⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie: Christus, het Geheim van God⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Beste mensen, we gaan ons weer opnieuw bezighouden met de top-secrets, met de geheimen op het aller- allerhoogste niveau. Namelijk geheimen die God zelf bekend heeft gemaakt. En u ziet het, het is inmiddels de zevende avond die we hier met elkaar houden rond dit thema.⟨/p> ⟨p>Nou, dit keer had ik de titel gegeven: Het Geheim van de Christus. Oh, dat is meteen al vals. Het Geheim van God, hoorde ik het nu genoemd? Inderdaad. Ja, ik begrijp wel waarom er hier nu meteen al even verwarring ontstaat, want ik heb namelijk de titel in de loop van deze week even gewijzigd omdat me dat iets meer ter zake leek.⟨/p> ⟨p>Hoe luidt de titel nu? Christus, het geheim van God. Dus: Christus, het geheim van God. Zo is het. Dat is eigenlijk de definitieve versie; dat moet het hier zijn: Christus, het geheim van God. En waarom heb ik dan uiteindelijk voor die titel gekozen? Omdat die namelijk direct ontleend is aan de brief waar we ons vanavond mee bezig gaan houden, namelijk de Kolosse-brief.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="79" title="Speel af vanaf 01:19">▶ 01:19⟨/button> ⟨span>Terugblik: de Onderbroken Komst van Christus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En u weet het: het is mijn gewoonte om op zijn minst even terug te blikken, zodat we weer goed weten waar we het over hebben. De vorige keer was alweer een maand geleden. Geheimenissen in het algemeen – of geheimen zo u wilt, of nog een andere term: verborgenheden; ik gebruik ze door elkaar – die houden in de Schrift altijd verband met de onderbroken komst van Christus. Een komst die aangekondigd was, maar die blijkt bij nader inzien onderbroken te zijn. Er is een break in die komst en vandaar ook dat wij altijd gewend zijn – wij als gelovigen die op de hoogte zijn van het Nieuwe Testament – om te spreken van de eerste en tweede komst van Christus. Maar feitelijk is het de komst van Christus die onderbroken is.⟨/p> ⟨p>Dat is een geheim. Dat wil zeggen: het was in het verleden voorheen verborgen en het was, voor zover het terug te vinden is, cryptisch. Dat wil zeggen: in het Oude Testament, en trouwens ook nog in het Nieuwe Testament. De eerste avonden hebben we ons beziggehouden met de gelijkenissen die we aantreffen in Matthäus 13, en dat gaat ook over de verborgenheden van het Koninkrijk. Daar wordt het ook op een cryptische manier uitgedrukt: in woorden, maar zelfs ook in beeld. De wijze waarop Jezus dat doorgeeft aan de oever van de zee – of eigenlijk vanaf het schip, terwijl Hij het volk op het land aanspreekt – dat is allemaal een uitdrukking, maar dan cryptisch, op een verborgen, bedekte wijze.⟨/p> ⟨p>En dat geldt voor talloze verhalen. Het Oude Testament staat er echt bol van: allemaal zaken die later geopenbaard worden. Dat wil zeggen dat de bedekking eraf wordt genomen; zo spreekt Paulus ook over het Oude Testament. Israël leest het Oude Verbond, de Tenach, maar er ligt een bedekking op. Op het moment dat de bedekking weggenomen wordt – oftewel ontdekt wordt wat er binnenin zit of wat erin verborgen ligt – dan pas komt dat aan het licht. Dat geldt ook voor tal van, misschien moet ik wel zeggen alle, inzettingen die God in de mozaïsche wetgeving heeft gegeven. Het is ook verborgen in stijlfiguren, noem maar op.⟨/p> ⟨p>Ik zou er zelfs nog bij kunnen zeggen – maar dat is dan min of meer buitenbijbels – ook in de natuur. Wat dacht je bijvoorbeeld van de sterrenhemel, waarin in al die beelden, in die achtenveertig sterrenbeelden in totaal, de weg van God wordt beschreven? Ook de onderbreking waar wij ons deze avonden mee bezighouden, wordt daarin al beschreven. Maar nogmaals: allemaal cryptisch. We kennen de term cryptisch tegenwoordig maar al te goed; we kennen het van de cryptografie, maar ook van de crypto’s. Dat wil zeggen dat dingen versleuteld zijn. Als je de sleutel hebt, dan heb je toegang tot bijvoorbeeld een bepaalde munt of iets wat geacht wordt waarde te hebben.⟨/p> ⟨p>Cryptisch, ja. En dat zijn de geheimen waar we ons nu dus mee bezighouden in het Nieuwe Testament, maar meer specifiek zoals Paulus daarover spreekt. Die waren tevoren verborgen en zijn alleen met terugwerkende kracht terug te vinden. Als je de sleutels hebt, dan is het te zien.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="318" title="Speel af vanaf 05:18">▶ 05:18⟨/button> ⟨span>Kenmerken van Deze Tijd: Israëls Ongeloof en de Ecclesia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Typerend voor die tijd tussen de eerste en de tweede komst van Christus zijn drie zaken die ik zou willen noemen, zonder daarmee te claimen volledig te zijn. Allereerst is daar Israëls ongeloof. Dat wil zeggen: Israël gelooft niet in haar Messias en is feitelijk terzijde gesteld. Dit is een van de grote thema's in bijvoorbeeld Romeinen 9 tot en met 11, waar we eerder een hele avond aan hebben gewijd. Door Israëls ongeloof geeft God het beheer van Zijn Woord aan de natiën, en in het bijzonder aan de man die bij uitstek bij de natiën hoort: de apostel en de leermeester van de natiën.⟨/p> ⟨p>Wij hebben vaak de neiging om te denken dat hij een apostel ⟨em>voor⟨/em> de natiën is, wat volstrekt waar is, maar hij is ook een apostel ⟨em>van⟨/em> de natiën. Dat wil zeggen: hij behoort ook bij de natiën. Hij komt uit Tarsus en was een Romein. Ondanks het feit dat hij Joodse wortels heeft en van de stam van Benjamin was, is hij niettemin heel uitdrukkelijk buiten het land geroepen. Hij is een apostel van de natiën en God doet nu een verborgen werk onder de natiën.⟨/p> ⟨p>Alles wat te maken heeft met de tijd tussen de eerste en tweede komst van Christus, heeft te maken met het feit dat God opereert op een verborgen wijze. Het is niet publiek, zoals dat straks wel het geval zal zijn. Dat is wat wij verwachten: de komst van het Koninkrijk waarin de Christus Zich gaat manifesteren. Dat gebeurt bij de openbaring, maar het loutere feit dat wij de openbaring van Christus verwachten, betekent natuurlijk niets anders dan dat Hij nu verborgen is. Alleen iets wat verborgen is, kan immers openbaar gemaakt worden. Hij is nu verborgen en dat is overduidelijk, want we zien Hem niet. We verblijden ons weliswaar in Hem, maar we zien Hem niet.⟨/p> ⟨p>God doet dus een verborgen werk onder de natiën en een ander kenmerk daarvan is een typisch, exclusief Paulinisch thema. Dat wil zeggen: een thema dat uitsluitend door de apostel Paulus naar voren wordt gebracht, namelijk dat de ekklesia — dat volk dat in onze dagen wordt uitgeroepen — de status heeft van het lichaam van Christus. Dat is niet zomaar een metafoor. Het geeft aan dat het volk dat vandaag geroepen wordt, een status heeft die identiek is aan die van het Hoofd. Jezus Christus is Hoofd en lichaam; dat is een eenheid. Dat wat God aan Hem heeft beloofd, daarin deelt de ekklesia.⟨/p> ⟨p>Daarmee is dat wat aan de ekklesia gegeven wordt van een oneindig veel hoger niveau dan wat aan Israël is beloofd. Israël zou het hoofd van de volkeren zijn, maar nu wordt er in die tussentijd een volk uitgeroepen dat een status krijgt die niet gelijk is aan die van Israël, maar letterlijk hemelhoog. Het is een verschil van hemel en aarde. Waar aan Israël de hoogste aardse bediening is toevertrouwd, zo krijgt de ekklesia een plaats met Christus te midden van de hemelsen. Vandaar ook dat die waarheid van de ekklesia als het lichaam van Christus exact uitdrukt hoe ongekend hoog het is wat ons vandaag ten deel valt. De vorige keer hebben we ons daar wat meer mee beziggehouden: met wat ons toevalt. Je krijgt het zomaar en je hebt er vaak geen idee van wat God daarin aan ons geeft. Vandaar ook dat Paulus iedere keer op zijn knieën gaat om te bidden, zodat we het niet alleen maar weten, maar dat we het ook werkelijk gaan beseffen.