het verder niets te betekenen. Ik weet daar dus niets zinnigs over te zeggen, ik wijs alleen op het fenomeen. Maar er staat bij: met zijn ijzeren tanden, en het at en het vermaalde. Dat is dat vernietigende; het vreet met een enorme gretigheid. Het vreten is eigenlijk "ver-eten". Als je het heel snel zegt, dan zeg je gewoon "gevreten", je "vereet" het. Nou, dat is wat dit rijk doet: het at, vermaalde en wat er dan nog overblijft, vertrad het met zijn poten. Er bleef niets heel bij dat vierde koninkrijk met zijn ijzerharde kenmerken. Zo wordt dat vierde koninkrijk beschreven. In de laatste fase is het ook nog steeds ijzer, maar dan vermengd met leem. In de eerste fase is het echter vooral ijzer. Ik wil nog even iets zeggen over dat vierde koninkrijk.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1640" title="Speel af vanaf 27:20">▶ 27:20⟨/button> ⟨span>Twee Perspectieven: Politieke Macht Versus Godsdienstig Dieptepunt⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het wordt eigenlijk vanuit twee verschillende perspectieven beschreven. In Daniël 2 heb je het politieke perspectief. Dit is eigenlijk een beetje herhaling, want ik heb dit al eens eerder opgemerkt, maar het is toch goed om het verschil weer even op een rijtje te zetten. In Daniël 2 zien we dus het politieke perspectief: een afnemende kwaliteit van macht. In feite, als je macht alleen nog uitoefent met wapengeweld – ijzer – dan zeggen wij wel: "Dat is knap hoor, dat je dat allemaal zo kunt", maar in termen van autoriteit is het inferieur.⟨/p> ⟨p>Het begon echt als goud. In die dagen van Nebukadnezar – weet u nog dat we het daar op een van de eerste avonden over hebben gehad? Dat was de tijd van... hoe heette dat ook alweer? Help me even, ik ben de term even kwijt. De spiltijd? De scharniertijd of de spiltijd inderdaad, dank u wel. Wat ik nu zeg over de spiltijd is gewoon bekend onder historici; zij spreken over die periode. Dat waren de dagen, de eeuw waarin Nebukadnezar zo’n grote rol speelde. Waarom? Omdat er in die dagen een enorme spirituele shift plaatsvond. Alle grote denkers en grote religies zijn toen ontstaan: van Pythagoras tot Boeddha en Confucius, noem maar op. Dat is toen allemaal begonnen; ook het hele Griekse denken startte in die tijd. Maar dat was goud. Ik bedoel, dat was nog een tijd waarin de mensen echt wat te zeggen hadden. Maar als je macht uiteindelijk steeds meer devalueert en je het alleen nog maar kunt waarmaken met puur bot geweld, dan mag dat in militaire zin heel knap zijn, maar het is inferieur in de kwaliteit van macht.⟨/p> ⟨p>In Daniël 7 daarentegen zien we het godsdienstige perspectief. Daar worden de koninkrijken als beesten, als wilde dieren gezien. Dan gaat het niet zozeer om de politieke macht, maar om de verhouding tot de Allerhoogste. En vanuit dat oogpunt zijn die koninkrijken gewoon beesten. In eerste instantie nog redelijk, zal ik maar zeggen. Zelfs Nebukadnezar heeft nog wel degelijk de God des hemels de eer gegeven, in zekere mate, hoewel hij ook een kwalijke rol heeft gespeeld. Maar dat geldt ook voor het Medo-Perzische Rijk en het Griekse Rijk. Het waren politieke koninkrijken, maar ze hadden ook allemaal iets beestachtigs; dat wil zeggen: in relatie tot de Allerhoogste.⟨/p> ⟨p>Maar dat vierde koninkrijk, dat is echt het summum in slechtheid en in morele kwaliteit. Dat zie je dan ook vooral bij dat vierde koninkrijk, waarbij met name die laatste hoorn, die elfde, van die grote woorden tegen de Allerhoogste spreekt. Zo beestachtig. En zo beschouwt God die koninkrijken eigenlijk ook. Hoe geavanceerd het ook is qua technologie en weet ik veel wat allemaal, in Gods oog zijn het gewoon beesten.⟨/p> ⟨p>Het is eigenlijk wel eigenaardig dat wij zouden zeggen dat die laatste koning – dat is trouwens weer een heel ander onderwerp – een supermens is. Misschien zelfs inderdaad ook nog de... goh, nu kom ik weer niet op dat woord... hoe heet dat ook alweer tegenwoordig? De transhumane mens, weet u wel? Die technologisch en genetisch geüpgraded is naar een supermens. En God zegt: "Het is een beest." Kijk, dat is nou maar net hoe je ertegenaan kijkt. De mens zegt: "Het is in termen van evolutie het toppunt", en God zegt: "In Mijn optiek is het gewoon een dieptepunt."⟨/p> ⟨p>En dat vierde koninkrijk, ik zei al: dat wordt niet specifiek benoemd. In tegenstelling tot de voorgaande koninkrijken heeft het geen overeenkomst met een bestaand wild dier – een leeuw, een beer of een panter. Geef het maar een naam; we weten het niet. De naam wordt niet gegeven, dus laten wij dat dan ook niet doen. Het wordt beschreven in hoe het eruitziet en het wordt ook gekarakteriseerd in de zin van wat het doet, hoe verschrikkelijk het is en waarom het zo verschrikkelijk is.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1949" title="Speel af vanaf 32:29">▶ 32:29⟨/button> ⟨span>De Twee Fases: van Hard Ijzer Naar Ijzer en Leem⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En vooral die twee fases zijn heel boeiend, want dat vierde koninkrijk begint met die ijzeren benen, maar de voeten en de tenen – dus in de laatste fase, het onderste deel – zijn niet meer alleen hard, maar ook deels zacht. In fase 1 is het hard als ijzer, alles verbrijzelend en vermorzelend. Er staat bij dat het heel de aarde zal verslinden.⟨/p> ⟨p>Het zal op een gegeven moment ook Babel bezitten. Of dat meteen al het geval is, hoeft helemaal niet. Ter vergelijking: dat derde koninkrijk waar ik het over had, het Grieks-Macedonische Rijk, had Babel als hoofdstad, maar gedurende het grootste deel van dat rijk was Babel helemaal nog niet in de picture. Pas aan het einde van het Grieks-Macedonische Rijk, voordat het uiteenviel in vier delen, kreeg het Babel in bezit en werd het tot hoofdstad verklaard.⟨/p> ⟨p>Het is niet gezegd dat meteen bij de opkomst van dat vierde koninkrijk Babel al een grote rol speelt. Dat kun je, puur vanuit de lezing van het gedeelte in Daniël 2 en Daniël 7, daar niet uit opmaken. Het moet echter wel, dat kan niet missen: het moet een keer Babel bezitten. Want dat is juist het kenmerk van al die vier koninkrijken, namelijk dat ze op enige wijze 'Babels' zijn. Ze hebben Babel onder hun beheer en ze bezitten het, of ze hebben het tot hoofdstad verklaard. Dat wel, maar op welk moment gedurende dat rijk dat precies gebeurt, wordt niet beschreven.