⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Terugblik 1: het Verborgen Koninkrijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij gaan vanavond verder met onze serie over de Top Secrets. Het is de vierde avond op deze 7 december en ik heb deze de ondertitel gegeven: De Onthulling van het Geheim. We zullen ons vanavond bezighouden met de slotverzen van Romeinen 16. Dat zijn er eigenlijk maar een paar, maar ze zijn nogal compact. Daar zullen we vanzelf wel achter komen.⟨/p> ⟨p>U bent inmiddels van mij gewend dat ik altijd even terugblik. Hoe verder we in het seizoen zijn, hoe meer we natuurlijk moeten terugblikken, maar ik doe dat bepaald niet om de avond te vullen. We hebben echt alle tijd nodig om alles goed op een rijtje te krijgen, maar vooral ook om het totaalbeeld in ogenschouw te houden. Laten we kort en puntsgewijs op een rijtje zetten wat we tot dusver hebben gezien.⟨/p> ⟨p>Op de eerste avond in september hebben we stilgestaan bij het inleidende begrip: wat is dat eigenlijk, een geheim? Het gaat om geheimenissen of verborgenheden als meervoud. Dat is het Griekse woord mysterion, en met dat nieuwtestamentische woord houden we ons dit hele seizoen bezig. Tijdens de aftrap hebben we ons beziggehouden met het gedeelte waar deze term in het Nieuwe Testament voor het eerst wordt gebezigd, namelijk in Matteüs 13. Dat hoofdstuk is vooral bekend vanwege het feit dat het een zeven- of achttal gelijkenissen beschrijft waarin de verborgenheden of de geheimen van het Koninkrijk worden beschreven.⟨/p> ⟨p>In dit verband zou je zelfs een voorkeur kunnen uitspreken voor de term verborgenheid. Het gaat namelijk vooral over de tijd dat het Koninkrijk verborgen is. Dat is eigenlijk niet een heel gebruikelijke manier om tegen een koninkrijk aan te kijken. Als je het hebt over een koninkrijk in de concrete zin van het woord, dan heb je het over een koning met een bepaald domein en een bepaalde jurisdictie, zoals dat heel deftig heet; een plek waar concreet geregeerd wordt. Het Koninkrijk der Nederlanden is bijvoorbeeld een heel concreet koninkrijk waar wetten zijn, waar regels gelden en waar bepaalde voorrechten aan burgerschap verbonden zijn. Dat is heel concreet en openlijk, de krant schrijft erover.⟨/p> ⟨p>Terwijl wij het nu hebben over de verborgenheden van het Koninkrijk. Dat wil zeggen: er is wel een Koning en er is ook een domein, en dat is erg groots. Want hoe was het ook alweer? Zoals we lezen in Matteüs 28 — daar heb ik onlangs over gesproken — daar zegt de Heer Jezus Christus: "Mij is gegeven alle volmacht in de hemelen en op de aarde." Dat wil zeggen dat het universeel is. Maar zowel de Koning als Zijn heerschappij zijn verborgen. De Koning wordt niet gezien, dat wat Hem toekomt wordt niet gezien en Zijn heerschappij is ook verborgen. Dat betekent in feite dat Hij momenteel helemaal niet ingrijpt. Van een koninkrijk zie je dus helemaal niets. Daar komt het op neer.⟨/p> ⟨p>Ik weet dat allerlei evangelische liedjes daar anders over oordelen. Ik herinner me dat ik destijds eens een liedje moest zingen, of in elk geval: het werd opgegeven. Er staat ergens in de Opwekkingsbundel een lied dat zegt dat Jezus Christus regeert en dat je dit overal ziet. U moet het me maar niet kwalijk nemen, maar ik heb toen even mijn mond dichtgehouden. Ik kon dat namelijk niet meezingen. Er komt een tijd dat je dat inderdaad overal zal zien, maar het meest karakteristieke van de tijd waarin wij leven is juist dat je er niets van ziet. Wij zien Jezus gekroond met eer en heerlijkheid, maar, zegt Paulus in Hebreeën 2: "thans zien wij nog niet dat alle dingen hem ondergeschikt zijn." Dat is juist heel kenmerkend voor deze tijd.⟨/p> ⟨p>Het Koninkrijk is dus verborgen, en dat heeft alles te maken met Israëls ongeloof. Ook dat is een heel belangrijk sleutelbegrip. Waarom is het Koninkrijk niet zichtbaar? Wel, het Koninkrijk wordt juist zichtbaar via een gelovig en hersteld Israël, met Jeruzalem als hoofdstad. Van daaruit wordt het Koninkrijk geopenbaard. Maar dat betekent dus dat zolang Israël ongelovig is en bovendien officieel nog steeds verstrooid is in de diaspora onder de natiën, er van dat Koninkrijk helemaal niets te zien is. Het blijft verborgen totdat het uiteindelijk wel geopenbaard zal worden en het Koninkrijk wordt wat het geacht wordt te zijn: een openlijk koninkrijk. Dat zal geschieden in de voleinding van de aeon. Die term wordt met name in het Matteüs-evangelie nogal eens gebezigd, ook in Matteüs 13 diverse keren.