⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Inleiding: een Nieuw Jaar en de Actualiteit van het Profetisch Woord⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hartelijk dank voor deze inleiding. Ik kan daar alleen maar van harte amen op zeggen, en ik vermoed dat verreweg de meesten dat ook zullen doen. We zijn hier inderdaad bij elkaar om ons opnieuw – voor de vijfde avond inmiddels, zoals Wolter zojuist al aangaf – bezig te houden met dit onderwerp: de vier koninkrijken in Daniël 2 en 7. Met die vijfde avond hebben we ook dat vijfde koninkrijk zo achter de hand. De symboliek daarvan heb ik geloof ik al een keertje eerder toegelicht, want het gaat om dat vijfde koninkrijk dat nu nog steeds verborgen is. Dat is het definitieve koninkrijk.⟨/p> ⟨p>Het rest mij trouwens ook nog even dit te zeggen: het is de eerste avond van de maand januari en het is misschien een beetje laat, maar omdat het toch de eerste gelegenheid is dat we elkaar hier treffen: bij dezen een heel goed, gelukkig en gezegend 2024. De vorige keer toen ik eindigde – en ik werd er zojuist even door René aan herinnerd – zei ik dat we wellicht een heel spannend, ook in profetisch opzicht bijzonder jaar tegemoet gaan. Hij vroeg of ik daar nog wat meer over wilde zeggen. Ik denk dat dat vanzelf al komt in de loop van deze avonden, en bovendien laten we maar niet te veel speculeren. Maar er zijn momenteel toch wel hele frappante dingen gaande. Niet alleen in het Midden-Oosten, waar we deze avonden per definitie ons oog op gericht hebben – want dat is toch het terrein waar die koninkrijken allemaal bevestigd waren en zullen zijn – maar ik kan ook alleen maar beamen wat zojuist door Wolter werd gezegd.⟨/p> ⟨p>We hebben dat Woord, en hoe bijzonder is het om juist tegen het einde van deze aeon te leven en te weten welke dingen er gaan gebeuren. Dat we dan bij het licht van het profetisch Woord mogen leven, dat volgens de Schrift zeer vast is. Dan is het Woord altijd nog weer vele malen spannender dan welke menselijke speculatie ook.⟨/p> ⟨p>Vanavond gaan we ons bezighouden met Daniël 7. Het tweede hoofdstuk hebben we inmiddels besproken en de vorige keer heb ik de eerste zeven verzen van Daniël 7 behandeld. Hoe ver we gaan komen, dat weet ik op dit moment nog niet. Later, als ik het op internet plaats, kan ik dat invullen, maar voor nu is dat nog een beetje een verrassing. Zoals gebruikelijk is het mijn gewoonte om nog eventjes te recapituleren – zoals dat heel deftig heet – wat we hebben besproken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="185" title="Speel af vanaf 03:05">▶ 03:05⟨/button> ⟨span>Recapitulatie: de Tijden van de Natiën en het Beeld uit Daniël 2⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In Daniël 2 – laat dat even duidelijk zijn – wordt beschreven, en dat geldt trouwens ook voor Daniël 7, wat we noemen 'de tijden van de natiën'. Het is een heel cruciaal begrip dat overigens ontleend is aan Lukas 21, waarin de Heer Jezus spreekt over de tijden dat Jeruzalem vertreden wordt; de tijden waarin de natiën het voor het zeggen hebben en er geen Davidische koning is, een koning uit het huis van David die regeert in Jeruzalem.⟨/p> ⟨p>Daar gaan deze dromen over, zowel die van Daniël 2 van Nebukadnezar, als de droom in Daniël 7 over die tijden. Het bestrijkt eeuwen, wat zeg ik, duizenden jaren, en wij leven inmiddels een beetje tegen het einde van die periode. Het gaat daarbij om vier opeenvolgende koninkrijken die elk – en dat is heel karakteristiek – vanuit Babel regeren. Wat het laatste koninkrijk betreft is dat altijd wat discutabel, of in ieder geval zijn daar heel andere visies op. Maar laten we duidelijk zijn: het eerste koninkrijk is dat van Nebukadnezar, dat staat er gewoon min of meer letterlijk bij. Het tweede koninkrijk is dat van de Medo-Perzen, en de figuur die daar het meest model voor staat en dat rijk representeert, zeker ook vanuit Bijbels oogpunt, is Kores. En dan krijg je het Grieks-Macedonische rijk onder leiding van Alexander de Grote.⟨/p> ⟨p>Alle drie hebben zij geregeerd in Babel. Bij de eerste was het de absolute hoofdstad. Bij de Medo-Perzen werd Babel één van de steden van waaruit geregeerd werd. Dat het Griekse rijk Babel als hoofdstad heeft gehad, is minder bekend, maar ook dat is het geval geweest. Al is het maar een heel korte tijd geweest, want Alexander de Grote arriveerde in Babel, verklaarde het meteen tot hoofdstad van zijn rijk en even later – in die termen moeten we dan denken: weken of maanden – is hij op zeer jonge leeftijd aan griep of een koorts overleden. Dat is eigenlijk het laatste rijk van Babel geweest, totdat we in de eindtijd opnieuw een koninkrijk gaan krijgen en dat zal ook weer Babel als hoofdstad hebben. Er wordt meestal gezegd dat dit Rome zal zijn, maar ik ga ervan uit dat het werkelijk, net als de voorgaande rijken, letterlijk Babylonië betreft. Dat wil zeggen: de stad daar in het land van Sinear waar deze aeon ooit mee aanving, als eerste grote stad waar die toren ook gebouwd is.⟨/p> ⟨p>Dit rijk is nog toekomstig en het wordt beschreven als een ijzeren-lemen rijk. Het zal uiteindelijk plaats moeten maken voor het rijk van de Messias. Dat ijzer slaat dan op de militaire kracht die alles verpulvert en verbrijzelt. Het leem heeft te maken met het feit dat het ook heel broos is. We komen daar dit seizoen zeker nog heel specifiek over te spreken: over de aard van dat laatste rijk met zijn tien koningen. Eigenlijk wordt daar in Daniël 2 maar heel summier naar gezinspeeld als er gesproken wordt over de tenen van de voeten.⟨/p> ⟨p>Die vier koninkrijken zullen plaatsmaken, zoals dat zo prachtig staat, voor de steen die van de berg rolde zonder toedoen van mensenhanden. Van bovenaf wordt dat beeld, dat hele rijk van menselijke koninkrijken – machtig in aanzien en in kracht, dat zal waar zijn – verbrijzeld. Maar ze moeten plaatsmaken voor het laatste, definitieve, vijfde koninkrijk: namelijk dat van de Messias, de Steen. De levende steen, om zo te zeggen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="478" title="Speel af vanaf 07:58">▶ 07:58⟨/button> ⟨span>De Overgang Naar Daniël 7: Wereldrijken als Beesten in Relatie tot Gods Volk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat is Daniël 2 en Daniël 7. Daar hebben we tot nu toe eigenlijk nog maar één avond aan gespandeerd. Het gaat om de vier koninkrijken die Nebukadnezar ooit zag in zijn droom, maar dat was al vele tientallen jaren voordat Daniël 7 beschreven werd. Ik heb al eerder aangegeven dat er een aantal deportaties zijn geweest vanuit het land Israël naar Babylonië; je leest daarover in de boeken van de Kronieken. Daniël werd met de eerste groep gedeporteerd, nog in de tijd van koning Jojakin, naar Babel. In die beginperiode heeft de droom van Nebukadnezar plaatsgevonden met dat beeld waarbij de opeenvolging beschreven wordt van boven naar beneden: het hoofd, het zilveren borststuk, de lendenen van koper, de benen van ijzer en de voeten deels van leem.⟨/p> ⟨p>Diezelfde koninkrijken worden ook in Daniël 7 beschreven. Ook de vier koninkrijken, maar nu niet van boven naar beneden, maar van rechts naar links. Of zo u wilt: van oost naar west. Dat is de manier waarop er vanuit de Bijbel sowieso gerekend wordt. Je begint in het oosten en gaat zoals de zon gaat, van oost naar west. Het is zoals een Hebreeër leest: van rechts naar links. Dat is synoniem; van rechts naar links is hetzelfde als van oost naar west, toch?⟨/p> ⟨p>Het is echter niet zomaar een herhaling. Daniël ziet weliswaar ook vier koninkrijken die opgevolgd worden door het laatste, het vijfde en definitieve koninkrijk van de Messias, en er zijn veel meer overeenkomsten. Dat zullen we ook zien in verband met de tien tenen en de tien horens. Maar het belangrijkste verschil dat sterk opvalt, is dat terwijl Nebukadnezar vooral een metalen beeld ziet waarbij de opeenvolging van afnemende kwaliteit is — van goud naar zilver en van koper naar ijzer tot leem (wat natuurlijk eigenlijk helemaal geen metaal is) — Daniël een heel ander perspectief krijgt. Als Daniël tientallen jaren later zelf een droom heeft — hij moet toen al een man van in de negentig zijn geweest — dan ziet hij die vier koninkrijken als redeloze beesten.