⟨/p> ⟨p>Er worden dus, dat is duidelijk in verband met het vierde koninkrijk, twee fases onderscheiden. Je ziet dat heel helder in Daniël 2, waar de ijzeren benen en de voeten worden onderscheiden. Maar ook in Daniël 7 zie je dat bij dat beest; er wordt gezegd dat het van ijzer is, maar er wordt ook geformuleerd dat er uit dat ijzeren koninkrijk tien koningen zullen voortkomen. Dus ook daar zie je het, wellicht iets minder expliciet, maar het is een volgende fase. In fase 2 zal het zich verbinden met tien koningen. Dat is die fase die zowel hard als broos is; beide kenmerken heeft het. En nu komen we natuurlijk bij de andere vraag.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2133" title="Speel af vanaf 35:33">▶ 35:33⟨/button> ⟨span>De Joodse Staat als Oppermachtig Koninkrijk in het Midden-oosten⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want u zegt: wat heeft dit allemaal met het zionisme te maken? Nou, laat ik dit eens voorleggen. Welk regime, welk koninkrijk in het Midden-Oosten beantwoordt – gewoon even puur los van een theologische visie – aan fase 1 van dit profiel? Welk koninkrijk is oppermachtig en militair superieur? Ik kan maar één koninkrijk in het Midden-Oosten aanwijzen, en eigenlijk al sinds vijfenzeventig jaar: namelijk de Joodse staat. Die is inderdaad vanaf haar aanvang in 1948 iedere keer weer de sterkste gebleken. 1948 was meteen al heel spectaculair, toen de staat een overmacht van tweehonderd miljoen Arabieren tegenover zich zag en toch standhield. Nou ja, u zegt: ze waren niet alleen. Nee, dat weet ik, maar dan toch. En dat is iedere keer gebleken: in 1956, in 1967 – met Jeruzalem als hoofdstad – en in de Jom Kippoer-oorlog in 1973.⟨/p> ⟨p>In feite is het effect iedere keer wat sterker, en dat zie je nu helemaal. Juist in dit seizoen, 2023-2024, hebben we het over Daniël 2 en 7, met name dus logischerwijs over dat vierde koninkrijk, omdat dat nu eenmaal het meest prominent naar voren komt in die beide hoofdstukken. Er is geen tijd geweest waarin we juist zozeer een ijzeren koninkrijk gemanifesteerd zien, dat zelfs de hele internationale opinie over zich heen krijgt omdat het zo verpletterend en allervermalend is. Begrijp me goed, dit is geen politiek statement. Want ik moet u zeggen: in mijn hart heb ik hier moeite mee. Waarom? Ik heb eigenlijk vanaf mijn kinderjaren zo'n liefde voor het Joodse volk en ook voor de staat Israël; ik heb daar zelfs grenzeloze bewondering voor. Maar ik moet er ook bij zeggen: bij het licht van het Schriftwoord moeten we eerlijk zijn.⟨/p> ⟨p>En dan is de vraag: is er een koninkrijk dat daaraan beantwoordt? Als we de laatste vijftig tot vijfenzeventig jaar bekijken, is er dan op dit moment een koninkrijk dat beantwoordt aan fase 1 van dat vierde koninkrijk? Ik ga er natuurlijk ook gemakshalve even vanuit dat we allemaal begrijpen dat wij nu in die laatste fase zitten. Je gaat dus om je heen kijken: is er al iets? Ik bedoel, fase 2 van die tien koningen moet nog komen. Nou ja, ik denk dat dat allemaal niet zo gek lang meer gaat duren. Maar dat betekent dus dat als fase 2 zich eigenlijk al binnenkort zou kunnen manifesteren voor onze ogen, we er goed aan doen om ook om ons heen te kijken in hoeverre dat ijzeren koninkrijk in die eerste fase nu al zichtbaar is.⟨/p> ⟨p>En dan stel ik dus deze vraag: is daar een koninkrijk? De vraag stellen is haar beantwoorden. Er is geen koninkrijk in het Midden-Oosten, al sinds vijfenzeventig jaar en in toenemende mate, dat zo gevreesd is, zo oppermachtig en dat militair in zo hoge mate superieur is aan alles, als juist de Joodse staat. Ja, zij is sinds haar oprichting militair dominant in het Midden-Oosten, uiteraard gesteund door de Verenigde Staten van Amerika. En dat heet het zionisme, en daar moeten we het inderdaad over hebben. Maar ik moet er meteen wel even een paar puntjes bij zetten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2388" title="Speel af vanaf 39:48">▶ 39:48⟨/button> ⟨span>De Seculiere Wortels van het Zionisme en de Orthodoxe Afwijzing⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wanneer we het hebben over het zionisme, dan betekent dat gewoon de stroming, de beweging die terug wilde naar Zion. Joden hebben tweeduizend jaar lang gezegd: "Volgend jaar in Jeruzalem", Zion, de stad van de grote Koning, nietwaar? Maar die beweging is niet uitsluitend de Joodse staat. Sterker nog, het zionisme was er uiteraard al ver voor de oprichting van de Joodse staat. Dat is eigenlijk ook logisch; het zionisme en de Joodse staat zijn niet identiek.⟨/p> ⟨p>Kijk naar de belangrijkste voedingsbronnen — en dan bedoel ik waaruit de staat gesteund en gevoed wordt. Wie zijn de mensen die achter het kapitaal zitten dat de Joodse staat steunt? Dat is een bekend gegeven, iedereen weet dat. Maar ook politiek en militair: waar wordt de Joodse staat door gevoed? Dat is vooral buiten het land, voornamelijk in Amerika. In feite zou je kunnen zeggen dat ook Amerika zionistisch is, omdat het politiek, militair en financieel inderdaad altijd achter de Joodse staat blijft staan. De verhouding kan soms wel eens een keer wat gespannen zijn, maar als het erop aankomt, staat Amerika er altijd achter.⟨/p> ⟨p>Ik heb vroeger dit verhaal wel eens verteld, maar de eerste keer dat ik in Israël was, kocht ik zo'n T-shirt met een tekst die ik nog steeds komisch vind: "Don't worry America, Israel is behind you." Maak je geen zorgen Amerika, Israël staat achter je. De vorige keer kwam dit al even aan de orde toen ik wat hints in deze richting gaf, maar dit moet gewoon wat uitgebreider besproken worden.