⟨/p> ⟨p>Die geheimen of verborgenheden worden in Matteüs 13 ook uitgedrukt in gelijkenissen. Maar wat is een gelijkenis eigenlijk anders dan een verborgenheid? Vooral als je niet weet waar het op duidt. Je kunt wel een mooi verhaal vertellen over een zaaier die uitging om te zaaien en dat het grootste gedeelte verloren ging, of over onkruid dat stiekem gezaaid wordt, of over een visnet. Het is allemaal prachtig en de schare kan ademloos naar je luisteren, maar als ze geen uitleg krijgen van wat het beduidt en waar het op slaat, dan zijn ze nog helemaal niets wijzer geworden. En wat blijkt? Dat was juist de opzet. De gelijkenissen waren niet gegeven om iets duidelijk te maken — dat is een vrij spectaculair statement — maar juist om iets te verbergen. Want als de betekenis niet verteld wordt, dan blijft het verborgen. En daarover hebben we het: de verborgenheden van het Koninkrijk.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="457" title="Speel af vanaf 07:37">▶ 07:37⟨/button> ⟨span>Terugblik 2: de Onderbroken Komst van de Messias⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Een maand later, in oktober, hebben we ons beziggehouden met het feit dat de Messias in het Oude Testament in twee gestalten wordt voorzegd. Enerzijds als lijdend – en hoezo lijdend? Nou, vanwege de verwerping door zijn volk. Maar aan de andere kant – en dat is zeker voor het Joodse volk veel vanzelfsprekender – is daar de Messias die zal regeren. De telg uit het huis van David, uit de dynastie van David, die zou regeren in Jeruzalem over Israël en uiteindelijk zelfs over alle volkeren.⟨/p> ⟨p>Dat zijn dus twee gestalten. Aan de ene kant een Messias die verworpen wordt en te lijden heeft onder zijn volk; als een schaap dat stom is voor zijn scheerders en naar de slachtbank wordt geleid, et cetera. Dat is de ene kant. Maar aan de andere kant is er de Messias die heerst in heerlijkheid. De vraag is dan hoe die twee gestalten zich tot elkaar verhouden. Dat het begint met lijden en daarna heerlijkheid volgt, is logisch. Hij wordt verhoogd na zijn vernedering. Zoals velen zich over hem hebben ontzet, zo zullen koningen opspringen. Maar dan is de vraag: hoe loopt dat tijdpad? Hoe loopt die route tussen aan de ene kant de Messias die lijdt en verworpen is door de Zijnen, en aan de andere kant de Messias die verheerlijkt wordt en heerst in glorie in Jeruzalem?⟨/p> ⟨p>Als je de tijdsvraag stelt: hoelang duurt die tussenliggende periode? En wat vindt er in die periode plaats? We hebben gezien dat 1 Petrus 1 daarin het sleutelgedeelte is. Petrus geeft daar aan dat zelfs de profeten in hun eigen geschriften gezocht en geworsteld hebben naar op welke en hoedanige tijd de Geest in hen doelde, toen God vooraf getuigenis gaf in de Schriften van al het lijden dat over de Christus komen zou en de heerlijkheden daarna. Met andere woorden: voor de profeten was dat ook niet duidelijk. De twee gestalten waren duidelijk, zelfs de volgorde was duidelijk, maar op welke en hoedanige tijd dat betrekking had, was onbekend. Daar hebben ze in hun eigen geschriften onderzoek naar gedaan, maar ze hebben het niet geweten, want het was verborgen.⟨/p> ⟨p>Dat is meteen een antwoord op de vraag: hoezo verborgen? Welnu, dat heeft te maken met de tijd tussen de twee komsten van Christus, zoals wij daarover spreken. Eigenlijk is het een onderbroken komst. De Messias zou komen, maar zijn komst in beide gestalten is onderbroken. Er zit een break in. Wat ook blijkt, is dat er in het Oude Testament – ik ben zelf nooit zo weg van die term en spreek liever van de Tenach, maar goed, het Oude Testament is de term die we meestal gebruiken, dus vooruit dan maar – talloze verborgen aanwijzingen, toespelingen en hints zijn naar die onderbroken komst van de Messias.⟨/p> ⟨p>In feite verwijzen niet alleen de rituele voorschriften, maar vooral ook al die geschiedenisverhalen – in het boek Richteren, in Genesis over Isaac, Jozef, David en Mozes, 'you name it' – allemaal naar Hem die zou komen. Het spreekt over de Christus die zou komen, over hoe Hij in lijden zou komen en vervolgens verheerlijkt zou worden. Die break, die onderbroken komst, is het onderwerp van een groot gedeelte van het Oude Testament. Dat maakt de Tenach, de Hebreeuwse Bijbel, zo ontzaggelijk boeiend; het is een schatkamer. Waarom? Omdat er zoveel in – let op – verborgen ligt. Zo zijn we via een andere route weer bij het begrip 'verborgenheid' of 'verborgenheden' aangekomen.