⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Introductie op de Serie Top Secrets⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En we gaan inderdaad, zoals gezegd, verder met de geheimenissen, de verborgenheden of de geheimen. Die woorden gebruiken we min of meer als synoniemen van elkaar en wisselen we ook af onder het mooie thema Top Secrets: geheimen van het hoogste niveau. Als ik het op deze manier formuleer en uitleg, dan denk ik dat we het aardig te pakken hebben. Want als we het hebben over geheimen van het hoogste niveau, dan kun je toch maar in één richting kijken en dat is naar boven: naar de God die plannen heeft, maar ook dingen verborgen heeft gehouden en in de loop der tijden bekend heeft gemaakt.⟨/p> ⟨p>Dat is het onderwerp van dit hele seizoen en daar hebben we onze handen aan vol. Er werd zojuist al even geopperd of we mogelijk ook nog toe zouden komen aan andere zaken, behalve het spreken over de geheimen zoals de brieven van Paulus daarover spreken. We zijn trouwens al begonnen; de eerste avond hebben we ons eigenlijk alleen maar beziggehouden met de geheimen in Mattheüs 13, de geheimen en de verborgenheden van het Koninkrijk. Dat was een mooie opstap.⟨/p> ⟨p>De vraag was even of we dan ook nog zouden toekomen aan de geheimenissen of de verborgenheden in het boek de Openbaring. Maar ik vrees dat dat een beetje te veel gevraagd is, al is het wel een heel mooi onderwerp. Wie weet, als het ons gegeven is dat we daar in 2025 nog wat verder mee kunnen gaan. Dat hoeft trouwens niet pas dan; we zouden ook in de loop van het jaar, bij de aanvang van het volgende seizoen, daarmee verder kunnen gaan. Maar laten we niet te veel vooruitlopen. Het is nu januari en we hebben nog een aantal avonden te gaan.⟨/p> ⟨p>Als ondertitel heb ik er dit keer bij gezegd — want dat is het thema van deze vijfde avond in de serie —: het geheim van Gods wil. Deze term is direct ontleend aan Efeze 1, en daar gaan we dan inderdaad vanavond ook naartoe.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="138" title="Speel af vanaf 02:18">▶ 02:18⟨/button> ⟨span>Samenvatting van de Voorgaande Avonden⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Niet voordat ik even – ik doe het dit keer kort – een samenvatting geef van de avonden die we tot dusver hebben gehad. Ik heb dat de vorige keer wat uitgebreider gedaan, maar ik wil kort samenvatten wat we tot dusver hebben bevonden en de belangrijkste dingen even op een rijtje zetten.⟨/p> ⟨p>In de eerste plaats dit: dat de geheimenissen allemaal, zoals wij deze bespreken en zoals die in het Nieuwe Testament prominent naar voren worden gebracht, te maken hebben met de onderbroken komst van Christus. Wij spreken altijd over de eerste en tweede komst van Christus, maar vanuit het Oude Testament is dat helemaal niet eens een logische gedachte. Een Jood zal daar altijd zijn vraagtekens bij hebben als je dat vanuit het Oude Testament aanvliegt: de onderbroken komst van de Messias. Hoezo dan wel? Het Oude Testament suggereert dat wel degelijk en spreekt daar ook over, maar op een verborgen wijze. In ieder geval heeft het te maken met dat wat God doet tussen de eerste en de tweede komst van Christus, even grofweg gezegd. Dus dat wat inmiddels tweeduizend jaar achter ons ligt en dat wat, mogen we inmiddels wel zeggen, binnenkort gaat aanvangen; namelijk als de derde dag gaat aanbreken, zoals God dat rekent naar het millennium.⟨/p> ⟨p>Ja, dat vind ik ook wel het boeiende. Dus als je elkaar in het begin van het nieuwe jaar geluk wenst, het goede of het beste toewenst of toebidt, dan word je in toenemende mate bepaald bij het feit dat het gaat aftellen op het moment dat je rekent met die mijlpaal van die twee millennia. En ongeacht of je dan op het jaar nauwkeurig moet rekenen of niet, het is wel duidelijk dat die komst echt heel nabij is. Dat kan niet anders. En ja, dat maakt je des te hoopvoller natuurlijk.⟨/p> ⟨p>Een tweede punt: tevoren werden die geheimen of verborgenheden uitsluitend cryptisch uitgedrukt. Ik vind dat eigenlijk wel mooi als ik het zo zeg: cryptisch. Omdat 'cryptisch' ook een Grieks woord is dat in het Nieuwe Testament dikwijls gebezigd wordt. Dan wordt het inderdaad ook vertaald met verborgenheid. Er zijn nog een paar andere termen, zoals 'mysterion' waar we het uitgebreid over hebben gehad, maar ook het woordje 'crypto'. Dat kennen wij ook; het is een hele wetenschap of technologie: cryptografie. Dingen in geheimtaal of in codetaal weergeven, dingen die op een verborgen wijze zijn versleuteld. 'Encrypt' zeggen ze dan ook. 'Encrypt' is eigenlijk ook Grieks, want dat betekent 'in verborgenheid'. Het zijn dus termen uit een hele moderne technologie die rechtstreeks gelinkt en ontleend zijn aan het Bijbelse taalgebruik.⟨/p> ⟨p>Cryptisch wil zeggen: op een verborgen wijze. Zo spreken we er trouwens ook over los van de technologie van cryptografie. Cryptisch wil zeggen dat als je iets cryptisch zegt, je het op een bedekte, verborgen wijze zegt. De hint ligt erin, maar het is niet publiek voor degene die daar naïef naar luistert of dat leest; die heeft het niet in de gaten. Die verborgenheden waren inderdaad tevoren verborgen. We zullen dat de volgende keer nog wat uitgebreider bezien, maar de vorige keer heb ik het ook al aangestipt: met name Paulus wijst er diverse keren heel uitdrukkelijk op dat de dingen die hij naar voren brengt en op schrift heeft gesteld, in voorgaande aeonen, voorgaande geslachten en generaties niet bekend waren gemaakt. Ze lagen dus verborgen. Je ziet dat in allerlei verhalen in de Schrift, in het hele Oude Testament. Wat wij typologie noemen, is in feite ook niks anders dan dat we de waarheden die we in het Nieuwe Testament uitdrukkelijk onderwezen vinden, daar al op een verborgen wijze vinden in verhalen en geschiedenissen – soms de wonderlijkste geschiedenissen. Dat is dus cryptisch. Het is altijd weer een uitdaging om met die bril op, met de wetenschap dat die dingen verborgen waren in het Oude Testament, de Schriften te openen zodat de bedekking wordt weggenomen. Dat suggereert al dat er onder die bedekking in het Oude Testament heel veel verborgen ligt. Dat zie je in inzettingen, data en allerlei rituelen, maar ook in verhalen en gelijkenissen.⟨/p> ⟨p>Dat was dus de eerste avond. Een gelijkenis is ook niks anders dan... zeker als het je niet uitgelegd wordt. En dat was het geval toen de Heer Jezus in Mattheüs 13 de zeven gelijkenissen naar voren bracht. Dan lees je dat Hij ze afzonderlijk onderwees en uitlegde aan Zijn discipelen, maar de schare was niet op de hoogte van de betekenis. Zij hoorden alleen maar verhalen en dat was met recht heel cryptisch. Je kunt je de vraag stellen wat ze daar eigenlijk deden en wat maakte dat ze daar toch naar luisterden, terwijl de betekenis van wat er gezegd werd hen totaal ontging. Ook de manier waarop de Heer dat deed... we hebben er toen bij stilgestaan dat de Heer daar het huis uitging en dat Hij vanaf de zee, vanuit het schip, de mensen op de oever aansprak. Dat op zich al, zonder Zijn mond open te doen, daar gingen al spraken van uit: de manier waarop Hij dat deed.