⟨/p> ⟨p>De zionistische beweging begon rond 1890. Theodor Herzl publiceerde toen zijn boek ⟨em>Der Judenstaat⟨/em>. Een paar jaar later ontstond de Wereldzionistische Bond. Dat werd de aanzet om uiteindelijk vijftig jaar later — vooral ook door de Holocaust en de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog — terug te keren naar Israël. Maar die beweging, en dat moet ik echt zeer benadrukken, was seculier. Dat wil zeggen: werelds, totaal niet godsdienstig zelfs. Het was ook in hoge mate een socialistische beweging. Vandaar ook dat de Joodse staat eigenlijk vooral gevormd is door kibbutzim. Een kibboets is in feite een heel communistisch en socialistisch concept: mensen hebben niets persoonlijk en alles is gemeenschappelijk. Dat werkte heel goed in een tijd waarin je moet afzien en waarin er opgebouwd moet worden. Hoe dan ook, het was een seculiere beweging, en dat is heel belangrijk om te zien.⟨/p> ⟨p>Het was zelfs zo dat decennialang godsdienstige Joden over de hele breedte niets van de Joodse staat of van het zionisme moesten hebben. Ze zagen het zelfs als een goddeloos streven. Het was pas in de jaren dertig dat een aantal godsdienstige Joden een beetje sympathie kregen voor dat zionistische streven. Dat werd natuurlijk heel sterk na de Tweede Wereldoorlog, toen de drang gezien werd om eindelijk een eigen staat en een veilig onderkomen te hebben ergens in de wereld. En u hoort het cynisme in mijn stem? Er is geen plek die zo onveilig is om te verkeren als juist daar. Daar zit een enorme tragiek achter.⟨/p> ⟨p>De streng godsdienstige Joden veroordeelden dit echter. Je moet maar eens kijken op websites zoals die van TorahJews; die worden aangestuurd door allerlei grote rabbijnen, vooral uit de chassidische gemeenschap van de Haredim. Je hebt bijvoorbeeld de bekende Joel Teitelbaum en de groepen van Neturei Karta. Dat zijn streng godsdienstige groepen, die mannen met pijpenkrullen in het zwart die je ziet in Mea Shearim in Jeruzalem. Dat type veroordeelde van oudsher het hele zionistische streven.⟨/p> ⟨p>Er waren vooral twee gronden voor die afwijzing. In de eerste plaats de overtuiging dat slechts de Messias Israël als volk zal terugbrengen naar Ha'aretz, het land. Dat is het werk van de Messias, dat is geen menselijke prestatie. Daar wachten we op. Vandaar dat men zei: "Dat zionisme is goddeloos." Het is zelfs heel interessant: als je de grote woordvoerders van het zionisme leest die de beweging in de beginjaren hebben opgezet, dan zeiden zij: "We hebben lang genoeg gewacht op de Messias, het komt er nooit van, we zullen zelf de handen uit de mouwen moeten steken." Ze moesten niets hebben van die 'godsdienstige gekken' in hun ogen, die maar bleven wachten. Wij moeten het zelf gaan doen.⟨/p> ⟨p>De controverse tussen beide bewegingen is groot. Ik herinner me uit de tijd dat ik nog wel eens romans las, lang geleden, het boek van Chaim Potok, ⟨em>The Chosen⟨/em>, dat ook verfilmd is. Daarin worden twee jongens in New York beschreven: de een komt uit een chassidisch milieu en de ander is modern-Joods. Reuven en Daniel. Daniel komt uit dat chassidische milieu en zijn vader is een Rebbe die niets moet hebben van dat goddeloze zionisme. "Hoe halen ze het in hun hoofd om een Joodse staat te willen hebben?" In die kringen zegt men zelfs — ik aarzel om het te zeggen — dat men de Holocaust aan zichzelf te danken heeft als goddelijk antwoord op dat goddeloze zionisme. Zo extreem is hun visie daarop.⟨/p> ⟨p>Er is trouwens nog een reden voor hun afwijzing. Niet alleen gingen de Tora-getrouwe Joden, de Haredim, ervan uit dat slechts de Messias het volk mag terugbrengen, maar zij stelden ook dat het terugkeren naar het land nimmer met middelen van geweld mag plaatsvinden. Dat was zelfs een eedzwering die in de Talmud al beschreven wordt. Vergis je niet: ook de afgelopen tweeduizend jaar zijn er altijd orthodoxe Joden geweest die zich in Israël hebben gevestigd. In het noorden of in Mea Shearim; daar hebben altijd Joden gewoond. Alleen niet met hun eigen staat. Ze hadden geen leger. Integendeel, het idee was: wij wonen hier vreedzaam, maar we proberen ons hier niet politiek of militair te manifesteren of onszelf op de kaart te zetten. Totaal niet. Dus ja, dat zionisme werd door de godsdienstige Joden tot aan de oprichting van de Joodse staat absoluut veroordeeld.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3004" title="Speel af vanaf 50:04">▶ 50:04⟨/button> ⟨span>De Huidige Staat Israël Is Niet de Vervulling van Gods Belofte⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En ik moet u zeggen: Bijbels gezien hebben ze volledig gelijk. Dat wil ik graag ook bewijzen, want het is van groot belang. Ik weet dat er heel wat mensen zijn, ook mensen die deze studie nu volgen of later zullen bekijken, die grote aanhangers zijn van Christen voor Israël in Nijkerk en dergelijke. Ik vermoed dat zij er moeite mee hebben wanneer ik dit zeg. Excuseer mij daarvoor. Zij zeggen vaak dat antizionisme hetzelfde is als antisemitisme; dat wanneer je niets van het zionisme moet hebben, je een antisemiet bent. Dat is echter klinklare nonsens. Want vrijwel alle vrome Joden moesten tot een eeuw geleden niets hebben van het zionisme.⟨/p> ⟨p>Het zijn de politieke omstandigheden die gewijzigd zijn. En met alle sympathie: het is heel begrijpelijk waarom de Joden hebben gezegd: "Nu is het genoeg." Wanneer ze onder zulke druk staan, is het logisch dat ze een eigen staat willen hebben. Eeuwenlang heeft men in de kerken op het standpunt gestaan dat de kerk Israël is. Ik heb daar afgelopen zondag nog een toespraak over gehouden: over dat rollenspel van "wij zijn Israël". Maar toen kwam er in 1948 ineens een Joodse staat. Toen gingen heel veel mensen zich afvragen: "Zou er dan toch nog een rol zijn weggelegd voor dat volk?" We hadden hen altijd weggedacht, maar na bijna twintig eeuwen is die Joodse staat weer op de kaart gezet.⟨/p> ⟨p>Prominenter dan ooit zelfs. En niet alleen de Joodse staat, maar ook al die landen die we uit het Oude Testament kennen, zijn weer opnieuw op de kaart verschenen. Wat is er aan de hand? Waarachtig, men wedde weer op het verkeerde paard. Want als je denkt dat dit het Israël van Gods belofte is, dan kom je lelijk bedrogen uit. Ik zeg dat met de hand op de Schrift en ik wil de bewijzen daarvoor geven. Dat er in de dagen dat de Heer terug zal keren naar deze wereld weer een staat in ongeloof zou zijn, is inderdaad voorzegd door de Schrift. Dat is in overeenstemming met de profetie. Dat de Messias Zijn voeten zal zetten op de Olijfberg, et cetera, dat is duidelijk. Maar daarom is wat we nu zien, en de afgelopen 75 jaar in het Midden-Oosten hebben gezien, nog niet de vervulling van Gods belofte. Het is niet zo dat dit Gods werk is; dat is echt een groot misverstand. Ik wil daar na de pauze graag op doorgaan.