⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik op Daniël 2 en de Tijden Der Natiën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het is de vierde keer dat wij ons gaan bezighouden met het boek Daniël. Inmiddels hebben wij de bespreking van Daniël 2 afgerond en, zoals u ziet, gaan we straks verder met de bespreking van hoofdstuk 7 vers 1. In feite valt deze hele serie uiteen in twee duidelijke delen, omdat het twee verschillende hoofdstukken bespreekt. Het eerste deel hebben we nu afgerond. Ik heb hier verder nog niet kunnen vermelden hoever we precies zullen komen; ik heb dat nog niet precies gepland. Als ik het op het internet zet, kan ik er inmiddels een versienummer bijzetten hoever we gekomen zijn, maar dat durf ik op dit moment nog even niet te zeggen. We zien wel waar het schip strandt, om het zo te zeggen. Dat is overigens een aardige metafoor als we het hebben over beesten die uit de zee komen, want dat is waar Daniël 7 over gaat.⟨/p> ⟨p>U bent het van mij gewend om even terug te blikken. Zoals gezegd hebben we het een drietal avonden over Daniël 2 gehad. In dat hoofdstuk wordt beschreven wat elders in de Bijbel 'de tijden van de heidenen' wordt genoemd, of beter wellicht: de tijden der natiën. Wat zijn die tijden dan wel? Wel, die omspannen de hele periode waarin de troon van JAHWEH — dat is een Bijbelse uitdrukking die staat voor de plaats waar God regeert, namelijk in Jeruzalem — vacant is. Je leest, ik meen van Salomo, dat hij zat op de troon des HEREN te Jeruzalem. De tijden der natiën zijn de tijden waarin die troon in Jeruzalem, waar de Davidische dynastie gezeteld is, onbezet blijft. Ik bedoel daarmee het koningshuis van David, dat een twintigtal koningen heeft gehad. Na de twintigste is er geen koning meer geweest die daar op de troon heeft geregeerd.⟨/p> ⟨p>Weliswaar weten wij allemaal wie daar hoort te zitten en wie de ware Zoon van David is. Juist in deze dagen gaan veel liedjes en gedachten over de langverwachte Zoon van David. Als het daar inderdaad over gaat, dan vind ik het eigenlijk helemaal niet zo verkeerd om daarbij bepaald te worden. Meestal gaat het over heel andere, onbeduidendere dingen, maar laten we het daar verder niet over hebben. In ieder geval, de Zoon van David is er weliswaar, maar waar is Hij? In ieder geval niet in Jeruzalem. Hij is, dat weten we, verborgen daarboven. Het is mooi dat daar ook prachtige typologieën van zijn in de Bijbel waarin dat zo wordt beschreven. In feite vervult Hij nu niet zozeer de functie van koning — ik zeg niet zozeer, maar ik moet eigenlijk zeggen: helemaal niet die van koning — maar wel die van priester. Daar is Hij nu gezeten in het hemelse heiligdom. Feitelijk is dat de inhoud van de hele Hebreeënbrief die daarover gaat.⟨/p> ⟨p>In ieder geval, sinds de dagen van Nebukadnezar, sinds de verwoesting van de tempel en van Jeruzalem, heeft er nooit meer een telg uit het huis van David geregeerd in Jeruzalem, tot op de dag van vandaag. We praten dan inderdaad over — ik noemde de termijn al even in mijn gebed — zo'n pakweg 2500 jaar waarin er geen sprake meer is van een actieve dynastie van David. Daarmee, en dat is natuurlijk het goede nieuws, is de termijn ook bijna voltooid. Want het duurt niet lang meer voordat er daadwerkelijk weer een koning zal regeren in Jeruzalem.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="264" title="Speel af vanaf 04:24">▶ 04:24⟨/button> ⟨span>De Opeenvolgende Wereldrijken Vanuit Babel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>In ieder geval bestrijkt Daniël 2 die hele periode. Dat wordt beschreven aan de hand van de droom die Nebukadnezar ooit heeft gehad en die vervolgens wordt uitgelegd. We hebben de hele voorgeschiedenis daarvan natuurlijk ook al behandeld: die vier opeenvolgende koninkrijken die Nebukadnezar in de droom heeft gezien. Het gouden hoofd, het zilveren borststuk, de koperen lendenen, de ijzeren benen en de voeten met de tenen. Ik moet erbij zeggen dat het laatste deel niet alleen uit ijzer bestaat, maar uit ijzer vermengd met leem.⟨/p> ⟨p>Die vier opeenvolgende koninkrijken hebben elk vanuit Babel geregeerd. Ik zeg wel vier, maar eigenlijk moet ik dat corrigeren. Er hebben tot dusver drie koninkrijken vanuit Babel geregeerd, in afnemende waarde en kwaliteit. Dat heeft ook alles te maken met het goud, het zilver en het koper. De kwaliteit van de heerschappij vanuit Babel werd steeds minder. Maar sindsdien, sinds de dagen van Alexander de Grote, is er helemaal niet meer zoiets geweest als de stad Babylon als wereldcentrum. Althans, er is wel een stad die Babel heet — tegenwoordig heet dat Hillah — maar zonder dat het enige betekenis heeft in de wereldpolitiek. Er wordt niet meer vanuit geregeerd, zoals dat wel het geval was in het Babylonische Rijk.⟨/p> ⟨p>Ik zeg 'uiteraard', want het Babylonische Rijk was een rijk dat in Babel begon en daar ook zijn hoofdzetel had. Dat was in de dagen van Nebukadnezar. Voor de goede orde: in feite was dat ook weer een herstel van wat er ooit al was geweest. Want de eerste stad van betekenis in deze aioon was Babylon, of Babel zo u wilt. Dan praten we over de periode vlak na de zondvloed.⟨/p> ⟨p>Na het Babylonische Rijk, waarvan Nebukadnezar de eerste en ook de belangrijkste koning was, kreeg je het Medo-Perzische Rijk, dat begon met Kores. Daarna kwam het Griekse Rijk. Ik moet overigens zeggen dat in het Medo-Perzische Rijk Babel al niet eens meer dé hoofdstad was. Vervolgens kreeg je het Griekse Rijk onder leiding van Alexander de Grote. Het eerste wat hij deed toen hij Babylon bereikte, was het tot hoofdstad van zijn rijk verklaren. Hij was nog maar drieëndertig jaar oud en had in een gigantische spurt de wereld veroverd — waar het boek Daniël, in hoofdstuk 8, trouwens ook over gaat. Na die veroveringstocht kwam hij in Babylon en verklaarde het tot de hoofdstad van zijn rijk. Maar wat gebeurde er? Hij kreeg een griepje, althans dat is het verhaal. Er zijn ook andere versies, maar in ieder geval stierf Alexander de Grote daar op uiterst jonge leeftijd. Daarna viel zijn rijk uiteen in vier delen. Daar gaan we het straks denk ik ook nog wel even over hebben.⟨/p> ⟨p>Daarna krijg je nog een rijk, en daarover is nogal wat misverstand. Men zegt dan dat je na het Griekse Rijk het Romeinse Rijk hebt gekregen. Dat klopt, en feitelijk zijn er daarna nog wel meer wereldrijken geweest, een beetje afhankelijk van hoe je rekent en van waaruit. Maar er is geen rijk meer geweest dat Babylon als zetel had van waaruit geregeerd werd. Wij weten echter, met name vanuit het boek Openbaring, dat het laatste wereldrijk geregeerd zal worden vanuit de grote stad Babylon. Dat staat er heel letterlijk. Dat beest met die tien hoorns, die tien koningen — die statenbond wordt geregeerd door een hoer, om even in de beeldspraak van Openbaring 17 te blijven. Die stad en die hoer zijn een uitbeelding van de stad Babylon.⟨/p> ⟨p>Met andere woorden: je hebt een aantal wereldrijken gehad met Babylon als zetel, en zo eindigt het ook weer. Het laatste wereldrijk van de menselijke reeks in de 'tijden van de natiën' zal opnieuw een rijk zijn met Babylon als hoofdstad. Want daarna zijn die tijden voorbij en zal de troon van JAHWEH alsnog bezet worden in Jeruzalem, voor eens en altijd. Dat is het definitieve, echte vijfde koninkrijk. Zo heb je inderdaad een reeks van vier koninkrijken die opeenvolgend zijn. Ik moet er wel bij zeggen dat er een gigantisch gat zit, een enorme kloof, tussen dat derde en dat vierde rijk. In die tussentijd heeft Babylon helemaal geen betekenis, maar dat moet volgens de Bijbelse profetie gaan veranderen.