⟨/p> ⟨p>Als we het hebben over de verborgenheid, dan hebben we het over dingen die in het Oude Testament onbekend waren. Dat is waar, we zullen dat straks ook zien. Maar niettemin staat het er wel degelijk opgetekend, alleen lag het verborgen. Je kunt het dus hervinden met de kennis die je achteraf hebt. Want dat is het: als je eenmaal weet hoe het zit, herken je in al die geschiedenissen de waarheid van de onderbroken komst. Het is een buitengewoon boeiend en belangwekkend gegeven waar we het over hebben. Nu wordt mijn inleiding alsnog vrij uitgebreid, maar goed, het moet dan maar.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="829" title="Speel af vanaf 13:49">▶ 13:49⟨/button> ⟨span>Terugblik 3: Israël Gepasseerd en het Evangelie Naar de Natiën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De derde studie is de laatste keer die we besproken hebben toen we hier bij elkaar waren. We hebben het toen gehad over Romeinen 9 tot en met 11. Dat zijn die beroemde hoofdstukken waarin Paulus eigenlijk zijn betoog onderbreekt. Het slot van Romeinen 8 vindt namelijk pas zijn vervolg in Romeinen 12 vers 1. Dat betekent dat die tussenliggende hoofdstukken, 9, 10 en 11, een onderbreking zijn. Ook dat is heel stilistisch; ik kom op die term straks nog even terug.⟨/p> ⟨p>Maar waar gaat het dan over? Wel, Paulus heeft het dan over het Joodse 'nee' tegen haar Messias. Het ongeloof van het Joodse volk tot op de dag van vandaag ten opzichte van de Messias die juist voor hen, in de eerste plaats, is gegeven. In die hoofdstukken, Romeinen 9, 10 en 11, gaat Paulus aan de hand van allerlei oudtestamentische gegevens — want hij doet niet anders dan citeren uit de profeten en uit de hele Hebraïsche Bijbel — laten zien dat er al heenwijzingen en toespelingen zijn op het feit dat Israël boos en jaloers zou worden gemaakt door wat 'geen natie' is. In Deuteronomium lees je dat het ook zo beschreven wordt.⟨/p> ⟨p>We hebben ook gezien dat God, in een tijd dat Zijn volk Hem verwerpt, gevonden zou worden door hen die niet naar Hem zochten. Dat wil zeggen: het volk dat Hij daarvoor had uitgekozen en voorbestemd, verwerpt Hem. In die tussentijd gaat God dan als het ware via een u-bocht, een omweg, Zich wenden tot hen die niet naar Hem zochten. Terwijl Zijn eigen volk weliswaar heel ijverig is met werken, met hun best doen en met religie, vinden ze Hem niettemin niet, want wie Hij werkelijk is, verstaan ze niet.⟨/p> ⟨p>Sinds de verwerping van de Messias een voldongen feit is — en dan doel ik vooral op wat we in het boek Handelingen zien — is de situatie veranderd. Je zou kunnen verdedigen dat het volk Hem verworpen heeft toen zij hardnekkig instemden met het feit dat Stefanus gestenigd werd. Maar meteen daarna lees je in Handelingen 9 wat er gebeurt: dat Saulus van Tarsus geroepen wordt. Sinds de verwerping van de Messias een voldongen feit is, na het getuigenis van de twaalf en de verwerping daarvan, wordt er een dertiende apostel geroepen.⟨/p> ⟨p>Via hem gaat het Evangelie naar de natiën. Nu wordt er uit de natiën een 'heidens volk', als ik het zo mag zeggen, geroepen. De boodschap, het Evangelie, is nu niet aan Israël gegeven. Het gaat niet via een hersteld Israël naar de natiën; integendeel, Israël staat buitenspel. Nu wordt er een heidens volk geroepen en aan dat heidense volk is het Evangelie toevertrouwd. Israël wordt compleet gepasseerd. Zie daar ook de boosheid en de jaloezie die daarin gelegen is.⟨/p> ⟨p>Dat is wat Paulus uiteindelijk ook aan het slot van zijn bespreking laat zien: ook dat werk zal zijn volheid gaan krijgen. De volheid van de natiën zal ingaan, het werk onder de natiën zal tot volheid komen, en alzo zal gans Israël worden gered. Via die route zal het Koninkrijk inderdaad alsnog openbaar worden. Dat zijn de drie avonden geweest waarin we het onderwerp al hebben bezien, en we hebben nog heel wat avonden voor de boeg. Maar het leek me goed om dit nog eens even scherp voor het voetlicht te brengen, zodat we echt een totaalbeeld ervan hebben.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1144" title="Speel af vanaf 19:04">▶ 19:04⟨/button> ⟨span>Romeinen 16: het Postscriptum en de Oproep tot Standvastigheid⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Vanavond gaan we naar Romeinen 16. Zoals ik al zei — en even voor de goede orde — volg ik de laatste tijd vaak de NBG-tekst, eventueel met een correctie. Nu doe ik het echter meteen al gecorrigeerd, vrij letterlijk vanuit de interlineair. Laten we die laatste verzen van Romeinen 16 eens wat nader bezien.