⟨/p> ⟨p>Ik noemde hier ook nog stijlfiguren. We hebben dat al op een paar manieren gezien, maar de vorige keer vooral ook dat Paulus, als hij spreekt over de verborgenheden, dat dikwijls doet in een tussenzin of een parenthese (zoals in Romeinen 16 of Efeze 3). In feite druk je dan in de stijl uit waar je mee bezig bent: tussen haakjes, een onderbreking, en in die onderbreking laat je zien waar het eigenlijk allemaal om gaat. Dat is ook op een cryptische wijze uitdrukking geven aan de kern van de zaak. Het is typerend voor die tijd tussen de eerste en de tweede komst. Dat is een van de bevindingen; vanaf de eerste avond hebben we die lijn al neergelegd. Je struikelt erover dat de Heer over die geheimenissen spreekt juist in verband met het ongeloof van Israël. Dat heeft ook weer te maken met het feit dat de komst van Christus onderbroken is. Wat ligt er tussen de eerste en de tweede komst van Christus? Nou, dat wat in het Oude Testament verborgen was, maar ook het ongeloof van Israël. Dat is heel typerend voor die tijd.⟨/p> ⟨p>Daarmee samenhangend is ook dat God vervolgens het net laat uitwerpen aan de andere zijde van het schip. Die is ook wel mooi: de hele nacht niks gevangen en dan het net uitwerpen aan de andere kant van het schip. Trouwens, terwijl ik het zeg... weet je waar ik nu op doel? Het schiet me zomaar ter plekke te binnen, dus ik heb dit niet voorbereid. Je leest die geschiedenis dat de Heer Jezus verschijnt aan het meer van Tiberias in Johannes 21. Toen was het Evangelie al afgesloten. Kijk maar eens na aan het einde van Johannes 20; daar staat het eerste slot en aan het einde van Johannes 21 vind je weer het tweede slot. Maar het is eigenlijk al afgesloten en daartussen vind je een soort naschrift. Tussen het ene slot en het andere slot vind je dan die geschiedenis die alles te maken heeft met de onderbreking. Ook dat wordt in feite stilistisch door Johannes zo uitgedrukt. Goed, ik geef toe dat ik misschien wat afwijk van de lijn, maar ik vind het toch te mooi om onvermeld te laten.⟨/p> ⟨p>In die tijd van Israëls ongeloof doet God een verborgen werk onder de natiën. Dat was weliswaar voorzegd, maar ook weer cryptisch in het Oude Testament: dat het volk van Israël jaloers gemaakt wordt op een volk waar ze met verachting op neerkijken. Op lieden van een vreemde tongval zal God tot dit volk spreken.⟨/p> ⟨p>Als ik dat zo gezegd heb, dan heb ik het laatste punt in de samenvatting van wat we tot dusver bevonden hebben: namelijk dat de figuur van Paulus degene is via wie het geheim bekendgemaakt wordt. We hebben daar vooral de laatste keer naar gekeken in Romeinen 16 en Efeze 3 — waar we de volgende keer trouwens uitgebreider op in zullen gaan. Maar toen hebben we al duidelijk gezien dat Paulus dat ook zo zegt: dat mij door openbaring het geheim is bekendgemaakt. Hij heeft dat ook inderdaad op schrift gesteld, hij heeft het geboekstaafd. Hij noemt dat dan ook inderdaad "mijn evangelie", het evangelie dat aan hem is toevertrouwd.⟨/p> ⟨p>De figuur van Paulus staat daar dus centraal. Het is niet toevallig dat we ons in dit seizoen met name bezighouden met de brieven van Paulus, want Paulus gebruikt die term "het geheim", of termen die daarmee verband houden, by far het meest. Hij gebruikt de term niet alleen, maar hij licht dat ook zo dikwijls toe via allerlei aanvliegroutes; hij vertelt over deze dingen. Het is Paulus die daarin heel uitdrukkelijk de centrale figuur is.⟨/p> ⟨p>Ik blijf het ook heel mooi vinden dat de naam Paulus daar ook weer model voor staat. Dat heeft alles te maken met het woordje "stoppen". Het Griekse woord voor stoppen is ⟨em>pauo⟨/em>. Een onderbreking, een pauze. Inderdaad, we vinden de naam van de apostel Paulus voor het eerst als hij in aanraking is met een echte heiden: Sergius Paulus. Toen was daar een Jood, Elymas, en die probeerde dat te verhinderen, en die wordt dan tijdelijk blind gemaakt. In dat verband lees je: "En Saulus, anders gezegd Paulus..." Consequent vanaf dat moment is het niet meer Saulus, maar is het Paulus. Dat is heel typerend.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="945" title="Speel af vanaf 15:45">▶ 15:45⟨/button> ⟨span>Naar Efeze 1: het Geheim van Gods Wil⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik wilde kort nog even samenvatten wat we tot dusver hebben gezien en dan gaan we nu inderdaad naar de term die we op de eerste dia zagen: het geheim van Gods wil. Aangezien we die term aantreffen in Efeze 1, gaan we daar nu naartoe. Maar als we beginnen te lezen, vallen we midden in een zin. Eigenlijk is heel Efeze 1 één lange zin. Je ontkomt er bijna niet aan om midden in een zin te vallen als je dit hoofdstuk leest. Ik ken geen passage in de Bijbel waarin de zinsdelen zo aan elkaar gekoppeld worden zonder dat er een punt staat als juist in Efeze 1. Dat maakt het lezen er niet makkelijker op, maar aan de andere kant durf ik rustig te zeggen dat er geen hoofdstuk in de Bijbel is waarin zozeer wordt uitgepakt als het gaat om de geweldige rijkdom en de schatten die God in zijn schatkamer heeft. Het is onvoorstelbaar hoe dat in Efeze 1 allemaal naar voren gebracht wordt en hoe dat in Christus allemaal ons deel is geworden.⟨/p> ⟨p>Paulus had zojuist gesproken over de vrijkoping in Christus door zijn bloed en aan het einde van vers 7 haak ik aan: "naar de rijkdom van zijn genade". Die genade wordt in deze brief zo dikwijls naar voren gebracht. Genade, u weet het, betekent vreugde. God geeft, Hij maakt blij, en dat doet Hij puur om niet, zonder dat daar enige tegenprestatie voor wordt verwacht. "Naar de rijkdom van zijn genade" – ik hecht eraan om dat te zeggen, want ik vind het zo mooi dat het er zo staat. In Efeze 3 vers 16 vind je exact dezelfde term en in Filippenzen 4 vers 19 ook weer: "naar zijn rijkdom".⟨/p> ⟨p>Er is een verschil tussen geven "uit" rijkdom en geven "naar" rijkdom. Er had ook kunnen staan dat God geeft vanuit zijn rijkdom, en op beide valt weinig af te dingen, maar het verschil is toch groot. Stel je voor, ik heb honderd miljoen euro. Iemand zegt tegen mij: "Joh, ik zit een beetje krap bij kas," en ik geef diegene vijf euro. Dan geef ik wel uit mijn rijkdom, maar ik geef niet naar mijn rijkdom. "Naar" wil zeggen: in overeenstemming met. In het Grieks staat daar het voorzetsel ⟨em>kata⟨/em>. Als God "naar de rijkdom van zijn genade" geeft, dan geeft Hij in overeenstemming met zijn rijkdom. Dat wil zeggen dat Hij rijkelijk geeft, niet armetierig. Als Hij maar een klein beetje zou geven, zou dat ook wel uit zijn rijkdom zijn, maar dat is niet wat God doet. Hij stalt het uit en laat zien dat het niet ophoudt; het is haast verkwistend, in de zin dat Hij veel meer geeft dan eigenlijk nodig is.⟨/p> ⟨p>Verderop wordt er gesproken over de rijkdom van de heerlijkheid van zijn lotbezit. Ik denk dat dit in vers 17 staat, maar dat weet ik niet precies, dat moet ik nog even nakijken. Op die term "lotbezit" komen we straks nog even terug. In hoofdstuk 2 vers 4 wordt er gesproken over God die "rijk is aan ontferming". En een paar verzen later wordt er gesproken over de "overtreffende rijkdom". Het wemelt in deze brief van de superlatieven: overvloeiend, rijkdom en overtreffend. Overtreffend wil letterlijk zeggen dat het eroverheen gaat. In het Grieks staat daar het woord ⟨em>hyperballo⟨/em>. ⟨em>Hyper⟨/em> betekent "erover" en ⟨em>ballo⟨/em> betekent "werpen", waar ook ons woord bal vandaan komt. Het is dus "overwerpend", het gaat eroverheen. Dat is kenmerkend voor de rijkdom van zijn heerlijkheid: het overtreft alles. Denk daarbij aan "mega" – ook een Grieks woord – denk heel groot, en ik kan u verzekeren dat het op voorhand nog veel te klein is. De rijkdom van zijn heerlijkheid overtreft zelfs ons voorstellingsvermogen. Je kunt het nooit overdrijven.