⟨/p> ⟨p>De vorige keer heb ik me er geloof ik al even voor verontschuldigd dat daar op dit moment eigenlijk nog niets van zichtbaar is. Maar luister, we bestuderen de Schrift en aan de hand van de Schrift bezien we de actualiteit, niet omgekeerd. We gaan de Bijbel niet uitleggen aan de hand van de actualiteit. Want dan zou je natuurlijk altijd kunnen zeggen: 'Zouden er geen andere steden in aanmerking kunnen komen voor Babylon?' Ik kan nog wel een paar kandidaten noemen die heel plausibel lijken. Wat dacht u van die gigantische stad die ze momenteel gaan bouwen daar in het zuiden bij de Rode Zee? NEOM. Je zou zeggen dat dit echt Babylonische trekjes heeft. Dat project heet ook nog 'Vision 2030', dus ga maar na. Maar toch, als ik de Bijbel mag geloven — en dat doen we — dan is dat niet Babylon. Nee.⟨/p> ⟨p>Wellicht dat we het binnenkort gaan zien. Dat weet ik niet, maar ik denk het eerlijk gezegd wel. Als de termijn inderdaad ten einde loopt, dan moet het ook zo zijn dat Babylon zich weer gaat aandienen. 'Some way, somehow'. Hoe? Geen idee. Nou ja, ik heb eigenlijk wel een idee, maar daar gaan we het nu niet over hebben. Want nogmaals, we doen Bijbelstudie.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="710" title="Speel af vanaf 11:50">▶ 11:50⟨/button> ⟨span>Babylon als Toekomstig Financieel Centrum⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En het meest uitgebreid wordt in Daniël 2 natuurlijk dat laatste rijk beschreven, dat ijzeren-lemen rijk. Dat bestaat uit twee elementen die gemengd zijn, maar ze hechten niet; dat is wat nogal benadrukt wordt. Dat is aan de ene kant ijzer en aan de andere kant pottenbakkersleem. Ik heb de vorige keer ook betoogd – en helaas is een deel van dat betoog toen weggevallen omdat die opname niet goed ging met de geluidsopname, precies het deel waarin ik dat toelichtte – maar aan de hand van de Bijbelse profetie, met name Jeremia, heb ik laten zien dat pottenbakkersleem inderdaad een uitbeelding is van het huis van Israël. "Zoals klei in de hand van de pottenbakker, zo bent u in mijn hand," zegt de Heer tegen Israël. Zoiets staat er in Jeremia 18.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, in dat laatste rijk zal Babylon weer de grote stad zijn. En vooral – ik noem het het nieuwe of het laatste Wall Street – het zal het financieel-economische centrum van de wereld zijn. Zo wordt het in Openbaring beschreven, en ook elders in de profetie. Ik heb al verwezen naar Zacharia 5, waar we woorden van gelijke strekking vinden: dat in de vlakte van Sinear – dat is trouwens een hele duidelijke geografische aanduiding – de stad Babylon daadwerkelijk gebouwd zal worden. Niet daar ergens in de zuidpunt van Saoedi-Arabië of waar dan ook, maar gewoon echt daar in die uiterst vruchtbare Eufraatvallei. Het wordt beschreven als met name een financieel handelscentrum.⟨/p> ⟨p>En het wordt ook, en dat is heel apart, weer Joods gedomineerd. De stad Babylon mag dan weliswaar daar in Irak liggen, in de Arabische wereld, maar het wordt juist beschreven als een Joodse stad, door de Joden gedomineerd. Het zal wel geen toeval zijn, maar ik heb juist de laatste weken nogal wat gelezen over geld en over de financiële wereld, en toen werd ik opnieuw bepaald bij iets wat ik al wist. Het is natuurlijk algemeen bekend en de Joden zijn erom berucht dat ze zo’n onevenredige rol spelen in de hele financiële wereld. Dat is al van oudsher zo en dat heeft allerlei redenen, omdat ze vroeger geen land mochten bezitten en eigenlijk wel verplicht waren om in de handel te gaan.⟨/p> ⟨p>Maar even los daarvan bleek ook dat Wall Street voor het grootste gedeelte inderdaad in Joodse handen is. Toen kwam ik namen tegen waarvan ik helemaal niet eens wist dat ze Joods waren. Kijk, van de Rothschilds weten we het allemaal, dat is een Joodse familie. Maar ik kwam bijvoorbeeld ook tegen dat Lehman – je weet wel, van de Lehman Brothers uit 2008 – een Joodse familie was. In de 19e eeuw kwamen ze vanuit Beieren; ze heetten eigenlijk Meijer. Ik vind het toch even leuk om dat tussendoor te vermelden, want Meijer is een Joodse naam die ook in de Joodse wereld erg bekend is. In het Hebreeuws heet het dan Meir. Je had natuurlijk een premier van Israël die zo heette: Golda Meir. Maar Meir betekent eigenlijk 'huurder' of 'rentmeester' of woorden van gelijke strekking. En als je dat naar het Engels vertaalt, ging de familie Meijer zich Lehman noemen. Dat heeft iets met 'lemen' te maken, maar laten we het nou niet mooier maken dan het is: Lehman betekent inderdaad ook huurder. Kijk het maar even na.⟨/p> ⟨p>Toen kwam ik de naam Goldman Sachs tegen, dat is een Joodse naam, en Peter Schiff. Hebben jullie die hele kwestie van vorig jaar nog gevolgd rondom Sam Bankman-Fried? De hele cryptohandel en Gary Gensler. Ik noem ook maar wat namen, maar het is voor een groot gedeelte allemaal inderdaad Joods kapitaal. Je kunt je dus voorstellen dat als de financiële wereld zich om een reden die ons tot dusver niet bekend is, gaat verschuiven naar de vlakte van Sinear, dat dit dan ook weer inderdaad Joods gedomineerd zal zijn. Dat is niet zo verbazingwekkend; dat is eigenlijk heel logisch ook. Dat is precies wat de Bijbel inderdaad zegt. In die zin staat Babylon als de hoer dan ook inderdaad tegenover de bruid, Jeruzalem.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1072" title="Speel af vanaf 17:52">▶ 17:52⟨/button> ⟨span>De Historische Context: het Rijk van Belsassar⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Inderdaad even de terugblik. We zijn inmiddels vijf minuten verder, maar goed. In het eerste jaar staat er dan — want we gaan nu dan toch echt naar Daniël 7 toe — in het eerste jaar van Belsassar, koning van Babel. Kijk, we hebben ondertussen een enorme sprong in de tijd gemaakt. Want in Daniël 2, ik heb er al bij een eerdere gelegenheid op gewezen, was Daniël nog een hele jonge man geweest. Misschien net in de twintig of zo. Hij was daar met zijn vrienden en het was het neusje van de zalm wat daar allemaal opgeleid werd en in de wijsheid van Babel werd grootgebracht. Toen kreeg Nebukadnezar die droom en was het Daniël die van Godswege bekend kon maken wat de betekenis daarvan was. Dat was een droom van Nebukadnezar, jawel.⟨/p> ⟨p>En nu zijn we inmiddels in het eerste jaar van Belsassar, de koning van Babel. Maar weet u, dat is pakweg zeventig jaar verder. Want die eerste droom was toen Daniël daar net was; dat is waarschijnlijk zelfs nog even voor de verwoesting van de stad Jeruzalem geweest. Maar u weet, de stad Jeruzalem is zeventig jaar lang verwoest geweest. Daarna, in het eerste jaar van Kores, werd het werk weer hersteld. Daniël 2 is aan het begin van die periode, maar nu, in Daniël 7, zijn we aan het einde van die periode. Vlak voordat Jeruzalem weer herbouwd zou worden en vlak voordat Kores op het toneel zou komen. Gaan we na, want deze Belsassar is de kleinzoon van Nebukadnezar. Er is soms wat onenigheid over of dat biologisch ook helemaal zuiver klopt, maar in ieder geval fungeerde hij als kleinzoon en erfgenaam.⟨/p> ⟨p>Dat lees je trouwens al in hoofdstuk 5 vers 2. Daar lees je dat het de zoon was van Nebukadnezar, maar in werkelijkheid zat er nog een generatie tussen. Dat lees je dan weer in Jeremia 27 vers 7, dat het een kleinzoon was. Hij was de laatste koning van het Babylonische Rijk. En weet je wat ik nou zo grappig vind? Ik heb me daar vanwege deze hele bijbelstudie en dit onderwerp nog eens in verdiept. Wat bleek? Juist deze Belsassar is nogal het voorwerp geweest van bijbelcritici. Die hebben lange tijd gezegd dat Belsassar nooit heeft bestaan, omdat er geen enkele archeologische aanwijzing voor zijn bestaan was. Ik denk dan: het loutere feit dat ergens geen bewijs voor is, is op zich nog geen bewijs van het tegendeel. 'The absence of evidence is not the evidence of absence.' Zoiets is het in het Engels; een spreekwoord dat dit fenomeen beschrijft. Het loutere feit dat er geen archeologische aanwijzing voor was, bewijst dus niet dat hij er nooit is geweest. Het betekent gewoon dat we onvoldoende gegevens hadden. That's it.