⟨/p> ⟨p>Het gaat dan niet zozeer om de politieke kwaliteit; dat is wat Nebukadnezar vooral gezien heeft als koning. Daniël neemt de beestachtige kwaliteit waar, letterlijk het beestachtige karakter van die koninkrijken. Dat is zijn perspectief. Dat beestachtige is vooral gelegen in de rol die deze machten spelen met het oog op de heiligen van de Allerhoogste. Dat wil zeggen: het volk, het getrouwe overblijfsel van Israël dat haar God dient. In feite is dat een heel aparte gedachte: het gaat niet zomaar om de beschrijving van de profetische wereldgeschiedenis, het gaat om de beschrijving van die rijken voor zover ze een relatie hebben met dat relatief gezien piepkleine volkje van God. Het volk waar God Zijn oog op heeft laten vallen en waar Hij Zijn belofte aan verbonden heeft; het volk waaraan uiteindelijk de wereldheerschappij toe zou komen. Waarom zijn die wereldrijken dan van belang en waarom spelen ze zo'n grote rol? Wel, omdat zij een bepaalde relatie hebben met het volk Israël.⟨/p> ⟨p>Ook dat zullen we trouwens vooral bij de beschrijving van het vierde koninkrijk nog wel zien. Ik vind het een hele mooie gedachte: uiteindelijk gaat het niet om dat wat voor het oog of in het perspectief van de journalistiek en de grote wereldpolitiek van belang is. Het gaat niet om de machten en factoren die daar tellen, maar Gods interesse is juist gelegen in dat volk dat van Hem is, dat zich op Hem richt en waar Hij Zijn belofte aan verbonden heeft. In dat opzicht zijn die koninkrijken ook allemaal beestachtig. Dat wil zeggen dat ze totaal geen enkele achting hebben voor het volk van God en voor dat volkje Israël. Dat zal met name in dat laatste koninkrijk heel sterk het geval zijn, waarbij het volledig onder de voeten gelopen zal worden door dat afschuwelijke, afgrijzelijke beest.⟨/p> ⟨p>Er is nog iets heel opmerkelijks als het gaat over die eerste drie beesten: de leeuw, de beer en de panter of het luipaard. Daarvan worden allerlei kenmerken gegeven, maar ze worden in de droom zelf niet uitgelegd. Dit in tegenstelling tot dat vierde dier, waar we overigens geen naam voor hebben. Dat lijkt nergens op; geen enkel bekend beest voldoet aan wat Daniël ziet als hij dat vierde beest ziet. Hij kan niet zeggen dat het op een leeuw lijkt; het is echt een vreselijk beest dat nergens op lijkt. Maar de eerste drie koninkrijken worden niet nader verklaard. Is dat een lacune, een gebrek in de presentatie van het Woord? Nee, uiteraard is dat niet aan de orde. Ik denk dat de reden een heel andere is: het loutere feit dat het niet uitgelegd wordt, is omdat de betekenis als bekend wordt verondersteld.⟨/p> ⟨p>Omdat Daniël 7 exact dezelfde koninkrijken beschrijft als Daniël 2, en in Daniël 2 wordt al gezegd wat die koninkrijken zijn. Het eerste koninkrijk is dat van Nebukadnezar en het tweede is het rijk dat daarna zou komen, van de Meden en de Perzen. Dan weet je dus dat die drie dieren daar ook mee verband houden. De vorige keer hebben we daar ook allerlei voorbeelden van gezien. Neem de panter of het luipaard; daarvan lees je dat het vier vogelvleugels op zijn rug had en vier koppen. Aangezien het spreekt over het derde koninkrijk, het Grieks-Macedonische rijk, weten we dat dit inderdaad uiteengevallen is na de dood van Alexander de Grote. Het werd verdeeld onder zijn vier generaals in een noordelijk, zuidelijk, oostelijk en westelijk rijk. Die vier koppen zijn dus heel gemakkelijk te duiden als je eenmaal weet dat het te maken heeft met het Grieks-Macedonische rijk. Dan is het eigenlijk één plus één is twee; dat ligt voor de hand. Het is voor de goede verstaander die het voorgaande al gelezen heeft. Zo gaat het toch ook als je een boek leest? Als je in hoofdstuk 7 bent, mag je verwachten dat de lezer hoofdstuk 2 ook gelezen heeft. Zo is het hier ook, en dan is het allemaal niet zo heel erg moeilijk. Ik geef toe dat ik er nu wel heel laconiek over doe, want er zijn bepaalde details waar je altijd over zou kunnen twisten, zoals die drie ribben die dat beest in zijn bek heeft. Maar goed, in het algemeen is de betekenis helder. Tot zover de samenvatting; we hebben de eerste zeven verzen besproken en ik haak nu gewoon weer aan bij de tekst.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1066" title="Speel af vanaf 17:46">▶ 17:46⟨/button> ⟨span>Vers 7: het Afschrikwekkende Vierde Dier met de Ijzeren Tanden⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nou, dat hebben we eigenlijk min of meer al gezien, maar laat ik het hier goed laten aansluiten. Ik wijs er nogmaals op dat ik lees uit de NBG-vertaling en dat waar ik cursiveer, ik afwijk van de NBG-tekst. In de NBG staat namelijk: "Daarna zag ik...", maar in de Concordant Version staat er: "In plaats van haar". Ik weet niet exact hoe het er daar staat, maar in ieder geval "in plaats daarvan". In plaats van haar zag ik in de nachtgezichten en zie, een vierde dier. Het ene dier neemt telkens de plaats in van het dier dat voorafging. In plaats daarvan wil zeggen dat waar dat dier eerst was, dat voorgaande dier, dat maakt letterlijk plaats voor het navolgende. De plaats is hier in alle vier de gevallen Babel, of op zijn Grieks gezegd Babylon. Dat is exact hetzelfde. En dat is trouwens ook de locatie waar tientallen jaren eerder Nebukadnezar al zijn droom heeft gehad. Nu heeft Daniël ongeveer aan het einde van het Babylonische Rijk deze droom gehad. Babel is eigenlijk de stad waar het gebeurt.⟨/p> ⟨p>Maar goed, nu staat er dus: "In plaats van haar". Dat wil zeggen: dat derde dier, dat panterbeest. "Zag ik in de nachtgezichten en zie, een vierde dier. Vreselijk, schrikwekkend, geweldig sterk. En zij had grote ijzeren tanden." Nu zijn we dan toch weer even terug bij dat ijzer. Ik heb er de vorige keer al op gewezen dat ook dat vierde rijk in de beschrijving van Daniël 2 gekenmerkt wordt door ijzer. Hier zien we opnieuw de rol van het metaal, van ijzer. Grote ijzeren tanden. Hierin zie je trouwens opnieuw dat het vierde dier overeenkomt met het vierde koninkrijk in Daniël 2. Ook door de grote rol die ijzer daarin speelt, met soortgelijke beschrijvingen als dat het verbrijzelt en vermaalt en vertreedt, zoals ijzer dat geacht wordt te doen.⟨/p> ⟨p>Ik kwam nog iets tegen; ik geef nu eigenlijk een hint. Het woord ijzer in het Aramees is ⟨em>parzel⟨/em> en in het Hebreeuws is dat bijna hetzelfde: ⟨em>barzel⟨/em>. Alleen de eerste letters wijken af, maar je herkent het nog heel duidelijk. Het ene is Aramees, het ander is Hebreeuws; de talen zijn erg verwant. Waarom wijs ik daar even op? Omdat we de laatste maanden, als we het hebben over het Midden-Oosten en de oorlog en de grote strijd die daar is, nogal eens hebben gelezen over de Iron Dome. Die ijzeren koepel heet in het Hebreeuws ⟨em>Kippat Barzel⟨/em>. Dat is gewoon ditzelfde woord. Dat is dus de ijzerkoepel, of zoals dat meestal genoemd wordt, de Iron Dome. Eigenlijk een huzarenstukje van het Israëlische leger zoals geen enkel land dat heeft. Als er één land is dat militair superieur is – natuurlijk geback-upt door Amerika, dat weet ik – dan is het juist ook wel Israël.