⟨/p> ⟨p>Ik heb meer dan eens de beschuldiging gehoord, meestal wat cryptisch geuit, dat ik overdreven spreek of dat ik Gods liefde te groot maak. Alleen de gedachte al! Wat voor idee heb je eigenlijk van de liefde Gods? Natuurlijk kun je valse voorstellingen hebben, maar dat je Gods liefde te groots, te rijk of te alomvattend zou maken, is bizar. Dat is niet de God die ik dien. De God die wij kennen, is de God die alles overtreft, en daar ben ik erg blij mee. In hoofdstuk 3 wordt de uitdrukking ook nog een keer gebruikt in verband met het evangelie, het goede bericht van de "onnaspeurlijke rijkdom van Christus". Daar zullen we het de volgende keer over hebben als we over Efeze 3 gaan nadenken. Het zijn allemaal passages in deze brief waarin over rijkdom gesproken wordt: de rijkdom van het lot, de rijkdom van zijn ontferming, de rijkdom van dat evangelie. Kortom, het is allemaal zo rijk.⟨/p> ⟨p>"Naar de rijkdom van zijn genade, welke Hij in ons doet overvloeien." Ik heb u al vaak verteld dat wanneer ik een vertaling cursiveer, ik daarmee aangeef dat ik wat afwijk van de NBG-vertaling. Het staat hier ook in de aoristus. Wellicht weet u inmiddels dat dit de vorm is die een feit weergeeft zonder relatie tot een specifiek tijdstip. Verleden, heden of toekomst speelt geen rol; aoristus wil zeggen "zonder horizon". Het feit wordt gesteld: Hij doet dat in ons overvloeien, ongeacht wanneer. Dat is het idee. De rijkdom die God geeft, is overvloeiend en overtreffend, naar zijn rijkdom.⟨/p> ⟨p>En Hij doet dat "in ons" overvloeien. Dat is ook mooi. In de NBG-vertaling komt dat niet echt tot uitdrukking, maar Hij doet dat in ons. God doet niet alleen een werk aan ons of door ons, maar ook in ons. Ik denk trouwens dat dit per definitie via het oor gaat en zo in het hart komt. Geloof is uit het gehoor; je hoort het Woord en zo schenkt Hij als het ware zijn Geest en daarmee zijn Woord in ons. Dat doet Hij overstelpend en overvloeiend. Om dat trappetje even te laten zien: je hebt "genoeg". Ik heb vanavond gegeten; ik zat niet helemaal vol, maar ik had wel genoeg. Je kunt echter ook helemaal "vervuld" zijn, vol zitten. Maar er is nog een stapje hoger en dat is "overvloeiend". Met eten en drinken moet je dat niet doen, dat is niet handig, maar het gaat om het beeld van een beker. Als die overvloeit, verspil je het eigenlijk, want als je meer dan genoeg hebt, heb je teveel. Maar God heeft zulke royale voorraden, Hij heeft genoeg, dus Hij blijft maar geven. Dat is de rijkdom van zijn genade. Je kunt zeggen dat het overdreven is, maar dat is nou juist zijn genade. Maar let op, want we komen er nu op hoe Hij ons dat geheim doet kennen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1620" title="Speel af vanaf 27:00">▶ 27:00⟨/button> ⟨span>Overvloeien in Alle Wijsheid en Verstand⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Hij doet de genade in ons overvloeien, en dat gebeurt in alle wijsheid en verstand. Dat kun je trouwens op twee manieren opvatten. Is het zo dat Hij dat mét alle wijsheid en verstand doet, of doet Hij het in ons overvloeien zodat wij wijs en verstandig worden? Begrijpt u het verschil? Je kunt het op beide manieren opvatten en ik denk dat ik geen keuze hoef te maken, want het is in beide gevallen waar. Hij doet het in alle wijsheid en verstand in ons overvloeien, maar dat maakt ook dat het ons voorziet van wijsheid. Van álle wijsheid. Let op, weer zoiets: álle wijsheid en verstand wordt overvloeiend in ons.⟨/p> ⟨p>Ik vind het lastig om het verschil tussen die twee heel scherp weer te geven, maar ik hoop dat de essentie overkomt. Wijsheid en verstand worden niet voor niets in één adem gebruikt; de begrippen zijn aan elkaar gekoppeld. Verstand heeft te maken met het rationele, met het verstaan van de dingen. Je verstaat de dingen, je begrijpt ze, je hebt inzicht. Maar dat neemt niet weg dat er een nuanceverschil tussen de termen zit. Verstand is inzicht en begrip, en dat is al heel mooi.⟨/p> ⟨p>Dan hebben we het woord 'wijsheid'. Dat is het Griekse woord sofia. Ik vind dat zo’n prachtig woord. Ik las ooit in een etymologisch woordenboek dat dit woord vermoedelijk via het Hebreeuws in het Grieks terecht is gekomen. Sofia zou dan ontleend zijn aan een Hebreeuws woord, Tsofiem. Dat betekent letterlijk: uitkijktorens. We vinden die term een paar keer in de kleine profeten. Waarom vind ik dat zo mooi? Omdat het illustratief is voor de betekenis van het begrip wijsheid.⟨/p> ⟨p>Wijsheid heeft namelijk alles te maken met wat je vermag te zien op het moment dat je op een uitkijktoren staat. Wat gebeurt er dan? Je wordt letterlijk 'op de hoogte' gesteld. Je bevindt je in een hogere positie en daardoor ben je op de hoogte. Dat is waar we het hier over hebben: God doet kennis in ons overvloeien, Hij doet ons de dingen begrijpen zodat we inzicht hebben, maar meer nog dan dat geeft Hij ons ook uitzicht en overzicht.⟨/p> ⟨p>Inzicht is geweldig, maar wijsheid overtreft dat. Wijsheid is het vermogen om de samenhang tussen de dingen te zien. Je kunt allerlei data tot je nemen – je weet dit, je weet dat, een heleboel feiten – maar waar het om gaat, is dat je het verband tussen de dingen gaat zien. Dat is het mooie als je op een uitkijktoren staat of daar wordt neergezet: je krijgt overzicht. Je gaat de samenhang zien. Beneden loop je door allerlei paadjes, maar hoe die precies lopen, dat zie je pas op het moment dat je overzicht hebt. Daarom gebruik je ook een kaart: om overzicht te krijgen van een bepaald gebied.⟨/p> ⟨p>Dat is precies wat de wijsheid van Gods Woord geeft. Hij laat ons het verband zien tussen verleden, heden en toekomst. Het verband tussen Zijn werk met Israël en met de volkeren. Alle mogelijke verbanden. Let op: álle wijsheid. Alle mogelijke verbanden die er zijn. Uiteindelijk heeft alles met alles te maken, want het komt allemaal voort uit één God en Zijn Woord. Het komt allemaal uit één Iemand voort, dus alles houdt verband met elkaar. Als je die samenhang gaat zien, als je leert om alles te herleiden tot die ene grote Regisseur, ja, dan word je wijs.⟨/p> ⟨p>Laten we daarin bescheiden blijven, want het is een proces. Het is niet zo van: "Nou, ik heb nu de wijsheid bereikt, ik heb mijn diploma en dat is het." Nee, wijsheid is een weg die je gaat. Dat geldt evengoed voor kennis; je leert de dingen steeds meer zien en begrijpen. Maar dat vind ik het geweldige van het Woord van God: het doet je de dingen verstaan, het geeft je overzicht en het geeft je uitzicht. Misschien is dat uitzicht nog wel het mooiste, want uitzicht heeft bij ons altijd de betekenis van hoop. Als je uitzichtloos bent, ben je wanhopig. Dan zie je het niet meer zitten; je ziet het simpelweg niet meer. Maar als je uitzicht hebt en je weet dat er een God is met zo’n onvoorstelbaar groot plan, en je mag daar zicht op hebben en weten dat het zo groot en ultiem is, dan sluit dat alle vrees en angst uit.⟨/p> ⟨p>Het geeft ook werkelijk begrip van Gods liefde. Voordat deze samenkomst begon, hadden we het nog even over dat lied in de bundel: "Het ware leven, lieven, loven." Als je het leven gaat zien in dat grote verband, dan zie je dat alles te maken heeft met de liefde van God. Dat is trouwens ook de kern van het Hebreeuwse woord voor 'kennen'. Kennen heeft alles te maken met liefhebben. "Adam bekende zijn vrouw", staat er letterlijk. In de NBG-vertaling hebben ze dat vertaald als: "Adam had gemeenschap met zijn vrouw." Dat is wat kennen werkelijk is. Het is veel meer dan alleen iets academisch of rationeels dat je tot je neemt. Goed, Hij doet dus in ons overvloeien in alle wijsheid en verstand. En nu vraagt u zich misschien af: waar blijven we nu met het geheim van Gods wil? Wat doet Hij dan precies door ons dat geheim te doen kennen?