⟨/p> ⟨p>En nog een punt: het is via de apostel Paulus dat het geheim bekendgemaakt is in wat hij heel typerend 'mijn Evangelie' noemt. We zijn daar vooral bij de bespreking van Romeinen 16 wat dieper op ingegaan. Paulus is eigenlijk de man die model staat voor dat geheim, voor die geheime periode en voor dat verborgen werk. Hij zegt het ook: "Het is aan mij bekendgemaakt." Eigenlijk typeert zijn naam het ook al: Paulus, de pauze, de onderbreking. Dat is de samenvatting zoals ik hem nu geef. Je kunt het natuurlijk op allerlei manieren samenvatten, maar als ik terugdenk aan de voorgaande zes avonden, is dit de rode draad die tot dusver door de avonden heen liep.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="668" title="Speel af vanaf 11:08">▶ 11:08⟨/button> ⟨span>De Kolossenzenbrief: het Geheim Ten Volle Ontvouwd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dit keer gaan we ons bezighouden met de Kolossenzenbrief. Kijk, we noemen bepaalde brieven de gevangenisbrieven omdat die vanuit de gevangenis geschreven zijn. Dat wordt ook uitdrukkelijk zo genoemd. Je leest dat met name in de Efezebrief, de Kolossenzenbrief en feitelijk ook de Filippenzenbrief. In de brieven die Paulus geschreven heeft vóórdat hij in de gevangenis in Rome zat, dus voor Handelingen 28, had Paulus dat geheim – of de facetten van het geheim, je kunt het ook in het meervoud zetten – al in het kort aangegeven. Die facetten van het geheim zijn op zichzelf ook weer geheimen, dus een meervoud. Hij heeft dat destijds "in het kort" aangegeven; zo noemde hij dat zelf.⟨/p> ⟨p>Vorige keer hebben we dat besproken toen we inzoomden op Efeze 3, waar hij zegt dat dit alles aan hem bekendgemaakt is en hij het mag doorgeven, maar dat hij het tevoren al in het kort heeft gedaan. En inderdaad is het zo dat hij het geheim in de eerdere brieven, zoals de Korinthiërsbrief, al aanstipte. Ik geef hier het voorbeeld uit 1 Korinthiërs 13, het hoofdstuk over de liefde, waarin hij zegt: "al kende ik alle geheimenissen, maar ik had de liefde niet, dan was ik niets." Ook in hoofdstuk 14 en hoofdstuk 15 spreekt hij over de verborgenheid van het geheim. In Romeinen 11 en Romeinen 16 stipt hij het eveneens dikwijls aan. Hij bespreekt het wel, maar altijd kort en summier, of zoals ik het nu expres noem: beknopt.⟨/p> ⟨p>Ik gebruik dat woord "beknopt" met opzet, want het is afgeleid van het woordje "knop". Dat is wat je hier ziet: iets wat beknopt is, zit nog in de knop. Daarin zit alles al besloten, maar het is nog niet zichtbaar. Ik heb hier een fotootje waarbij het bovenste plaatje en het plaatje daaronder hetzelfde laten zien, maar dan op een verschillend tijdstip vastgelegd. In het ene is de bloem nog verborgen in de knop en later is zij ontvouwd. Ook dat woord past in dit verband helemaal, want dan komt die knop uit en gaat het van knop tot bloem.⟨/p> ⟨p>In de brieven die Paulus schreef voordat hij in Rome was gearriveerd – de periode waarmee het boek Handelingen afsluit – had hij het geheim al aangestipt, maar dat was nog beknopt. In de gevangenis pakt hij echter uit; daar ontvouwt hij het geheim ten volle. Hij zegt dat ook zo in deze brief, zoals we straks zullen zien: dat hij het woord van God ten volle bekendmaakt. Dat doet hij trouwens ook al in de Efezebrief. De Efeze- en Kolossenzenbrieven zijn twee brieven die vermoedelijk gelijktijdig verstuurd zijn. Dat is nog een kwestie apart, maar in ieder geval lopen die twee brieven helemaal parallel. Dat is onmiskenbaar en kan je niet ontgaan.⟨/p> ⟨p>Heel veel loopt parallel, maar de accentverschillen zijn betekenisvol. De mooiste manier om deze brieven naast elkaar te leggen is als volgt: in de Efezebrief gaat het vooral om de ekklesia als het lichaam van het Hoofd, namelijk Christus, en in de Kolossenzenbrief gaat het vooral om het Hoofd van het lichaam. Je zou met een beetje goede wil kunnen zeggen dat dit feitelijk hetzelfde is, want in beide gevallen gaat het om het Hoofd en om het lichaam. Dat is waar, maar het accent ligt in de Efezebrief op de status van de ekklesia, het lichaam van het Hoofd, terwijl in de Kolossenzenbrief het accent heel duidelijk ligt op het Hoofd van het lichaam. Zo staat er in hoofdstuk 1 vers 18 ook: "En Hij is het Hoofd van het lichaam, de ekklesia." Dat is daarmee eigenlijk wel heel mooi gezegd.⟨/p> ⟨p>Ineens schiet me trouwens te binnen dat er aan het einde van Efeze 1 staat dat alles gegeven is aan de ekklesia, die Zijn lichaam is. Ik had me nog niet zozeer gerealiseerd dat die samenvatting ook echt heel expliciet aan te wijzen is in de brieven zelf. Goed, de vorige keren hebben we in Efeze 1 gekeken naar het geheim van Gods wil en ons beziggehouden met Efeze 3. Nu gaan we dus naar de Kolossenzenbrief en ik begin te lezen in vers 25.⟨/p> ⟨p>Ik pak even mijn eigen Bijbel erbij. Ik heb net twee weken geleden een nieuwe Bijbel gekregen, dus die moet ik natuurlijk meenemen. Ik vind het tegenwoordig bijna storend dat ik een hoofdstuk moet opzoeken, terwijl dat vroeger niet anders dan normaal was. Maar omdat ik tegenwoordig altijd gebruikmaak van PowerPoints, ben je meteen bij het Bijbelvers. Je hoeft niets meer op te zoeken, je ziet het meteen voor je. Dat heeft niets met luiheid te maken, maar alles met de techniek. Goed, we gaan naar de tekst.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1101" title="Speel af vanaf 18:21">▶ 18:21⟨/button> ⟨span>Kolossenzen 1:25: Paulus' Beheer en Gods Woord Completeren⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Kolosse 1. Laten we dan beginnen te lezen bij vers 25. Daar schrijft Paulus: "Haar dienaar ben ik geworden." In het Nederlands is dat dan vrouwelijk, maar dat is alleen maar in het Nederlands zo. Hij heeft het over de ekklesia – kijk maar na in vers 24 – namelijk het lichaam van Christus. Paulus zegt: "Ik ben daar de diaken van geworden; ten dienste van die ekklesia ben ik gesteld." En dan zegt hij erbij: "Naar het beheer dat mij van God wordt toevertrouwd."⟨/p> ⟨p>Ik moet er meteen even bijzeggen dat u ziet dat dit aan de NBG-vertaling is ontleend, wat ik naar voren breng in deze dia's. Maar ik waarschuw u bij dezen alvast dat u vaak cursieve teksten ziet, omdat de NBG nogal eens heel vrij te werk gaat en ik liefst juist zo dicht mogelijk bij de formuleringen van het origineel blijf. Vandaar. Over dat beheer hebben we al een paar keer even bij stilgestaan, in ieder geval de vorige keer ook. Want het woord wat hier gebruikt wordt, kennen we in feite allemaal omdat het eigenlijk een term is die we dagelijks in de krant tegenkomen, in het nieuws: economie. Maar ons woord 'economie' betekent eigenlijk 'huishouding'. Dat komt vanuit het Griekse oikonomia. 'Oiko' heet huis en dat 'nomia' heeft te maken met wet of met regels of met een beheer.⟨/p> ⟨p>Het hele idee is inderdaad dat een economie... Trouwens, in de Statenvertaling wordt het soms wat lastig weergegeven. Dat maakt het soms wat moeilijk, want hier in de NBG-vertaling wordt het vertaald met 'bediening'. Dan zou je zeggen: "O, dat heeft dus te maken met dat woord wat Paulus in hetzelfde vers ook gebruikt, dat ik haar dienaar ben geworden." Is dat dan hetzelfde woord? Nee, dat zijn in het Grieks totaal verschillende woorden. Bij 'bediende' gaat het om diakonos en in het andere geval gaat het over oikonomia, en dat is een economie, een huishouding of een rentmeesterschap. Dat is het woord wat de Statenvertaling daar doorgaans voor gebruikt.⟨/p> ⟨p>Het idee daarbij is – en dat komt het dichtst bij – een zaak die een eigenaar aan een beheerder toevertrouwt. Er wordt dus inderdaad een beheerder verondersteld. Je hebt een eigenaar en die heeft bijvoorbeeld een huis of een stuk land. Je leest dat in de evangeliën ook, in een gelijkenis die daarover gaat, over die onrechtvaardige rentmeester. Die eigenaar geeft dat dan aan een beheerder. Die kan dat goed beheren of die kan het slecht beheren, maar die beheerder is niet de eigenaar daarvan. Nee, die heeft de zorg daarvoor toevertrouwd gekregen, ook om dan bepaalde dingen te regelen. Dat is eigenlijk wat het woordje 'huishouding' dan inhoudt. Over het woordje 'beheer' mag je discussiëren en je mag er anders over denken, maar ik denk dat het woordje 'beheer' – en ik ben niet de enige die daar zo over denkt – in onze Nederlandse taal het beste weergeeft wat de zaak inhoudt.