⟨/p> ⟨p>Zijn bestaan werd uiteindelijk ontdekt. Ik heb het verhaal erover gelezen, dat is alweer een hele tijd terug. In 1854 kwamen gerenommeerde mensen op het spoor van kleitabletten. Toen bleek de naam van Belsassar en ook wie hij was: inderdaad de kleinzoon van Nebukadnezar en dat hij wel degelijk co-regent is geweest in Babylon. Hij was daadwerkelijk de laatste. In de Bijbel stond dat natuurlijk allang beschreven, alleen buitenbijbelse gegevens waren er niet om dat te bevestigen. En toen ze eenmaal een paar scherven hadden gevonden waar dat ook op stond, toen ineens was het waar. Wat eigenlijk natuurlijk een tamelijke kronkel is, als je het mij vraagt. Als het gewoon zwart-op-wit in de Schrift staat, dan wordt het op voorhand betwijfeld, en het is pas waar als ze een of ander gegeven, een scherf of een tabletje vinden. In dit geval in Ur, waar Abraham ooit vandaan kwam. Daar vonden ze daadwerkelijk de archeologische bevestiging van deze Belsassar.⟨/p> ⟨p>Hij is vooral bekend, niet zozeer vanwege deze droom — want het loutere feit dat hij hier genoemd wordt is eigenlijk alleen om aan te geven in welke periode we deze geschiedenis moeten plaatsen — maar hij is vooral bekend vanwege het feest dat hij ooit heeft aangericht. Dat was in het derde jaar van zijn regering. Dit was in het eerste jaar, maar al eerder wordt eigenlijk zijn einde aangekondigd. Hij had een feest aangericht in Babel en toen heeft hij zelfs al het gerei uit de tempel genomen. De gouden bekers en dergelijke vertegenwoordigden een gigantische rijkdom, en die had hij genomen om zijn feest mee op te luisteren. Een heel decadent feest. Bij die gelegenheid lees je over dat beroemde teken aan de wand. Het is nog steeds een uitdrukking: een teken aan de wand.⟨/p> ⟨p>Toen waren de woorden te lezen in het Aramees: Mene, mene, tekel, ufarsin. Het was 'geteld, gewogen en te licht bevonden'. Dat zegt mijn weegschaal nooit hoor, maar dat stond daar toen opgetekend. Eigenlijk twee bekende spreuken: 'een teken aan de wand' en 'geteld, gewogen en te licht bevonden'. In diezelfde nacht nog werd Belsassar gedood en dat was feitelijk het einde van het Babylonische Rijk. Daarna lees je dat Darius de Meder koning wordt in Babel. Dat is ook het eerste jaar van Kores de Pers. Daar wordt in Daniël 9 weer over geschreven; dat is allemaal vlak achter elkaar geweest.⟨/p> ⟨p>Inmiddels was Daniël dus al een stokoude man. Je leest trouwens in hoofdstuk 8 vers 1 — we zijn nu in 7 vers 1 — ook over een droom die Daniël heeft over een ram en een geitenbok. Dat was in het derde jaar van koning Belsassar. U ziet trouwens dat de hoofdstukindeling niet de chronologie volgt. De hoofdstukken worden op een andere manier ingedeeld, niet zozeer qua tijdlijn maar thematisch gegroepeerd. Dat betekent dat de droom die Daniël in hoofdstuk 7 verhaalt, in het eerste jaar van Belsassar, tegen het einde van het Babylonische Rijk is en vlak voorafgaand aan de herbouw van de tempel onder leiding van Kores.⟨/p> ⟨p>Over Darius de Meder las ik trouwens — dat staat waarschijnlijk in het begin van hoofdstuk 6 — dat hij 62 jaar was toen hij koning werd in Babel. Dat viel me op, want dat is mijn leeftijd nu ook, dus dat ga ik nooit meer vergeten. Hij was officieel koning van Babel. Hij was co-regent met zijn vader, de zoon van Nebukadnezar, die Nabonidus heette. Die naam komen we in de Bijbel bij mijn weten niet tegen, maar hij was daar de zoon van. Nabonidus was al jarenlang weg. Officieel was hij koning van Babel, maar in de praktijk was het diens zoon Belsassar die regeerde. Niet 'dé' koning van Babel, zoals de NBG zegt, maar gewoon 'koning van Babel'. U ziet dat trouwens ook in de interlineair: er staat geen bepaald lidwoord. Waarvan akte. Oké, in het eerste jaar van Belsassar, koning van Babel, zag Daniël een droom en gezichten die hem op zijn legerstede, zijn bed, voor ogen kwamen. Ja, nu zag Daniël een droom.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1699" title="Speel af vanaf 28:19">▶ 28:19⟨/button> ⟨span>De Twintig Dromen in de Bijbel⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik had het onlangs nog met Gerard over onderwerpen die nog allemaal te bespreken waren. Toen gaf hij vanmorgen nog een heel lijstje van onderwerpen die eigenlijk noch door jou, noch door mij ooit zijn aangeroerd of echt besproken. En vanmiddag kwam ik er weer een heel lijstje tegen, want wist u dat de Bijbel een twintigtal dromen verhaalt? Niet dat er niet vaker gedroomd wordt natuurlijk, maar twintig keer wordt de inhoud van een droom verteld, waarbij het ook zonder uitzondering telkens een betekenis heeft.⟨/p> ⟨p>Ik moet erbij zeggen: twintig dromen verhaalt de Bijbel. Niet per se gezichten; een visioen is niet helemaal hetzelfde. Kijk, een droom is een visioen, je ziet dan beelden. Maar omgekeerd is dat niet per se waar als je een gezicht ziet — een visioen bedoel ik dus. Ik zie nu ook twintig gezichten natuurlijk, u ziet nu ook mijn gezicht, maar zo bedoel ik het niet. Een visioen kun je namelijk ook hebben terwijl je gewoon in waaktoestand bent. Je leest van Petrus dat hij dat laken zag; dat was een visioen. En trouwens, de verheerlijking op de berg was ook een visioen, het was geen droom. Dus in feite zou je kunnen zeggen: een droom is wel altijd een visioen, maar een visioen hoeft niet altijd een droom te zijn. Zoals een mus wel een vogel is, maar een vogel hoeft niet altijd een mus te zijn.⟨/p> ⟨p>Ik zal ze even kort noemen, we gaan ze nu niet allemaal bespreken. De eerste vinden we in Genesis 20 vers 3 bij Abraham. Dan de droom van Jakob in Bethel, en van Jakob lees je in Genesis 31 nog een keer over een droom bij Laban. En Jozef natuurlijk, de meesterdromer, die een paar keer gedroomd heeft. Verder de dromen van de schenker en de bakker, en van de farao, die tot twee keer toe een droom droomde. Het is opmerkelijk: een tiental dromen die inhoudelijk allemaal beschreven worden, stuk voor stuk in het boek Genesis. Dan heb je ook nog die droom die Gideon hoorde — hij had hem niet zelf, maar hoorde hem van een man. Salomo, die een droom droomde. En als we het hebben over het boek Daniël: Nebukadnezar, die zelf later ook nog weer een droom heeft over die grote boom. Dat is dan de vijftiende droom. Vervolgens komen we in het Nieuwe Testament en dan is het Jozef. Dat was de meesterdromer van het Oude Testament, maar ook in het Nieuwe Testament droomt een Jozef herhaaldelijk. Dat is een andere Jozef, dat klopt, maar toch, hij heet ook Jozef. En de magiërs droomden. Daarna weer Jozef die droomde, en nog een keertje Jozef die droomde. Over een meesterdromer gesproken! En dan lees je nog één keer, dat is de laatste, over de vrouw van Pilatus, die een hele vreemde, nare droom heeft gehad over die man die Pilatus zojuist onder ogen had gehad en over wie dat hele proces ging.⟨/p> ⟨p>Twintig dromen. Dit is een onderwerp waar we zeker nog eens een keertje op terugkomen. Dat is een groot seizoen; daar kun je misschien wel een paar seizoenen aan gaan wijden. Twintig dromen... ik zat te denken: heeft het misschien ook iets te maken met de twintig eeuwen? Met verborgenheid? Ik zit maar hardop te denken. Maar goed, Daniël had dus een droom en gezichten. Hij zag allerlei dingen op zijn legerstede, op zijn bed; die kwamen hem voor ogen. Hij ziet vooral dingen. Hij hoorde ook dingen, maar hij zag vooral beelden. En toen schreef hij die droom op, wat heel verstandig van hem is geweest. In het algemeen geldt dat als je een droom wilt bewaren, je hem echt meteen moet opschrijven, want anders ben je hem zo weer kwijt, zelfs al na één of twee minuten. Dat is heel merkwaardig met dromen. Maar goed, laten we het niet teveel psychologiseren. Hij droomt dit en hij heeft ongetwijfeld meteen vanaf het begin onderkend hoe belangwekkend het was wat hij in de nacht gezien had op zijn bed. Zo kon hij er later ook van vertellen, zoals we in vers 2 lezen.