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2140" title="Speel af vanaf 35:40">▶ 35:40⟨/button> ⟨span>Het Leren Kennen van Zijn Wil⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat doet Hij door ons het geheim van Zijn wil te doen kennen. Naar de rijkdom van Zijn genade doet Hij dit in ons overvloeien in alle wijsheid en verstand. En waardoor dan wel? Wel, door ons het geheim van Zijn wil te doen kennen. Je zou het woordje 'het geheim van' in feite weg kunnen laten en dan heb je nog een goede zin, maar dan mis je wel de clue, denk ik. 'Door ons Zijn wil te doen kennen.' Ja, dat is wel zo, maar waar het om gaat is dat Hij het geheim van Zijn wil doet kennen. Overvloedig!⟨/p> ⟨p>Je kunt je voorstellen, terwijl ik hierover spreek, dat Paulus deze dingen zo breedvoerig naar voren brengt. Dat hij dit zo onderstreept, geeft aan dat het voor hem hoog op de agenda stond, hoog in zijn prioriteitenlijst. Dit moet verteld worden! Dit moeten mensen weten! En dit is ook waar God mee bezig is en wat Hij wil geven: dat we overvloeien in wijsheid en verstand doordat wij het geheim van Zijn wil leren kennen.⟨/p> ⟨p>Ja, Hij leert ons Zijn wil kennen. En dan denken wij al heel gauw... ik mag het benoemen zoals ik het zelf ook ervaren heb. Ik heb mijn roots in de reformatorische wereld en ben vervolgens in de evangelische wereld terechtgekomen. Meestal is het zo dat wanneer men spreekt over Gods wil, het gaat over Gods wil voor mijn leven. Dat ik weet wat mij te doen staat, vandaag en morgen, en welke stap ik mag zetten en welke niet. Maar leg dat eens naast wat Paulus hier in Efeze 1 vertelt. Dan blijkt het geheim van Zijn wil — trouwens, Zijn wil in het algemeen — helemaal geen verband te houden met de stappen die ik zet. Het gaat er niet om hoe wij wandelen, maar dát wij wandelen. Hoe staat het in Kolossensen 1? Dat u vervuld mag worden met de kennis van Zijn wil in alle wijsheid en geestelijk inzicht, zodat u wandelt op een wijze de Heer waardig, Hem in alles behaagt. En dan staat er — ik sla één zin over — 'overeenkomstig de sterkte van Zijn heerlijkheid, met blijdschap in alles te volharden en geduld te oefenen, en dankend de Vader'. Het heeft dus niet te maken met hoe je je stappen zet, maar het gaat erom in welke geest dat gebeurt: in het besef van wie Hij is en in dankbaarheid met die kennis te mogen leven en dat door te geven. Het geheim van Zijn wil.⟨/p> ⟨p>Dat was voorheen onbekend, maar het is nu dus via Paulus bekendgemaakt. En daarmee weten we nog steeds niet wát het geheim van Zijn wil is. Kennelijk veronderstelt Paulus deze dingen als bekend; daarom schrijft hij er zo over. In de loop van dit hoofdstuk — dat zullen we straks ook zien — onderstreept hij precies waar het om gaat. Maar het loutere feit dat hij deze dingen op deze manier naar voren brengt, suggereert dat zijn lezers geacht worden dit al te weten. Hij stelt dingen vast: jullie weten dat. En hij dankt God ook dat Hij ons dat in alle wijsheid en kennis en verstand doet overvloeien, namelijk om het geheim van Zijn wil te doen kennen. En dan staat er nog bij: naar het welbehagen dat Hij Zich in Hem had voorgenomen.⟨/p> ⟨p>Drie dingen dus: God maakt Zijn wil bekend, maar ook het geheim daarvan. Ik parkeer dat even, want we zullen straks vanzelf zien waar het dan over gaat. Maar er wordt hier eerst nog bij gezegd: het is in overeenstemming met — heb je weer dat woordje 'naar' — het welbehagen, naar het genoegen. Want dat is eigenlijk wat welbehagen is. Het is een beetje een oud-Nederlands woord natuurlijk. Genoegen, plezier of 'de schik'. Ik heb er welbehagen in; God heeft er schik in. Het is Zijn welbehagen. In die termen spreken we als we het linken aan God. 'Naar het welbehagen dat Hij Zich in Hem had voorgenomen.' God heeft dus een voornemen en met genoegen, met schik of met plezier realiseert Hij dat in Hem. Waarbij 'Hij' uiteraard God is en 'in Hem' Christus is. God heeft een voornemen en het is Zijn genoegen om dat in Hem te realiseren. In Hem heeft Hij het opgevat, in Hem gaat Hij het ook vervullen. En dan staat erbij: wat dan wel?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2526" title="Speel af vanaf 42:06">▶ 42:06⟨/button> ⟨span>Tot in de Volheid van de Tijden⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Welnu, in ieder geval: tot in de volheid van de tijden. Ook hier heb ik weer even een kleine aantekening gemaakt, of een hele kleine wijziging in de NBG-tekst aangebracht, want het duidt op een proces. God realiseert dat voornemen in Christus en er staat bij: "tot in de volheid van de tijden". Dat sluit hier direct op aan, want u ziet hier ook dat voorzetsel, het Griekse woord ⟨em>eis⟨/em>. Dat wil zeggen dat God hiermee bezig is tot in de volheid van de tijden. Het is dus niet zo dat Hij daarmee begint in de volheid van de tijden; nee, tot in de volle, totdat de tijden hun vervulling vinden, zal dat voornemen worden gerealiseerd.⟨/p> ⟨p>Je hebt dus tijden, en tot in de volheid van de tijden zal dat worden vervuld. En hoezo volheid? Wel, de volheid wil zeggen dat het voornemen vervuld wordt. God heeft een voornemen en dat realiseert Hij, en dat doet Hij ook stapsgewijs, in tijden. Ik moet daar trouwens iets bij zeggen wat niet zo bekend is, denk ik, maar het Grieks heeft twee woorden voor tijd. Dat zeg ik niet om het ingewikkeld te maken, maar juist om even een nuance aan te geven.⟨/p> ⟨p>Het ene woord kennen we wel redelijk goed, of althans, dat denk ik: ⟨em>Chronos⟨/em>. Het Griekse woord ⟨em>chronos⟨/em> betekent tijd. Denk maar aan ons woord "chronisch ziek zijn", langdurig ziek zijn, of "chronologie", de tijdrekenkunde. ⟨em>Chronos⟨/em> heeft te maken met tijd in de kwantitatieve zin. Tijd bereken je: hoeveel tijd heb je nog? "Over tien minuten gaan we koffie drinken", om het maar te noemen. Dat is kwantitatief; je kunt dat meten. Dat is chronisch en ook chronologisch. Dan heb je een tijdlijn en daar zet je bepaalde mijlpalen op neer, en dat kun je inderdaad gewoon meten.⟨/p> ⟨p>Maar je hebt ook een ander woord, en dat is het woord dat hier gebruikt wordt. Het wordt ook heel dikwijls vertaald met "tijden", maar het is een ander woord dan ⟨em>Chronos⟨/em>, namelijk ⟨em>Kairos⟨/em>, of in dit geval de vorm ⟨em>kairon⟨/em>: bestemde tijden. Zo wordt het in deze interlineaire vertaling weergegeven. Dat is tijd in de kwalitatieve zin van het woord. Vandaar ook dat het vertaald wordt met bijvoorbeeld "tijdstip" of "een bestemde tijd". Dat gaat over een heel specifieke, benoemde tijd waarin een bepaalde gebeurtenis plaatsvindt.⟨/p> ⟨p>Het wordt heel aardig wanneer beide Griekse woorden in één frase gebruikt worden. Want zowel ⟨em>chronos⟨/em> als ⟨em>kairos⟨/em> wordt vertaald met "tijd", maar wat doen vertalers nu wanneer beide woorden in één uitdrukking voorkomen? Dat gebeurt een paar keer, bijvoorbeeld in 1 Thessalonicenzen 5. Daar zegt Paulus: "Broeders, wat de tijden en de gelegenheden betreft, is het niet nodig dat u daarover geschreven wordt." Maar dan gebruikt hij voor "de tijden" ⟨em>chronos⟨/em> en voor "de gelegenheden" ⟨em>kairos⟨/em>. In het ene geval zijn het dus de tijden in kwantitatieve zin, en in het andere geval is het een specifieke gelegenheid; een tijd waarin iets plaatsvindt en die een bepaald karakter heeft. Een tijd waar je een etiket op kunt plakken, een bepaald soort tijd.⟨/p> ⟨p>Je kunt bijvoorbeeld spreken over de tijden van de aeonen. Dan benoem je de tijd in termen van aeonen. Ik zeg dat expres omdat ik denk dat dit alles met elkaar te maken heeft. Kijk, God heeft een voornemen en Hij gaat dat voornemen realiseren in Christus. En wanneer heeft Hij het vervuld, wanneer heeft Hij dat gerealiseerd? Als de gelegenheden — of zo u wilt: de tijden, de bestemde tijden — vervuld zijn. Dat is een heel project, een plan dat Hij ontwikkelt, uitwikkelt en afwikkelt, maar uiteindelijk is het voltooid. En dat is de volheid van de tijden.