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt dus: "Van de ekklesia ben ik een dienaar geworden", en dat is in overeenstemming met, of naar, het beheer dat mij van God wordt toevertrouwd. Het staat niet in de voltooide vorm, maar "het wordt toevertrouwd". Dat wil zeggen: de zaak loopt nog. Het is aan hem gegeven en het wordt hem nog steeds toevertrouwd; hij staat nog steeds in die positie. Daarmee geeft Paulus ook aan dat als hij een dienaar is van de ekklesia, dat in overeenstemming is met wat God hem toevertrouwt. God is in dit geval uiteraard ook de Eigenaar. Hij heeft Paulus uitgekozen om dat te beheren, waardoor hij inderdaad de ekklesia – dat woord wat 'uitgeroepen' betekent – mag dienen.⟨/p> ⟨p>Waar bestaat die dienst dan uit, en waaruit bestaat dat beheer wat aan hem is toevertrouwd? Dat zegt hij dan in de rest van hetzelfde vers: "Om onder jullie het woord van God te completeren." Dat woord vind je inderdaad niet in de Statenvertaling of in de NBG-vertaling. De NBG-vertaling zegt: "Om het tot zijn volle recht te doen komen." Dat zijn een heleboel woorden voor eigenlijk wat in het Grieks één woord is: vol te maken, of zoals hier staat: "Om het woord van God te completeren." Met andere woorden: totdat Paulus deze dienst helemaal vervuld had, was dat woord nog niet compleet. Aan Paulus was het beheer gegeven om het woord van God compleet te maken.⟨/p> ⟨p>Dat kun je op verschillende manieren aanvliegen, want wat moeten we onder 'het woord van God' verstaan? Is dat wat God te melden heeft, gewoon inhoudelijk; de boodschap die Hij graag doorgegeven wil hebben? Of zou het ook te maken hebben met de Schriften, met dat wat geboekstafd is zoals we het zwart op wit hebben? In beide gevallen – ik leg die vraag nu voor, maar ik bedoel eigenlijk te zeggen dat je het allebei zou kunnen verdedigen – hoeft u geen keuze te maken, want in beide gevallen heeft Paulus daarin inderdaad een belangrijk aandeel gehad. Sowieso heeft hij het woord van God inhoudelijk gecompleteerd doordat hij het geheim heeft bekendgemaakt. Dat is sowieso de gedachte, want dat zullen we vanzelf in het navolgende ook zien. Maar het is ook omdat hij de Schriften heeft gecompleteerd.⟨/p> ⟨p>Dat is een heel onderwerp apart. Misschien moeten we daar nog eens een keertje een hele speciale avond of meerdere avonden aan wijden, maar het is wel een heel boeiend gegeven. De gangbare gedachte is dat het Nieuwe Testament gecompleteerd is ergens in de vierde eeuw bij de grote kerkconcilies. Maar wat toen bij die concilies is besloten, was gewoon de officiële bevestiging van het aantal Bijbelboeken dat er was. Al veel eerder was de Bijbel, waren de geschriften verzameld en bij elkaar gebracht. Dat redactiewerk is door de apostelen zelf gedaan. Paulus samen met Petrus en wellicht ook Johannes hebben in ieder geval de Schriften gebundeld, bij elkaar gebracht en doorgegeven.⟨/p> ⟨p>Het idee is dus niet alleen maar dat zij de brieven hebben geschreven en dat het later is verzameld door een of andere kerkelijke instantie. Ik ben blij dat het niet zo gegaan is, want daar zou ik eigenlijk geen enkele fiducie in hebben gehad. Nee natuurlijk niet; als God Zijn woord geeft... Zonder u hier verder al te diep op in te gaan, maar goed: het gaat hier over Paulus die zegt dat het ook aan hem gegeven is, in ieder geval ook aan hem, om het woord van God te completeren. De apostelen hebben de Schriften niet alleen op schrift gesteld, maar ze hebben ook het redactiewerk gedaan. Dat wil zeggen dat ze ze bij elkaar hebben gebracht en verzameld.⟨/p> ⟨p>Je leest trouwens in het Nieuwe Testament dat er collecties van brieven van Paulus de ronde deden. Petrus verwijst naar alle brieven van Paulus en dan zegt hij: "Want jullie weten dat toch?" Met andere woorden: die geschriften waren al verzameld, zodat er een set van brieven ontstond. Ik vind het zo mooi dat ook het getal dat daarbij op de voorgrond treedt een getal van volheid is, namelijk 70... nee, 66 boeken. Dat zal Wikipedia waarschijnlijk zeggen en dat zeggen de meeste, zelfs ook theologische handboeken: de Bijbel telt 66 boeken. Maar dan vergeten ze dat het boek de Psalmen uit vijf boeken bestaat en gewoonlijk wordt dat als één boek geteld. Ja, en dat betekent dus dat ze vier boeken tekort hebben bij die 66 gangbare boeken.⟨/p> ⟨p>Dan moet je er nog vier boeken bij optellen en dat getal, dat klopt wel. Dus ik vind het wel mooi. En de grap is – en dat is het laatste wat ik erover wil zeggen – dat de psalmen inderdaad als vijf boeken geteld moeten worden. Dat vindt u gewoon in uw eigen Bijbel. Kijkt u maar na: bij Psalm 42 staat dan 'het tweede boek der psalmen'. En dan... nou ja, kijkt u het zelf maar even na, maar het zijn in ieder geval vijf boeken. Vijf boeken van psalmen, zodat de psalmen echt geteld moeten worden als vijf boeken.⟨/p> ⟨p>Dan kom je uit bij zeventig, en dat is inderdaad een veelvoud van zeven, het getal van volheid. Dus het Woord van God is hoe dan ook, ook schriftelijk – ik bedoel als bundeling van boeken, als biblia – compleet. Biblia, de Bijbel, dat is een bibliotheek. Die bibliotheek is compleet en Paulus heeft daarin zijn aandeel gehad.⟨/p> ⟨p>Maar eerlijk is eerlijk, het gaat hier denk ik niet eens in de eerste plaats om die bundeling van geschriften, maar meer speciaal ook over de boodschap die Paulus van Godswege heeft mogen completeren. Laten we nu even verder lezen in vers 26.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1802" title="Speel af vanaf 30:02">▶ 30:02⟨/button> ⟨span>Kolossenzen 1:26: het Geheim Dat Aionenlang Verborgen Was⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want dan zegt hij — hij schrijft het in de Kolosse-brief — om onder jullie het woord van God te completeren. Namelijk het geheim. En daar heb je het weer, want dat is het onderwerp van deze avonden: het geheim, de verborgenheid. Om het geheim dat vanaf de aeonen en de geslachten verborgen is geweest... maar als u de studies tot dusver redelijk hebt gevolgd, dan moet dit bekende stof zijn. Want dit zijn wij al een aantal keren tegengekomen. Bij de bespreking van Romeinen 16 las u al dat Paulus schreef over het geheim dat aeonenlang, of wereldtijdperken, 'eeuwige tijden' zeiden we toen, verborgen was. Of 'tijden der eeuwen', zoals de Statenvertaling zegt, waarin het verborgen werd gehouden. En in Efeze 3 lees je ook over aeonen en geslachten. Dat wil zeggen dat het voor alle generaties die ons voorgingen onbekend was. Het was verborgen, het was bedekt; men wist hier niet van. En men wist er pas van... ja, vanaf wanneer?⟨/p> ⟨p>Nou, er staat bij het geheim dat vanaf de aeonen en de geslachten verborgen is geweest: 'maar thans geopenbaard'. Ja, aan Zijn heiligen. Dat wil zeggen aan degenen die apart gezet zijn. En hoe worden ze apart gezet? Doordat ze geroepen zijn. Geroepen heiligen. Aan hen wordt het geopenbaard. En Paulus is het medium dat van Gods wege daarvoor gekozen is, want hij zegt: 'Aan mij, ik ben die dienaar, en aan mij is dat beheer gegeven om dat woord — namelijk het geheim — om het woord te completeren.' En waarin bestaat het completeren van het woord? Wel, in het geheim, in het bekendmaken of de openbaring, de apocalyps, de onthulling van het geheim. Of je het nu ziet in de termen van wereldtijdperken, van aeonen, of in de termen van generaties: voorheen was het onbekend, het was verborgen. Maar nu — en dat is de tegenstelling — was het eerst verborgen en is het nu bekendgemaakt. Oftewel geopenbaard. En wel aan degenen voor wie het bestemd is en die daarvoor ook apart zijn gezet. Dat gebeurt dus via Paulus' bediening.