⟨/p> ⟨p>Daar staat: "Begin van het bericht". U ziet het, ik lees uit de NBG-vertaling en af en toe, als ik de tekst cursief druk of weergeef, geef ik daarmee aan dat ik wat afwijk van de tekst, maar dat licht ik dan ook toe. "Begin van het bericht" — andere vertalingen zeggen "de hoofdsom van de woorden". Het idee is dat het woordje dat vertaald is met "begin van", in het Hebreeuws hetzelfde is als waarmee de Bijbel begint: met Bereshit. Dat heeft te maken met resh en met rosh, en dat is het hoofd. Het leven begint ook bij het hoofd, dat is logisch, dat is het begin. In de Bijbel is het woord "hoofd" inderdaad een aanduiding van het begin, maar ook de hoofdsom, de samenvatting van de woorden. Het is dus Daniël die de dingen heeft samengevat in deze woorden. Dat is een wat letterlijke weergave.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2068" title="Speel af vanaf 34:28">▶ 34:28⟨/button> ⟨span>De Vier Winden Des Hemels en de Volkerenzee⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daniël hief aan en hij zei: "Ik had in de nacht een gezicht en zie, de vier winden des hemels brachten de grote zee in beroering." De vier winden, dat ligt nogal voor de hand; dan moeten we denken aan de vier windrichtingen, namelijk noord, oost, zuid en west. Je leest in Openbaring 7 een soortgelijke uitdrukking, alleen worden daar de vier winden der aarde genoemd. Dat is aan de ene kant eigenaardig, maar aan de andere kant ook niet zo heel vreemd, want die winden bestrijken de aarde en de hemel begint direct boven de aarde. Het is maar net hoe je het zeggen wil en hoe je het hebben wil.⟨/p> ⟨p>Toch denk ik dat hier nog iets meer aan de hand is, omdat het specifiek de "vier winden van de hemel" genoemd wordt. Het heeft ook te maken met het feit dat het woord voor wind in het Hebreeuws – en trouwens in het Grieks ook – exact hetzelfde woord is dat ook gebruikt wordt voor geest. Dat vinden wij misschien vreemd omdat wij daar twee verschillende begrippen voor hebben, maar in het Hebreeuws is dat één en hetzelfde: ⟨em>ruach⟨/em>. Het hangt dus eigenlijk van de context af hoe het wordt weergegeven.⟨/p> ⟨p>Er staat bijvoorbeeld in Genesis 1 vers 2: "En de geest Gods zweefde over de wateren." Daar staat de ⟨em>Ruach⟨/em> van God, ⟨em>Ruach Elohim⟨/em>. Maar is dat de geest of is dat de wind? Zeg het maar. Voor ons is dat een probleem, maar voor een Hebreeër is het geen punt, want het is namelijk exact hetzelfde woord. In feite is de hele gedachte bij "geest" ook dat het iets is wat je eventueel wel kunt horen, maar niet kunt zien. Het is onzienlijk. Dat lees je ook bij de Heer Jezus, die zegt van de wind dat je zijn geluid hoort en het effect ziet van wat hij doet, maar je ziet hem niet.⟨/p> ⟨p>Ik bedoel, we hadden het net over windstormen, hoe heette die ene ook alweer? Pia. Ze zijn hier altijd vrouwelijk, die stormen. Laten we dat nou niet gaan psychologiseren, maar het heeft in ieder geval een persoonsaanduiding. Je ziet het effect ervan en je hoort de geluiden, maar de wind zelf zie je niet. En dat is ook wel apart in dit verband, want wind staat in feite voor geestelijke invloeden vanuit de hemel. Achter de schermen hier op aarde, in alles wat er in de volkerenwereld speelt, zijn er zoveel invloeden waarvan we niet weten waar ze eigenlijk vandaan komen. Je ziet de effecten wel, maar hoe wordt dat genoemd in Efeze 2? Daar gaat het over de overste van de macht der lucht, de geest die nu werkzaam is. Dat is de sfeer waarin we leven; er zijn allerlei invloeden, gedachtegangen en "wind van leer" – dat is Efeze 4 trouwens. Dat zijn dingen die mensen in beweging zetten en in beroering brengen. Het zijn geesten.⟨/p> ⟨p>Ik denk dat dit hier ook niet zonder betekenis is. Natuurlijk kun je gewoon aan atmosferische winden denken, maar Daniël ziet een droom. In een droom ziet hij dingen die een symbolische uitbeelding hebben. Hij ziet de zee die wild is en in beweging wordt gebracht, een hevige golfslag. Het gaat hier niet om een letterlijke zee, maar om een figuurlijke zee en over machten die daaruit voortkomen. Die worden beïnvloed door geesten die vanuit de hemel, achter de schermen zeg maar, de zee beroeren.⟨/p> ⟨p>Beroeren vind ik wel een mooi woord. Roeren, ontroeren, geroerd... Alles wordt in beweging gezet en je wordt er soms ook "beroerd" van. Dat is wat er staat: ze brachten de grote zee in beroering. Men heeft wel gedacht dat de "Grote Zee" in de Bijbel een aanduiding is van de Middellandse Zee, wat voor een Hebreeër een vrij voor de hand liggende gedachte is. Men kent immers de Zee van Tiberias en de Dode Zee, en de Grote Zee was dan de Middellandse Zee. Maar goed, dat hoeft niet per se. In ieder geval is de zee in de Bijbel een type van de volkerenwereld. Wij spreken ook wel over de "volkerenzee", een prachtige aanduiding die precies aangeeft dat het allemaal onstuimig is, voortdurend in beroering en met een hevige golfslag. Als je daar niet veilig in navigeert, dan ga je gewoon te pletter.⟨/p> ⟨p>In de Bijbel staat de zee bovendien dikwijls tegenover het land, waarbij het land dan voor Israël staat, al hangt dat een beetje van de context af. In Openbaring 17 wordt dat ook expliciet zo gezegd. Wanneer Johannes uitleg krijgt over dat wat hij gezien had – over die hoer en dat beest met die tien hoorns, waar we het later dit seizoen zeker nog over gaan hebben – dan zegt de engel die hem tekst en uitleg geeft: "De wateren die gij zaagt, waarop de hoer gezeten is, dat zijn natiën en menigten en volkeren en talen." Kortom, zij zat op dat beest met die tien hoorns, maar in werkelijkheid was de invloed en de heerschappij wereldwijd. De wateren waren een uitbeelding van die wereldwijde dominantie.⟨/p> ⟨p>De grootmachten waar we het straks over gaan hebben, de beesten die uit de zee opkomen, komen altijd voort uit de beroeringen in de volkerenzee. In feite is elke wereldmacht een product van conflicten die daaraan voorafgegaan zijn: een militaire strijd waardoor weer nieuwe machtsverhoudingen en machtsblokken ontstaan. Zo gaat dat met de grote wereldrijken. En dat is wat we hier zien: de grote zee werd in beroering gebracht door de vier winden des hemels.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2578" title="Speel af vanaf 42:58">▶ 42:58⟨/button> ⟨span>Vier Monsterachtige Dieren Stijgen op uit de Zee⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er: "En vier grote dieren stegen uit de zee op, het ene verschillend van het andere." Het wordt hier vertaald met "groot", grote dieren, maar in de Concordant Version lees je "monstrous", dus monsterachtige dieren. Elders wordt ditzelfde woord in de Concordant Version weergegeven als "immense". Het was dus zeer... je zou eigenlijk moeten zeggen: zeer groot. In het Hebreeuws of in het Aramees staat er eigenlijk "dubbel veel". Het is dus niet zomaar "veel", maar het is "veel, veel". En die dieren, dat zijn elk... dat zou later blijken... maar het zijn geen tamme dieren.⟨/p> ⟨p>In hoofdstuk 8 is dat wel het geval; daar worden ze beschreven als een ram — dus een mannelijk schaap — en een geitenbok. Maar dat zijn tamme dieren. Wat hier in Daniël 7 gezien wordt, dat zijn wilde dieren, wilde beesten. Zoals gezegd spreekt de Concordant Version in dit geval van monsterachtige dieren. Nou, dat blijkt ook wel uit de beschrijving. Het idee is niet zozeer dat ze lelijk zijn en eng, maar dat ze immens groot zijn. Daniël ziet daar gigantische dieren uit de zee, die onstuimige zee, opstijgen. En ze zijn elk verschillend van elkaar.