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2856" title="Speel af vanaf 47:36">▶ 47:36⟨/button> ⟨span>Twee Griekse Woorden voor Tijd: Chronos en Kairos⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dit is heel interessant, maar in de Efezebrief wordt bijvoorbeeld heel dikwijls gesproken over de tijden van de aeonen. Of in ieder geval worden de aeonen benoemd. Laten we ze eens van het begin af aan nemen. In hoofdstuk 3 vers 9 wordt gesproken over 'van aeonen her'. Dan wordt de tijd dus niet gemeten aan de hand van hoe lang het duurt, maar die tijden worden benoemd, namelijk in de sfeer van wereldtijdperken.⟨/p> ⟨p>Het begint met een bepaalde chaos en de tijd die daartussen loopt, dat is een wereldtijd. Neem bijvoorbeeld de huidige wereldtijd, de aeon. Deze aeon is begonnen bij de zondvloed; een hele nieuwe tijd brak aan. En de voleinding van deze aeon is ook weer een hele transitie, waarna er weer een nieuwe wereldtijd aanbreekt. Over deze aeon wordt gesproken in Efeziërs 1 vers 21. Die aeon wordt een paar verzen later 'de aeon van deze wereld' genoemd, waar trouwens heel uitdrukkelijk uit blijkt dat aeonen en werelden synchroon lopen. Bij deze wereld hoort dus een aeon. Deze wereldkosmos, bij deze ordening, hoort een aeon. Die twee zijn aan elkaar gekoppeld. Vandaar ook dat de Bijbel spreekt over de toenmalige kosmos, want dat was een heel andere aeon. Een heel andere wereldtijd met andere kenmerken, et cetera.⟨/p> ⟨p>Maar we lezen in Efeziërs 1 vers 21 ook over de toekomende aeon, wat wij dan gemakshalver meestal de duizend jaren noemen. Vrij nauwkeurig lijkt me, maar goed: de toekomende aeon. En dan wordt er een paar verzen later ook nog gesproken over de komende aeonen. Dus de wereldtijd die gaat komen is niet de laatste. Nee, daarna krijgen we op zijn minst nog een aeon, want de Bijbel spreekt over de komende aeonen.⟨/p> ⟨p>Tenslotte wordt er in hoofdstuk 3 vers 21 ook nog gesproken over de 'aeon der aeonen'. Dat is een unieke uitdrukking, want de Bijbel kent ook de uitdrukking 'de aeonen der aeonen', maar hier is het de aeon van alle aeonen. Van alle wereldtijdperken is die laatste aeon de meest overtreffende. Heb je het weer? God werkt iets uit en als het compleet is, als het tot volheid gebracht wordt, dan is het vol en dat is ook het meest overtreffende. Vandaar ook dat die laatste aeon is als een gaan van heerlijkheid tot heerlijkheid. Het wordt steeds grootser, steeds veelomvattender en het neemt steeds toe in perfectie en volmaaktheid, totdat alles tot zijn bestemming is gekomen.⟨/p> ⟨p>Daarom denk ik dat de aeon der aeonen synoniem is met de volheid der tijden. Dat is wanneer het hele plan van God wordt vervuld. Nou, en wat dat dan betekent? Want uiteindelijk hebben we het eigenlijke geheim van Zijn wil nog niet gezien. Maar daar gaan we na de pauze over spreken. Dat is dan de cliffhanger. Laten we dan eerst even gaan pauzeren.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3099" title="Speel af vanaf 51:39">▶ 51:39⟨/button> ⟨span>De Vijf Aionen en het Plan van God⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Oké, we zijn weer wat opgefrist en we gaan verder met deel 2 van deze avond. We hadden het dus over dat voornemen dat God heeft en waar Hij schik in heeft. Het is zijn welbehagen om dat in zijn Zoon, Christus, te volvoeren en dat doet Hij tot in de volheid van de tijden, totdat de tijden – de gelegenheden – hun vervulling zullen hebben gevonden. Ik denk daarbij met name aan de verschillende aeonen, de wereldtijdperken die dan, zoals dat met een mooi woord heet, hun culminatie zullen vinden; hun uiteindelijke vervulling. Ja, met recht: vervulling.⟨/p> ⟨p>Om even een idee te hebben van die aeonische tijden overigens... Wanneer deze uitdrukking gebezigd wordt – we hebben het zojuist nog even in de Griekse tekst in de interlineair bekeken – wordt er bijvoorbeeld in 2 Timotheüs 1 en op andere plaatsen ook gesproken over 'voor-aeonische tijden'. Dan wordt trouwens wel weer het woordje 'kairos' gebruikt, maar ook het woordje 'chronos'. De termen liggen dicht bij elkaar en er is een subtiel verschil, dat heb ik geprobeerd even aan te geven.⟨/p> ⟨p>De Bijbel onderscheidt, zonder ze te nummeren, vijf verschillende aeonen die je uit de verschillende termen kunt afleiden. Je hebt de tijd voordat de tijden begonnen, dat zijn dus de tijden voordat de tijden van de aeonen begonnen; dat heet 'voor-aeonische tijden'. En dan heb je de voorbije aeonen, 'aeonen her', dus dat wat achter ons ligt. In ieder geval twee aeonen: de schepping en de aeon van Adam tot de zondvloed. En dan de tegenwoordige aeon. Ik heb dat op de dia eventjes met een omgekeerd Olympische ringen-plaatje aangeduid. Dat zijn vijf cirkels en die komen eigenlijk mooi overeen met de handvol aeonen die de Schrift onderscheidt.⟨/p> ⟨p>De tegenwoordige aeon is op zich ook wel geweldig natuurlijk. In die aeonische tijden die er zijn – de tijden van de aeonen of de tijden der eeuwen – staat in die aeonen het kruis centraal. De dood en de opstanding van Christus, Degene in wie God zijn plan en zijn voornemen gaat vervullen. Hij en het werk dat via Hem gerealiseerd wordt, dat staat centraal in het midden der aeonen. In het midden van die tijden, de tijden van de aeonen, staat het kruis centraal. Overigens, het feit dat ik zeg dat het in het midden staat, bedoel ik niet chronologisch, maar als het middelpunt van de tijden die als aeonen zijn aangemerkt.⟨/p> ⟨p>Dan heb je dus de tegenwoordige aeon en dan krijg je de komende aeon, de toekomende aeon: het Messiaanse Rijk waarin Christus in Jeruzalem zal heersen, de duizend jaren. Maar ook daarop volgt de laatste: de aeon der aeonen. Dat zijn dus de komende aeonen. Dan is alles tot volheid gekomen, dat is de voleinding van de aeonen. Ja, dan is alles gecompleteerd. In deze laatste aeon wordt alles gecompleteerd en dan is het af.⟨/p> ⟨p>Om daar nog iets over te zeggen: het meest karakteristieke van de komende aeonen is dat Christus daarin zal heersen. De heerschappij van Christus; Hem is alle macht gegeven in hemel en op aarde, nu al, maar Hij oefent die macht nog niet uit. Straks zal Hij de macht op Zich nemen en zal Hij heersen vanuit Jeruzalem. En dan zal Hij heersen totdat Hij alles tot volheid gebracht zal hebben en ook de laatste vijand tenietgedaan zal hebben. Dan zal Hij het Koninkrijk overdragen aan zijn God en Vader, maar dan is alles gerealiseerd. Het voornemen van God, hoe staat dat in Jesaja 53 aan het einde? Het voornemen van de HEER, het voornemen van Yahweh, zal door zijn hand – dan gaat het over de Knecht van Yahweh – gelukkiglijk, met succes voortgang vinden. Gods voornemen wordt gerealiseerd met succes via Hem en via Hem alleen.⟨/p> ⟨p>En dit gebeurt allemaal weer volgens plan en volgens schema; het tijdspad dat God daarvoor heeft uitgekozen. Dit is een plaatje van de aeonen, maar het geweldige is: aan het begin had Hij een plan en aan het einde heeft Hij dat allemaal gerealiseerd en daar ontbreekt niets en niemand in. Ja, en dat is precies wat je van God mag verwachten. Als Hij werkelijk de God is die houdt van zijn schepping en die alles rechtzet en die alles terechtbrengt, dan mag je inderdaad van zo'n God verwachten dat Hij dat alles tot volheid brengt.