⟨/p> ⟨p>We hadden het dus over het fenomeen van het zionisme: het streven om terug te keren naar het land. Die beweging behelst in feite een eigen initiatief, los van God, los van geloof en los van de Schriften. Men keert op eigen kracht terug naar het eigen land en heeft dat met geweldsmiddelen geforceerd. Zonder te wachten op de Messias en op Gods tijd, is men zelf aan het werk gegaan, met alle vernuft en expertise. Hoe knap het ook is om dit allemaal te realiseren, dát is het zionisme.⟨/p> ⟨p>Vlak voor de pauze had ik het over de orthodoxe Joden, de Rebbes. Hoezeer het zicht op de Messias hen ook nog ontbreekt, één ding zagen zij messcherp: we moeten wachten op de Messias en niet eerder. U zegt misschien: "Ja, maar dat zeggen zij, dat is gebaseerd op hun eigen tradities en op de Talmud." Inderdaad, in de Talmud is dat beschreven, maar het is ook volledig in overeenstemming met de Torah en de Tenach. Niet alleen met de boeken van Mozes, maar met heel het Oude Testament. Dat wil ik u graag laten zien.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3290" title="Speel af vanaf 54:50">▶ 54:50⟨/button> ⟨span>Deuteronomium 30: Terugkeer Naar het Land Pas Ná Terugkeer tot God⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Laten we beginnen met Deuteronomium 30 om daar een goed idee van te krijgen. Israël staat op het punt om — hier nog onder leiding van Mozes, want hij is degene die spreekt — het beloofde land binnen te trekken. Ze zouden onder leiding van Jozua het land binnengaan, maar er wordt dan al aangekondigd wat er zou gebeuren wanneer ze de weg van God zouden verlaten. De vloeken die over hen zouden komen worden beschreven, evenals het feit dat ze uiteindelijk verstrooid zouden worden onder alle volkeren. God zegt als het ware: "Ik geef jullie het land, maar jullie zijn daar vreemdelingen en bijwoners. Het is mijn land. Jullie mogen er wonen, want Ik heb het ooit aan de aartsvaders beloofd, maar Ik geef het jullie onder de voorwaarde dat jullie luisteren naar wat Ik zeg. Als jullie dat bij herhaling en voortdurend niet doen, dan zet Ik jullie ook weer uit het land." Dat wil zeggen dat ze dan in ballingschap zouden gaan. Dat wordt al voorzegd nog voordat ze het beloofde land überhaupt intrekken. Het wordt niet alleen waarschuwend gezegd, maar ook met de mededeling dat het daadwerkelijk zou gaan gebeuren: God zou hen vanwege ongeloof uit het land zetten.⟨/p> ⟨p>Zelfs los van de Schrift, puur op basis van logica — hoewel ik het straks ook onder bewijs zal stellen — begrijp je dan al: als ze op grond van ongeloof uit het land worden gezet, op grond waarvan zouden ze dan weer in het land mogen komen of teruggebracht worden? Laten we dat gewoon lezen in Deuteronomium 30. Ik had graag nog wat gezegd over het voorgaande vers, hoofdstuk 29 vers 29, over de verborgen dingen, maar dat doe ik nu niet. Ik wijs er alleen even op voor het goede verstaan; lees het zelf eens na, want het is buitengewoon mooi. Wanneer dan al deze dingen over u komen, de zegen en de vloek die ik u voorgehouden heb, en u dit ter harte neemt te midden van al de volkeren waarheen u verstrooid bent... Hier wordt dus al gezegd: "Als jullie verstrooid zijn onder de natiën en jullie ontmoeten al die dingen." Dat was in de hoofdstukken 27, 28 en 29 al uitgebreid beschreven, inclusief de vloek die hen zou treffen.⟨/p> ⟨p>Er staat beschreven dat ze onder de volkeren zouden zijn en dat ze 's morgens zouden verlangen dat het alweer avond was, en in de avond zouden verlangen dat het weer ochtend was. Er staat ook dat de hemel als koper zou wezen. Wij zouden het zo formuleren: je zult bidden tot je knieën kapot zijn, maar Ik zal niet luisteren. Ze zouden verschrikt worden in het buitenland. In ballingschap zouden ze niet alleen verstrooid zijn, maar ook vervolgd worden door de volkeren. Als we kijken naar de profetische waarde hiervan, dan zien we het hele antisemitisme: dat ze onder de volkeren nooit een plek hebben gekregen en altijd weer opgejaagd werden tijdens de pogroms. De hele geschiedenis, zeker van de afgelopen tweeduizend jaar, staat er bol van. Het is spreekwoordelijk; iedereen weet hoe dat gegaan is.⟨/p> ⟨p>Als je daar dan bent en je neemt dit ter harte te midden van al de volkeren waarheen Yahweh, uw God, u verdreven heeft — let op: Yahweh, uw God, heeft u verdreven. Hij zet u uit het land. Dat doet Hij. Ga dus niet zeggen: "U hebt dit land aan ons gegeven en wij hebben er recht op." Niets daarvan, jullie gaan eruit. En wanneer u zich dan tot Yahweh, uw God, bekeert... In het Hebreeuws staat hier 'teshuvah', en dat heeft te maken met terugkeren. Het woord 'bekeren' heeft een beetje een godsdienstige klank gekregen, maar het betekent in het Hebreeuws gewoon 'terugkeren'. Je keert weer terug naar daar waar je ooit vandaan bent gekomen; je keert terug naar je God en naar Zijn woord dat Hij je heeft gegeven. De aardigheid van dat woord 'terugkeer' is dat het ook betekent dat jullie dan zelf weer zullen terugkeren, of dat God u zal doen terugkeren naar het land.⟨/p> ⟨p>Wanneer u dan terugkeert tot Yahweh, uw God, en naar Zijn stem luistert overeenkomstig alles wat ik u heden gebied — alles wat er in de Torah staat en voorzegd is — en u neemt dat ter harte, u en uw kinderen, met geheel uw hart en geheel uw ziel, dan zal Yahweh, uw God, in uw lot een keer brengen en Zich over u erbarmen. Hoe dan? Laten we verder lezen. In ieder geval eindigt de ballingschap wanneer het volk terugkeert tot hun God. Dat is wat hier staat. "En Hij zal u weer bijeenbrengen." Het is interessant als je de kanttekeningen van de Statenvertaling leest; daar zit vaak veel theologie en dogmatisch commentaar in die je zo in de prullenbak kunt gooien, maar er staan ook hele mooie dingen in. Soms staat er: "Letterlijk staat er dit..." In dit geval staat er in het commentaar dat er letterlijk staat: "Hij zal terugkeren en u bijeenbrengen."