⟨/p> ⟨p>Ze stegen uit de zee op, en later zullen we zien — ik zal het dan ook nog wat beter toelichten — waar je in eerste instantie terechtkomt als je uit de zee opstijgt. Dan kom je aan het land, en dat blijkt ook, want zo staat het in ditzelfde hoofdstuk in vers 17: dat ze dan uit het land komen. Dat is geen tegenstelling; het betekent gewoon dat ze vanuit de zee vervolgens op het land terechtkomen.⟨/p> ⟨p>Oké, laten we eens lezen wat Johannes dan allemaal opmerkt. Ik moet er even bij zeggen — dat is misschien wel zo goed — dat ik het een beetje lastig vond om dit in de juiste orde te vertellen. De eerste drie beesten die beschreven worden, worden verder namelijk niet toegelicht. Vervolgens wordt het laatste beest wel weer uitdrukkelijk beschreven en ook toegelicht: wat die horens beduiden en hoe dat zal gaan.⟨/p> ⟨p>Aanvankelijk had ik in de aankondiging gezegd dat we eerst een vergelijkend onderzoek zouden doen om te kijken of we Daniël 2 en Daniël 7 kunnen vergelijken. Maar bij nader inzicht ben ik nu van die aanpak afgeweken. Anders moet ik namelijk allerlei conclusies van tevoren al gaan trekken. Laten we gewoon vers voor vers erdoorheen gaan, dan zullen we vanzelf wel zien wat we tegenkomen. Vandaar deze aanpak.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2788" title="Speel af vanaf 46:28">▶ 46:28⟨/button> ⟨span>De Vrouwelijke Grondtekst en de Oosterse Leesrichting⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dit is trouwens ook meteen een dingetje, want er staat dat het eerste dier geleek op een leeuw en zij had adelaarsvleugels. Als u een Concordant Version hebt, dan staat daar dat het oostelijke geleek op een leeuw. Hoe zit dat nou met die vertaling? Laten we dat even toelichten. Het Aramees is overigens heel nauw verwant aan het Hebraeus. Dat heeft niet alleen te maken met het schrift, maar ook met allerlei werkwoorden; het is heel duidelijk aan elkaar gelinkt. Dat zie je hier ook.⟨/p> ⟨p>Bij een eerdere gelegenheid heb ik verteld dat, hoewel het Oude Testament nagenoeg geheel in het Hebraeus is overgeleverd en opgetekend, er een paar uitzonderingen zijn. Dat is met name in het boek Daniël. Daniël 2 tot en met 7 is weliswaar door Daniël opgetekend, maar in het Aramees. Niet in het Hebreeuws, de taal van Israël, maar in de taal van het Chaldeeuws, van het rijk waarin hij zich bevond. Het is dus eigenlijk in een heidense taal opgetekend. Zoals ik toen ook al opmerkte, is dat niet voor niets. Het is omdat hij het juist in dat gedeelte heeft over de dingen die verband houden met de volkerenwereld; die tekent hij op in de heidense taal. Zodra hij in hoofdstuk 8 weer specifiek over de relatie met Israël gaat spreken, keert hij terug naar het Hebreeuwse schrift en de Hebreeuwse taal.⟨/p> ⟨p>Maar goed, even terug naar dat woordje wat hier gebruikt wordt. Het Aramese woord voor 'eerste' is afgeleid van kedem, wat letterlijk — als je het helemaal elementair bekijkt — 'voorafgaand' betekent. In het Hebreeuws is dat een soortgelijk woord, vrijwel identiek. Ook in het huidige moderne Ivriet is dat trouwens nog zo. Als ik me niet vergis, is kedem ook in het Ivriet de aanduiding voor het oosten. Ik heb zelf ooit een paar jaar Ivriet geleerd en ik meen me te herinneren dat dit het punt was. In het Bijbels-Hebreeuws is kedem inderdaad het oosten, waar het letterlijk 'voorafgaand' betekent.⟨/p> ⟨p>Ik zeg dit niet om het complex te maken, maar juist om te verklaren waarom de dingen zijn zoals ze zijn. 'Oostelijk' is waar alles begint; de dag begint in het oosten, daar komt de zon op. Vandaar dat men in het Hebreeuws eigenlijk denkt van oost naar west, oftewel van rechts naar links. Om die windrichtingen er weer even bij te halen: dan heb je boven het noorden en onder het zuiden, maar dan heb je dus rechts het oosten en links het westen. Het Hebreeuws leest inderdaad van oost naar west, van rechts naar links. Vandaar dat u begrijpt dat als het hier begint, dat woord ook 'voorafgaand' betekent: het eerste, het begin, datgene wat aan alles voorafgaat.⟨/p> ⟨p>Dat kan dus in ruimtelijke zin worden opgevat. Wat Daniël ziet, is inderdaad een reeks van rechts naar links, of van oost naar west. Er is nog een andere uitleg aan gekoppeld, namelijk dat het te maken zou hebben met wereldreligies die van oost naar west trekken, maar daar kom ik later nog over te spreken; dat parkeer ik hier even. Ik noem het alleen omdat de vertaling in de Concordant Version hier zegt: 'het oostelijke geleek op een leeuw'. In de praktijk maakt het in feite niet uit, want het Hebreeuws rekent sowieso van oost naar west, en dus is oost inderdaad het eerst. Hij ziet een viertal dieren en rekent van oost naar west.⟨/p> ⟨p>Laat ik als laatste opmerking, voordat we gaan pauzeren, nog dit zeggen. In feite is de gedachte deze: in Daniël 2 ziet Nebukadnezar dat beeld en dan wordt er gerekend van boven naar beneden, van top tot teen. In de droom van Daniël 7, die Daniël zelf heeft, is het beeld horizontaal in plaats van verticaal. Er wordt gerekend van oost naar west. Dat verklaart de beeldspraak en de woordenschat. Of hier nu 'oostelijke' of 'eerste' staat, beide kan in het Hebraeus en in het Aramees, en in de praktijk maakt het ook geen verschil. Goed, wat hij dan als eerste, of als meest oostelijke ziet... laten we daar na de pauze eens op doorgaan.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3169" title="Speel af vanaf 52:49">▶ 52:49⟨/button> ⟨span>Het Eerste Dier: de Leeuwin en het Mensenhart⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En wij gaan verder met Daniël 7. We waren nog niet eens zo heel erg ver gekomen, maar dat maakt niet uit. We waren bij vers 4 begonnen met feitelijk de beschrijving van wat Daniël daadwerkelijk uit de zee zag opkomen. Het eerste, of het voorste, of het oostelijke, dat geleek op een leeuw en zij had adelaarsvleugels. Dat het een leeuw was... ja, dat wordt in de Bijbel beschreven. Het is bekend, in de Bijbel is dat de gedachte, maar in het algemeen is dat ook een bekend beeld van de koning der dieren.⟨/p> ⟨p>En in die zin ligt de connectie met Daniël 2 zo voor het oprapen. Want Nebukadnezar werd met zijn koninkrijk voorgesteld als het hoofd, en hij werd zelfs genoemd: koning der koningen. Dus als er één koning is, dan was hij het wel. Hij was niet degene die alle koningen wegvaagde zodat hij als enige overbleef; nee, hij was van alle koningen de koning. Dat is wat die uitdrukking betekent. En dat dat eerste dier dan ook daadwerkelijk hier in dit geval vergeleken wordt met een leeuw, hoeft dan ook niet te verbazen. In de loop van de bespreking zal vanzelf ook duidelijk worden waarom ik het uitleg zoals ik het uitleg. Dat wil zeggen: ik leg Daniël 2 en Daniël 7 naast elkaar. Daniël 7 is zeker niet zomaar een herhaling van Daniël 2, want dan zou het niets toevoegen, maar het loopt wel parallel. Het zijn vier koninkrijken die in beide hoofdstukken beschreven worden, waarbij het laatste koninkrijk, het vijfde, inderdaad de vier voorgaande volledig vervangt. En dat is het Koninkrijk van Jezus Christus. In die uitleg zullen we, denk ik, alleen maar bevestigd worden, en als de tekst daar aanleiding toe geeft, dan zal ik dat vanzelf nog wel wat nader motiveren.⟨/p> ⟨p>Het tweede wat er van dat beest of van dat wilde dier gezegd wordt, is: het geleek op een leeuw en zij had adelaarsvleugels. Eerst al eventjes dit: de vrouwelijke vorm, die heb ik hier ook gecursiveerd, omdat die namelijk niet overeenkomt met de lezing die u aantreft in de NBG of de Statenvertaling. Volgens mij zeggen alle gangbare vertalingen 'hij'. En dat is... ja, je kunt het net zo complex maken als je wilt. Maar u weet het: je hebt de Hebreeuwse of de Masoretische tekst, dat zijn deze letters, en je hebt ook de Septuagint. Dat wordt meestal aangeduid als de LXX, de Romeinse letters voor 70, de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel. U moet zich realiseren dat in de dagen voordat onze jaartelling begon, er een grote behoefte was bij Joden die buiten het land leefden, of Israëlieten die buiten het land waren, aan een Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel, omdat ze het Hebreeuws zelf niet of nauwelijks meer machtig waren. Zodoende was er in de wereld van die dagen een Griekse vertaling van wat wij dan noemen het Oude Testament.