⟨/p> ⟨p>Ook hier weer: het is niet alleen maar mondeling, maar ook schriftelijk. Paulus zegt in Romeinen 16 — we hebben dat eerder gezien — dat het ook door profetische geschriften wordt doorgegeven. Dat is de reden waarom wij ons daar nu, anno 2024, ook gewoon nog van op de hoogte kunnen stellen. We zullen het misschien later vanavond wel even zien, maar Paulus zegt ook dat hij ter wille hiervan gevangen is. Ik denk dat de uitleg van zo'n woord dieper gaat, maar je kunt het ook gewoon puur praktisch bezien. Want stel je voor dat Paulus was blijven reizen en hij was niet gevangen gezet. Dan had hij voor deze dingen niet eens de tijd of de gelegenheid gehad om het daadwerkelijk ook schriftelijk allemaal vast te leggen.⟨/p> ⟨p>Ik geef toe, het is niet de hoogste en de meest diepgaande reden, maar het spreekt wel. Hij is gevangen gezet en hij heeft het inderdaad zwart-op-wit gezet, zodat wij nu millennia later — want in die termen moet je dan toch echt spreken, want hij schreef dat in de eerste eeuw en we zitten nu in de 21ste eeuw — nu, anno 2024, hier kennis van kunnen nemen. Zodat die openbaring, God zij dank, niet alleen maar mondeling plaatsvond, maar ook schriftelijk. En wel door degene aan wie het ook bekendgemaakt is. We hebben het dus direct: degene aan wie God het bekendgemaakt heeft, heeft het ook zelf hoogstpersoonlijk schriftelijk vastgelegd.⟨/p> ⟨p>En dan ook nog eens een keertje dat God er zo over gewaakt heeft dat die boeken, geschriften, brieven en bundels inderdaad door betrouwbare en aangewezen afgevaardigden zijn verzameld en bij elkaar gebracht. Zo waakt God over Zijn woord. Het is Zijn woord, dat vertrouwt Hij niet toe aan een of andere instantie die zichzelf een bepaald gezag toekent. Nee, aan geroepen afgevaardigden. En dan lezen we verder in vers 27.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2110" title="Speel af vanaf 35:10">▶ 35:10⟨/button> ⟨span>Kolossenzen 1:27: de Rijkdom van Heerlijkheid Onder de Natiën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Aan hen – dat zijn dus die heiligen – heeft God willen bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheim onder de natiën. Ik vind het prachtig zoals hij dit context geeft, want hij zegt dat God iets wil bekendmaken. Maar niet alleen wat de heerlijkheid is, maar ook wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dat geheim dat voorheen verborgen was, maar nu geopenbaard is. Dat geheim spreekt van heerlijkheid, maar het wordt ook gekenmerkt door rijkdom.⟨/p> ⟨p>"Wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheim onder de natiën." Eigenlijk staat er in het Grieks het woordje 'in', ons woordje 'in'. Maar in combinatie met een meervoud zeg je vaak 'onder' of 'te midden van'. In sommige vertalingen staat dat het geheim "in de heidenen" is, maar de strekking is inderdaad "onder de heidenen" of "te midden van de heidenen". Je zou het ook kunnen opvatten als iets dat aan de binnenkant zit, maar laat ik dat even voor wat het is. Een soortgelijke kwestie heb je ook wanneer er staat "te midden van de hemelingen"; letterlijk staat daar ook "in de hemelingen". Maar omdat het een meervoud is, zeg je "te midden van de mensen". Dat geheim bevindt zich dus in of te midden van de natiën.⟨/p> ⟨p>Het moet opvallen dat hij het op deze wijze formuleert. We hadden al vastgesteld dat juist door Israëls ongeloof – wat typerend is voor de hele periode die wij nu beleven tussen de eerste en tweede komst van Christus – heerlijkheden bekend worden gemaakt die voorheen onbekend waren. Wat Paulus vertelt, was voorheen inderdaad verborgen; het was een geheim. Maar het is zo'n enorme rijkdom van heerlijkheid! En waar bevindt zich dat? Te midden van de natiën. Niet in Israël.⟨/p> ⟨p>Laat ik meteen doorlezen wat er in hetzelfde vers nog staat, want er staat hier eigenlijk een dubbele punt: "Wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheim onder de natiën: Christus onder jullie (of Christus in jullie), de hoop der heerlijkheid." Wat is dat geheim dat onder de natiën is? Dat Christus onder jullie is. Je moet dit zien in contrast met de profetie, met wat wél van tevoren bekend was. Toen de profeten spraken over de Christus die zou komen, dan zou Hij komen om te heersen te midden van Zijn volk. Hij zou zitten op de troon van Zijn vader David in Jeruzalem en Hij zou over Zijn volk heersen, en daarmee via Israël over de hele wereld. Dat wereldwijde Messiaanse koninkrijk zou niet verborgen zijn; integendeel, dat zal een publiek fenomeen zijn.⟨/p> ⟨p>Dat is wat wij binnenkort verwachten: dat deze aion plaats gaat maken voor de toekomende aion. Het kenmerkende van die wereldtijd die dan gaat aanbreken, is dat Christus niet langer verborgen is, maar geopenbaard. Hij zal dan ook daadwerkelijk Zijn troon bezitten in Israël. Maar nu is dat alles nog geheim. Christus is verborgen, en dat is waar Paulus hier over spreekt.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2444" title="Speel af vanaf 40:44">▶ 40:44⟨/button> ⟨span>Onze Verborgen Positie: Eén met Christus in de Hemel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En waar bevindt Christus zich nu? Aan de hand van de Efezebrief kun je die vraag op twee manieren beantwoorden. Want hier staat: Christus onder jullie, namelijk de natiën. Daar ging het om, het geheim onder de natiën, dat wil zeggen: Christus onder jullie, natiën. Dus waar is de Christus nu? Ja, te midden van de natiën, namelijk in dat ‘uitroepsel’, in die ekklesia die zijn lichaam is.⟨/p> ⟨p>Je kunt het ook van de andere kant benaderen, vanaf de bovenkant. Dat is trouwens Kolosse 3: bedenk de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn, waar Christus is aan de rechterhand Gods. Dáár is Hij. En daar staat het ook bij: en jullie leven is verborgen met Hem, of in Hem, bij God. Dus in beide gevallen is dat verborgen. Waar is Christus nu? Wel, aan de rechterhand Gods. Je kunt zien: Hij is volstrekt verborgen, maar daar worden wij gerekend. Dat is onze plek, dat is onze positie.⟨/p> ⟨p>Bedenk dat daarom ook, want hier zie je waarom Paulus erop wijst: het is verborgen, dus moet je het zoeken. En hoe zoek je daarnaar? Gewoon door dat wat er staat geschreven te onderzoeken. En zo zoek je de dingen die boven zijn. Dat is niet omdat je je ogen gaat sluiten en gaat proberen je voor te stellen hoe het daarboven is. Nee, je kunt gewoon dat wat bekendgemaakt is, de Schriften, onderzoeken. Heel de Bijbel spreekt daarvan, bedekt of onbedekt, maar spreekt van die Christus.⟨/p> ⟨p>Dáár is Hij, boven aan de rechterhand Gods. Maar Hij verzamelt vandaag ook een volk onder de natiën waarin geen enkel onderscheid is tussen Jood en heiden; dat speelt geen enkele rol. Het is ook een van de kenmerken van deze dagen: Israël staat terzijde en te midden van de natiën wordt een volk verzameld. Dat volk is met die Christus verbonden, ze zijn één. Dus wij zijn daar. Dat is de enige benadering: ons leven is verborgen met Christus bij God, dan zijn we daar. Je kunt ook zeggen: Christus is hier, want wij zijn zijn lichaam. Maar ik snap u, dit is geen tegenstelling. Dit onderstreept juist de eenheid die er is tussen Hem en ons. Hij is hier namelijk in zijn lichaam en wij zijn daar omdat Hij ons hoofd is. That's it.⟨/p> ⟨p>Dat is die eenheid en dat is, zoals Paulus ook zegt, het geheim. Dat is het geheim wat ik jullie vertel. Hij zegt ook dat God hun wil bekendmaken wat de rijkdom is van die heerlijkheid. Nou, is het ongekend heerlijk of niet? Dat wij met Hem, die daar aan de rechterhand Gods is, zo verbonden zijn en dat alles wat God aan Hem geeft en heeft gegeven, dat dat ons deel is. Dat is heerlijkheid hoor, dat is een enorme rijkdom. We hebben er geen benul van en daarom blijf ik het zeggen: we hebben het allemaal, maar we beseffen het nog niet echt. De tijd die ons hier gegeven is, gaat er eigenlijk om dat we gaan beseffen hoe enorm rijk we zijn. Daar kom je niet achter door te fantaseren, ook niet door te mediteren of om in jezelf te gaan zitten broeden of te voelen. Nee, nee, nee. Lees wat er staat. Focus je daarop en bedenk die dingen.