⟨/p> ⟨p>Ik zeg het eigenlijk als hint, want ik moet erbij zeggen dat ik mijzelf nu ook een beetje ga nuanceren of misschien zelfs wel corrigeren. Toen we het hadden over dat vierde koninkrijk in Daniël 2, bracht ik dat ijzerige en dat gewelddadige karakter van het vierde koninkrijk vooral in verband met de islam. Maar is dat zo? Ik ben er door diverse mensen op aangesproken. Want als er toch eigenlijk één land is... maar oké, je hebt aan de ene kant de profetie en aan de andere kant heb je natuurlijk de actualiteit. Als je kijkt in de huidige actualiteit en je vraagt je af welk land momenteel militair eigenlijk superieur is in het Midden-Oosten, welk land verpulvert... en je zou zomaar in allerlei politieke discussies kunnen komen in hoeverre dat gerechtvaardigd is, maar daar gaat het me nu niet om. Het gaat me puur om de vraag welk land bij uitstek nu zo’n superieur, militair, allesvernietigend vermogen heeft. Juist die Joodse staat. Ik zeg het, we komen er zeker nog op terug als we het hebben over die tien landen, de tien koningen, en zeker ook als we het nog gaan combineren met het boek Openbaring waar ook dat beest en die tien horens weer een grote rol spelen. Dan zullen we vanzelf ook de rol bespreken die juist de Joodse staat in dat rijk van het Midden-Oosten gaat spelen.⟨/p> ⟨p>Ik had juist heel sterk het idee dat dat vooral te maken heeft met dat leem, maar wat denkt u van dat ijzer? Als dat inderdaad de betekenis heeft van dat vertreden en vooral die militaire kracht en impact die dat rijk dan heeft. Juist die beschrijving komt overeen met de karakterisering dat het grote ijzeren tanden heeft, en dan nog: "het at, het vermaalde en wat overbleef, vertrad het met haar poten." Daarmee is toch wel heel duidelijk aangegeven dat het gewelddadig vermogen echt superieur is en alles vertreedt.⟨/p> ⟨p>Het is een beetje lastig qua uitleg als je deze avond indeelt. Tenminste, daar sta ik nu een beetje voor; dat is mijn probleem. Nu wordt eerst namelijk de droom gegeven, want Daniël vertelt wat hij gezien heeft. Pas later wordt dat vierde rijk uitgelegd. Ik zei al: die eerste rijken worden niet eens uitgelegd. Die eerste dieren, die wilde, redeloze beesten die uit de zee opkomen, worden niet eens uitgelegd. Dat vierde koninkrijk wordt wel uitdrukkelijk en nogal gedetailleerd uitgelegd. Sterker nog, de uitleg is uitgebreider dan wat er in de droom staat. Ik bedoel dit: er wordt bijvoorbeeld in de droom niet eens beschreven dat hij koperen klauwen had, maar in de uitleg later lees je: "en het had koperen klauwen ook nog", en dan wordt dat ook nog uitgelegd. In ieder geval is het ene zelfs nog uitgebreider dan het andere. Maar die uitleg van dat laatste beest, en het feit dat het ijzeren tanden heeft en at en vermaalde en vertrad, dat wordt pas later in ditzelfde hoofdstuk in vers 19 tot 24 uitgelegd.⟨/p> ⟨p>We zijn nu nog maar in vers 7, dus ik zit nu een beetje te aarzelen terwijl we dit lezen. Ik heb de neiging om dat nu dus al uit te leggen, maar dan loop ik eigenlijk een beetje voor de muziek uit. Dit is namelijk alleen nog maar de beschrijving van wat Daniël in zijn droom, in die nachtgezichten, gezien heeft. Later gaat hij zichzelf ook de vraag stellen: "Wat betekent dat?" En dan krijgt Daniël van iemand die bij hem staat ook tekst en uitleg. Dan gaan we daar wat dieper op in. Dat ik dat bij het beschrijven van de eerste beesten niet heb gedaan, heb ik zojuist al toegelicht: omdat dat namelijk verder in dit hoofdstuk geen rol meer speelt.⟨/p> ⟨p>Oké, en dan staat er nog bij dit dier, dit vierde dier waarvan later gezegd wordt dat het het vierde koninkrijk is: "En dit dier verschilde van alle voorgaande", of ten opzichte van haar eventueel. Zoals ik al even aangaf: het wordt niet vergeleken met een bestaand beest. Alleen daarin verschilt het al van alles wat eraan voorafgegaan is. En er staat nog bij...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1663" title="Speel af vanaf 27:43">▶ 27:43⟨/button> ⟨span>Vers 8: de Tien Horens en de Opkomst van de Kleine Hoorn⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En zij had tien horens. "Zij", want het is vrouwelijk; daar hebben we het de vorige keer al over gehad. Als u wilt weten wat die tien horens dan precies zijn, kan ik dat alvast verklappen, want het is eigenlijk heel simpel: dat zijn namelijk gewoon tien horens. Dat wordt in Daniël 7, en later ook in het boek Openbaring, verder uitgelegd. Maar er is nog veel meer mee aan de hand. Het is namelijk iets heel opmerkelijks als je de reeks nagaat. Dat eerste beest heeft twee vleugels. Het tweede beest wordt in verband gebracht met drie ribben. Het derde beest heeft vier koppen. En dan het vierde beest; dat heeft tien horens. Alleen al in die reeks zou je verwachten dat het vierde beest dan misschien vijf horens zou hebben, maar nee: hij heeft er tien. Dit is van een totaal andere aard. Dit beest verschilt van alles.⟨/p> ⟨p>In die zin is het ook heel spannend om ons daarmee bezig te houden. Die eerste drie koninkrijken of beesten liggen inmiddels achter ons, maar dat vierde beest is nog toekomstig; dat moet nog gaan komen. En als hier dan vermeld wordt dat het verschilt van alles wat we tot dusver hebben gekend, gezien en meegemaakt, en van wat in de geschiedenisboeken staat beschreven, dan weten we dat dit van een totaal andere orde is. Dat is indrukwekkend, vooral als je je realiseert dat wij tegen het einde van deze aion leven. Dit gaat allemaal binnen afzienbare tijd zijn beslag krijgen. We weten dus op voorhand dat wat we nu nog gaan krijgen, niet zomaar iets is waarvoor directe parallellen in de geschiedenisboeken te vinden zijn. Dit is van een heel andere orde.⟨/p> ⟨p>Dan kun je zeggen: dat heeft te maken met het feit dat het vierde koninkrijk het laatste is en dat het direct plaats gaat maken voor het allerlaatste koninkrijk. Jazeker, maar dat is het niet alleen. Niet alleen het einde van dat vierde beest verschilt van de andere, maar het beest zelf ook, gewoon in zijn hele hoedanigheid, in zijn optreden en in zijn identiteit. Het is van een volstrekt andere orde. Vandaar ook dat we later zullen lezen dat Daniël echt perplex is. Hij is werkelijk perplex als hij dat vierde beest heeft gezien en hij vraagt zich af wat dit in de hemel te betekenen heeft.⟨/p> ⟨p>Goed, het had dus tien horens. In vers 8 lees ik daar nog iets bij: "Terwijl ik op die horens lette, zie, daartussen verhief zich een andere, kleine hoorn, en drie van de vorige horens werden vóór haar uitgerukt." U vraagt zich natuurlijk af wat dat betekent. Welnu, daar ga ik nu zelfs nog geen klein tipje van de sluier over oplichten; dat zullen we vanzelf wel gaan zien. En als u uw nieuwsgierigheid niet kunt bedwingen, leest u gewoon hoofdstuk 7 vers 20 en 24, want daar staat het namelijk al summier aangegeven.⟨/p> ⟨p>Terwijl hij dus op die tien horens lette, verhief zich daartussen een andere, kleine hoorn, en drie van de vorige horens werden voor haar uitgerukt. "En zie," staat er, "in die hoorn waren ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak." Ik dacht bij de spelling van "hoorn" nog even dat het met dubbel 'o' was en dan 'rn', maar dat zal mijn oude brein en de oude spelling zijn. Hoorn, moet je eens goed horen. Ik kom uit Aalsmeer en dat ligt vlakbij Uithoorn, maar dit terzijde. "En zie, in die hoorn waren ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak." Ook dat wordt heel uitdrukkelijk uitgelegd. Deze elfde hoorn, want dat is wat het is, stelt die afschuwelijke koning voor die zich nog zal gaan presenteren. Maar nogmaals: dat verschuiven we allemaal naar de volgende keer dat we dat gaan bespreken. Dan krijgen we een soort intermezzo; feitelijk is dat ook zo.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1979" title="Speel af vanaf 32:59">▶ 32:59⟨/button> ⟨span>Vers 9a: Er Worden Tronen Opgesteld voor de Ware Overwinnaars⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want dan staat er in vers 9: "terwijl ik bleef toekijken, werden tronen opgesteld." Ja, dat doet heel sterk denken aan wat je leest in de beschrijving van het boek Openbaring. Ik wil daar toch even op wijzen. Openbaring 20 vers 4, daar lees je over het begin van de duizend jaren — sommige mensen zeggen "het duizendjarig rijk", maar oké, in feite is niet zozeer dat rijk duizend jaren. Het is de satan die duizend jaar gebonden wordt. Het rijk zelf is eonisch en overtreft de eonen, en is veel langer; echt niet beperkt tot de duizend jaren. Maar goed, de duizend jaren dus, en voorafgaand daaraan lees je: "en ik zag", dat zegt Johannes, "en ik zag tronen en zij zetten zich daarop en het oordeel werd aan hen gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en die noch het beest, noch zijn beeld hadden aangebeden, en die het merkteken niet op hun voorhoofd of op hun hand hadden ontvangen."