⟨/p> ⟨p>In die Griekse vertaling worden deze dieren stuk voor stuk altijd als vrouwelijke dieren beschreven. Er wordt inderdaad niet gesproken van een leeuw, maar van een leeuwin. Bij het tweede dier wordt gesproken van een berin en bij het derde van een vrouwtjespanter. Ik weet nog steeds niet hoe je zo’n dier nou noemt... een vrouwtjespanter? Ik heb het gegeven, ik geef het maar zo weer. Misschien zit er iemand in de zaal die weet: "Oh, maar dat heet zo." Een panterin? Wat? Panterin? Een pantera? Een pantalon? Nee, noemen we het maar gewoon een vrouwtjespanter. Maar in het Grieks is dat gewoon een... eigenlijk zou het inderdaad logisch zijn om het een panterin te noemen, want als het dan leeuwin en berin is... maar goed.⟨/p> ⟨p>De Masoretische tekst, dus met het Hebreeuwse schrift, gebruikt wel altijd mannelijke aanduidingen. Die spreekt dus niet van een leeuwin, maar van een leeuw, en niet van een berin, maar van een beer. Maar daarmee is ook weer niet alles gezegd, want dat kan namelijk ook gewoon een aanduiding zijn van een soort. Als je zegt: "Dat is een kat", dan is 'kat' in feite een mannelijke aanduiding, toch? Afgeleid van kater. En men spreekt ook over: "Hoeveel man zit er in de zaal?". Dan zeg je bijvoorbeeld: "twintig man", maar dat is mannelijk uitgedrukt, want er zitten namelijk ook vrouwen in de zaal. De sekse doet er in zo’n beschrijving dan niet toe; het wordt mannelijk aangeduid, want mannelijk domineert altijd, dat weten we wel.⟨/p> ⟨p>Maar ik moet er wel bij zeggen dat hoewel in de Masoretische tekst de aanduiding iedere keer die van een leeuw, een beer of een panter is – mannelijke aanduidingen dus – de werkwoordsvervoegingen wel anders zijn. Wij kennen dat niet in het Nederlands, maar in het Hebreeuws zie je aan het werkwoord of het mannelijk of vrouwelijk is. Bij ons zie je wel of het meervoud of enkelvoud is, zoals "ik schrijf" en "wij schrijven", maar in heel veel talen zie je ook of het mannelijk of vrouwelijk is. Het Nederlands kent dat fenomeen niet, maar een heleboel andere talen wel. In de werkwoordsvervoegingen in de Masoretische tekst zie je wel degelijk dat het vrouwelijk is. Dat geldt trouwens ook voor de voornaamwoorden, dus 'zij' of 'haar'. En zo wordt dat dan weergegeven. In de Masoretische tekst wordt het dus wel vrouwelijk weergegeven; er staat hier inderdaad: het eerste geleek op een leeuw en zij had adelaarsvleugels. Zo staat het er blijkbaar. Dus niet alleen in de Septuagint is het helemaal duidelijk – waarvan je zou kunnen zeggen dat het een vertaling is en niet het origineel – maar ook in de wijze waarop die dieren worden aangeduid, worden ze onmiskenbaar vrouwelijk beschreven.⟨/p> ⟨p>Ik ga er dus vanuit dat het vrouwelijke dieren zijn. En dat maakt verschil, want inderdaad: in Daniël 8, over die ram en dat geitenbokje, daar gaat het juist heel uitdrukkelijk over mannetjesdieren. Dat zijn tamme dieren, maar ook mannetjesdieren. Panter is vrouwelijk, luipaard is mannelijk... is dat zo? Panter is vrouwelijk en een luipaard... ja. Ik dacht dat het twee verschillende soorten waren? Nee? Oké! Oh, dan klopt de aanduiding panter hier sowieso. Ik meen trouwens dat de Statenvertaling hier spreekt van een luipaard, ook hier in Daniël 7, en dat de NBG-vertaling van een panter spreekt. Dat zeg ik even uit de losse pols.⟨/p> ⟨p>Dus dat even wat betreft het geslacht van de dieren die hier beschreven worden. Het doet, zoals we later nog zullen zien, ook ter zake voor de verklaring. Het feit dat als iets mannelijk beschreven wordt, het vooral over politieke macht gaat, terwijl als het vrouwelijk beschreven wordt, het vooral gaat over de religieuze kant van het verhaal: over onderwerping en onderschikking. Het is niet voor niks dat juist in de beschrijving van de dieren hier in Daniël 7 het vooral gaat over de godsdienstige uitdrukking van die machten. Dat zullen we vooral zien bij dat vierde dier, dat grote woorden spreekt tegen de God, de Allerhoogste, enzovoort. Het gaat vooral over de godsdienstige kant daarvan. Ik kom daar later nog even op terug, maar nu heb ik alvast verklaard waarom het inderdaad wel degelijk gaat over vrouwelijke dieren.⟨/p> ⟨p>Het eerste geleek op een leeuw en zij had adelaarsvleugels. En net zoals de leeuw de koning van de dieren is, zo is de adelaar – andere vertalingen zeggen dan gier, een vale gier, naar het Hebreeuwse woord ⟨em>nesher⟨/em> – de koning van de vogelwereld. We vinden dat ook in Openbaring 4 vers 7, kijkt u daar maar eens naar. Dus je hebt aan de ene kant in de dierenwereld de representant: de leeuw, koninklijk; en de adelaar is ook koninklijk, maar dan als het gaat over de wereld van het gevogelte.⟨/p> ⟨p>Het gevogelte, als het ware. En die adelaarsvleugels staan voor de snelheid waarmee een prooi wordt overmeesterd. In dit geval is dat ook vrij logisch, want het gaat over wereldmachten die zich meester maken van andere rijken en landen, en vooral ook over militair vertoon. Hoe zou anders de ene macht de andere kunnen vervangen? Dat komt juist doordat de ene macht sterker blijkt dan degene die wordt aangevallen.⟨/p> ⟨p>En terwijl ik bleef toezien, werden haar vleugels uitgerukt. Het is eigenlijk wel opmerkelijk – ik heb er al eventjes op gehint – dat de eerste drie beelddieren niet in dit hoofdstuk worden uitgelegd. Je zou zeggen dat dit een leemte is. Van het vierde dier worden de details juist heel uitdrukkelijk uitgelegd; wat die tien hoorns zijn en wat er dan allemaal mee gebeurt. Alles wordt dan in detail verklaard, maar niet bij die eerste drie dieren. Waarom is dat? Ik kan daar maar één zinnige verklaring voor geven: de lezer wordt geacht te begrijpen waar het over gaat. Wie Daniël 7 onder ogen heeft, heeft Daniël 2 immers ook al gelezen. Want zo gaat het bij een gemiddeld boek: je begint bij het begin. Je hebt het voorgaande gelezen, en daar was ook sprake van een opeenvolgende reeks. Daar was al uitgelegd waar die betrekking op had. Het eerste rijk, dat bent u, Nebukadnezar; na u zal een ander rijk opstaan, geringer dan het uwe, en dan nog een, et cetera. Dus we weten dat het eerste dier moet slaan op het eerste rijk.⟨/p> ⟨p>Daarin worden we inderdaad bevestigd. Ik zei al: het Babylonische Rijk van Nebukadnezar was koninklijk. Dat wordt zowel in de leeuwengedaante als in die adelaarsvleugels uitgedrukt. Maar vervolgens staat er dat die vleugels worden uitgerukt. Dus kennelijk houdt de macht, de snelheid waarmee het anderen overmeesterde, op. Dat verdwijnt. "En zij werd van de grond opgeheven en op twee voeten overeind gezet als een mens. En haar werd een mensenhart gegeven." Ook dit wordt niet uitgelegd. Als je alleen dit zou hebben, dan rijst de vraag: waar gaat dit over? Behalve dan de houvast die je hebt dat er een link moet zijn met dat eerste koninkrijk.⟨/p> ⟨p>Maar in hoeverre slaat dat wat hier gezegd wordt – dat het op twee voeten gezet wordt als een mens en een mensenhart kreeg – op het Babylonische Rijk? Wat weten we uit het voorgaande? Ik kan daar maar één ding als antwoord op geven, en dat is wat we weten van Nebukadnezar – die trouwens op dit moment al lang niet meer leeft, want inmiddels was zijn kleinzoon aan de macht. Van Nebukadnezar weten we echter, sterker nog, daar is een heel hoofdstuk aan gewijd, dat hij zo hoogmoedig was geworden. Hij schreef alles wat hij van God ontvangen had aan zichzelf toe. Hij werd hoogmoedig, en dan lees je dat hij voor zeven tijden een dierenhart kreeg. Je leest dat in hoofdstuk 4 vers 16. Gedurende die zeven tijden – er wordt niet beschreven wat voor tijden dat zijn, maar kennelijk zijn dat zeven jaren. Later zullen we trouwens in dit hoofdstuk de uitdrukking 'tijd, tijden en een halve tijd' tegenkomen, en dan is een tijd inderdaad gewoon een jaar. Twee jaren en een half jaar; drieënhalf jaar in totaal.