⟨/p> ⟨p>Dat is het geweldige uitzicht dat God ons geeft en dat God in ons laat overvloeien. Niet alleen inzicht, maar ook uitzicht. Dit is zo groot, zo adembenemend ook. Ik denk ook: je wenst elkaar het beste voor het komende jaar, maar er is geen wens die zo heerlijk en ook zo goddelijk is als dat we ten volle gaan verstaan dat we verlicht worden. Dat we het besef krijgen hoe gigantisch rijk we zijn. Dat je beseft... ik blijf het zeggen: we weten dat we ongelooflijk rijk zijn, maar beseffen we dat ook? En dat besef, wat dan dagelijks op je hart gebonden is... wauw! Je staat op en denkt: wauw, dit is de dag die Hij gemaakt heeft! Onze God die alles door zijn Zoon tot volheid gaat brengen. Dan begin je de dag met een stralend uitzicht, dat is toch geweldig?⟨/p> ⟨p>En er staat bij: tot in de volheid. Dat voornemen van God dat God in Christus volvoert en realiseert: tot in de volheid van de tijden. Het al wat in de hemelen en op de aarde is...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3578" title="Speel af vanaf 59:38">▶ 59:38⟨/button> ⟨span>Het Al Onder Één Hoofd Samenvatten⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het al, wat in de hemelen en op de aarde is, onder één hoofd – dat is Christus – samen te vatten. Ik pak eerst even het laatste deel van de zin, en daar is eigenlijk een hele goede reden voor. In het Grieks staat dat laatste deel namelijk vooraan. In het Nederlands is dat een beetje lastig om te doen, maar in de volgende bespreking doe ik dat ook.⟨/p> ⟨p>Het is eigenlijk heel eigenaardig. Je ziet het hier in het interlineair ook staan: in het Grieks is dit één Grieks woord. Daar hebben de vertalers zes Nederlandse woorden voor nodig gehad om dat ene Griekse woord uit te drukken. Dat is geen verwijt, helemaal niet, maar wij hebben zo’n woord simpelweg niet in onze taal. Maar wat doe je dan als je bijbelstudie doet? Dan word je daarvan bewust.⟨/p> ⟨p>Als je het ontleedt in zijn elementen, zie je eerst het woordje ⟨em>ana⟨/em>. Dat is een voorzetsel dat 'naar boven' of 'opwaarts' betekent. Het laatste deel is eigenlijk een werkwoord en dat is 'hoofden'. Ik geef toe: dat is een beetje gek gezegd, maar dan weet je dat het 'opwaartshoofden' is. Het interessante is dat we dit specifieke Griekse woord nog een keer tegenkomen in de brieven van Paulus. Dat is hier in de Efezebrief, maar al eerder had hij het ook gebruikt in Romeinen 13 vers 9.⟨/p> ⟨p>In Romeinen 13 vers 9 wordt het vertaald met 'samenvatten'. Hoe staat het er daar? Heel de wet wordt in één woord samengevat. Daar wordt ditzelfde specifieke Griekse woord gebruikt. Dat is wel aardig, want in feite zeggen wij het op een soortgelijke wijze. Als je een artikel schrijft voor een krant of een passage in een boek, dan zet je daarboven een kopje, een hoofd. In dat hoofd of in dat kopje wordt samengevat waar het in de onderliggende tekst om gaat. 'Onder één hoofd samenvatten' is dus een prima vertaling die het, denk ik, perfect weergeeft.⟨/p> ⟨p>God heeft dus een voornemen in Christus dat Hij gaat vervullen, en dat zal vervuld worden tot in de volheid der tijden. De uitkomst staat op voorhand dus al vast. Het zal gerealiseerd worden wanneer alles tot volheid is gebracht. Wat is dat voornemen dan? Want dat hebben we in feite nog niet echt gezien, hooguit is daarop gezinspeeld. Hij gaat alles onder één hoofd samenvatten: heel de schepping.⟨/p> ⟨p>Dan zie je ook dat er staat: 'het al', ⟨em>Ta Panta⟨/em>. Eigenlijk is dat 'alles', maar dan in een meervoudsvorm. Dat kun je in het Nederlands weer niet zo goed zeggen. 'Het alles', 'het allessen' ofzo? Nee, maar daar zie je hoe lastig vertalen soms kan zijn. In ieder geval is het 'het al'. In feite is het 'alles', maar dan specifiek bepaald. Meestal is dit een aanduiding van wat wij het heelal of de schepping noemen, en dat is hier ook het geval. Het al, namelijk dat wat in de hemelen en wat op de aarde is.⟨/p> ⟨p>In den beginne schiep God de hemel en de aarde. Nou, dat is het boven en het onder: heel de schepping, hemel en aarde. Het wordt eigenlijk nog sterker, want je leest...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3830" title="Speel af vanaf 01:03:50">▶ 01:03:50⟨/button> ⟨span>Elke Knie Zal van Binnenuit Buigen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In Filippenzen 2 wordt dat gezegd, en dat wordt dan aangehaald vanuit Jesaja 45. Dat God een eed zweert, dat lezen we maar een paar keer in de Bijbel. Maar God heeft bij Zichzelf gezworen dat voor Hem, in de naam van Yahweh, elke knie zal buigen en elke tong zal belijden. Paulus haalt dat aan in Filippenzen 2 en dan zegt hij: "In de naam van Jezus". Dat betekent: Yahweh is Redder. Dan weet je eigenlijk meteen al dat het tot eer is van God de Vader dat in de naam van Jezus elke knie zal buigen en elke tong zal belijden. Er staat bij: van de hemelsen, van de aardsen en van de onderaardsen. Kortom: boven, hier en hieronder. Alles. Elke tong en elke knie zal zich volledig onderschikken aan Hem en Hem belijden, namelijk als Redder. In de naam van Yeshua of Jezus: Yahweh is een Redder. Dat betekent dat heel de schepping daarvan zal getuigen.⟨/p> ⟨p>Het mooie daarvan is dat als Paulus dat zo aanhaalt in Filippenzen 2, hij een heel sterk woord gebruikt voor belijden. Normaal is het woordje voor belijden ⟨em>homologeô⟨/em>, maar hier gebruikt hij een zeer sterk woord, namelijk ⟨em>exhomologeô⟨/em>. 'Ex' wil zeggen dat het 'uit' of 'vanuit' is, en dat betekent: van binnenuit. Het is dus niet alleen maar een gedwongen belijden; nee, het is van binnenuit belijden. Het komt elf of twaalf keer voor in het Nieuwe Testament en altijd is het een hartelijk getuigenis van binnenuit. Ik zeg het er expres even bij, omdat u ongetwijfeld de orthodoxe interpretatie kent die het altijd weer reduceert tot een situatie waarbij ze met hun voeten in de nek worden gedrukt en wel moeten, maar eigenlijk niet willen. Nee, dat is niet Gods plan. Het is ook niet tot eer van God de Vader als dat niet van harte is. Nee, Yahweh is redden in de naam van Jezus. God is die weg niet voor niets gegaan; Hij is de weg gegaan van vernedering tot het uiterste, en daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd, opdat in de naam van Hem elke knie zal buigen en elke tong zal belijden. Er staat nog bij: tot eer van God, namelijk de Vader.⟨/p> ⟨p>Ja, dat is geweldig. Waarom haal ik dat hier nu ook aan? Omdat we het hier in feite over hetzelfde hebben, namelijk over het moment waarop alles tot volheid zal zijn gebracht. Dat er geen wanklank meer te horen zal zijn, maar dat heel de schepping één groot halleluja zal zijn. Ik geloof ook dat wat er in de Psalmen staat – ook al is dat misschien cryptisch – een voorzegging is. Als de Psalmen eindigen met "Alles wat adem heeft, love Yahweh", dan is dat niet alleen maar een oproep. Het is een voorzegging, een profetie. Dat is de uitkomst van het plan dat God heeft. Alles in de hemel en op de aarde wordt onder één Hoofd samengebracht, namelijk Hem die God daarvoor heeft aangewezen. Ze zullen Hem herkennen als Heer en als Hoofd.⟨/p> ⟨p>Maar nu komt het. We hebben nu gezien wat God doet tot in de volheid der tijden; dat is Zijn wil. Maar dan komen we bij het geheim van Zijn wil in vers 11: "In Hem, in wie ook wij het erfdeel ontvangen hebben." Ik heb hier trouwens weer zo’n horizontaal streepje bij gezet: de aorist. Dat wil zeggen dat het hier ook weer staat als een feit, ongeacht en los van de tijd. In Hem, in wie wij het lotsdeel ontvangen hebben. Punt. Ongeacht wanneer, het feit wordt gesteld. En ja, hier komen we echt op het geheim van Gods wil.