⟨/p> ⟨p>In feite is dit gedeelte een postscriptum, een PS. Zoals je dat bij een brief doet wanneer je nog iets wilt toevoegen; feitelijk was de brief namelijk al afgesloten en volgt er nog een naschrift. Dat is ook wat postscriptum letterlijk betekent: een naschrift. Maar ook dat naschrift is weer op een bijzondere wijze opgebouwd. Het eindigt feitelijk met een lofprijzing. Dat is nogal duidelijk, want er wordt gezegd: "Aan Hem nu, die bij machte is jullie standvastig te maken." Die woorden "Aan Hem nu" onderstrepen het slot van de brief heel duidelijk. Het eindigt als een conclusie, maar ook als een climax in een grote ode aan de God waarover Paulus in de hele brief heeft gesproken.⟨/p> ⟨p>Het gaat over de wegen die God gaat. De Romeinenbrief is niet voor niets de eerste brief in de serie, in het hele oeuvre dat we van Paulus in het Nieuwe Testament vinden. Het is een buitengewoon fundamentele en grondige uiteenzetting van het evangelie van God, zoals het al in Romeinen 1 vers 1 wordt benoemd. Paulus sluit de brief hier in Romeinen 16 helemaal aan het einde af, en deze lofprijzing is feitelijk de conclusie. Alles wat hier nu nog gezegd gaat worden, is afgeleid uit het voorgaande, maar het is tegelijkertijd een climax.⟨/p> ⟨p>Paulus had dit overigens al eerder in de brief gedaan. Het gedeelte over Romeinen 9, 10 en 11 eindigt immers ook in een grote lofprijzing waarin Paulus als het ware op zijn knieën valt. Je ziet het hem bijna doen als je de tekst volgt; alleen nog die uitroep in Romeinen 11 vers 33: "O, diepte van rijkdom en van wijsheid en van kennis van God!" Als je alleen dat al zegt, dan ben je eigenlijk verstomd; dan weet je niet wat je daarop nog moet zeggen. Die lofprijzing is hier dan ook zo op zijn plaats. Het is inderdaad dat wat God waardig is te ontvangen: uit Hem, door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Dat is ook wat Paulus hier gaat zeggen.⟨/p> ⟨p>Er staat: "Aan Hem nu, die bij machte is jullie standvastig te maken." Het gaat hier niet zozeer om het versterken of het geven van kracht, maar om het standvastig maken. De termen versterken en standvastig maken liggen dicht bij elkaar, maar standvastig maken wil zeggen dat je blijft staan in weerwil van allerlei invloeden. Je zou kunnen zeggen dat er om te blijven staan weinig nodig is, want dan hoef je namelijk niet te bewegen; je hoeft feitelijk niets te doen. Ik sta nu hier en ik blijf hier voorlopig even staan, daar hoef ik niet veel voor te doen. En toch is die standvastigheid zo belangrijk. Waarom? Omdat er zoveel invloeden en krachten op je inwerken die je willen meenemen, meesleuren of meevoeren door allerlei gedachten. In Efeze 4 is de term "wind van de leer". Als de wind krachtig is, blijf dan maar eens gewoon staan. Welke metafoor je ook gebruikt, om standvastig te blijven is Er één die ons standvastig kan maken, en dat is Hij. Vandaar ook dat je deze bede heel dikwijls in zijn brieven terugvindt: "Blijf staan."⟨/p> ⟨p>De goddelijke kant van het verhaal is natuurlijk dat Hij bij machte is jou te doen staan. En hoe zou Hij dat doen? Ik heb het hier als een retorische vraag in de kanttekeningen gezet: hoe anders dan door inderdaad datgene wat Paulus in deze brief naar voren brengt? Dat is juist zo'n fundamentele uiteenzetting; het is een fundament, een rots waar je op kunt staan. Dan is het echter wel van belang dat je weet waar het om gaat en dat je je niet laat afbrengen. Er is er één die bij machte is om ons daarin te doen staan, en daarom zijn die brieven gegeven — en deze brief in het bijzonder.⟨/p> ⟨p>"Aan Hem nu, die bij machte is jullie standvastig te maken..." En nu ga ik op iets wijzen dat ik eigenlijk al even had aangekondigd, want nu volgt er een tussenzin. Dat ziet u ook in uw vertaling terug, zowel in de NBG als in de Statenvertaling. In elke vertaling trouwens, want het heeft niets met vertaalwerk te maken; Paulus onderbreekt hier simpelweg zijn zin. We noemen dat een tussenzin, een parenthese, een pauze of een interval. Het zijn allemaal woorden die uitdrukking geven aan het feit dat Paulus hier een gedachte begon — "Aan Hem nu, die bij machte is jullie vast te doen staan" — en dat je normaal gesproken zou verwachten dat de lofprijzing direct zou worden doorgetrokken, maar dat doet hij niet.