⟨/p> ⟨p>Nebukadnezar heeft dus zeven jaar lang een dierenhart gehad. Hij werd gewoon een beest; zo wordt het ook beschreven. Ik hoorde ooit de verwoording van een Bijbelleraar die ik wel mooi vond. Hij zei: "Heel vaak wordt gezegd dat Nebukadnezar gek werd omdat hij hoogmoedig was, maar hij was eigenlijk al gek doordat hij al die luister en dat wat hem was toegevallen aan zichzelf toekende." Hij gaf zichzelf de eer daarvoor. In feite lijd je dan al aan hoogmoedswaanzin. Macht corrumpeert niet alleen, maar macht maakt je ook heel erg achterdochtig; het doet een heleboel gekke dingen met een mens. Je raakt daardoor bedwelmd, je ziet de dingen niet meer zuiver, en dat geldt vooral voor hoogmoed. In ieder geval kreeg Nebukadnezar na zeven tijden weer een mensenhart. Zo staat het er ook letterlijk. Dus als je de term bekijkt die hier gebruikt wordt – "haar werd een mensenhart gegeven" – dan komen we diezelfde uitdrukking weer tegen in Daniël 4. Daar wordt het inderdaad gezegd van Nebukadnezar. Dan lijkt me de som uiteindelijk niet zo moeilijk. Het koninklijke hebben we daarmee verklaard, en we hebben verklaard hoe er een einde kwam aan de machtsuitbreiding, maar ook hoe het beestachtige bij Nebukadnezar weer menselijk werd. Hem werd een mensenhart gegeven. Dus ondanks het feit dat het hier niet expliciet wordt toegelicht, mag je aannemen dat dit inderdaad de gedachte is en dat het verwijst naar het Babylonische Rijk.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4255" title="Speel af vanaf 01:10:55">▶ 01:10:55⟨/button> ⟨span>Het Tweede Dier: de Berin en het Medo-perzische Rijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er: "En zie, een ander dier, het tweede, geleken op een beer." Dit komt dus overeen met diezelfde lijn waarin je die telling krijgt; dit verwijst naar het tweede koninkrijk en het komt overeen met het koninkrijk van de Meden en de Perzen. Ik wees er al op dat dit plaatsvond in het eerste jaar van Belsassar. Belsassar was de laatste koning van het Babylonische rijk en het zou nog slechts twee of drie jaar duren voordat de Meden en de Perzen het zouden gaan overnemen. Dus wat hier nu staat, dat had Nebukadnezar in zijn droom ooit ook al gezien in die reeks van wereldrijken die het beeld voorstelt. Maar nu ziet Daniël het zelf ook in een droom, alleen is de verschijning veel heftiger. In feite was dat beeld heel statisch, het was een statue dat daar gewoon stond. Dat mag dan een heel indrukwekkend gezicht geweest zijn, maar er is niks engs of afgrijzelijks of beestachtigs aan. Wat Daniël hier ziet, is echter met recht beestachtig. Er wordt hier eigenlijk ook een morele kwalificatie van die wereldrijken gegeven en die is niet vriendelijk. Al die wereldmachten zijn gebouwd op militaire kracht, op grootspraak, op machtsuitbreiding en op hoogmoed. Er is eigenlijk geen uitzondering op.⟨/p> ⟨p>Ook dit tweede dier, dat verwijst naar de Meden en de Perzen, geleek op een beer. Het is trouwens apart — kijk het maar eens na in de concordantie — dat leeuwen en beren heel dikwijls gezamenlijk worden genoemd in de Bijbel. Bekend is natuurlijk de geschiedenis van David. Je ziet ze ook altijd staan, nietwaar? Er zijn een heleboel mensen die overal leeuwen en beren op de weg zien. Maar David was zo iemand die ze niet alleen letterlijk had gezien, maar ook de confrontatie met ze was aangegaan. Dat vind ik wel erg mooi hoor. We hebben het al een keertje gehad over de vergelijking tussen David en wat hij deed met die reus, maar denk aan wat hij eerder al had gedaan met een leeuw en een beer. Dat blijkt dus heel erg een plaatje te zijn van wat de Zoon van David doet met die andere wereldrijken, en hoe Hij uiteindelijk ook afrekent met de laatste macht, met die man van zes el, Goliath de Filistijn. Voor degenen die het willen nakijken: hier zie je de schriftplaatsen waar ze inderdaad in één adem worden genoemd, leeuw en beer. Het zijn beide ook buitengewoon — maar dat hoef ik niet te vertellen natuurlijk — gevaarlijke dieren.⟨/p> ⟨p>Er staat bij, en ik ga niet nog een keer toelichten dat ook dit niet expliciet wordt uitgelegd in de profetie, want dat geldt voor alle drie de dieren: "zij richtte zich op de ene zijde op." Dat wil zeggen dat het dier, terwijl het zich opricht, lijkt alsof het mank is. Het kan zich maar aan één kant oprichten en dat is juist zo frappant in verband met het Medo-Perzische rijk. De naam zegt het al, het heeft twee kanten. Het wordt in het boek Daniël volgens mij zelfs meerdere keren genoemd, zoals in hoofdstuk 8 vers 3, waar wordt verwezen naar het rijk van de Meden en de Perzen. Het heeft een Medische kant en het heeft een Perzische kant. Maar de Meden waren zwakker en de Perzen waren veel sterker. Dat lees je ook in Daniël 8 vers 3, waar een andere vergelijking wordt gemaakt met twee horens. Daar staat dat de ene hoorn groter was dan de andere. De verhoudingen waren dus niet gelijk, zodat wanneer het dier zich opricht, het zich vooral aan één kant opricht. Die andere kant komt wel mee, maar het is alsof het een beetje een manke vertoning is. Het begint weliswaar met de Meden, maar het zijn de Perzen die de overhand hebben.⟨/p> ⟨p>Het zou mooi zijn als we nog eens in de gelegenheid zijn om Daniël 8 te lezen, want daar wordt inderdaad zowel het rijk van de Meden en de Perzen beschreven als het Griekse rijk van Alexander de Grote. Zo worden ze daar ook daadwerkelijk genoemd: het koninkrijk van de Meden en de Perzen. En dat zal op haar beurt dan weer plaatsmaken voor het koninkrijk van de Grieken. Begrijpt u ook waarom bijbelcritici totaal niet met het bijbelboek Daniël uit de voeten kunnen en hoe ze alles in het werk hebben gesteld om dat boek later te dateren? Want ja, als jij niet gelooft in profetie... Het is namelijk zo nauwkeurig allemaal uitgekomen zoals het was voorzegd. Dit is gesproken aan het einde van het Babylonische rijk en dan wordt er gezegd dat het plaats zal maken voor het Medo-Perzische rijk. Er wordt ook gezegd dat dat een aantal koningen zou tellen en daarna zou het Grieks-Macedonische rijk komen, dat weer zou uiteenvallen in vier rijken: noord, zuid, oost en west. Alles wordt met perfectie eeuwen van tevoren beschreven. Als je niet gelooft in profetie, ben je genoodzaakt om te zeggen dat het wel achteraf genoteerd zal zijn. Men heeft het boek Daniël dus veel later gedateerd om te beweren dat het gewoon achteraf-profetie is. Dat is de moeite die men doet om zo’n boek later te dateren, puur om zich af te maken van het goddelijk vermogen om de dingen te voorzeggen.⟨/p> ⟨p>Terwijl dat nu juist het bewijs is van het Woord van God. Gods Woord bewijst zichzelf op allerlei manieren, maar met name door het vermogen te voorzeggen wat er gaat gebeuren, hoe het gaat gebeuren, waar het gaat gebeuren en wanneer het gaat gebeuren. Geen mens kan dat! Nee, en als God dat dus wel doet in de Schriften, dan bewijst dat Zijn goddelijk vermogen. Daarmee bewijst de Schrift zichzelf; ze doet iets wat geen mens bij machte is te doen. Dat vind ik geweldig. Wij hoeven Gods Woord niet te bewijzen. Je hoeft ook geen waakhond bij een leeuw neer te zetten. Laat die leeuw maar los — om het dan toch even bij die leeuwen te houden — en die zal zijn kracht vanzelf wel bewijzen. Geweldig zoals het Woord zich bewijst.