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4131" title="Speel af vanaf 01:08:51">▶ 01:08:51⟨/button> ⟨span>Het Lotsdeel van de Ecclesia⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dat God heel de schepping gaat brengen onder de voeten van Christus, de Messias. Dat was Zijn wil, dat is Zijn wil. Maar het geheim van Zijn wil is dat Hij dat lot wat Hem is toebedeeld – om het Hoofd te zijn over alles – deelt met een gezelschap. En dat gezelschap heet de Ecclesia, die Zijn lichaam is. Het staat trouwens ook hier weer; ik had het net over woorden waarbij soms één Grieks woord moet worden weergegeven in een heleboel Nederlandse woorden. Dat heb je hier ook weer. Hier staat één Grieks woord dat vertaald wordt met 'het erfdeel ontvangen hebben'. Het is echt gewoon één Grieks woord en de betekenis die hier gebruikt wordt, is een 'lotsdeel'. We hebben het er volgens mij wel eens vaker over gehad: op het moment dat je het werkwoord 'erven' tegenkomt in het Grieks, dan stuit je op iets wat eigenlijk met loting te maken heeft. Het idee daarbij is dat het je ten deel valt. Zomaar, zonder dat jij daar invloed op hebt of er iets voor gedaan hebt. En dat is trouwens ook meteen waarin het samenkomt met het begrip erven. Want je erft iets gewoon. Waarom? Omdat je een bepaalde afkomst hebt of omdat je zo in het testament staat genoteerd. Je krijgt het, en dat is ook een lot.⟨/p> ⟨p>Maar eigenlijk doe ik het dan nog te kort, want niet alleen in het Grieks is het een lotsdeel – een deel dat je toekomt door loting – maar in het Hebreeuws is dat zelfs essentieel. Daar werd het land dat God aan Israël gegeven en beloofd had, toebedeeld via loting. Heel uitdrukkelijk lees je dat op diverse plaatsen: door loting werd het land verdeeld onder de stammen en geslachten van Israël. Dan kregen ze het zomaar, als een lot uit de loterij. In dat erfdeel, in Hem, hebben wij dus ook het erfdeel ontvangen; ons deel werd ons als lot toebedeeld. Het idee is: in Hem. Alles wat Hij bezit, dat is echt de essentie. Volgende keer zullen we daar zeker nog wat dieper op ingaan, maar de essentie van wat Paulus vertelt over de Ecclesia als lichaam van Christus is dat alles wat God aan Christus Jezus als Hoofd heeft gegeven, Hij deelt met Zijn lichaam. Wij zijn bij Hem letterlijk ingelijfd.⟨/p> ⟨p>Heel vaak is het idee, zeker in de theologie – niet alleen de reformatorische, maar ook bij de evangelische zie je dat dikwijls – dat wij ingelijfd zijn bij Israël. Nee, we zijn niet ingelijfd bij Israël. We zijn daarom ook niet de bruid. We zijn ingelijfd in de Christus. We zijn deel van Zijn lichaam. Hij is het Hoofd en wij zijn de leden. Dat wil zeggen dat alles wat God aan Christus Jezus heeft gegeven, Hij deelt met een uitgeroepen gezelschap, een Ecclesia.⟨/p> ⟨p>En dan zitten we hier zo en dan denk je: wat voor bijzonders zijn wij nou eigenlijk? Nou ja, jullie kunnen lekkere koek maken, daar niet van, en we worden hier heel heerlijk ontvangen, daar niet van, maar het valt je gewoon ten deel. Als God je ogen opent en Hij doet jou Zijn woord horen en ook verstaan, en Hij opent harten, ja, dat is echt een lot uit de loterij. Want het is geen verdienste; je krijgt het zomaar, of niet.⟨/p> ⟨p>En dat is misschien nog wel helemaal onvoorstelbaar. God heeft een geweldig volk waar Hij zo'n hoge bestemming aan heeft gegeven om als kanaal van zegen voor de hele wereld te dienen. Ja, maar er is één gezelschap dat daar zelfs nog ver bovenuit gaat. Letterlijk bovenuit gaat. Geen aards deel, maar een hemels deel bezit het, samen met Hem. Dan begrijp je ook wat beter als Paulus spreekt over het feit dat zij jaloers worden op een onverstandige natie, op hen die God helemaal niet zochten. Maar dat is wat er nu gebeurt in deze tussentijd, nu Israël tijdelijk terzijde is gesteld: dat God de natiën bezoekt en een eigen gezelschap uitroept dat de allerhoogste bestemming krijgt, terwijl ze er helemaal niet naar gezocht hebben. Helemaal niets! En op het moment dat ze het wel aan zichzelf wijten, dan kennen ze Hem nog niet. Zo scherp ligt het wel. De essentie is namelijk dat het genade is. Op het moment dat je denkt dat het je eigen werk is, dan is het geen genade meer.⟨/p> ⟨p>Het geheim van Gods wil is dat de Christus... ook dat gaan we de volgende keer wat breder en dieper bekijken. Maar 'de Christus' is dus niet alleen maar het Hoofd – dat kan wel hoor, gewoon Christus Jezus – maar de Christus is in feite, en dat zie je heel wat keren in de Bijbel, het Hoofd en het lichaam tezamen. Die vormen de Christus, een eenheid. Alles wat aan Hem is toebedeeld, dat valt ons ten deel. De Christus, onder wie het al wordt samengevat, deelt dit lot met de Ecclesia die Zijn lichaam is. Dat is trouwens een term die rechtstreeks ontleend is aan het slot van dit hoofdstuk. Welke Ecclesia dan? Ook dat moet je preciseren: de Ecclesia die Zijn lichaam is. Dat is dat gezelschap wat nu uitgeroepen wordt. In Hem ontvangen we dat erfdeel, en dat is het geheim van Zijn wil: dat de hele schepping onder één Hoofd, de Christus, wordt samengebracht.⟨/p> ⟨p>Wat dacht u van Psalm 8? "O Heer, onze Heer, hoe heerlijk is Uw naam." Er wordt gezegd: "Gij hebt Hem een korte tijd beneden de engelen gesteld, maar met eer en heerlijkheid gekroond." En wat blijkt? "Alles hebt Gij onder Zijn voeten gesteld." Dat wordt vervolgens aangehaald in een van de laatste verzen van Efeze 1. Hij heeft alles onder Zijn voeten gesteld en Hem als Hoofd gegeven aan de Ecclesia. Dat betekent dus dat heel de schepping niet alleen aan Christus Jezus is onderworpen, maar ook aan de Ecclesia. Als het er niet had gestaan, had ik het niet durven zeggen, want dan dacht ik: wauw, je durft nogal. Maar wat staat er? Alles is onder Zijn voeten gesteld, inclusief dat lichaam. Dit is zo onvoorstelbaar groots, en het valt je ten deel. Hij beschikt... Nou, daar zal ik straks ook wel mee afsluiten. Laten we eerst nog even dit lezen: "In Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren..."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4676" title="Speel af vanaf 01:17:56">▶ 01:17:56⟨/button> ⟨span>In Liefde Tevoren Bestemd tot Zoonschap⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Waartoe wij tevoren bestemd worden. In de grondtekst staat daar een aanduiding die wijst op een voortgaande vorm: het "tevoren bestemd worden". Dat betekent dat dit de positie is die wij innemen. En hoe komt dat? Is dat een keuze van de mens? Nee, helemaal niet; het valt je ten deel. Dat wordt bevestigd in de formulering "tevoren bestemd". Dat is het plan, dat is voorbestemd, en dat is dus met recht "voor-bestemming". In het Engels is dat predestination, in het Nederlands predestinatie of bestemming. Geloof je in predestinatie? Jazeker, het is een geweldige waarheid! De meeste mensen schrikken bij die gedachte, of ze beven zelfs en worden bang bij het woord predestinatie, omdat ze denken: je bent gepredestineerd voor de hemel of voor de hel. Dat is de calvinistische gedachte, maar als je dat denkt, dan heb je eigenlijk nog niets van het Evangelie begrepen. Dat is geen verwijt, maar het is een vaststelling: dan ken je het Evangelie simpelweg nog niet.⟨/p> ⟨p>Waartoe worden wij dan tevoren bestemd? Als we een paar verzen teruglezen, dan zien we dat er staat: "In liefde heeft Hij ons tevoren ertoe bestemd." In liefde! Dat wil zeggen: in een sfeer van liefde. Dat is predestinatie. Als God voorbestemt, dan doet Hij dat in liefde. Hij geeft alles en elk schepsel een plek, en dat doet Hij in liefde. In liefde heeft Hij ons tevoren bestemd tot – ja, niet om tot kinderen te worden "aangenomen", zoals de Statenvertaling zegt. Dat is het echt niet; het is geen adoptie. Het is zoonstelling of zoonschap. Een zoon is in de Bijbel namelijk altijd ook een erfgenaam: degene aan wie de erfenis of het lotsdeel wordt toebedeeld. In liefde heeft Hij ons ertoe bestemd tot zoonschap, door Jezus Christus, naar het welbehagen van Zijn wil. God heeft er plezier in om het op die manier te doen. Zo is ook alle roem uitgesloten, want het is Zijn wil en Zijn voornemen.