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1593" title="Speel af vanaf 26:33">▶ 26:33⟨/button> ⟨span>De Parenthese: een Grammaticale Pauze voor de Heilshistorische Tussentijd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Paulus gaat hier een lange tussenzin maken. U zegt misschien: "Ja, dat is typisch Paulus, dat is zijn schrijfstijl." Dat is waar, maar er zit hier veel meer achter. Wat hier volgt, is een tussenzin. Net zoals de hoofdstukken 9 tot en met 11 een onderbreking vormen in het betoog van deze brief, zo is dit ook een parenthese. En weet u wat? Die hoofdstukken gaan juist over de onderbreking. Hij maakt even een omweg om uiteindelijk weer op het hoofdpunt terug te komen, maar momenteel leven we in die tussenzin. Wat hier nu gaat volgen, is een onderbreking die precies weerspiegelt waar hij het over gaat hebben: de tijd tussen Israëls verwerping en haar toekomstig herstel. Oftewel, de tijd tussen de eerste en de tweede komst van Christus. Deze tussenzin geeft stilistisch uitdrukking aan de invulling van die tijdspanne.⟨/p> ⟨p>Het is prachtig om te zien. Je kunt zeggen dat dit knap bedacht is van Paulus, maar ik zie dat u en ik geloven in de inspiratie van de Schrift. Elke Schrift is door God ingeblazen; het is levend woord. Net als de profeten, die soms zelf niet wisten wat ze schreven en naspeuring deden naar wat zij nu eigenlijk hadden geprofeteerd, zo geloof ik ook dat Paulus werd bestuurd. Met gebruikmaking van zijn talenten en zijn achtergrond heeft God zijn pen als het ware gepakt en gebruikt. Misschien realiseerde Paulus zich soms niet eens ten volle waar hij mee bezig was – dat kan ik niet bewijzen en het doet ook niet ter zake – want God weet precies waar Hij mee bezig is.⟨/p> ⟨p>Wat je dus ziet, en dat wil ik u graag even laten zien – want dat is het voordeel van een presentatie met beeld – is de structuur van dat laatste gedeelte van Romeinen 16. We lazen in vers 25: "Aan Hem nu die bij machte is jullie standvastig te maken..." En dan loopt de zin grammaticaal pas door in vers 27: "...aan de alleen wijze God, zij door Jezus Christus de heerlijkheid tot in de aeonen. Amen." Dat is op zichzelf een keurige, sluitende zin, ware het niet dat Paulus hem onderbreekt met een tussenzin, een parenthese of een pauze.⟨/p> ⟨p>Dit zie je ook in de vertalingen terug; men plaatst zo’n gedeelte dan tussen haakjes. Paulus doet dit vaker, bijvoorbeeld in de Efeze-brief waar hij spreekt over de verborgenheid en een nog veel langere tussenzin gebruikt. U bent dus gewaarschuwd! Maar in dit gedeelte onderbreekt Paulus zijn lofprijzing om te spreken over wat God vandaag doet in die onderbreking in de tijd. Het gaat over de periode tussen Israëls verwerping en herstel, tussen de eerste en de tweede komst. Kortom, over de tijd waarin het Koninkrijk uitdrukkelijk met opzet verborgen is. Ik vind het een prachtig fenomeen hoe God daar zo ook uitdrukking aan heeft gegeven.⟨/p> ⟨p>Laten we de tekst nu inderdaad eens gaan bezien. Ik ben misschien wat op de fanfare vooruitgelopen door te zeggen dat dit een tussenzin is waarin Paulus uitdrukking geeft aan wat er in deze tweeduizend jaar van onderbreking gebeurt, maar dat gaan we nu vaststellen. De tussenzin begint als volgt...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1892" title="Speel af vanaf 31:32">▶ 31:32⟨/button> ⟨span>Mijn Evangelie: Paulus als de Mond van de Opgewekte Christus⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>"Volgens mijn evangelie." In het Grieks staat hier een voorzetsel, ⟨em>kata⟨/em>, wat "in overeenstemming met" betekent. Eigenlijk betekent ⟨em>kata⟨/em> zoiets als "naar onderen" of "naar", maar dan in neerwaartse richting. Het kan ook in opwaartse richting betekenen, maar laat ik het niet te ingewikkeld maken. Het is gewoon een voorzetsel dat "naar" betekent, zoals wanneer we zeggen: "We zingen een lied naar Psalm 23." Daarmee bedoelen we "in overeenstemming met" of "ontleend aan". Er zijn verschillende woorden die eigenlijk dezelfde gedachte uitdrukken — volgens, of in overeenstemming met — maar in ieder geval is de strekking elke keer hetzelfde. Het heeft overigens niets te maken met het woordje "naar" in de zin van "niet leuk", want dat is weer een heel andere gedachte. Maar goed, dat begrijpt u natuurlijk al.