⟨/p> ⟨p>Christus onder jullie, dat was dat geheim onder de natiën. Christus is de hoop der heerlijkheid. Het heeft heerlijkheid in zich, maar het is daarmee ook hoop: een heerlijke hoop, of een hoop van heerlijkheid, zo kun je dat ook zeggen. Trouwens, dat heeft nog met iets anders te maken. Dat was de voorlaatste avond toen we het over het geheim van Gods wil hadden: in Hem wordt heel de schepping onder één hoofd samengevat. Efeze 1 vers 10: hetzij wat in de hemel, hetzij wat op de aarde is, alles onder één hoofd samengevat.⟨/p> ⟨p>Als je Kolosse 1 vers 20 leest, dan vind je feitelijk hetzelfde: dat God door Hem en door het bloed van het kruis heel... hoe staat dat daar? Hetzij wat in de hemel, hetzij wat op de aarde is, gaat verzoenen. Dat wil zeggen dat alle vijandschap wordt omgezet in vrede. Allen die vijandig en vervreemd waren, worden veranderd in vrienden van Hem. Dat doet Hij door zijn liefde te bewijzen door het bloed van het kruis. Zo gaat God dat doen. Heel de schepping gaat delen in de vruchten van zijn arbeid. Dat is heerlijkheid, maar het is ook een enorme hoop. God gaat deze hele schepping tot een goed einde brengen en dat doet Hij door Christus.⟨/p> ⟨p>Het geweldige hier is ook — vergis je niet, want dat is echt een van de thema's in zowel deze brief als in de Efezebrief — dat wij als ekklesia daar op het allerhoogste niveau en in de meest intieme en nauwe zin van het woord mee verbonden zijn. Want als er staat dat Hij in Christus heel de schepping gaat samenvatten, dan zegt Efeze 1 erbij (laat ik het even voorlezen): "tot in de volheid van de tijden", want dat is wanneer dit vervuld gaat worden, "om in de volheid der tijden alles wat is in de hemelen en op de aarde onder één hoofd, dat is Christus, samen te vatten in Hem, in wie ook wij het lotsdeel ontvangen hebben." "Lotsdeel" is eigenlijk wat er staat. "Waartoe wij tevoren bestemd waren naar het voornemen van Hem die in alles werkt naar de raad van zijn wil."⟨/p> ⟨p>Het gaat mij nu vooral om die zinsnede: "in wie ook wij het lotsdeel ontvangen hebben." God gaat dat in Christus doen, maar dat is daarmee dus ook voor ons, want wij zijn zijn lichaam. Paulus roept het hier ook uit: Christus onder jullie, de hoop der heerlijkheid. Want Christus is hier inderdaad hoofd en lichaam: de ekklesia. Paulus voegt er in vers 28 nog aan toe — ik moet het even voorlezen want Paulus gaat hierover verder:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2921" title="Speel af vanaf 48:41">▶ 48:41⟨/button> ⟨span>Kolossenzen 1:28: Hem Verkondigen en Ieder Mens Volmaakt Maken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hem verkondigen wij. Ik moet zeggen: de nadruk ligt hier vooral op ⟨em>Hem⟨/em>. Juist ook in deze brief is het niet een filosofie die hij brengt, ook geen ritueel of religie. Het gaat niet om wat je moet doen, een bepaald gebruik, een bepaalde vorm of een bepaalde emotie. Nee, Hem verkondigen wij. Het gaat dus over iemand, een persoon, en wel een historie: iemand die hier op aarde leefde en wandelde, tweeduizend jaar geleden stierf en op de derde dag werd opgewekt. Hij is nu aan Gods rechterhand, inderdaad verborgen, maar Hij is er. Er is een mens daar in de hemel en we zijn met Hem verbonden. Alles wat God aan die mens geeft, daar heeft Hij een volk om zich heen: een ekklesia, een "uitroepsel" dat naar Zijn voornemen geroepen is om met Hem die positie te delen. En daarom zegt Paulus: Hem verkondigen wij. Dat is meer dan genoeg.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt: "Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens attenderen." Dat woord "attenderen" vindt u niet in de NBG-vertaling, dat geef ik toe. Ik weet niet precies hoe de Statenvertaling het weergeeft; de NBG-vertaling zegt "terechtwijzen", maar dat is een ander woord, dat is corrigeren. De Statenvertaling zegt "vermanen", maar dat is ook weer een ander woord. De Concordant Version geeft een Engelse weergave, maar het Griekse woord dat hier gebruikt wordt, bestaat uit twee elementen: denken (de ⟨em>mind⟨/em>) en plaatsen. De aardigheid daarvan is dat we daar eigenlijk een heel mooi Nederlands woord voor hebben, namelijk iets voor de aandacht plaatsen. Je plaatst iets in of voor het denken, zodat de aandacht daarnaartoe gaat. Hoe denk je aan iets? Dat is een werkwoord: iets voor de aandacht brengen, dat is attenderen. Op het moment dat ik u op iets attendeer, dan plaats ik dat in uw denken. Als ik zeg "blauw", dan denkt u aan blauw. Dat is attenderen.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt dus: Hem verkondigen wij wanneer wij ieder mens daarop attenderen, wanneer wij ieder mens op Hem wijzen. Dat daar een corrigerend element in zit, geloof ik ook wel. Dat je daarin terechtgewezen wordt? Zeker, dat is absoluut waar. Dat hebben we ook voortdurend nodig: dat je denken hervormd wordt. Je kunt in je denken zo gemakkelijk weer verschuiven, waardoor je aandacht naar andere dingen gaat. Je moet leren te focussen op dat wat echt aandacht verdient. Hoe meer je focust, hoe meer dat ook inderdaad voor je aandacht staat. Paulus zegt: Hem verkondigen wij wanneer wij ieder mens attenderen — en "ieder mens" wordt voor de tweede keer benadrukt — wanneer wij ieder mens onderrichten in alle wijsheid. Daarmee wordt gezegd dat wij ieder mens attent maken op, maar ook onderwijzen in de Christus en de glorie van Hem.⟨/p> ⟨p>Ik vind het een prachtige manier zoals Paulus dat formuleert. Dat is ook het woord dat wij aan andere mensen mogen doorgeven: hoe geweldig Hij is. Het feit dat "ieder mens" tot drie keer toe zo benadrukt wordt, is veelzeggend. In hetzelfde vers 28 staat namelijk ook nog: "om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn." Daarmee heb je drie keer "ieder mens" in één vers. Wat zou Paulus in dat vers vooral willen benadrukken? Hij wil ermee zeggen dat het niet zo is dat slechts sommige mensen attent gemaakt en onderwezen worden. Nee, het punt is juist dat ieder mens zou weten wie Hij is, hoe groot Hij is, hoe heerlijk Hij is en hoe compleet Hij ook is.⟨/p> ⟨p>"Om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn." Dat woord "volmaakt" hangt een beetje af van welke vertaling je hebt; andere vertalingen zeggen "volwassen". Etymologisch heeft het te maken met het woordje ⟨em>telos⟨/em>, het einde. Eigenlijk is de gedachte "beëindigd". Idiomatisch moet je dat weergeven met "volwassen" of iets wat "volmaakt" is. In beide gevallen geldt: als iets volwassen is, betekent het dat het groeiproces beëindigd is. Als het volmaakt is, betekent het dat er niks meer hoeft te worden toegevoegd. Het is gestopt; verder hoeft het niet, want het is volmaakt. Wat Paulus dus zegt, is dat om ieder mens in Christus volwassen en volmaakt te doen zijn, betekent dat Hij "algenoegzaam" is. Dat is een oud-Nederlands woord, maar het betekent: aan Hem heb je werkelijk in alle opzichten voldoende. Ieder mens zou dat moeten weten. Dat is wat wij vertellen aan de mensen: hoe geweldig groot God is en wat Hij in Christus geeft, hoe Hij zich in Christus openbaart. Ieder mens mogen we vertellen hoe rijk dat is.⟨/p> ⟨p>Ik zie dat de klok aangeeft dat het tijd is; ik stel voor dat we eerst even gaan pauzeren. Daarna pakken we de draad bij vers 29 weer op. We gaan weer verder met de bespreking van de Kolossenzenbrief. Voor de pauze hadden we het over het feit dat Paulus dat geheim en het beheer van het geheim aan hem was toevertrouwd. Hij mocht dat woord van God completeren en dat heeft hij ook daadwerkelijk gedaan. Dan zegt hij in vers 28 — ik zal het vers nog even voorlezen: "Hem verkondigen wij wanneer wij ieder mens attenderen en ieder mens onderrichten in alle wijsheid om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn." Dat betekent: in Hem is alles te vinden. Dat dit zo is, blijkt ook wel als we nog een paar verzen verder lezen. Maar eerst krijg je nog even een korte onderbreking.