⟨/p> ⟨p>Ook dit is weer een beschrijving van de heerschappij van dat vierde beest. Vandaar ook dat we nog een aantal avonden te gaan hebben — gelukkig — want over dat vierde beest worden deze dingen in het boek Openbaring breedvoerig besproken. Dat beest zal een beeld laten maken met een merkteken op de hand of op het voorhoofd. Ook dat laat zich tegenwoordig heel makkelijk allemaal met de actualiteit verbinden. Dus het komt steeds dichterbij allemaal, hè?⟨/p> ⟨p>Maar ook degenen die in die tijd straks zullen omkomen... Ik geloof dat dit na de wegrukking van de Ecclesia is. Maar goed, in die tijd zullen er velen omkomen. Degenen die omkomen vanwege het feit dat zij vasthouden aan hun getuigenis van Jezus en omdat zij het beest en zijn beeld niet hebben aangebeden en het merkteken niet hebben ontvangen — velen van hen zullen om die reden omkomen, maar zij zullen worden opgewekt voordat de duizend jaren aanvangen. En dan staat er: "en ik zag tronen." Degenen die zijn omgekomen in die grote verdrukking, zullen dan op die tronen gaan zitten. Dus die worden eigenlijk gerehabiliteerd. Terwijl ze vertreden waren tijdens de beestheerschappij, zullen ze op tronen worden gezet en op een hoge plaats komen. Ik gebruik expres nu deze uitdrukking, want die komen we later namelijk weer in Daniël 7 tegen.⟨/p> ⟨p>Zij zullen op de tronen gaan zitten en dan krijg je een pure omkering van zaken. Terwijl zij slachtoffer waren tijdens die beestenheerschappij, worden er tronen opgesteld als die beesten allemaal zijn omgebracht en het koninkrijk gaat aanvangen. Ja, dan worden er tronen opgesteld en daar zullen zij, die slachtoffers, dan op zitten. Zij zijn de echte overwinnaars. Dus ondanks de schijn die zo tegen was doordat ze waren omgebracht, leg ik die link sowieso met het feit dat hier staat: "en ik bleef toekijken en er werden tronen opgesteld." En dan staat er bij...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2211" title="Speel af vanaf 36:51">▶ 36:51⟨/button> ⟨span>Vers 9b: de Oude van Dagen als de Verplaatser van Heerschappij⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"Een Oude van Dagen zette Zich neer." Bij een Oude van Dagen denk je al snel aan een bejaarde, nietwaar? Iemand die oud van dagen is, als je de term heel letterlijk neemt; iemand die er al vele dagen op heeft zitten. Later in dit hoofdstuk komen we deze uitdrukking nog twee keer tegen. De gangbare uitleg is dat de Oude van Dagen een beeld is van God, en ik moet zeggen dat ik dat een heel voor de hand liggende gedachte en associatie vind. Gods dagen zijn van ouds; als er één Oude van Dagen is, dan is dat God Zelf. Bovendien is er iets wat deze uitleg onderstreept: Zijn hoofdhaar wordt vergeleken met blanke wol. Dat is precies wat je ook associeert met een oude man: grijsheid of witheid.⟨/p> ⟨p>Dat is de gangbare uitleg, maar er is ook een andere die ik ben tegengekomen in de Concordant Version, die wordt toegelicht door A.E. Knoch. Hij vertaalt het anders: niet de Oude van Dagen, maar "the transferrer of days". De Nederlandse weergave zou dan de Verplaatser van Dagen zijn. Knoch legt dat op deze manier uit: de stam van dit gebruikte woord heeft te maken met verplaatsen. In dit geval gaat het dus om iemand die verplaatst: een verplaatser. Als je kijkt naar de Hebreeuwse versie van dit woord, waar het ook gebruikt wordt, dan staat er bijvoorbeeld in Genesis 12 vers 8 over Abraham: "Toen brak hij op." Hij brak zijn tent op. Wat doe je dan? Dan verplaats je je tent; hij stond hier en dan gaat hij daar naartoe. Of in Job 9 vers 5, waar het over God Zelf gaat: "Hij verplaatst de bergen." Daar wordt het letterlijk zo vertaald als verplaatsen.⟨/p> ⟨p>Het idee bij deze vertaling, "the transferrer of days" of de Verplaatser van Dagen, is dat Hij de dagen van heerschappij van die beesten verplaatst. Hij neemt de heerschappij af van die beesten en verplaatst de heerschappij naar de Mensenzoon, die we straks zullen tegenkomen. Het is de Oude van Dagen die als het ware handelend optreedt en de dagen afneemt van die beesten en ze geeft aan de Mensenzoon. Ik moet u zeggen dat ik ook dat een hele zinnige, mooie gedachte vind. Ik geef ze u beide gratis en voor niks ter overweging mee. Eerlijk gezegd maak ik geen keuze; voor beiden vind ik veel te zeggen en ik vind ze ook beide erg mooi. Het kan best zijn dat uiteindelijk qua argumentatie de een sterker is dan de ander, maar dat laat ik, zolang ik daar niet meer over kan zeggen, even in het midden. Ik vind het in ieder geval van belang om beide mee te geven.⟨/p> ⟨p>De Oude van Dagen, of zo u wilt de Verplaatser van Dagen, zette Zich dus neer. Er staat bij dat Zijn kleed wit was als sneeuw en Zijn hoofdhaar blank als wol. Over dat laatste hadden we het al eventjes, maar in beide gevallen drukt zowel Zijn kleed als ook Zijn hoofdhaar absolute zuiverheid uit. Dat is precies zoals we God kennen, uiteraard. Want hoe dan ook, die Oude van Dagen is inderdaad een beschrijving in het visioen van God Zelf. In vers 9 staat ook nog: "Zijn troon bestond uit vuurvlammen en de raderen daarvan uit laaiend vuur." Dit is ook weer een karakteristiek die hoort bij de Oude of de Verplaatser van Dagen. Het is namelijk zo dat wat Hij doet en wat Zijn heerschappij of handelen teweegbrengt, verterend is. Het is verterend, dan vooral in verband met de heerschappij van die beesten. Daar gaat Hij een einde aan maken, vandaar ook die vuurvlammen.⟨/p> ⟨p>Maar ik moet er ook bij zeggen dat er nog iets in zit. Het is niet alleen maar verterend, maar ook zuiverend. Die twee liggen in dit geval gewoon heel dicht bij elkaar. Dat is namelijk wat vuur ook doet. Het Griekse woord voor vuur is "pur", en daar is ons woord "puur" weer van afgeleid, zodat het eigenlijk helemaal niet zo moeilijk is om de link te leggen tussen zuiverheid, puur en vuur. Dat is wat vuur doet: het zuivert. Maar dat betekent ook in de praktijk dat Hij het wegbrandt en verteert. Dat is wat Zijn troon doet.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2578" title="Speel af vanaf 42:58">▶ 42:58⟨/button> ⟨span>De Raderen van de Troon: een Definitieve Goddelijke Omwenteling (revolutie)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Er staat geschreven dat Zijn troon bestond uit vuurvlammen en de raderen daarvan uit laaiend vuur. We moeten ook nog wel even bij die raderen stilstaan. Hoezo raderen? Iets dergelijks komen we ook tegen in de beschrijving van een visioen dat Ezechiël heeft; u vindt dat in de eerste twee hoofdstukken van zijn boek. Daar leest u over de troon van God als een mobiele godstroon. Die raderen maken het heel ingewikkeld als je het leest: raderen binnen raderen.⟨/p> ⟨p>Worden daar ook serafs genoemd? Nee, serafs worden genoemd in Jesaja 6 in verband met de troon van God. In Ezechiël worden, als ik me niet vergis, de cherubs genoemd. En als u vraagt wat het verschil is, dan zeg ik: dat is een heel interessant onderwerp, maar daar gaan we het nu verder niet over hebben. Ik wil nog even inzoomen op dat woord 'raderen'. Dat heeft te maken met een wiel of een radar, iets dat uiteraard draait. Een mobiele troon, want Zijn troon bestond uit vuurvlammen en de raderen daarvan — van die troon dus — zijn wielen die draaien en bewegen. Het verplaatst zich.