⟨/p> ⟨p>"Volgens mijn evangelie." Die uitdrukking is een hele fraaie. We komen de uitdrukking "mijn evangelie" een paar keer tegen in de brieven van Paulus en ik vind dat heel opvallend. In dit geval is het ook het meest karakteristiek. Aangezien Paulus degene is die dit optekent, is het — als je het in de derde persoon zegt — naar het evangelie van Paulus. Het is naar Paulus' evangelie. Wat ik daar zo mooi aan vind, is dat dit ook weer de gedachte uitdrukt van een onderbreking. Dat heeft te maken met het Griekse woord ⟨em>pau-⟨/em>, dat we heel dikwijls tegenkomen en dat een punt of een stop markeert. Men zegt vaak dat de naam Paulus "kleintje" betekent. Ik ontken dat niet, maar ik wil alleen zeggen dat als je de Griekse route volgt, de naam te maken heeft met ⟨em>pau⟨/em> (stoppen) en ⟨em>los⟨/em>.⟨/p> ⟨p>In Handelingen 13 lees je over een proconsul die Sergius Paulus heette. Daar is ook een Joodse tovenaar die probeert te verhinderen dat Paulus, Barnabas en Saulus het woord tot die Romeinse proconsul spreken. Paulus wordt dat zelf verschrikkelijk zat, want hij wil het woord richten tot die Romeinse proconsul en de Jood probeert dat tegen te houden. Dan lees je dat Saulus zegt — en hij gebruikt niet echt parlementair taalgebruik, hoewel dat tegenwoordig in het parlement blijkbaar wel mag — hij zegt tegen die Bar-Jezus (want zo heette die man): "Zul je niet ophouden, zul je niet stoppen de wegen van de Heer te verdraaien?" Daar wordt dat woord "stoppen" of "ophouden" gebruikt. Op het moment dat Paulus dat zegt, wordt Elimas blind. Hij zocht iemand die hem bij de hand kon nemen; voor een tijd lang was die Joodse man, Elimas, blind.⟨/p> ⟨p>Dit is een illustratief verhaal. Er staat dat Saulus zegt: "Zul je niet ophouden?" En voor het eerst wordt de auteur dan "Paulus" genoemd. Tot dusver noemde Lucas hem altijd Saulus, maar op het moment dat hij bij Sergius Paulus is en de Jood hem probeert tegen te houden, staat er in Handelingen 13 vers 9: "Saulus, ook wel Paulus genoemd." Vanaf dan heet Saulus consequent altijd Paulus. Dus vanaf het moment dat die Jood hem probeerde te verhinderen om zich tot de natiën te wenden — en dit is illustratief in alle opzichten — gaat het om een onderbreking. Waar het me nu even om gaat, want ik kom nu veel te veel in de verleiding om die geschiedenis te behandelen, is dat er iets voor een tijd wordt gestopt. Het hele fenomeen dat het evangelie naar de natiën gaat terwijl de Joden terzijde staan en buitenspel worden gezet, heeft alles te maken met de persoon van Paulus en ook met zijn naam. Het heeft te maken met die pauze, de onderbreking.⟨/p> ⟨p>Als hij dus zegt "mijn evangelie", dan hebben we het over het evangelie van Paulus. Aan Paulus was het evangelie door openbaring bekendgemaakt. Wanneer? Na Israëls officiële afwijzing van het evangelie. Als Paulus spreekt over "mijn evangelie", dan suggereert hij daarmee: het evangelie wat ik vertel, heb ik niet zomaar van een ander, maar rechtstreeks van de Heer Zelf. En dat zegt hij ook, want laten we de tekst erbij nemen uit Galaten 1. Daar staat: "Want ik maak u bekend, broeders, dat het evangelie hetwelk door mij geëvangeliseerd wordt, niet is naar de mens. Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus." Met andere woorden: het evangelie heeft hij niet naar of van de mens ontvangen of geleerd; alles is hoogstpersoonlijk onderwezen door Jezus Christus Zelf.⟨/p> ⟨p>Vandaar ook dat hij dat later in Galaten 2 het "evangelie van de voorhuid" noemde, dat aan hem toevertrouwd was voor de natiën. Hij zegt dat dit anders is — niet anderssoortig, maar onderscheiden van het evangelie dat aan Petrus en de zijnen, de twaalf, was toevertrouwd: het evangelie van de besnijdenis. Dat verschil maakt dat Paulus inderdaad kan spreken over "mijn evangelie". Daarin staat: "volgens mijn evangelie en de proclamatie van Jezus Christus". Sommige vertalingen zeggen "de prediking", maar in het Grieks staat een woord dat te maken heeft met een herautsboodschap. Dat vind ik zo treffend. Ik denk dat je hier gemakkelijk overheen leest; sterker nog, ik moet zeggen dat ik er zelf altijd overheen gelezen heb.⟨/p> ⟨p>Wat hier eigenlijk staat — dat woordje "en" — is een nadere toelichting in de zin van "namelijk". Het is mijn evangelie, namelijk de proclamatie van Jezus Christus. Waarom? Omdat het evangelie van Paulus de proclamatie van Jezus Christus Zelf is. Die twee dingen zijn hetzelfde. Jezus Christus spreekt vandaag via het woord dat Paulus predikte. Wat Paulus brengt, is niets anders dan wat Jezus Christus vertelt. Het is namelijk Jezus Christus die hem heeft uitgekozen en Zich aan hem bekend heeft gemaakt. Paulus is de mond van Jezus Christus. Er is zojuist al verwezen naar Galaten 1, maar in Galaten 1 vers 16 lees je ook — en ik denk dat daar heel gemakkelijk overheen gelezen wordt — dat het God behaagde Zijn Zoon ⟨em>in⟨/em> Paulus te openbaren. Dus wie wordt openbaar in Paulus? De Zoon van God Zelf.