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3429" title="Speel af vanaf 57:09">▶ 57:09⟨/button> ⟨span>Kolossenzen 1:29: Paulus' Inspanning in de Zware Strijd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus zegt daarbij in vers 29 – en laten we daar nu verder gaan: "Hiervoor," dus met dat oogmerk waar hij het zojuist over had om ieder mens te attenderen, te onderwijzen en volmaakt te doen zijn in Christus. "Hiervoor span ik mij ook in onder zware strijd naar zijn werking die in mij werkt met kracht." Dat wil zeggen: juist daardoor was hij ook gesterkt en kon hij dit ook aan. Het was weliswaar heel veel tegenwerking, maar er was een kracht in hem werkzaam die alles trotseerde. Die zware strijd heeft alles te maken met wat je eigenlijk door deze hele brief heen ziet.⟨/p> ⟨p>Ondanks het feit dat Paulus buitengewoon blij is met wat hij had vernomen van Epafras – want die had ooit het evangelie daar gebracht, niet Paulus zelf, ook dat zullen we zo trouwens zien – was hij buitengewoon blij hoe het woord onder hen zijn kracht bewees en ook ontvangen was en hoe het bij hen ook groeide. Hij begint de brief daar ook mee. Toch blijkt dat hij zich zorgen maakte, of in ieder geval dat hij erop bedacht was. Want hij had ook van Epafras vernomen dat de kapers op de kust waren die met hele misleidende taal andere dingen zeiden.⟨/p> ⟨p>Paulus was zich ervan bewust, doordat hij op de hoogte was gebracht door Epafras, van de dreigende gevaren van filosofie en ijdel bedrog. Hij noemt dat in hoofdstuk 2 vers 8: laat niemand jullie meeslepen door filosofie, wijsbegeerte en ijdel bedrog, in overeenstemming met de elementen van de wereld en niet, zegt hij, met Christus. In wie de volheid van de Godheid lichamelijk woont en jullie zijn volleindigd, volmaakt in Hem. Dat ijdele bedrog en die filosofie hielden in ieder geval in dat Christus niet genoeg zou zijn.⟨/p> ⟨p>Het idee van die dwaalleringen of die theorieën die daar de ronde deden en die dreigden hen te misleiden, was niet zozeer dat het direct tegen het evangelie inging. Men bracht het zo van: ja, jullie hebben nu Christus leren kennen, dat is een mooi begin, maar als je het nu allemaal af wilt hebben en als je compleet wilt worden, dan zou je ook nog een graantje moeten meepikken van de filosofie zus en van de wijsbegeerte zo en van wat die heeft verteld.⟨/p> ⟨p>Dan blijkt dat ook in deze zelfde brief aan allerlei religieuze riten. Hij noemt dat in hoofdstuk 2 vers 16 ook: laat niemand jullie oordelen in zaken van een feestdag of een sabbat of een feestdag en eten en drinken. Kortom, allerlei religieuze gebruiken die hen werden opgelegd of in ieder geval aangeprezen: dat waar jullie mee begonnen zijn is mooi, maar als je het echt helemaal af wilt hebben, als je compleet wilt zijn, dan zou je dat er ook nog bij moeten hebben.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt dat dit ook de wijze verklaart waarop hij dit formuleert. Want hij zegt juist: in Christus zijn wij compleet. Vandaar ook die term – al is het wat oud-Nederlands, maar ze drukt perfect uit waar het om gaat: Hij is algenoegzaam. Aan Hem heb je genoeg als je Hem hebt. Als je Hem kent, dan heb je meer dan genoeg. Laat je niet wijsmaken dat er nog dingen zijn die je eigenlijk ook zou moeten doen om helemaal compleet te zijn, om helemaal af te zijn of een gelovige die volledig gemaakt is... wat een onzin.⟨/p> ⟨p>Wat Paulus ook zegt: op het moment dat je Hem ontvangt, dan ben je al compleet. Dan weet je dat misschien nog niet en je beseft dat sowieso nog niet; waar het om gaat is dat je gaat groeien, maar het is niet zo dat je naast Christus nog iets meer zou moeten hebben. In Hem ben je compleet, laat je nooit iets wijsmaken. Juist omdat er kapers op de kust waren, mensen die anders beweerden en waarvan Paulus op de hoogte was gebracht, zegt hij: ik span mij ook in onder zware strijd. En dan voegde hij daaraan toe... In feite begint hier een nieuw hoofdstuk, maar u weet: die hoofdstuk- en versindeling is van veel later datum; heel handig om iets aan te wijzen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3746" title="Speel af vanaf 01:02:26">▶ 01:02:26⟨/button> ⟨span>Kolossenzen 2:1: Zorg voor de Gelovigen in Kolosse en Laodicea⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Maar het heeft geen invloed op de uitleg. In hoofdstuk 2 zegt Paulus dan: "Want ik stel er prijs op dat jullie weten hoe zware strijd ik te voeren heb voor jullie en voor hen die te Laodicea zijn." De strijd die daar was in Kolosse en in het naburige Laodicea – want als je op de kaart kijkt (nou ja, Kolosse zie je zo niet meer op de kaart, want dat plaatsje bestaat niet eens meer) – dat lag een kilometer of wat op loopafstand van Laodicea, een plaats die we natuurlijk met name vanuit het boek Openbaring kennen.⟨/p> ⟨p>Paulus was daar niet geweest. Maar de strijd die daar, of in ieder geval dat wat daar speelde... Paulus kende dat ook uit eigen ervaring elders. Dus in die zin was het niets nieuws. En nu zegt hij: "Want ik stel er prijs op dat jullie weten hoe zware strijd ik te voeren heb voor jullie en voor hen die te Laodicea zijn." Want dat had Paulus dus gewoon vernomen van Epafras.⟨/p> ⟨p>Hij zegt in hoofdstuk 4 – ik heb er geen diaatje van, maar ik lees het even voor – over Epafras, van wie ze ooit het evangelie hadden vernomen (dat was weer in hoofdstuk 1 vers 7). Hij zegt daar: "Die laat u groeten; hij is één van de uwen", dus één van de Kolossers. Hij was dus zelf een Kolosser. Hoe zeg je dat? Kolosser... de Kolos, niet de klos, nee. Hij is een slaaf van Christus Jezus die altijd in zijn gebeden voor u worstelt, opdat gij mocht staan, volmaakt – heb je weer hetzelfde woord: volmaakt of volwassen – en verzekerd bij alles wat God wil, namelijk om compleet te zijn in Christus.⟨/p> ⟨p>Dat was dus Epafras. Hij bracht hen het evangelie, maar hij wilde ook dat die Kolossers zouden gaan beseffen, zijn plaatsgenoten bij wie het woord ingang had gevonden, dat zij aan Hem ook genoeg hebben. Ik wil het dan ook even lezen, want ik heb daar ook geen diaatje van, in ditzelfde hoofdstuk 2. Dan zegt hij: "Nu gij Christus Jezus de Heer aanvaard hebt" – of eigenlijk staat er: ontvangen hebt – "wandelt in Hem, geworteld en dan opgebouwd wordend in Hem. Bevestigd worden in het geloof zoals u geleerd is, overvloeiende in dankzegging." Dus daar waar je begonnen bent, blijf daar staan. En inderdaad, op dat fundament gewoon verder opgebouwd worden; dan ga je ook groeien. Maar op dat fundament en in Hem is alles.⟨/p> ⟨p>Hij zegt: "Ik stel er prijs op dat jullie weten hoe zware strijd ik te voeren heb voor jullie en voor hen die te Laodicea zijn." En hij doelt daarbij ook op de gebeden, want dit ging Paulus zeer aan het hart. "En voor allen die mijn aangezicht niet hebben gezien in het vlees." En nu voel ik, en u waarschijnlijk ook, zich aangesproken. Want daar horen wij ook bij. Wij hebben Paulus nooit gezien. We hebben ons al zo vaak – tenminste als ik voor mezelf praat – tientallen jaren met zijn brieven beziggehouden en ons erin verdiept, maar ik heb hem nooit in het echt gezien. Ik heb geen idee hoe hij eruitgezien heeft. Er zijn wel allerlei fantasieën over, maar dat geeft me niet zoveel. Trouwens, het maakt me ook niet zoveel uit, want ik heb mijn handen vol aan wat hij geschreven heeft.⟨/p> ⟨p>Paulus, het ging ook helemaal niet om hemzelf. Hij was een medium dat God heeft uitgekozen om Zijn woord door te geven. Hij zegt: "...en ook voor allen die mijn aangezicht niet hebben gezien in het vlees." Het is net alsof hij dit optekent voor de latere generaties, op wie dit sowieso van toepassing is. Opdat... en die is mooi hoor, vers 2.