⟨/p> ⟨p>In onze vertaling staat: "Hij zal u weer bijeenbrengen", maar er staat letterlijk dat Hij zal terugkeren. Het gaat dus eigenlijk om een wederkomst, een terugkeer van Hemzelf. Hij keert terug en brengt u bijeen. Dat "terugkeren" slaat dus niet op het bijeenbrengen, maar op Hem die komt. Hij zal terugkeren en u bijeenbrengen uit al de volken waarheen Yahweh, uw God, u verstrooid heeft. Ook hier weer die nadruk: God heeft u verstrooid, Hij heeft u uit het land gezet. En wanneer u luistert naar Zijn stem, dan zal Hij u te midden van de volkeren, dus vanuit het buitenland, weer terugbrengen. Dit staat al genoteerd en wordt met nadruk voorzegd en beschreven nog voordat het volk überhaupt het beloofde land was ingetrokken. Dat lijkt mij hele duidelijke taal. Daarom zeggen ook de religieuze Joden en de Rebbes: "Nee, wij wachten op het moment dat God ons weer bijeenbrengt, en dat is wanneer wij luisteren naar Zijn stem."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3739" title="Speel af vanaf 01:02:19">▶ 01:02:19⟨/button> ⟨span>Jeremia 29: Waarschuwing Tegen een Voortijdige, Eigenmachtige Terugkeer⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik neem u mee naar Jeremia 29. Het is heel boeiend, want Jeremia is de tranenprofeet. Hij trad op in dezelfde dagen als Daniël; Jeremia heeft de val van Jeruzalem en de verwoesting van de tempel door Nebukadnezar nog meegemaakt. Nebukadnezar heeft de stad helemaal met de grond gelijkgemaakt. Je leest dat in 2 Kronieken 36. Jeremia had al ver van tevoren voorzegd dat dit zou gaan gebeuren. En als het dan gebeurt... We hebben daar nog een heel boekje van: Klaagliederen. Jeremia, de wenende profeet, zei dat niet uit sensatiezucht, zo van: "het is uitgekomen". Nee, hij weende om wat hij had gezegd. Dit volk, dat zo eigenmachtig optrad, zou worden weggevoerd en gedeporteerd. Het was een ballingschap. Het hele volk werd, voor zover men al niet was omgekomen in de oorlog, gedeporteerd naar Babel.⟨/p> ⟨p>Jeremia zat bij de puinhopen en heeft toen het boekje Klaagliederen geschreven. Vandaar ook dat wij spreken over "jeremiëren". Jeremiëren betekent klagen. Maar waarom? Niet omdat je vakantie tegenvalt of omdat het weer niet meezit. Nee, hij huilde en weende omdat de stad van God en Zijn heiligdom waren verwoest. Dat ging hem aan het hart, daarom weende hij. Hij was trouwens absoluut geen pessimist, want hij wist... nou ja, we zullen het lezen. In Jeremia 29 schrijft hij van Godswege een brief aan de ballingen in Babel. Het volk was gedeporteerd en verbleef daar.⟨/p> ⟨p>Ik haak aan in vers 4: "Zo zegt Yahweh". Dit wordt opgetekend bij monde van Jeremia, maar eigenlijk tekent hij op wat God gesproken heeft. "Zo zegt Yahweh der legerscharen, de God van Israël, tot al de ballingen die uit Jeruzalem naar Babel in ballingschap zijn weggevoerd." Ik ga even snel door deze verzen heen om een punt te maken. Er wordt dit gezegd: "Bouwt huizen en woont daarin, legt tuinen aan en eet de vrucht daarvan. Neemt vrouwen voor uw zonen en geeft uw dochters aan mannen, opdat zij zonen en dochters baren; vermeerdert daar en vermindert niet. Zoekt de vrede voor de stad waarheen Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren." Welke stad is dat? Babel, want daar verbleven ze.⟨/p> ⟨p>Let op, ik heb het expres met vette letters gezet: "waarheen Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren". Het middel dat God daarvoor gebruikte, was Nebukadnezar met zijn leger, die overigens volstrekt goddeloze motieven had. Maar vergis u niet: dit was een middel, een instrument in Gods hand om dat te bewerken. Jeremia zegt het ook zo: God heeft Nebukadnezar ingezet om het volk uit het land te zetten en hen weg te voeren. Dan staat er: "Bid voor haar tot Yahweh". Er wordt elders weleens gezegd dat er niet voor Jeruzalem gebeden moet worden, maar hier staat: "Zoekt de vrede voor de stad waarheen Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren en bid voor haar tot Yahweh, want in haar vrede — dat wil zeggen de vrede van Babylon — zal uw vrede gelegen zijn." Met andere woorden: bid maar voor die stad, want daar verblijven jullie voorlopig nog.⟨/p> ⟨p>"Want zo zegt Yahweh der legerscharen, de God van Israël: Laten uw profeten die in uw midden zijn en uw waarzeggers u niet misleiden, en luistert niet naar uw dromers, die gij laat dromen." Daar in Babel waren heel wat van die gasten die allerlei mooie dingen verkondigden. Waarzeggers zijn leugensprekers. "Luistert niet naar uw dromers, die gij laat dromen." In die tijd had je ook van die visionairen met mooie dromen en ideologieën; ik noem het expres even met de taal van nu. Als je een paar hoofdstukken terugleest, zie je wat zij zeiden. Deze waarzeggers en profeten spiegelden het volk voor dat ze snel zouden terugkeren naar het land en dat het niet lang meer zou duren. Ze moesten zich al opmaken om inderdaad terug te keren naar Sion.⟨/p> ⟨p>Over het zionisme gesproken: er was dus een zionistische beweging daar in Babylon. Jeremia richt zich tot hen, of eigenlijk richt hij zich tot het volk en waarschuwt hen voor de woordvoerders van die beweging: "Luister niet naar uw dromers die gij laat dromen, want zij profeteren u vals in Mijn naam." Ze gebruikten de naam van God, wat in dit geval trouwens ook vrij logisch is. Ik kan u zo de argumenten geven die zij hebben verwoord: "God heeft ons toch een land gegeven en wij zitten nu in het buitenland? Maar dat is helemaal niet waar wij horen; wij moeten gewoon weer terug naar het land dat God aan ons gegeven heeft." Je kunt daar een heel mooi verhaal van maken dat nog heel erg goed beargumenteerd lijkt ook. Maar Jeremia zegt: "Zij profeteren u vals in Mijn naam. Ik heb hen niet gezonden, luidt het woord van Yahweh." Ze komen met mooie praatjes en religieuze taal, maar het zijn valse profeten.