⟨/p> ⟨p>Maar er zit nog iets achter. Ik geloof namelijk dat deze troon met zijn raderen zorgt voor een omwenteling. Dat is immers wat een wiel doet: het wentelt om. En juist dat brengt je verder; dat is het mooie van een wiel. Door die omwenteling kom je verder. Dat is overigens ook de betekenis van het woord 'revolutie'. Wist u dat? Ik wist het aanvankelijk ook niet, maar van origine is het een Latijns woord dat werd gebruikt voor de omloop van hemellichamen. Alles bevindt zich op een bepaald moment hier, bevindt zich dan op een gegeven moment precies aan het tegenovergestelde punt en draait dan gewoon weer door tot het op dezelfde plek uitkomt. Dan heeft het een omloop gemaakt, en dat heette in het Latijn een ⟨em>revolutio⟨/em>.⟨/p> ⟨p>Tegenwoordig gebruiken wij 'revolutie' vooral in politieke zin, zoals de Franse Revolutie: een totale omwenteling van de maatschappij waarin alles wordt omgedraaid en omgekeerd. Maar de echte omwenteling, als u het mij vraagt, betreft de wereldheerschappij die we tot dusver hebben gekend en die de wereld nog gaat beleven. Dat is niet slechts een opeenvolging van machten; er komt op een gegeven moment een complete revolutie. Dat is pas echt een 'new age', een totale omwenteling waarbij de menselijke heerschappij definitief plaatsmaakt voor de goddelijke heerschappij. Dat is pas een revolutie.⟨/p> ⟨p>U weet dat ik van taaldingetjes houd, dat vind ik gewoon leuk. Denk bijvoorbeeld aan het woord 'revolver', een pistool met een draaibaar magazijn. Het heet zo vanwege dat mechanisme, met dat magazijn dat omdraait. Het heeft dus wel degelijk met draaien te maken. In het Hebreeuws en Aramees — voor het gemak gooi ik die talen nu even op één hoop, wat in dit geval terecht is omdat ze nauw verwant zijn — is dit woord verwant aan het woord voor rollende wielen: ⟨em>gilgal⟨/em>. Ook dat betekent een omwenteling.⟨/p> ⟨p>Even voor de goede orde en het geheugen: toen Israël de Jordaan was overgetrokken — over een revolutie gesproken: door de Jordaan gaan spreekt van dood en opstanding — kwamen ze aan de andere kant. Het volk was gedurende de veertig jaar in de woestijn niet besneden; de mannen onder hen waren niet besneden. U leest dat bij die gelegenheid het mannelijk deel van het volk werd besneden, en zo werd de 'smaad van Egypte' van Israël 'afgewenteld'. Vandaar dat die plaats Gilgal werd genoemd, wat 'wenteling' betekent.⟨/p> ⟨p>Ik had vroeger een Israëlische collega, een seculiere Jood die destijds nergens in geloofde (tegenwoordig is hij een orthodoxe Jood). Hij vertelde mij iets heel leuks: "Weet je dat het woord voor wedergeboorte of reïncarnatie in het modern Hebreeuws nog steeds ⟨em>gilgul⟨/em> is?" Wedergeboorte betekent dus dat je weer een nieuw leven krijgt. Hoewel het woord daar de valse betekenis van reïncarnatie heeft gekregen, is de oorspronkelijke gedachte bij ⟨em>gilgal⟨/em> of ⟨em>gilgul⟨/em> die van wedergeboorte: een omwenteling. Je bent weer terug bij af, maar wel verder. Je hebt nieuw leven ontvangen. Je bent weliswaar weer in de oorspronkelijke positie, maar je bent wel een stap verder. Dat is een nieuw leven, een echte omwenteling. Dat zie je dus nog steeds in het Hebreeuws; het heeft te maken met draaien en rollen. Ik denk dan ook meteen aan die steen die weggewenteld werd voor het graf. Dat was pas een omwenteling, een revolutie!⟨/p> ⟨p>Die raderen van die troon hebben dus alles te maken met de omwenteling die God teweegbrengt en in feite ook met het voortbrengen van nieuw leven, met de opstanding en de wedergeboorte. Er staat nog bij: "een stroom van vuur welde op en vloeide voor Hem uit." Voordat we nu verdergaan — want ik zie inmiddels dat het negen uur is — gaan we eerst even pauzeren. Straks pakken we de draad weer op bij vers 10. Zullen we dat doen? Maar goed.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3095" title="Speel af vanaf 51:35">▶ 51:35⟨/button> ⟨span>Vers 10: de Duizenden Dienaren en de Zitting van de Vierschaar⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik wilde het eigenlijk nog hebben over dat vierde dier, maar dat is niet helemaal waar, want Daniël zag nog iets anders. Hij zag namelijk dat daar tronen waren opgesteld en dat de Oude van dagen Zich neerzette. Zijn troon bestond uit vuurvlammen en de raderen daarvan uit laaiend vuur. Een stroom van vuur welde op en vloeide voor Hem uit. Duizend maal duizenden dienden Hem en tienduizend maal tienduizenden stonden voor Hem.⟨/p> ⟨p>Je zou het zo kunnen opvatten dat het eerste getal gaat over degenen die Hem dienen en het tweede getal over degenen die voor Hem staan. Dat lijkt me echter niet correct; ik denk dat het een parallellisme is. In ieder geval gaat het over honderden miljoenen; vermenigvuldig tienduizend maar eens met tienduizend. Het is een enorme, gigantische massa die hij daar bij de troon van God ziet. Deze aantallen worden trouwens ook elders genoemd in verband met de ongeziene boodschappers, de engelenmachten en overheden die zich allemaal achter de schermen van het wereldgebeuren bevinden. Dat zijn de aantallen die zich daar rondom Hem bevinden.⟨/p> ⟨p>En dan staat er: "De vierschaar zette zich neer." Dat is weer zo’n term die interessant is voor etymologen. De vierschaar is sowieso een aanduiding voor de rechtbank. In oude uitdrukkingen kennen we nog het 'spannen van de vierschaar', wat betekent dat men een oordeel over iets uitspreekt. Dat vond ik wel interessant, want etymologisch was het namelijk zo dat de beschuldigde destijds bij de rechtbank werd ingesloten door vier banken; hij werd eigenlijk min of meer 'geschaard'. Wanneer je zo was ingesloten, werd de vierschaar gespannen. Het idee is dus dat er een vonnis werd uitgesproken en een oordeel werd uitgeoefend. Die uitdrukking wordt hier nog gebezigd.⟨/p> ⟨p>Ik weet eigenlijk niet wat de modernere vertalingen zeggen, bijvoorbeeld de NBV. Niemand? Niemand leest hier de NBV? Gefeliciteerd. Oh, wacht, de Statenvertaling zegt 'het gericht'. Dat is eigenlijk duidelijker en moderner Nederlands dan de NBG-vertaling uit 1951. De NBV21 heeft 'het hof'. Dat is inderdaad ook wel wat modern. Maar goed, zoals gezegd, laten we ons even richten op de NBG-vertaling: de vierschaar zette zich neer. Dan gaat het dus over de rechtbank of inderdaad het hof.⟨/p> ⟨p>Vervolgens werden de boeken geopend. Dat betekent dat alle relevante gegevens, alles wat ter zake doet bij een vonnis of bij de rechtspraak, openbaar moet worden. Er is sprake van transparantie. Ik ken de uitleg — ik heb hem zelf ook weleens hier gegeven in verband met Openbaring 20 bij de grote witte troon — dat daar sprake is van het boek des levens en 'de boeken', ⟨em>ta biblia⟨/em>, die werden geopend. Welke boeken dat precies zijn, wordt niet nader beschreven. Zouden dat niet gewoon de boeken van de Bijbel zijn, de Schriften? Op zich is dat een heel zinnige gedachte. Maar hoe het ook zij, er staat dat de boeken werden geopend. Of eigenlijk: de boekrollen werden geopend, want zo gaat dat met boekrollen; die open je. Hoe dan ook, alles moet openbaar worden en alle gegevens zullen op tafel komen. En dan staat erbij:⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3391" title="Speel af vanaf 56:31">▶ 56:31⟨/button> ⟨span>Vers 11-12: de Beëindiging en Vernietiging van de Beestheerschappijen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Toen keek ik toe vanwege het geluid van de grote woorden welke de horen sprak. Die horen, dat is die elfde die opkwam met die ‘grote waffels’, om het maar eens op z’n Nederlands uit te drukken: een hele grote mond. Het is aardig – of eigenlijk onaardig – dat dit later in de profetie meerdere malen terugkomt. We zullen het trouwens ook in de verdere bespreking van Daniël 7 tegenkomen. In de Concordant Version wordt dit trouwens vertaald met ‘monsterachtige woorden’. Dat klopt ook wel, want het gaat inderdaad over de meest afschuwelijke representatie daarvan. De vierde is al de ergste, maar die elfde horen is echt het summum. Dat is inderdaad monsterachtig wat die teweeg zal brengen; wat hij allemaal zal uiten. Rechtstreeks uit de afgrond is dat ook, zo wordt het in het boek Openbaring letterlijk genoemd.