⟨/p> ⟨p>Dat noem ik hier zomaar als één puntje, maar dat zou echt een avond verdienen om eens uiteen te zetten. Maar let op: in Jesaja 49 wordt gesproken over verborgenheden. Als in Jesaja 49 gesproken wordt over het "licht van de natiën" terwijl Israël terzijde staat, over wie gaat het dan? Het gaat over Paulus. Je zou zeggen dat het daar in Jesaja 49 gaat over de Messias die tot een licht voor de natiën gesteld wordt, en dat is waar. Maar als Paulus dat vervolgens in Handelingen 13 aanhaalt, dan zegt hij: "Dat ben ik." Dat wil zeggen: het gaat via mij. De Messias spreekt in onze dagen via de apostel Paulus. Als Paulus dus zegt dat alles volgens zijn evangelie is, dan is dat niets anders dan de proclamatie van Jezus Christus Zelf. Hij is aan het woord en Hij gebruikt daarvoor de apostel Paulus. Dat geeft trouwens ook de enorme status aan die van Godswege aan deze apostel wordt gegeven. Paulus was zich daar heel erg van bewust. Zijn naam mag in het Latijn dan wel "kleintje" betekenen, maar als Jezus Christus jou heeft uitgeroepen en...⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2584" title="Speel af vanaf 43:04">▶ 43:04⟨/button> ⟨span>De Onthulling van het Aionenlang Verzwegen Geheim⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Volgens onthulling van een geheim. In de MBR staat 'het geheim' zonder bepaald lidwoord, dus eigenlijk: volgens onthulling van een geheim dat aeonische tijden verzwegen is. Het hele seizoen hebben we het al over het ⟨em>mysterion⟨/em>, het geheim. Dat woord is wat hier gebruikt wordt. Ik had als ondertitel aan deze avond 'de onthulling van het geheim' gegeven; wel, dat is wat hier wordt uitgelegd.⟨/p> ⟨p>Het evangelie dat Paulus predikte, dat niets anders is dan de boodschap van Jezus Christus zelf, is allemaal 'volgens' – daar heb je het weer. Paulus gebruikt het woordje ⟨em>kata⟨/em> in deze passage wel drie of vier keer. Het is allemaal in overeenstemming met de onthulling van een geheim. Want zolang iets een geheim is, kun je er niet over spreken, maar wanneer het onthuld is daarentegen wel. Het gaat hier dus over een geheim dat gedurende aeonische tijden – ik kom daar straks op terug – verzwegen is.⟨/p> ⟨p>Dat is trouwens iets wat je in de brieven van Paulus keer op keer terugvindt: het gegeven dat waar hij over spreekt en wat hem bekendgemaakt is, voorheen onbekend was, of zoals hier staat: verzwegen. Ik zal daar een aantal voorbeelden van geven. Het voorbeeld bij uitstek is Efeze 3. Daar lees je dat Paulus zegt – en dan gaat het ook weer over het geheim: "Daarnaar kunt gij u bij het lezen een begrip vormen van mijn inzicht in het geheim, de verborgenheid van de Christus." Let op: dat is in vroegere geslachten – generaties die aan de onze vooraf zijn gegaan – niet bekend geworden aan de zonen der mensen, zoals het nu onthuld is.⟨/p> ⟨p>Je zou hier zelfs een conclusie uit kunnen trekken: was het misschien enigszins bekend, of had men een vermoeden? Maar nu is het echt onthuld. In ieder geval staat er: het is niet bekend geworden. Paulus zegt dat het hier gaat over dat geheim van de Christus. Overigens, ik zei het al, we gaan het hier bij een latere gelegenheid zeker nog over hebben, want het geheim van de Christus blijkt alles te maken te hebben met wie de Christus is. Dat is niet alleen het Hoofd, Jezus Christus, maar ook de ⟨em>Ecclesia⟨/em>, die samen verbonden zijn als een onverbrekelijke eenheid.⟨/p> ⟨p>Maar dat is nu even niet het onderwerp; het gaat mij erom dat het geheim voorheen verzwegen was. Er staat ook bij: het was niet bekend ten tijde van vroegere geslachten. Paulus zegt dus: wat ik vertel, is nieuw, het was niet bekend. Men had misschien vermoedens te over, maar het was niet bekend. Waarom niet? Het was geheim; daarom heet het ook een geheim.⟨/p> ⟨p>Trouwens, in datzelfde hoofdstuk – ik sla nu een paar verzen over – kom je in vers 9, en daar zegt Paulus dat om in het licht te stellen wat het beheer, de economie, de huishouding van het geheim inhoudt. En dan komt het: dat dit van aeonen her – wereldtijdperken dus – verhuld is gebleven. En nu, zegt Paulus in de Efezebrief, is het bekendgemaakt. Het is trouwens heel opmerkelijk dat hij dezelfde formulering ook in de Romeinenbrief bezigt. In de Romeinenbrief is het feitelijk nog sterker, want daar zegt hij dat het zelfs verzwegen was.