⟨/p> ⟨p>Doordat Hij alles aan Zijn Zoon geeft, de Christus – de Eerstgeborene onder vele broeders – geeft Hij dat ook aan dat gezelschap dat nu met Hem verbonden is als hoofd en lichaam. Om de puntjes op de i te zetten: we hebben nu reeds de Geest van het zoonschap, de zoonstelling. Maar straks, wanneer ons lichaam verlost wordt – de verlossing van ons lichaam – dan wordt dat zoonschap daadwerkelijk gerealiseerd. Dan krijgen we een nieuw lichaam en worden we werkelijk concreet geschikt gemaakt om de hele schepping onder de voeten te brengen en onder één Hoofd samen te brengen in die taak. Want het is een enorm project waarover wij hier spreken, en daarin zet Hij Zijn Zoon inclusief dat lichaam van Hem in.⟨/p> ⟨p>De schepping ziet daar met reikhalzend verlangen naar uit; dat is Romeinen 8. Daar ziet de schepping uit naar het openbaar worden van de zonen van God. Dat is de Zoon, de Eerstgeborene onder vele broeders, samen met het gezelschap dat met Hem verbonden is. Dit is niet alleen wat je hier in Efeze leest, maar in al de brieven die Paulus heeft opgetekend, wordt dit naar voren gebracht. Het gebeurt naar het voornemen, in overeenstemming met het voornemen van Hem die het al werkt naar de raad van Zijn wil.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4967" title="Speel af vanaf 01:22:47">▶ 01:22:47⟨/button> ⟨span>Het Onderscheid Tussen Gods Wil en de Raad van Zijn Wil⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat is trouwens een heel belangrijk ding: niet alles wat in de schepping gebeurt, is naar zijn wil. Sterker nog, ik denk dat in deze huidige aeon het meeste wat we zien tegen zijn wil is. Maar in alles werkt Hij naar de raad, de intentie en de bedoeling van zijn wil.⟨/p> ⟨p>Ik hecht er waarde aan om te zeggen dat bijvoorbeeld – het meest klassieke voorbeeld dat de Bijbel zelf daarvoor geeft – Farao zich heel uitdrukkelijk verzette tegen Gods wil, maar niet tegen de raad van Gods wil. In Romeinen 9 bespreekt Paulus de geschiedenis van Farao, wiens hart verhard werd. Hij voert daar een denkbeeldige tegenstander op die zegt: "Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie wederstaat zijn raad?" In de NBG-vertaling en in de Statenvertaling staat hier het woord "wil", maar streep dat maar door; daar hoort "raad" te staan. Dat is een heel ander woord. Hoe ik dat weet? Er is één frase in de Bijbel, in Efeze 1 vers 11, waarin de woorden "raad" en "wil" beide in één uitdrukking gebruikt worden. Net zoals waar we het eerder over hadden bij "tijden" en "gelegenheden", is raad iets anders dan wil. Er staat hier dus: de raad, de bedoeling of de intentie van zijn wil.⟨/p> ⟨p>Gods wil was: "Laat mijn volk gaan." Dat was wat Farao wist. Maar de bedoeling, zijn intentie, was dat Farao zich zou verzetten, zodat Hij door een sterke tegenstander zijn macht zou betonen. Daarvoor moest hij zich wel verzetten tegen Gods wil. Die twee termen zijn gewoon verschillend. De raad heeft te maken met Gods verborgen bedoeling, zijn geheime agenda om het zo te zeggen, terwijl de wil datgene is wat Hij bekendmaakt: dit moet je doen, dit staat je te doen, dit is mijn wil. Dus, heeft Farao Gods wil weerstaan? Jazeker. Heeft hij Gods raad weerstaan? Nee, dat kan namelijk niet.⟨/p> ⟨p>Wat er ook gebeurt, in alles werkt Hij naar de bedoeling van zijn wil. En dat betekent dus dat er bij God nooit iets misgaat. Uiteindelijk gaat van alles dwars tegen Gods wil in, en toch beschikt Hij alles. In de pauze hoorde ik nog een citaat uit Spreuken 16. In vers 9 staat: "De mens overdenkt zijn weg, maar JAHWEH bestuurt zijn gang." De mens wikt – daar is onze term van afgeleid – de mens wikt, maar God beschikt. En in Spreuken 16 vers 4 staat: "JAHWEH maakt alles voor zijn doel, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads." Dat zijn de kaders waarover we in de Schrift spreken. Dat is de God die we kennen, bij wie nooit iets misgaat, die goed en kwaad in zijn hand heeft en die de vijf aeonen in zijn hand houdt. Hij beschikt het. Laten we daar dan mee afsluiten.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5235" title="Speel af vanaf 01:27:15">▶ 01:27:15⟨/button> ⟨span>Een Voorverwachting tot Lof van Zijn Heerlijkheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn heerlijkheid. Ja, weet u, dit is tot lof van Zijn heerlijkheid. Waarom? Het is allemaal van Hem. Er is niets waar we het nu over gehad hebben waar wij enig aandeel in hebben gehad, in die zin dat... ja, we hebben nog aandeel in de zin van dat we tevoren bestemd zijn, maar niet actief. Niet dat wij daar een prestatie voor hebben geleverd. Want alles wat er gepresteerd wordt, ook goede werken, dan zijn dat dingen die Hij tevoren – met dank aan Efeze 2 vers 10 – bereid heeft. Dus alles. Want Hij kiest, Hij bestemt tevoren, Hij roept en Hij rechtvaardigt ook. Dat is trouwens eigenlijk min of meer ontleend aan Romeinen 8 vers 30 en 31. En Hij verheerlijkt ook. Kortom, de hele keten, of je nu achterom kijkt, of je kijkt ver vooruit, of je kijkt in het leven nu: Hij doet het. Alle eer is inderdaad aan Hem. Alles.⟨/p> ⟨p>En dat is precies ook de bedoeling van Hem, dat is waar Hij plezier in heeft: dat het Zijn heerlijkheid is en dat voor een mens alle roem is uitgesloten. Opdat we zouden zijn tot lof van Zijn heerlijkheid, wij die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwd. Dat is echt het laatste, want kijk, heel de schepping... Er staat hier eigenlijk een woord: ⟨em>pro-elpizo⟨/em>. En dat is... ja, ⟨em>pro⟨/em>, weer zo’n voorzetsel, en dat ⟨em>elpizo⟨/em> heeft te maken met hoop of eventueel verwachting. En dus een voor-hoop of een voorverwachting.⟨/p> ⟨p>Het hele idee is dat God hemel en aarde, heel de schepping en alle creatuur, heeft bestemd tot heerlijkheid; in liefde heeft Hij hen tevoren bestemd. Maar wij, ons, de leden van het lichaam nu, dat gezelschap wat nu uitgeroepen wordt, die hebben een eerdere verwachting, een voorverwachting. En dus voordat de rest van de schepping aan bod is, hebben wij al tevoren aan deze dingen deel gekregen. Dus de dingen die wij nu bespreken en waar we het over hebben, dat is eigenlijk in zekere zin prematuur. We zeggen: het is voor de hele schepping pas veel later weggelegd en wij houden ons daar nu al mee bezig. Wij zijn daarom ook eerstelingen, de kopgroep van het peloton om zo te zeggen.⟨/p> ⟨p>Dat zijn de eerstelingen, zoals straks – het duurt nog eventjes – de narcis en dergelijke boven de grond komen. Niet zo lang meer of de sneeuwklokjes komen weer boven de grond en gaan bloeien. Dat zijn de eerstelingen. Is dat een prestatie? Nee, dat gebeurt zo. God laat Zijn licht schijnen en dat komt allemaal vanzelf. Dat zijn de eerstelingen. En daarom ook met recht: een voorrecht. Het valt je ten deel. Ik vind het heerlijk om aan zulke dingen te denken. Dat we zo’n grote God hebben, zo’n geweldige verwachting, en dat wij al een voorverwachting mogen hebben die alles overtreft.⟨/p> ⟨p>Dus ja, dat wilde ik vanavond... ik had het over de voorverwachting, over het geheim van Zijn wil. Dus dat is niet zelden als 'Zijn wil', maar het geheim van Zijn wil is dat wij samengevat worden onder één Hoofd. We zijn in Christus geplaatst en hebben deel aan dat waar Hij toe is bestemd. Amen.⟨/p>