⟨/p> ⟨p>Terwijl ik bleef toekijken vanwege de woorden welke die elfde horen sprak, werd het dier, dat vierde dier dus, gedood. Zijn lichaam werd vernietigd en prijsgegeven aan de brand van het vuur. In feite is dit nog steeds de beschrijving van het visioen van dat vierde dier. Het vierde dier wordt direct gedood en vernietigd, en dit komt ook weer overeen met Daniël 2. Ik leg hier even de link, omdat je daar leest dat de steen die van de berg losraakte – u weet wel, zonder toedoen van mensenhanden, ik heb het al een paar keer genoemd – het beeld trof aan de voeten. Uiteraard, want dat was namelijk dat laatste koninkrijk, de voeten van ijzer en leem. Dat lees je in Daniël 2 vers 34.⟨/p> ⟨p>Dat beeld wordt dus vernietigd. En waar wordt het vernietigd? Uiteraard bij dat laatste koninkrijk. Dat wordt tenietgedaan en hier is de beeldspraak weliswaar anders – namelijk die van beesten – maar de boodschap is hetzelfde: het beest werd gedood, zijn lichaam werd vernietigd en bovendien werd het prijsgegeven aan de brand van het vuur. Met andere woorden: er blijft niets van over.⟨/p> ⟨p>Ook van de overige dieren was de heerschappij ontnomen. Dit is een beetje een lastig punt, want in de NBG-vertaling staat ook: “van de overige dieren werd de heerschappij ontnomen.” Maar zo staat het er niet per se. In de Concordant Version lees je iets soortgelijks, maar het idee is namelijk dat die eerste drie beesten al geen heerschappij meer hadden. Dus: ook van de overige dieren ⟨em>was⟨/em> de heerschappij al ontnomen. En dan lees je vervolgens: “maar hun werd een levensduur gegeven tot het vastgestelde tijdstip.” Dat is het grote verschil met dat vierde dier.⟨/p> ⟨p>Hun macht was immers al vervangen door de opeenvolgende koninkrijken. Laten we beginnen bij Nebukadnezar; dat Babylonische rijk wordt vervangen door het Medo-Perzische. Op dat moment heb je het Babylonische rijk niet meer als heersende macht. Maar was het al helemaal vernietigd? Nee! Want je leest bij dat beeld dat wanneer het geraakt wordt bij de voeten, tegelijkertijd ook het ijzer, het leem, het koper, het zilver en het goud worden verbrijzeld. Dan wordt dus pas officieel, en bovendien van bovenaf, hun macht definitief ontnomen. Dan is het echt over en uit.⟨/p> ⟨p>Ik hoop dat ik hiermee duidelijk maak wat ik bedoel te zeggen. Dat vierde rijk wordt getroffen door het definitieve Koninkrijk van God en wordt vernietigd. Die andere rijken worden daarmee ook beëindigd; die komen ook niet meer terug. Nu wordt het officieel beëindigd. In feite konden die voorgaande rijken tot die tijd nog steeds opkomen of een zekere rol spelen. Dat leest u trouwens later ook: dat het laatste rijk de trekken van de voorgaande rijken in zich heeft opgenomen.⟨/p> ⟨p>Om de vergelijking met Daniël 2 nog even vast te houden: wanneer die steen losraakt en het beeld wordt getroffen bij de voeten van leem en ijzer, staat er dat ‘toen tegelijkertijd’ het ijzer, het leem, het koper, het zilver en het goud werden verbrijzeld. Je zou kunnen zeggen: maar die waren toch al voorbij? Ja, maar op dat moment wordt het van bovenaf definitief beëindigd en dan is het ook echt daadwerkelijk voorbij. Er is dus een verschil tussen de beëindiging van dat vierde rijk en de beëindiging van de eerste drie. De beëindiging van die eerste drie was in feite voorlopig, in de zin dat ze elkaar vervingen, maar dat was geen beëindiging van bovenaf. Dat is bij dat vierde koninkrijk wel het geval. En als het bij dat vierde koninkrijk van bovenaf officieel wordt beëindigd, dan is het ook voor de voorgaande koninkrijken ‘schluss’, einde verhaal. Ik denk dat dit de gedachte is in hoofdstuk 7 vers 12, vergelijkbaar met hoofdstuk 2.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3813" title="Speel af vanaf 01:03:33">▶ 01:03:33⟨/button> ⟨span>Vers 13-14: de Mensenzoon (ben Adam) Ontvangt de Eeuwige Heerschappij⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daniël zegt in vers 13: "Ik bleef toekijken in de nachtgezichten." Het loutere feit dat het zo geformuleerd wordt, geeft mij het idee dat hij gedurende die nacht verschillende keren gezichten of visioenen heeft gezien. Hij spreekt ook in het meervoud van nachtgezichten. Wat hij heeft gezien, heeft – zoals we straks nog zullen zien – een enorme indruk op hem gemaakt. "Ik bleef toekijken in de nachtgezichten en zie, met de wolken van de hemel kwam iemand gelijk een Mensenzoon."⟨/p> ⟨p>In het licht van het Nieuwe Testament is dit natuurlijk helemaal niet moeilijk te duiden. Trouwens, ook voor een Joodse lezer die alleen het Oude Testament kent, is het eigenlijk meteen duidelijk: dit moet de Messias zijn, dat kan niet anders. Overigens staat hier in de grondtekst iets anders dan wat je bijvoorbeeld in Psalm 8 tegenkomt, waar wordt gesproken over de 'ben Adam'. Dit gedeelte in Daniël is Aramees en hier wordt niet zozeer de term 'Adam' voor mens gebruikt, maar 'Enosh'. Dat heeft meer te maken met een 'sterveling'. Er zijn dus verschillende uitdrukkingen voor. Er kwam iemand met de wolken van de hemel gelijk een Mensenzoon; iemand die gelijk is aan de zoon van een sterveling. Ik vind die aanduiding voor de Messias prachtig, want het verwijst in dit geval vooral naar het feit dat Hij de erfgenaam is van een sterveling. Het spreekt van Zijn adamitische afkomst, maar ook van Zijn vergankelijke afkomst. Hij is het Lam dat geslacht werd.⟨/p> ⟨p>Hij ziet iemand gelijk een Mensenzoon komen met de wolken van de hemel – ik kom daar straks nog even op terug. Vervolgens staat er: "Hij begaf Zich tot de Oude van dagen." Daar hadden we het al over gehad. "En men leidde Hem – de Mensenzoon, de zoon van die sterveling – voor Deze." En aan Hem, de Mensenzoon, werd heerschappij gegeven, en eer, en koninklijke macht. Alle volkeren, natiën en talen dienden Hem. Waarmee gezegd is dat deze Mensenzoon de wereldheerschappij ontvangt. De heerschappij rust op Zijn schouder.⟨/p> ⟨p>Dan weet je eigenlijk ook meteen dat dit te maken heeft met het herstel van de vervallen hut van David, met die dynastie en dat koningshuis van David dat na pakweg 25 eeuwen weer in ere hersteld zal worden in Jeruzalem. "Een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder." Groot zal de heerschappij zijn – wat staat er precies in Jesaja 9 vers 5 en 6? – en eindeloos de vrede op de troon van David. Zo staat het er. Waar gaat Hij zitten? Op de troon van David. Die is niet in de hemel, die is op aarde. Dat staat er ook bij, omdat Hij die troon sticht met recht en gerechtigheid. De ijver van JAHWEH van de legerscharen zal dit doen.⟨/p> ⟨p>Ik citeer Jesaja nu even uit mijn hoofd, maar waarom ik het zo mooi vind, is dat het gebeurt zonder toedoen van mensenhanden. De ijver van JAHWEH van de legerscharen zal dit bewerken. Daar komt geen mens aan te pas; geen mens kan het tegenhouden en geen mens kan het bewerken. Net als bij Daniël: hij staat erbij, kijkt ernaar en hij 'wibbert' – hij siddert van ontzag, zo groots is het.⟨/p> ⟨p>Hoe beestachtig het ook allemaal was met die beesten en al die afschuwelijke heerschappijen die er in de loop der tijden zijn geweest, en die afschuwelijke macht die nog gaat komen: maak je geen zorgen. Ze worden absoluut ten einde gebracht. Er komt een rechtvaardige, letterlijk vrederijke Vorst en heerschappij voor in de plaats. Eens voor altijd, definitief. Dat is het bericht. Het is toch geweldig als je dat uitzicht hebt en ziet wat hier geboden wordt.⟨/p> ⟨p>Die Mensenzoon komt dus tot de Oude van dagen; zo wordt dat hier visionair voorgesteld. En aan Hem werd die heerschappij gegeven. Dit spreekt uiteraard ook van wat er gaat gebeuren – of liever gezegd: wat er feitelijk al gebeurd is toen de Mensenzoon oprees uit het graf. Die omwenteling waarover Hij ook spreekt in Matteüs 28: "Mij is gegeven alle volmacht in de hemel en op de aarde." Dat behoort Hem toe.