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4013" title="Speel af vanaf 01:06:53">▶ 01:06:53⟨/button> ⟨span>Kolossenzen 2:2: Harten Aangemoedigd en Verenigd in Liefde⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Kolosse 2 vers 2: opdat hun harten aangemoedigd worden. In de NBG-vertaling staat 'getroost', ik meen in de Statenvertaling ook, maar dat is weer een ander woord. Het Griekse woord is parakaleo. Dat wordt nog weleens vertaald met bemoedigd of aangemoedigd, en soms met vermanen. Het idee achter parakaleo is erg leuk; ik houd nogal van etymologieën, van elementen om woorden in dat licht te zien. Para is 'naast' en kaleo heeft te maken met 'roepen'. Het is dus eigenlijk 'ernaast roepen', precies wat een supporter ook doet. Vandaar ook de gedachte van aanmoedigen. Dat kan een vermanend karakter hebben – supporters kunnen immers van alles roepen – maar de basisgedachte is inderdaad naastroepen in de zin van aanmoedigen. Waarom hier over troost gesproken wordt, is mij sowieso niet helemaal duidelijk, want de gedachte is helemaal niet dat zij verdrietig waren ofzo. Nee, waar het om gaat is dat hun harten van harte worden aangemoedigd.⟨/p> ⟨p>Dat heeft ook alles te maken met het woord dat Paulus doorgaf. Ik heb er hier als aantekening nog even bijgezet: het staat ook tegenover religie en filosofie, die de mens juist belasten. Daardoor moet je allerlei dingen doen, waardoor het ook nooit goed genoeg is. Je voldoet nooit aan de norm; er is altijd wel wat aan te merken. Maar in Christus ben je volmaakt. Nou, als er iets is wat aanmoedigt en wat blij maakt, dan is het wel het besef: 'In Hem ben ik volmaakt, zo ziet God mij.' Ik voel dat misschien niet zo, maar dat is dan pech voor mijn gevoel. Daarom is het zo belangrijk dat je gaat leren denken zoals God denkt. We moeten ook de dingen die voor ons in onze beleving vaak zo belangrijk zijn, leren relativeren. Dat wat we voelen, is niet zo belangrijk. Een van de grote lessen in ons leven is dat je leert relativeren, dat je leert negeren wat je ziet en wat je voelt en wat men je allemaal wijsmaakt. Dat kan zo misleidend zijn. Ik denk dat het een van de grootste lessen is die een mens moet leren.⟨/p> ⟨p>In feite is dat ook wat geloof is: vertrouwen op wat er gezegd is. In dit geval vertrouwen op wat God gesproken heeft. Dat is wat ertoe doet. En als dat niet overeenkomt met dat wat we zien... Ik bedoel, we spreken over een Christus die verhoogd is aan Gods rechterhand. Ziet u dat? Wat valt daaraan te voelen? Maar als je eenmaal weet: dit zegt het Woord, het is de waarheid, ja, daar heb je baat bij. Maar ga niet het paard achter de wagen spannen. Het gaat om het feit. En als ik het even niet voel, dan verandert dat echt niets aan het feit hoor. Maak je daar maar geen zorgen over. Dat is rust, hè? Daar hoef je je geen zorgen over te maken. Dit Woord staat vast, en dat is een reden om je te verblijden. Het is zelfs zo dat als je het niet voelt, je des te meer God kunt danken dat het toch waar is. Het hangt niet af van onze beleving. Begrijp me goed, ik doe helemaal niets af aan de waarde van beleving, alleen moet je wel de volgorde in acht nemen: het gaat om het feit en daarop vertrouwen wij. Als je dat fundament kent, dan leer je ook verstaan wat vrede is. Maar dat is het gevolg. Ga niet zeggen: 'O, ik heb nu geen vrede, dus er zal wel iets mis zijn met het geloof.' Nee, met dat Woord is niets mis. Waar het om gaat, is dat je focus daarop gericht is. Herinnert u zich nog wat ik voor de pauze zei over attenderen? Dat je aandacht daarop gericht is, dat is waar het om gaat. De rest eromheen is allemaal ruis. Voor de radioliefhebbers: het gaat om het signaal, niet om de bijgeluiden. Het gaat om het signaal van het Woord.⟨/p> ⟨p>Opdat hun hart aangemoedigd en zij in de liefde verenigd worden. Ik denk trouwens ook dat dit alles te maken heeft met wat Paulus in het navolgende gaat zeggen. Ik citeerde zojuist al even vers 16, dat niemand u blijve oordelen in zaken van eten en drinken, of op het stuk van een feestdag, nieuwe maan of sabbat. Dingen die een schaduw zijn van hetgeen komen zou. Er staat in de NBG-vertaling 'de werkelijkheid van Christus', maar dat staat er letterlijk niet. Paulus zegt: 'terwijl het lichaam van Christus is'. Al die dingen van nieuwe maan en sabbat enzovoorts zijn schaduw en verwijzen naar Hem die zou komen, naar de Christus inclusief Zijn lichaam. Daarin zie je dus ook dat in de nieuwe maan, in de sabbat en in al die gebruiken van eten en drinken die mensen elkaar opleggen, altijd verdeeldheid ontstaat. De een doet het wel, de ander niet; het moet zus of zo; hoort hij er wel bij of niet? Het geeft altijd gelazer en gedonder – welk woord je er ook voor wilt gebruiken. Het drijft mensen uit elkaar. Maar in de liefde word je verenigd, want je gaat beseffen: in Hem hebben we alles, in Hem zijn we compleet. Niet omdat we dat voelen of omdat we dat zo bij elkaar zien, maar omdat we dat weten. Dat is het enige wat telt, en zo worden de harten verenigd.⟨/p> ⟨p>Ik vind het geweldig en zou bijna in de verleiding komen om vers 16 en 17 er al bij te betrekken. Al die zaken die verdeeldheid creëren... kijk het maar na als u me niet geloven wilt in de religieuze, de christelijke pers. Het gaat altijd over dat soort dingetjes. Over vormen en over koppie-onder of hoeveel druppels water. Altijd over iets wat je eet of wat je drinkt – ik zeg het expres een beetje cryptisch. Het gaat altijd om vormen, maar Paulus zegt: in Hem zijn we compleet. Kijk, dit is wat de harten aanroert. Hier word je zo blij van. Als het gaat over onze bedoeling, over wat wij doen en zien, wat we presteren en wat we voelen, dan is dat altijd onder de maat. Maar wat we in Hem hebben, is altijd meer dan genoeg, meer dan voldoende. En daarom zegt Paulus ook dat we bevestigd en vastgesteld zullen worden in het geloof zoals u geleerd is, en hij zegt erbij: 'overvloeiende in dankzegging'. Je gaat je steeds meer bewust worden van wat je in Hem hebt en dan ga je danken. Je houdt niet op; het blijft maar stromen, want het is altijd genoeg. We zijn zo rijk!⟨/p> ⟨p>Opdat hun harten aangemoedigd en zij in de liefde verenigd worden tot alle rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht, tot besef van het geheim van God: Christus. Nu zijn we toch weer bij de titel: het geheim van God, namelijk Christus. Die termen 'volle zekerheid' zijn het geweldige van de Schrift; het is geen mooi verhaal, het is solide en bewijst zichzelf. We hebben het over feiten en daarmee ook over inzicht, waardoor je de dingen gaat begrijpen. Dingen worden logisch. Dat vind ik ook zo geweldig als je je bezighoudt met de Schrift: je gaat de logica en het verband zien. Ik geef toe, het heeft vaak tijd nodig; het kwartje moet vallen. Het inzicht moet zakken 'van hier naar hier', zodat je het daadwerkelijk gaat beseffen. Besef van het geheim van God: Christus. Want Gods geheim, dat is Christus – de Christus, Hoofd en lichaam. Dat is het grote geheim van God.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4654" title="Speel af vanaf 01:17:34">▶ 01:17:34⟨/button> ⟨span>Kolossenzen 2:3: Alle Schatten van Wijsheid en Kennis Verborgen in Hem⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het geheim van God is Christus, in wie al de schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn. Noem iets van wijsheid of kennis, en het is allemaal in Hem te vinden. Dat verklaart trouwens ook waarom Paulus het zo formuleert tegen de achtergrond van die gevaren, van mensen met die andersluidende beweringen. Die zeggen: "Ja, maar in Hem, dat is wel mooi, maar het is meer dan dat. Het is méér dan dat." Hoezo, zegt Paulus? Je bent compleet in Hem. In Hem woont de volheid van God lichamelijk en gij zijt volleindigd in Hem. Dus hoezo zou het in Hem niet genoeg zijn? Paulus zegt: als er iets is van waarde aan kennis of als er iets is van waarde aan wijsheid, dan is het allemaal in Hem te vinden. In Hem zijn al de schatten van wijsheid te vinden, maar ze zijn wel verborgen. Daarom zegt Paulus ook: "Zoek de dingen die boven zijn," want het ligt niet op straat. Dan zou het immers openbaar zijn, maar nee, het is verborgen.