⟨/p> ⟨p>"Want zo zegt Yahweh: Neen, als voor Babel zeventig jaren voorbij zullen zijn, dan zal Ik naar u omzien en Mijn heilrijk woord aan u in vervulling doen gaan door u naar deze plaats terug te brengen." Naar Sion dus. Dit is ook zo bijzonder; ik heb er wel vaker over gesproken. Jeremia had al voordat de stad viel gezegd dat de stad zou vallen, dat ze in ballingschap zouden gaan en dat die verwoesting zeventig jaar zou duren. "En dan zal Ik jullie weer terugbrengen naar het land en naar de stad Jeruzalem. Dan zal Jeruzalem ook weer herbouwd worden." Jesaja had al onder leiding van God gezegd onder wie dat zou gebeuren, namelijk onder leiding van Kores. Zijn naam was twee eeuwen van tevoren al benoemd. Moet u nagaan! Dit is echt een fantastisch verhaal, ik vind het mindblowing. Het is werkelijk geweldig.⟨/p> ⟨p>Dat kun je nagaan wanneer Daniël aan het einde van zijn leven is, als hij een man op hoge leeftijd is. In Daniël 9 staat dat hij leest in de boeken, in de geschriften van Jeremia. Hij merkt op dat de zeventig jaren inmiddels voorbij zijn. Het was precies het zeventigste jaar. Dan gaat Daniël op zijn knieën en pleit hij op Gods belofte. Voordat zijn gebed afgerond is, lees je dat de engel Gabriël tot hem gezonden wordt en zegt: "God heeft Uw woord nu al in vervulling doen gaan." Dat wil zeggen: Kores had een bevel gegeven om het volk weer te laten terugkeren naar Jeruzalem en de stad te herbouwen. Juist in dat jaar, precies zeventig jaar later. Het is heel apart als je die boeken vergelijkt en ziet dat het zo is gegaan.⟨/p> ⟨p>Hier wordt dus al gezegd: laat al die valse profeten maar praten en leuteren, want het zijn mooie praatjes die ze verkopen. Maar je hebt er helemaal niets aan, want het zal niet eerder gebeuren dan wanneer de termijn verstreken is. Eerst zeventig jaar — dat is nogal precies, hè? Als die voorbij zullen zijn, dan zal Ik naar u omzien en Mijn heilrijk woord — de belofte van terugkeer — in vervulling doen gaan.⟨/p> ⟨p>...aan u in vervulling doen gaan door u naar deze plaats terug te kunnen brengen.⟨/p> ⟨p>Want ik weet... daar staan trouwens prachtige woorden. Ze worden dikwijls aangehaald, meestal uit hun verband gerukt, maar dat neemt niet weg dat het prachtige woorden zijn. "Want Ik weet," staat er dan, welke gedachten God over u koestert – luidt het woord van Yahweh – gedachten van vrede, niet van onheil, om u een hoopvolle toekomst te geven.⟨/p> ⟨p>Ik vind het echt heel aandoenlijk ook, of gewoon aangrijpend. God houdt van Zijn volk. Hij geeft hen dat land. Maar God houdt zich aan Zijn woord en Hij zegt: Ik heb deze gedachte, dit gaat gebeuren. Maar ga niet vooruitgrijpen. Want dat is wat die zionisten daar wilden: die wilden vooruitgrijpen, om welke schoonklinkende motieven zij ook naar voren brachten. Er werd hen een loer gedraaid, ja, zoals hier. Alles op Gods tijd en niet eerder. Elk vooruitgrijpen zal heilloos zijn.⟨/p> ⟨p>En dan zult – en dat staat er ook bij in vers 12: "Dan zult gij Mij aanroepen en heengaan en tot Mij bidden, en Ik zal naar u horen. Dan zult gij Mij zoeken en vinden wanneer gij naar Mij vraagt met uw ganse hart." Precies zoals wat er in Deuteronomium 30 ook gezegd is: op Gods tijd en bovendien ook onder Gods condities. Dat wil zeggen: wanneer jullie luisteren naar Mij... en dan zullen jullie ook luisteren. Dus die twee vallen dan perfect samen: Gods timing en het feit dat het volk ook terugkeert naar het Woord.⟨/p> ⟨p>"En dan zal Ik Mij door u laten vinden." Dus God heeft het tijdstip en de conditie van Israëls terugkeer vastgesteld. "Dan zal Ik Mij door u laten vinden," luidt het woord van Yahweh, "en in uw lot een keer brengen. En dan zal Ik u verzamelen uit alle volkeren en van alle plaatsen waarheen Ik u verstoten heb." Let op, ik word weer een beetje eentonig, maar ik wil mijn punt maken: God heeft hen uit het land gezet op grond van ongeloof, en Hij brengt hen weer op grond van geloof terug. Het is inderdaad getimed, maar ook de conditie is heel duidelijk: "En Ik zal u terugbrengen naar de plaats vanwaar Ik u in ballingschap heb doen wegvoeren."⟨/p> ⟨p>Ballingschap is eigenlijk een gevangenis; het Hebreeuwse woord daarvoor is gevangenschap. Een gevangenis is in de Bijbel trouwens niet zozeer dat je opgesloten bent, maar dat je búitengesloten bent. Als zij nu op grond van ongeloof in gevangenschap zijn – in de Statenvertaling wordt het trouwens ook zo vertaald: "uw gevangenis" – maar als zij op grond van ongeloof nu in hun gevangenis gingen, denk je nou werkelijk dat God hen in ongeloof dan weer gewoon uit de gevangenis haalt? Natuurlijk niet. Dat is niet logisch en bovendien staat het er ook expliciet. God zal hen op Zijn tijd dus uit de gevangenschap weer terugbrengen.⟨/p> ⟨p>Nou, dan heb ik er nog één. Daar komen we misschien nog uit wat de planning betreft: Hosea 5 en 6. De schriftplaatsen die ik nu noem, gaan uitsluitend over hoe God Zijn volk weer terugbrengt naar het land.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4599" title="Speel af vanaf 01:16:39">▶ 01:16:39⟨/button> ⟨span>Hosea 5 en 6: de Conditie en Timing van Nationaal Herstel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In feite heb ik het er dus nog niet eens over wat de lotgevallen zullen zijn als het volk in ongeloof terugkeert. Dat is wat wij nu al 75 of 76 jaar meemaken. Over een paar weken is het 76 jaar geleden dat de Joodse staat werd uitgeroepen, en al 76 jaar is er een Joodse staat. Zo wonderlijk! Ik had vroeger een grote sticker boven mijn bed – ik was toen nog een tiener – van Israël met zo’n blauwe ster, u weet wel: "Israël is Gods wonder". Inmiddels kijk ik daar toch wat anders tegenaan. Hoezeer ik het ook als een wonder beschouw hoe God Zijn woord houdt – dat is zeker – maar ga niet denken dat deze staat, dit Israël, Gods zegen wegdraagt. Dat is niet zo. Sterker nog: van deze staat blijft niets over. Het is nu niet het onderwerp, maar wellicht dat dat nog aan de orde komt: er blijft niets van over.