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4169" title="Speel af vanaf 01:09:29">▶ 01:09:29⟨/button> ⟨span>De Verborgen Mensenzoon aan de Rechterhand Der Macht (mattheüs 26)⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Want een paar weken daarvoor, voordat de Heer Jezus dit zei en sprak over die grote opdracht om alle volkeren te maken tot zijn discipelen — wat via Israël ook vervuld zal worden — lees je over de nacht waarin Hij werd overgeleverd. De Heer Jezus stond daar voor de vierschaar en werd ondervraagd. Op een gegeven moment vraagt de hogepriester Hem onder ede: "Zijt Gij de Christus, de Zoon van de Levende God?" Ik zit even te aarzelen hoe hij aan die informatie kwam; ik denk dat er door Judas uit de school geklapt is, maar dat doet nu even niet ter zake, hoewel ik het nu toch even gezegd heb.⟨/p> ⟨p>De hogepriester vraagt dus: "Zijt Gij de Christus, de Zoon van de Levende God?" En dan zegt Hij eerst eigenlijk een beetje ontwijkend, maar feitelijk ook bevestigend: "U hebt het gezegd." Dat kun je op twee manieren uitleggen: "Ja, Ik zeg het niet, maar u zegt het." Doe je daarmee afstand van wat er gezegd wordt? Nou, niet per se. Maar: "U hebt het gezegd. Doch Ik zeg jullie" — zo staat het letterlijk in het meervoud — Hij zegt dus tegen dat hele Sanhedrin, tegen die Joodse leiders: "Van nu aan zullen jullie de Zoon van de Mens zien..." Hier staat inderdaad de Zoon van de Mens, de Ben Adam, of de Zoon des Mensen zoals het in onze vertalingen staat. Maar ik denk echt: de Zoon van de Mens is de Zoon, de erfgenaam van de mens, namelijk Adam, die ooit de heerschappij kreeg. Adam kreeg de heerschappij om te heersen over alles wat God geschapen had, maar hij werd de hof uitgestuurd. De Ben Adam echter zal alsnog gaan doen wat Adam niet lukte. Het was trouwens ook niet eens de bedoeling dat de eerste Adam dat zou doen; de bedoeling was dat de laatste Adam dat zou gaan doen.⟨/p> ⟨p>"Van nu aan zullen jullie de Ben Adam zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken des hemels." Die formulering die de Heer Jezus hier in dat Sanhedrin tegen de hogepriester uitspreekt, refereert direct aan de woorden die we in Daniël 7 vinden. De Ben Adam, de Mensenzoon die geplaatst wordt aan de rechterhand van de Macht. Dat wil zeggen dat Hij in feite de voorrangspositie krijgt van de Allerhoogste, de Oude van dagen — of zo u wilt, de Verplaatser van dagen. Hij krijgt de heerschappij, en weliswaar is dat nu nog verborgen omdat Hij daar boven gezeten is, onttrokken aan het oog aan de rechterhand Gods, maar Hij zal dat daadwerkelijk op gaan eisen te zijner tijd. Wanneer? Nou, wanneer de termijn van dat vierde beest beëindigd zal worden. Pas dan zal dat gebeuren. Het is allemaal uiteraard ook vastgesteld in tijd.⟨/p> ⟨p>Wat de Heer Jezus hier zegt, is dat dit de situatie vanaf nu is: de Zoon van de Mens is daar aan de rechterhand van de Macht, dat wil zeggen van de Allerhoogste, gezeten. En Hij zal komen op de wolken van de hemel. Dat is waarmee Hij ooit ten hemel voer, demonstratief, waarbij Hem de macht ook werd gegeven. Hem is die volmacht gegeven. Hij oefent die macht nu nog niet uit, Hij regeert nog niet, maar Hij heeft wel die heerschappij en die positie. En straks zal Hij daadwerkelijk komen op de wolken van de hemel.⟨/p> ⟨p>Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, dat wil zeggen een heerschappij die de eeuwen, de aionen, doorstaat en niet zal vergaan, zoals de beschreven beestheerschappijen wel vergaan. Die machten kunnen langdurig zijn en enorm groots en meeslepend in de geschiedenis zijn geweest, dat mag allemaal tot uw dienst zijn. Ik bedoel, nu nog steeds praten we over de enorme heerschappij van mannen als Nebukadnezar en Kores, en wat dacht u van Alexander de Grote? We praten over hoe zij geopereerd hebben en wat zij allemaal tot stand hebben gebracht. Ja, maar ze hebben allemaal weer het veld moeten ruimen.⟨/p> ⟨p>Na de heerschappij van het vierde beest komt de heerschappij toe aan het definitieve: aan de Mensenzoon en met Hem ook het volk van de Allerhoogste — maar daar komen we straks of later nog over te spreken. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die niet zal vergaan, en Zijn koningschap is er een dat onverderfelijk is. Het is dus niet aan bederven onderhevig, het vergaat niet, het blijft. En dat heeft weer alles te maken met het nieuwe leven; onvergankelijkheid heeft Hij aan het licht gebracht. En dan staat er in vers 15, waar ik al even eerder aan refereerde...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4526" title="Speel af vanaf 01:15:26">▶ 01:15:26⟨/button> ⟨span>Vers 15-18: Daniëls Ontzetting en de Uitleg van de Vier Koninkrijken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De geest van mij, Daniël, die was ontroerd in mijn binnenste. Ontroerd niet in de zin van vertederd natuurlijk; dat beeld wat ik tot dusver gezien had, was nou niet echt een vertederend beeld, maar wel in de zin van geëmotioneerd. Hij was zeer geëmotioneerd, eigenlijk van streek. Als je zulke dingen gezien hebt... De geest van mij, Daniël, was ontroerd in mijn binnenste. En de gezichten, de visioenen die mij voor ogen waren gekomen, die ontstelden mij. En als je inderdaad de beschrijving die hij heeft gegeven bekijkt — niet alleen de afschrikwekkende voorstellingen van die beesten, maar ook hoe massaal dat dan is — die duizenden maal duizenden, tienduizenden maal tienduizenden die om hem heen zijn en dat hij dan ziet hoe de heerschappij zich verplaatst van de een naar de ander en de Mensenzoon die krijgt... dit is echt zo schokkend.⟨/p> ⟨p>Dan staat er nog in vers 16 bij: ik naderde een van hen die daar stonden. Ja, hij had wel meteen de goede te pakken, want: en ik vroeg hem de ware zin van dit alles; en hij sprak tot mij en gaf mij de uitlegging daarvan te kennen. Die vier grote dieren, die vier, zijn vier koningen. Dat is een beetje lastig, want je zou verwachten dat hier zou staan dat er vier koninkrijken zijn. Later wordt dat ook inderdaad zo genoemd: het vierde koninkrijk. Maar waarom dan koningen? Ik denk, en dat is het eerste antwoord dat ik zou willen meegeven ter overweging, dat koninkrijken en hun tronen altijd een representant hebben. Het koninkrijk dat aan Israël is beloofd, wordt in feite gerepresenteerd door David. Het is zijn troon. Ook al zit er een van zijn andere zonen op, in feite is het de troon van David. Feitelijk zijn al die koningen gewoon Davidisch, Davidisch van karakter.⟨/p> ⟨p>Ik bedoel daarmee te zeggen dat een koninkrijk een specifieke representant heeft. Zoals het Koninkrijk der Nederlanden in de historie feitelijk gerepresenteerd wordt door Willem van Oranje; bij hem is dat koninkrijk begonnen. Je ziet dat trouwens hier ook, in ieder geval in die vier koninkrijken bij Nebukadnezar. Daar staat ook over het gouden hoofd: jij, Nebukadnezar, bent dat gouden hoofd. Terwijl er nog verschillende koningen in dat Babylonische rijk zouden volgen. Inmiddels trouwens, toen Daniël deze droom krijgt, is Nebukadnezar al tientallen jaren overleden en nu is het zijn zoon of kleinzoon Balthasar die aan de macht is. Het is nog steeds Babylonisch, maar nog steeds dat gouden hoofd dat wordt gerepresenteerd door Nebukadnezar. In feite heb je dat bij dat tweede koninkrijk ook, Kores, en bij dat derde koninkrijk. Die koninkrijken hebben dus een specifieke representant; die staan voor het geheel.⟨/p> ⟨p>In feite heb je dat bij dat vierde ook weer, want dat beest is soms het hele rijk — kijk het maar eens na in het boek Openbaring — en soms is het ook de aanduiding van die ene koning die een dodelijke wond heeft en die herstelt, etcetera. Die wordt dan ook 'het beest' genoemd. Soms moet je dat goed onderscheiden: gaat het nu over dat hele koninkrijk of gaat het specifiek over die ene representant? Dus als hier staat 'vier koningen', dan gaat het inderdaad over vier koninkrijken, maar dan in de zin dat ze worden aangeduid met hun representanten. Trouwens, in de Septuagint, de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel, wordt hier gezegd van die vier grote dieren dat het vier koninkrijken zijn. En ja, dat komt ook inderdaad overeen met wat je in het vervolg leest: dat vierde dier is het vierde koninkrijk dat op aarde zal zijn. Dus het verschil is niet zo groot als je in eerste instantie zou kunnen denken.