⟨/p> ⟨p>Die wijsheid heeft ook alles te maken met dat Griekse woord ⟨em>sofia⟨/em>. Ik weet het ineens weer, ik heb het hier een keertje eerder verteld, een paar avonden tevoren toen we het over Efeziërs 1 hadden. Hier wijs ik er graag nog een keer op, namelijk op dat Griekse woord ⟨em>sofia⟨/em>. Ik vertel het nog maar een keertje, misschien ben ik nu overcompleet, maar ik vind het zo mooi: het Griekse woord voor wijsheid, ⟨em>sofia⟨/em>, houdt verband met en is afgeleid van een Hebreeuws woord, ⟨em>tsofiem⟨/em>. Dat is een meervoudsvorm en het betekent "uitkijktorens". Alleen die afleiding al zegt mij genoeg. Ik zeg niet dat het een wetenschappelijk bewijs is, dat weet ik wel, maar het is veelzeggend, omdat wijsheid nu juist meer is dan alleen kennis. Het is niet alleen maar informatie, de data; nee, het is dat je het overzicht hebt.⟨/p> ⟨p>Dat is het geweldige wanneer je op de hoogte gebracht bent. Je staat als het ware op een uitkijktoren. En wat zie je dan? Dan krijg je overzicht. Dan ga je ineens de samenhang zien van de dingen die je niet ziet als je er gewoon middenin zit. Dan zie je dat niet. Dat overzicht krijg je pas als je op de hoogte gebracht bent – wat natuurlijk ook heel dubbelzinnig is. Maar wat je vooral hebt als je op een uitkijktoren staat, is uitzicht. Dat is wat we krijgen als we het Woord van God tot ons nemen. Want als er één is die weet wat de toekomst brengen zal, dan is Hij het. Want Hij verkondigde reeds vanaf den beginne de afloop. Hoe kan Hij dat doen? Wel, Hij is God, Hij beschikt alles. Dus Hij geeft uitzicht. Bij Hem bestaan er nooit hopeloze gevallen.⟨/p> ⟨p>Het Woord geeft dus niet alleen kennis, het geeft een geweldig overzicht en een enorm uitzicht. En dat is echt allesovertreffend. Hoe groots je ook over die verwachting en hoop denkt, het is altijd maar een flauw aftreksel van de geweldige hoop die we werkelijk hebben. Want het is zo groots en ook zo alomvattend, echt Godwaardig en heerlijk: Christus, in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen zijn.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4896" title="Speel af vanaf 01:21:36">▶ 01:21:36⟨/button> ⟨span>Kolossenzen 4:2-4: Bidden Om een Geopende Deur voor het Woord⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ten slotte nemen we nog even Kolossenzen 4 mee, want daar spreekt Paulus ook nog een keer over het geheim. Het woord geheim, ⟨em>mysterion⟨/em>, komt in deze brief vier keer voor. Drie keer hebben we het al gelezen in de passage die we zojuist hebben gezien, en één keer komt het nog voor aan het einde van de brief. Ik zou eigenlijk ook nog even de structuur moeten laten zien, want dan zie je ook daarin weer de samenhang; hoe Paulus die brief heeft opgebouwd en waarom hij het thema daar in het begin plaatst en ook weer aan het einde. Maar dat is alleen maar een hint om dat zelf nog eens na te kijken.⟨/p> ⟨p>Ik begin nu te lezen in vers 2 van Kolossenzen 4, waar Paulus zegt: "Volhardt in het gebed." De gemeenschap met Hem, en wees daarbij waakzaam en dankt. Dat zijn niet twee dingen, dat is één geheel. "Wees daarbij waakzaam en...", dat woordje 'en' is in de Griekse stijl een ⟨em>hendiadis⟨/em>. Het heeft de betekenis van 'namelijk'. Zoals we ook lezen over "de God en Vader van onze Heer Jezus Christus"; dat gaat niet over twee personen, maar over de God die de Vader is van Jezus Christus. En hier ook: volhardt, houd vol met bidden, maar Paulus zegt: wees daarbij waakzaam. Hoezo, hoe kun je waakzaam zijn? In feite verklaart het volgende woord het al: namelijk door te danken. De waakzaamheid bestaat juist in de dankzegging.⟨/p> ⟨p>Ik denk dat het belang daarvan is dat als je inderdaad tot God spreekt en je de dingen aan Hem voorlegt, je je dan vooral bewust bent van wat je allemaal al hebt ontvangen. En dat Zijn weg altijd de beste is. Je bidt misschien: "Heer, wilt U zus of zo?", maar dank dan maar op voorhand dat wat Hij voornemens is en wat Hij je gaat geven, vele malen beter is. Wat je ook bidt... dat is geloof ik een uitspraak van Luther, maar ik zeg het hem graag na: als we om zilver bidden, geeft God goud. Waarna het aan ons vervolgens is om de vraag te stellen: heeft Hij dan je gebed verhoord? Als je Hem zilver vraagt en Hij geeft goud, heeft Hij je gebed dan verhoord? Nou, ja en nee. Hij doet meer dan dat. Zijn weg is de beste. Daarom ben ik zo blij dat wat ik God ook bid, je Hem op voorhand al kunt danken dat wat Hij gaat geven ongetwijfeld anders is dan wat jij hebt uitgestippeld. Want het meeste gaat daar maar van uit, maar Zijn weg is altijd de beste. Als je dat vertrouwen hebt, dan kun je Hem ook altijd danken. Dat is die waakzaamheid. Ga er gerust mee door, maar dank dan ook.⟨/p> ⟨p>"En bid tevens voor ons," zegt Paulus, "dat God een deur voor ons woord opene." Want dat is ook mooi: dat doet God. God opent deuren. Hij opent ogen, Hij opent oren, Hij opent harten, Hij opent de Schriften en Hij opent ook deuren. Hij creëert de gelegenheid zodat het woord doorgaat. Wellicht zijn er mensen die dat zo herkennen, dat je soms de neiging hebt om een deur te forceren. Ik wil zo graag aan hem of haar iets duidelijk maken om het woord door te geven, en dan ga je zelf een weg of een deur forceren. Maar dat is geen goed idee. Want God opent deuren en creëert de mogelijkheden. Er is een hele mooie stelregel voor: hoe weet je nu wanneer je het woord moet spreken? Je weet wanneer je iets moet spreken wanneer erom gevraagd wordt. Dat zegt Petrus ook altijd: wees bereid tot verantwoording. Dat staat trouwens een paar verzen later in vers 6 van ditzelfde hoofdstuk: dat je zou weten hoe je aan ieder het juiste antwoord zou geven. Iemand stelt een vraag. Nou, dat is het mooie: dan wordt er gewoon een deur voor je geopend. Dan hoef je het niet zelf te doen, maar dan wordt er een mogelijkheid gecreëerd om het woord te spreken.⟨/p> ⟨p>De beroemdste toespraak van de apostel Paulus in het boek Handelingen is denk ik die in Handelingen 17, in Athene. Een heleboel mensen denken dat Paulus daar op een zeepkistje is gaan staan en de boel heeft overschreeuwd, maar dat was niet zo. Hij stond op de markt en op een gegeven moment was er interesse. "Wat is dat eigenlijk voor een graantjespikker?", zo wordt hij dan genoemd. "Wij zouden willen weten wat u te vertellen hebt." Ja! Dan hoef je het hem maar één keer te vragen. Dan steekt hij van wal, en dat doet hij dan ook. Dan wordt er een deur geopend die je niet hoefde te forceren. Zo is het eigenlijk, moeilijker is het niet. Ik vind dat ook zo mooi in de kleine dingen van het leven: Hij wijst gewoon de weg.⟨/p> ⟨p>Paulus vraagt dus om gebed dat God een deur voor het woord opent "om te spreken van het geheim van de Christus". Nu weet u waarom ik naar deze passage toe ga. Het ging Paulus erom te spreken van het geheim van de Christus, want het woord dat hij bracht heeft alles met Hem te maken. Namelijk de Christus; dat is het geheim dat God vandaag te melden heeft en alles wat Hij vandaag doet. Paulus heeft dat op schrift gesteld, geboekstaafd in zijn brieven, en daar kunnen we het terugvinden. Het is heerlijk om daarover te spreken, over het geheim van de Christus, "ter wille waarvan ik ook gevangen zit."⟨/p> ⟨p>Ik had het er al even over: hij zat gevangen. Dat heeft hem de gelegenheid gegeven om deze dingen op te tekenen. In Efeze 6 zegt hij ook: "Ik ben een gezant in ketenen." Een gezant is eigenlijk een ambassadeur. Normaal gesproken is een ambassadeur in het internationale recht diplomatiek onschendbaar. Aan een ambassade en een ambassadeur mag je niet komen. In feite is het moment dat je dat wel doet, als je een ambassadeur gevangenzet, een regelrechte oorlogsverklaring. Maar Paulus was een ambassadeur in ketenen. En toch, wat doet hij? Hij brengt de boodschap van vrede en verzoening voor wie dan ook. Geen vijandige afschrikkingsraad, maar hij predikt vrede en verzoening. En dat is een van de geweldige aspecten van het geheim van de Christus: in Hem hebben we alles. Dat geheim in ketenen; een ambassadeur in een keten. Nou, lieve mensen, ik denk dat we er verstandig aan doen om het hierbij te laten.⟨/p>