⟨/p> ⟨p>Eén van de kenmerken is dat wanneer God hun lot zal terugbrengen, zij in veiligheid zullen verkeren. Hij zou hen ook de zegen van de hemel geven; niet water door irrigatie en knappe systemen van tuinbouwtechniek, maar door regen van de hemel. Er staat in Leviticus 26 dat zij niet meer opgeschrikt zullen worden door vijanden die hen aanvallen. Als God hen herstelt, zullen zij niet meer onder de voet gelopen worden; de vijandige machten zullen dan niets meer kunnen uitrichten. Het is opmerkelijk dat juist in 1973, tijdens Jom Kippoer, de heiligste dag, zij werden opgeschrikt door een aanval vanuit Syrië en Egypte. Dat weet ik nog wel. En trouwens, 7 oktober was ook weer zo’n moment, tijdens Simchat Thora, ook weer zo’n heilige dag van Israël. Wat je daar allemaal over kunt zeggen... het hele idee geeft aan: dit is niet de beloofde terugkeer, want dan zal dit zeker niet meer plaatsvinden.⟨/p> ⟨p>Hosea 5 en 6. Ik ben nu bij het slot van Hosea, de profeet uit de tien stammen. Daar lees je: "Want Ik ben" – hier spreekt God bij monde van Hosea – "als een leeuw voor Efraim, als een jonge leeuw voor het huis van Juda." In feite verwijst Hij hier ook naar het koningschap, de Leeuw van Juda. "Ik zal verscheuren en heengaan." Dat gaat over de verwoesting van Israël. Israël zou verwoest worden en dat is ook gebeurd in 70 na Christus door de Romeinen. Ik had het eerst over Nebukadnezar, maar ook in het jaar 70 is dat weer opnieuw herhaald. Trouwens, op exact dezelfde kalenderdag, heel eigenaardig. "Ik zal verscheuren en heengaan." Ik lees even door om het hele perspectief in zijn geheel te kunnen bezien: "Ik zal wegnemen zonder dat iemand redden kan. Ik wil wederkeren naar Mijn plaats."⟨/p> ⟨p>Wat hier staat, is dat de Heer zal terugkeren naar Zijn plaats. In feite zegt God: Ik ga weer terug, namelijk naar de hemel. Ik trek Mij terug in de hemel. Dat zal ook betekenen dat Ik het land aan zijn lot overlaat en niemand hen dan nog kan redden. En zo is het inderdaad ook gegaan. We weten trouwens dat de Heer Jezus stierf in het jaar 30 en daarna opstond, maar Hij trok Zich ook terug in de hemel. Veertig jaar later werd de hele stad en de tempel verwoest, en er staat bij: niemand zal hen kunnen redden. De verwoesting van Israël en van het Joodse land wordt hier aangeduid.⟨/p> ⟨p>Dan staat erbij tot hoelang dat zal zijn: "...totdat zij zich schuldig voelen en Mijn aangezicht zoeken; wanneer het hun bang te moede is, zullen zij verlangend naar Mij uitzien." Hier wordt niet zozeer het tijdstip genoemd, maar wel de conditie. Wanneer komt er aan die tijd van rampspoed voor Israël een einde? Op het moment dat de Heer Zich inderdaad teruggetrokken zal hebben naar Zijn plaats en zij – daar worden hier een aantal dingen genoemd – hun schuld erkennen. Dat is nog wat anders dan zich alleen schuldig voelen; ze zullen herkennen wat er mis is gegaan en dat ook gewoon opbiechten. Ze zullen zich schuldig weten en Gods aangezicht zoeken, wat trouwens aangeeft dat Zijn aangezicht nu verborgen is. Wat dacht u daarvan? En dat klopt ook, want het aangezicht van God is de Heer Jezus Christus. God is de Onzienlijke, maar Hij maakt Zich zichtbaar via Zijn Zoon. Zijn aangezicht is nu verborgen. Dat is een kenmerkende term die in het Oude Testament heel dikwijls gebruikt wordt: "Ik zal Mijn aangezicht voor hen verbergen." Maar er komt een moment dat zij schuld zullen erkennen en dan ook het aangezicht van God zullen zoeken. Dat zal zijn in een tijd dat het hun bang te moede is; dat wil zeggen dat zij onder grote druk zullen staan en benauwd zullen wezen. Het wordt de tijd van Jakobs benauwdheid genoemd, de grote verdrukking. Daniël 7, waar we het eerder over hadden, spreekt erover dat het volk van de Allerhoogste onder grote druk zal staan in die tijd. "Wanneer het hun bang te moede is, zullen zij verlangend naar Mij uitzien." Hier lees je dus wat het einde van Israëls rampspoed markeert: hun omkeer, hun terugkeer tot God en het zoeken van Gods aangezicht in de tijd van benauwdheid.⟨/p> ⟨p>Dan begint een nieuw hoofdstuk, maar die hoofdstukken moet je eigenlijk even wegdenken; die zijn alleen later ingevoerd om passages makkelijk terug te kunnen vinden. Wat in hoofdstuk 6 staat, is in feite de vervulling daarvan. Dan zal Israël zeggen: "Komt, laat ons wederkeren tot Yahweh." Het is de oproep tot het terugkeren van het volk. "Want Hij heeft verscheurd" – dat wil zeggen: Hij heeft een einde gemaakt aan onze eenheid en ons ook ziek gemaakt door die rampspoed over ons te brengen – "en Hij zal ons helen. Hij heeft geslagen en Hij zal ons verbinden." Wat in het voorgaande vers werd aangekondigd over hoe lang die rampspoed van Israël zou duren, vindt hier zijn vervolg. Wanneer die tijd aanbreekt, zal men zich inderdaad keren tot hun God en ook erkennen dat Hij het was die hen ooit uit het land zette, verscheurde en sloeg, maar dat Hij ook Degene is die hen weer zal terugbrengen, zal verbinden en zal helen, dat wil zeggen: genezen.⟨/p> ⟨p>In feite was het volk nationaal gezien dood. Ik zeg dat expres, want er staat dan: "Hij zal ons na twee dagen doen herleven. Ten derden dage zal Hij ons oprichten en wij zullen leven voor Zijn aangezicht." Dit is ook weer zo’n geweldige profetie. Ik zei net iets over de conditie waarin het volk zal terugkeren – dat was het laatste vers van hoofdstuk 5 – maar er is ook werkelijk een chronologische aanduiding, een tijdsmarkering wanneer het zal zijn. Eigenlijk is dit vergelijkbaar met Jeremia 29, waar ook stond dat wanneer zij weer zouden luisteren naar Zijn stem, dat zou zijn na zeventig jaar. Hier is ook zo’n aanduiding, alleen moet ik erbij zeggen: hier is de tijdsaanduiding cryptisch.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5248" title="Speel af vanaf 01:27:28">▶ 01:27:28⟨/button> ⟨span>De Profetische Tijdsaanduiding: Na Twee Dagen (2000 Jaar) Zal Hij Ons Doen Herleven⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar dan staat er: na twee dagen zal Hij ons doen herleven. En op de derde dag zal Hij ons als natie, als volk, oprichten en wij zullen leven voor Zijn aangezicht. Dat is een eigenaardige opstanding 'ten derde dage'. Wij denken dan natuurlijk meteen aan de opstanding van de Heer Jezus op de derde dag, na twee dagen. Dat is waar, maar het gaat ook op voor Israël. Ook Israël zal, na twee dagen in het graf der volkeren verbleven te hebben, worden opgericht en herleven.