⟨/p> ⟨p>Dit gaat dus over dat tweede wilde dier, die beer of die berin zo u wilt. "Het richtte zich op de ene zijde op", daar hadden we het al over. "En drie ribben waren in zijn muil tussen zijn tanden. En men sprak tegen haar aldus." Je ziet het iedere keer, het is inderdaad in de vrouwelijke vorm: "zij richtte zich" en "men sprak tegen haar". Het wordt vrouwelijk aangeduid en men sprak tegen haar: "Sta op, eet veel vlees." Zelfs als je de details hier niet kent, wordt één ding wel duidelijk en dat is dat die beer erg bloeddorstig is, wat je van een beer ook wel mag verwachten. Er wordt gezegd: "Sta op, eet veel vlees," en dat is niet tegen dovemansoren gezegd. Het dier heeft drie ribben in zijn muil. Dat is wat lastiger te duiden, omdat dit niet direct vanuit de Bijbelse geschiedenis wordt gelinkt. We weten dat het Medo-Perzische rijk ook in betrekkelijk korte tijd enorm is uitgebreid. Niet zo snel als het Griekse, maar toch. Het heeft hele grote overwinningen behaald op Lydië en over Babel — dat moet duidelijk zijn, want daar hebben we het juist over — maar ook Egypte heeft het veroverd. Ik geef het door voor wat het waard is, maar waarschijnlijk slaan die drie ribben in de muil juist op die drie grote veroveringen; het herinnert aan datgene wat het rijk veroverd heeft.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4860" title="Speel af vanaf 01:21:00">▶ 01:21:00⟨/button> ⟨span>Het Derde Dier: de Panterin en het Griekse Rijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daarna zag ik en zie, een ander dier gelijk een panter. Opnieuw wil ik even wijzen op een wat alternatieve weergave van de Concordante Versie. Die geeft dit namelijk weer met: "In plaats daarvan zag ik en zie een ander dier." En inderdaad, dat is de betekenis van het woord. Hetzelfde woord komen we ook tegen in hoofdstuk 2 vers 39, en dat wil ik even aanhalen juist omdat het eigenlijk over dezelfde dingen gaat. Wat staat daar? In onze vertaling staat: "Doch na u zal een ander koninkrijk ontstaan." Maar letterlijk staat er dit woord: "in plaats daarvan". U ziet dat trouwens ook in de interlineaire vertaling: in plaats daarvan. Ik geef toe dat het in de praktijk niet zo gek veel verschil maakt, en toch is de gedachte vooral: "in uw plaats zal een ander koninkrijk ontstaan". Dat betekent dat het ene het andere vervangt. Er was een wereldrijk, namelijk dat van de Babyloniërs, maar in plaats daarvan komt een ander wereldrijk en daarmee vervangt het het vorige. Dat is de kracht van de uitdrukking "in plaats daarvan".⟨/p> ⟨p>Het is dus niet simpelweg een beschrijving in de zin van: "daarna zag ik het", alsof Daniël het in deze volgorde vertelt omdat je het niet allemaal tegelijk kunt weergeven. Nee, het gaat er juist om dat de reeks dieren die Daniël ziet elkaar vervangen. In plaats van die berin ziet hij nu een ander dier, een derde dier. Het is dus echt "in plaats daarvan" en ter vervanging daarvan. Dit geeft ook meteen aan — en we komen er nog uitgebreid op terug, maar hier is alvast een argument — dat we hier niet praten over koninkrijken of religies die tegelijkertijd hun macht uitoefenen. Nee, het gaat hier over koninkrijken waarbij de één de ander vervangt. Eigenlijk is het exact zoals we dat in Daniël 2 ook aantreffen.⟨/p> ⟨p>Ik weet dat sommige broeders hier anders over denken en het is u uiteraard geheel vrij om daar uw eigen conclusies over te trekken. Ik zal het eerlijk zeggen: een jaar of twintig geleden — zal ik deze bekentenis nu weer geven? Ja, ik doe het. Een jaar of twintig geleden heb ik op de taart in de zee een keer een bijbelzending gegeven, een avond net zoals deze. Alleen heb ik er toen één avond aan gewijd en toen heb ik uitgelegd wat ik destijds geleerd had van onder andere Robert Noch: dat het hier zou gaan over vier wereldreligies die naast elkaar bestaan, namelijk het boeddhisme, het hindoeïsme, de islam en het christendom, van oost naar west. Ik heb dat toen met enthousiasme verdedigd, want ik vond het een prachtig inzicht. U hoort nu dat ik het heel anders uitleg. Nu leg ik het dus volledig parallel met wat ik overigens ooit ook al eerder zag. Ik heb die andere visie tijdelijk geparkeerd en gedacht dat het ging over vier religieuze machten die naast elkaar bestaan, maar ik heb dat idee weer gedropt. Sommigen van u vinden het misschien jammer dat ik dat heb gedaan. Nou ja, sorry, "don't shoot the messenger", zeggen ze dan. Het is aan u om mij te beoordelen, maar ik geef de argumenten weer. Ik wil graag bespreken waarom ik die visie — hoewel ik hem mooi vond wat betreft de manier waarop religies in de Bijbel benoemd en geplaatst worden — bij nader inzien niet schriftuurlijk kon plaatsen. In de loop van deze avond zult u vanzelf horen waarom ik dat zo zie.⟨/p> ⟨p>In feite bepleit de Concordante Versie die visie feitelijk ook, namelijk dat het om religieuze macht gaat, maar zij geeft met deze vertaling juist aan dat de visie die ze verdedigt niet klopt. Want als er inderdaad staat "in plaats daarvan zie je een ander dier", dan betekent dat dat dit dier echt ter vervanging is van het andere dier. Het is niet zo dat hij een aantal dieren naast elkaar ziet, van oost naar west verdeeld, die allemaal tegelijkertijd hun macht uitoefenen.⟨/p> ⟨p>Ik wil dit onderdeeltje van dat derde dier nog even completeren. Want ja, 2024 is natuurlijk nog ver weg, dus we gaan dat niet parkeren voor volgend jaar. "In plaats daarvan zag ik en zie een ander dier gelijk een panter", dus inderdaad een vrouwelijk dier, of een vrouwelijke luipaard om zo te zeggen. Dit komt, zoals gezegd, overeen met het derde koninkrijk in Daniël 2, oftewel het Grieks-Macedonische Rijk van Alexander de Grote. Ook daar is het weer frappant hoe de uitleg zichzelf aanreikt. Er staat namelijk dat zij vier vogelvleugels had en vier koppen. U zegt misschien: dat is wel een rare verschijning. Ja, maar in een droom kan alles; wat kan er in een droom nu niet? Dat kan allemaal, en Daniël ziet dat dan. Wat hier vooral opvalt is dat getal vier. Die panter had vier vogelvleugels; zij is sowieso al gekenmerkt door snelheid, zo snel als een luipaard of een panter. Het had vier vogelvleugels op haar rug en vier koppen, en haar werd heerschappij gegeven.⟨/p> ⟨p>Van dat Griekse Rijk is niet alleen uit de seculiere geschiedenis bekend dat het onder leiding van Alexander de Grote uiteen zou vallen onder zijn vier generaals, maar het wordt ook gewoon in de Bijbel beschreven. Alexander heeft zijn rijk met een gigantische snelheid uitgebreid, maar dat deed hij met vier generaals. Na zijn vroegtijdige dood is het rijk ook in vier stukken uiteengevallen. Toen had het vier koppen; naar vier kanten en vier richtingen heeft het zich uitgebreid. Dat wordt ook zo beschreven en de restanten heetten dan ook het Rijk van het Noorden, het Rijk van het Zuiden, het Rijk van het Oosten en het Rijk van het Westen. Dat waren die vier generaals, en dat zijn die vier koppen. Het is dus eigenlijk niet zo moeilijk om dat te duiden. Ondanks het feit dat we in dit hoofdstuk geen directe beschrijving vinden van de uitleg van deze koninkrijken, reikt de Schrift zelf en het boek Daniël ons de uitleg gewoon aan, doordat het parallel loopt met de andere wereldrijken die Nebukadnezar ooit al in zijn droom zag.⟨/p> ⟨p>Ik had eigenlijk wel gedacht dat ik ietsje verder zou komen, maar ik zie dat het tien uur is, dus het wordt echt tijd om te stoppen. Het begint net spannend te worden, want nu komt dat vierde dier aan de beurt. Dat wordt het meest uitgebreid beschreven én het is het allermooiste. Ik had gehoopt dat ik daar nog naartoe had kunnen komen, om te laten zien hoe die vier rijken plaatsmaken voor de Oude van Dagen die het Koninkrijk dan geeft aan de Mensenzoon, maar dat voert nu te ver. Dat parkeren we voor 2024. In 2024 zullen we het daar zeker nog over hebben. Het gaat een heel spannend jaar worden, denk ik, ook in profetisch opzicht.⟨/p>