⟨/p> ⟨p>Dan staat er nog iets bij wat ook verwarring zou kunnen oproepen: die uit de aarde zullen opkomen. Waarom is dat wat eigenaardig? Want in vers 3 lezen we dat die beesten uit de zee komen. Hoezo dan hier uit de aarde? Ook hier wil ik op wijzen — we zijn openbaar, ik dicteer niet hoe het is — het is een vraag waar dat verschil vandaan komt. Ten eerste wil ik erop wijzen dat als je uit de zee komt, je op het strand terechtkomt. Dan kom je vanaf de zee en je komt daar uit, dan kom je toch wel degelijk weer op het land, dat wil zeggen op het strand uit. Ik denk ook dat wanneer Daniël dit visioen ziet en ze uit de zee ziet komen, ze vervolgens arriveren of opkomen op het strand. Dat is het ene.⟨/p> ⟨p>Maar eerlijk gezegd denk ik aan nog iets anders, en dat is dat hier de aarde genoemd wordt vanwege het contrast met de hemel. Het is namelijk hemel en aarde. Deze koningen zullen uit de aarde opkomen, maar je leest in vers 13, en in vers 21 ook weer, dat er gesproken wordt over de hemel als oorsprong. Dat is waar dat laatste koninkrijk vandaan komt. Dat is hemels van aard en staat dus tegenover die koninkrijken die het veld moeten ruimen, die aards zijn. Vanwege dat contrast, om dat contrast te tekenen, worden ze hier als aards beschreven.⟨/p> ⟨p>Dan is er trouwens nog een probleempje wat je zou kunnen opwerpen in verband met dit zeventiende vers. Als we dan toch problemen aan het oplossen zijn, dan kan deze er ook nog wel even bij: sommigen hebben erop gewezen dat er staat dat het vier koningen of koninkrijken zijn die uit de aarde zullen opkomen, maar dat Babylonische rijk was toch al opgekomen? Sterker nog, dat Babylonische rijk was eigenlijk al in zijn nadagen. Het was nog niet beëindigd, maar Balthasar was trouwens wel de laatste koning. We hebben er de vorige keer al op gewezen, of gememoreerd, dat Balthasar de koning was die een feest aanrichtte met dat schrift op de wand: Mene, mene, tekel, ufarsin. Ja, en uw dagen zijn gegaan. Diezelfde nacht nog kwam hij om en dat was ook meteen het einde van het Babylonische rijk. Toen kwam het rijk van de Meden en de Perzen. Maar dat eerste koninkrijk was dus reeds opgekomen, terwijl de drie nog toekomstige koningen vanuit het tijdsperspectief nog moesten opkomen. Ik denk dat als er staat 'die uit de aarde zullen opkomen', dat men dat pars pro toto noemt: een deel staat voor het geheel. De drie komen op, maar die staan daarmee voor de koninkrijken in hun totaliteit, alle vier. Dus zo groot is dat raadsel nou ook weer niet, als u het mij vraagt.⟨/p> ⟨p>Het gaat dus echt over koninkrijken die na elkaar opstaan. Ik ken natuurlijk heel goed de uitleg die we al een paar keer hebben aangestipt. Ik noemde zijn naam eerder al en ik heb hem al heel vaak gehoord. Sterker nog, ik heb ooit een keertje, ik denk dat het al vijfentwintig jaar geleden is, een Bijbelstudie gegeven over Daniël 7, hetzelfde hoofdstuk. Toen heb ik uitgelegd... nee, dat is zo lang geleden al... dat is een hele tijd geleden. Maar toen heb ik naar voren gebracht dat toen ik erg geporteerd was voor de uitleg die de broeder gaf, hij zei: dat gaat hier over vier religies die gelijktijdig zullen regeren van oost naar west. Ik ken die uitleg maar al te goed en ik wil daar niks kwalijks van zeggen, maar dan krijg je een heel andere gedachte. Dan heb je het idee dat in Daniël 2 opeenvolgende wereldrijken beschreven worden en in Daniël 7 vier wereldreligies genoemd worden die zich gelijktijdig op aarde bevinden.⟨/p> ⟨p>Maar ik moet u zeggen: de overeenkomst tussen Daniël 2 en 7 komt daarmee eigenlijk helemaal te vervallen. Ik heb er veel moeite mee om het loutere feit dat de rijken — de metalen in Daniël 2 en de beesten in Daniël 7 — beide geïdentificeerd worden als koninkrijken. Dat wil zeggen: het Babylonische, het Medo-Perzische en het Griekse; dat zijn allemaal koninkrijken, politieke entiteiten om zo te zeggen. En dan zouden de koninkrijken in Daniël 7 ineens religies zijn? Maar hoezo dan? Waarom staat er dan zo nadrukkelijk dat er iedere keer over koninkrijken wordt gesproken?⟨/p> ⟨p>Afgezien trouwens van het feit dat ook het hindoeïsme toen al bestond, dus ook dat verhaal over 'ze zullen opkomen' — wat dan niet alle vier zou betreffen — gaat daarmee teniet. Ik denk dus inderdaad dat we hier te maken hebben met vier koninkrijken. Nogmaals, ik zeg hiermee niets ten nadele van de visie waar ik het zojuist over had. Ik citeer graag een uitspraak, ik geloof dat het uit de Joodse wijsheden komt: 'Je moet nooit spugen in de bron waaruit je zelf gedronken hebt.' En dat geldt hier ook. Ik heb zoveel mijn voordeel gedaan en ben zoveel rijker geworden met deze inzichten.⟨/p> ⟨p>Maar dat neemt niet weg dat je kritisch blijft. Op een gegeven moment kreeg ik vragen over die vier koninkrijken in Daniël 7, en de hele uitleg dat het religies zou betreffen, werd in mijn beleving steeds zwakker. Daar komt trouwens nog iets bij, en ik heb het al even gememoreerd: de koninkrijken lopen ook heel parallel. Wat ik al zei over die panter, dat luipaard met vier koppen: later wordt uitgelegd dat dit de vier generaals zijn waarin het koninkrijk verdeeld wordt. Dat vierde koninkrijk wordt heel sterk gekarakteriseerd door ijzer; bovendien door tien tenen in het ene geval en tien horens in het andere. Dan praat je toch echt over rijken en koninkrijken die parallel aan elkaar lopen.⟨/p> ⟨p>Weliswaar is de beschrijving anders — in het ene geval gaat het over een aflopende reeks metalen en in het andere over beesten — maar dat neemt niet weg dat het in beide gevallen om vier koninkrijken gaat. Zij moeten uiteindelijk plaatsmaken, tijdens of aan het einde van het vierde koninkrijk, voor het laatste en definitieve koninkrijk. Ik houd het erop dat Daniël 7 niets anders is dan een visioen van Daniël over exact dezelfde koninkrijken waar ook Nebukadnezar over droomde.⟨/p> ⟨p>Laten we dat er dan ook nog even bij betrekken: na die vier koningen, die vier koninkrijken, zullen de heiligen van de Allerhoogste het koningschap ontvangen en zij zullen het koningschap bezitten. Dat zijn de heiligen van de Allerhoogste. Ik kom op de term zelf nog wel een keertje terug, maar het gaat in ieder geval over het volk van Israël. Dat is het heilige volk onder leiding van de Messias. En als u vraagt: 'Waar zitten wij dan?', wel, wij zijn hier verborgen. Niettemin maken we er wel degelijk deel van uit. Niet als deel van Israël — we zijn niet ingelijfd bij Israël, we zijn ingelijfd in Christus. We zijn één lichaam met Hem en dat is onze plaats, onze verborgen plaats hierin.⟨/p> ⟨p>Het gaat inderdaad over Israël. Het koningschap zal aan hen worden gegeven tot de aion, en de aion van de aionen. Dat wil zeggen: het allerlaatste, het meest overtreffende wereldtijdperk. Met andere woorden: dit is definitief. Dit gaat niet meer aan een ander wereldrijk overgedragen worden. Ik heb het expres gecursiveerd, want er staat hier niet 'tot in eeuwigheid' of 'tot in eeuwigheid der eeuwigheden'. Dat staat er echt niet. Er wordt gesproken over aionen, maar dat hoef ik in dit gezelschap denk ik niet meer nader toe te lichten.⟨/p> ⟨p>Goed, we zijn eigenlijk aangekomen bij vers 18. Dan kan ik dat straks alsnog op de PowerPoint bij de eerste dia vermelden. Dan gaan we de volgende keer, Deo volente uiteraard, verder bij vers 19. Het is mooi dat we zo ver gekomen zijn, want daar gaat Daniël een specifieke uitleg krijgen over wat dat vierde beest nou eigenlijk precies is. Dus het wordt nog heel spannend, voor zover het dat al niet was.⟨/p> ⟨p>Goed, zullen we met elkaar nog onze hemelse Vader danken? Dank U wel.⟨/p>