⟨/p> ⟨p>Hosea zegt dit dus al: na twee dagen. Ik moet erbij zeggen dat dit natuurlijk een heel cryptische tijdsmarkering is. Maar de aardigheid is dat de Bijbel dat zelf uitlegt, meer dan eens. We vinden dat in Psalm 90, maar ook in 2 Petrus 3. Als Petrus die brief schrijft, dan heeft hij het in hoofdstuk 3 ook over de tijd waarin men zal vragen: "Waar blijft de belofte van Zijn komst?" Dan zegt hij: "Maar dit ene mag u niet ontgaan, geliefden, dat voor de Heer één dag is als duizend jaren." En hij herhaalt het: "en duizend jaren als één dag." Twee keer spreekt hij over een dag en twee keer over duizend jaar.⟨/p> ⟨p>Petrus zegt dit in verband met de profetie en de terugkeer van de Heer. Men zal zeggen: "O, dat duurt zo lang, waar blijft de belofte van Zijn komst?" Nou, één ding mag ons niet ontgaan. Hosea zegt: "na twee dagen", zonder direct aan te geven wat voor de Heer die twee dagen zijn. Want het zijn geen twee etmalen in de gewone zin van het woord. Wat dan wel? Dat moet je tellen zoals God telt. Wat voor Hem één dag is, dat bepaalt ook wat voor Hem twee dagen zijn. Dat kun je zelfs zonder calculator uitrekenen.⟨/p> ⟨p>Na tweeduizend jaren — want dat is gewoon wat er staat: na twee dagen van duizend jaar — zal Hij het volk oprichten en doen opstaan. Dat is een opstanding ten derde dage, maar dan ook werkelijk een nationale opstanding. Dan zal het volk nationaal hersteld worden, in combinatie met leven. "En wij zullen leven voor Zijn aangezicht." Zijn aangezicht is tweeduizend jaar lang verborgen geweest; de hemel was van koper en God liet Zich niet zien. Waar was Hij? Er was zelfs een tijd dat het atheïsme opbloeide omdat men dacht: God is dood, Hij is er niet, Hij laat niets meer van Zich merken. Maar straks gaat Hij Zijn aangezicht openbaren en dan zal ook de tijd zijn dat Israël wordt opgericht.⟨/p> ⟨p>"En wij zullen leven voor Zijn aangezicht." Ja, vers 3: "Wij willen JAHWEH kennen." Dat zal men dan zeggen. "Wij willen JAHWEH kennen en ernaar jagen Hem te kennen. Zo zeker als de dageraad is Zijn opgang." Weet u wat de dageraad is? Dat is de zonsopgang. Zo zeker als de zon opkomt, is Zijn opgang. Wat hier eigenlijk wordt gezegd, is het opgaan van de zon als het licht wordt. De Heer Jezus stond trouwens ook op het moment dat het licht werd, bij het krieken van de dag. Toen kwam de zon op — de Zoon op! Ja, toen werd het licht; de duisternis en de dood waren voorbij.⟨/p> ⟨p>Wij willen JAHWEH kennen en wij jagen ernaar Hem te kennen, want zo zeker als de dageraad, de zonsopgang, is Zijn opgang. En dat is in de dageraad na twee dagen, op de derde dag. Hoe duidelijk wil je het hebben? Je zou immers nog kunnen zeggen: "na twee dagen" kan ook aan het einde van de derde dag betekenen. Nee, het is bij de dageraad, na twee dagen.⟨/p> ⟨p>Dan komt Hij tot ons als de regen, als de late regen die het land besproeit. Dat is de geweldige verwachting die hier wordt neergelegd in deze profetie. Dus Israël zal inderdaad terugkeren naar Zion, succesvol onder Gods zegen, en dan zal Hij Zich kenbaar maken en dan zal Hij het doen. Maar dat is in geloof, wanneer ze Hem buiten het land gaan zoeken. Dit is het laatste wat ik erover wil zeggen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-15" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5556" title="Speel af vanaf 01:32:36">▶ 01:32:36⟨/button> ⟨span>Jeremia 31: het Ware Overblijfsel Vindt Rust Buiten het Land in de Woestijn⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat is een mooi opstapje voor de volgende keer. Je leest in Jeremia 31 vers 2, als ik me niet vergis, daar staat iets dat ook gaat over de tijd van Jacobs benauwdheid, die grote verdrukking. Het gaat daar niet over de Joden die binnen afzienbare tijd naar het land moesten komen. In Jeremia 31 vers 1 staat: "Te dien tijde, luidt het woord van Yahweh, zal Ik voor alle geslachten van Israël tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn." Zo zegt Yahweh. En dan staat er: "Het volk van de ontkomenen" – dat is het volk van het overblijfsel, de overgeblevenen, dus degenen die het overleefd hebben. Er staat: "Het volk van de ontkomenen aan het zwaard vond genade in de woestijn; Israël op weg naar zijn rust."⟨/p> ⟨p>Hoe duidelijk wil je het hebben? Wanneer vindt het volk rust en waar? In het land? Nee, buiten het land. Dat wat overgebleven is, zal nog vluchten naar een plek buiten het land. En dan, buiten het land, zal het verzameld worden in de woestijn. Ach jongens, dit zijn avonden die je daaraan zou kunnen wijden, want er zijn allerlei passages die juist daarover gaan. Waar het even om gaat is dat het Joodse land compleet verwoest zal worden aan het einde van de grote verdrukking. Dat is uiteindelijk Gods weg. Wat er van overgebleven is, zal vluchten buiten het land.⟨/p> ⟨p>Hiermee wil ik zeggen dat dit streven, het huidige zionisme en de Joodse staat – met hoeveel liefde wij daar ook over spreken – we moeten ons realiseren dat liefde niet blind mag zijn. Dit is niet het beloofde herstel. Wie hier zijn oog en zijn verwachting op vestigt, zal absoluut bedrogen uitkomen, net als in de dagen van Jeremia. En dan kom ik bij mijn laatste opmerking: wat heeft dit nu te maken met de Bijbelstudie over Daniël 2 en 7? Wel, dat vierde koninkrijk, hoe kan dat zionistisch zijn? Men denkt: dat is toch van Gods wegen? Nee, helemaal niet. Dat huidige zionisme steunt op mensenwerk en menselijk vernuft en het zal uiteindelijk dus ook het onderspit delven, hoe succesvol het nu ook lijkt en hoe allesverpletterend het op dit moment ook is.⟨/p> ⟨p>Vergis je niet, dat moest ook maar eens gezegd worden. Eén ding is wel duidelijk, lijkt mij. We leven in hele boeiende en bijzondere tijden, want die twee dagen, die termijn, loopt echt af. Dat is heel duidelijk. We zien voor onze ogen voltrokken worden wat er in het Midden-Oosten aan de hand is, en we hadden niet anders dan dit kunnen en mogen verwachten. Dus ook daarin zien wij weer hoe afschuwelijk het ook is wat er allemaal speelt, met de spanningen en de verwoestingen die worden aangericht. Het gaat in overeenstemming met Zijn woord en daar ben ik erg blij mee. We hoeven natuurlijk ook niets anders te verwachten.⟨/p>