⟨/p> ⟨p>En dan heb ik er nog een, in Kolossenzen 1. Daar gaat het ook weer over het geheimenis: het geheim dat aeonen en geslachten lang verborgen is gebleven. U ziet het: aeonen, die wereldtijden. In feite is een wereldtijd – zoals de huidige wereldtijd die bij Noach begon en nu al duizenden jaren voortduurt – al heel lang, maar aan de onze is nog een hele wereldtijd voorafgegaan, en zelfs meerdere wereldtijden, aeonen. Al die tijden, en dus ook de vele geslachten en generaties die elkaar hebben opgevolgd, was het verborgen.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt: het is nu geopenbaard. Letterlijk staat er zoiets als dat het manifest gemaakt is, gemanifesteerd, verschenen aan zijn heiligen. Dus ja, die hele gedachte van het geheim dat nu onthuld is, heeft alles te maken met het feit dat het daarvóór verzwegen was, onbekend, niet geopenbaard en niet manifest gemaakt – of welke termen je daar nog meer voor zou kunnen gebruiken.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2950" title="Speel af vanaf 49:10">▶ 49:10⟨/button> ⟨span>Aionische Tijden: Waarom On-bijbelse Theologie over de Eeuwigheid Sneuvelt⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan nog even inzoomen op die term aeonische tijden, want die heeft toch even toelichting nodig. Deze term vind je trouwens ook een drietal keren: hier dus, in Romeinen 16, maar je vindt hem ook in Titus 1 vers 2 en in Tweede Timotheüs 1 vers 9. Ik vind hem heel erg boeiend. Ik ben heel erg blij dat we deze term tot drie keer toe hebben; er zijn drie getuigen in de Schrift die daarvan spreken. Waarom? Omdat het zoveel theologie overhoop haalt. Dat vind ik altijd leuk. Ik bedoel, wat mensen zeggen over aeonen, dat klopt van geen kant. Sorry voor deze boute opmerkingen. Het staat zo haaks op alles wat ons is overgeleverd van eeuwen her, zal ik maar zeggen. Ik zou haast zeggen: het is nu geopenbaard, maar nee, dat is niet waar. Het is altijd onder het stof bewaard. Men heeft van een aeon een eeuwigheid gemaakt, tenminste als het zo uitkwam, en anders op een andere manier.⟨/p> ⟨p>Je ziet trouwens, om even ter zake te blijven, dat in de NBG dit wordt vertaald met 'eeuwenlang'. Op zich heb ik niet zoveel problemen met het woordje 'eeuw', alleen het probleem met ons woord 'eeuw' is dat wij dan meestal denken aan een periode van honderd jaar. En dat is het in ieder geval niet. De Statenvertaling spreekt in dit geval tot ons dat "de tijden der eeuwen" verzwegen zijn. En als een aeon inderdaad een eeuw is, of als je het zo vertaalt, dan heb ik er niet veel moeite mee.⟨/p> ⟨p>Maar weet u waarom dit zo boeiend is? Kijk, het hele idee dat een aeon een eindeloze eeuwigheid zou zijn... Wat was het ook alweer? De eeuwigheid die geen begin heeft en de eeuwigheid die geen einde heeft. Dus als je terugblikt, dan heb je geen grens, en als je vooruitblikt, dan heb je ook geen grens. Dat is wat men doet, men plaatst het zo. Maar een wereldtijd eindigt bij een chaos, of begint met een chaos en dan maakt God een nieuwe ordening. Je hebt de zondvloed gehad en dan begint er een hele nieuwe wereldtijd. En deze wereldtijd loopt ook binnenkort op zijn einde en dan gaat er weer een nieuwe aeon, een nieuwe wereldtijd draaien.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, deze uitdrukking maakt duidelijk dat aeon niet tegenover tijd staat. Want anders zouden we niets hebben aan aeonische tijden, toch? Ja, dat ga ik niet verder toelichten, want dat is een open deur intrappen. Die twee worden juist gecombineerd. Het maakt ook trouwens duidelijk dat aeonische tijden wel degelijk een begin hebben. Want hoe was het ook alweer? Bij één gelegenheid lees je zelfs over 'vóór aeonische tijden'. Dus voordat de aeonische tijden begonnen. Met andere woorden: die aeonische tijden hebben een begin gehad en bovendien blijkt ook dat ze een einde hebben. Want ja, de ene aeonische tijd wordt weer opgevolgd door een andere aeonische tijd.⟨/p> ⟨p>Zodat één zo’n uitdrukking die we bij herhaling tegenkomen, een hele dogmatiek volledig onderuit schoffelt. Dit is trouwens helemaal geen taalkundig probleem, want dit is zo evident in de Bijbel. Alleen het probleem is dat je loopt aan tegen gigantisch veel theologie. En u weet hoe dat is met 'eeuwigheid', wat men er allemaal van gemaakt heeft. Ik denk dan bij 'eeuwig wel' en 'eeuwig wee' aan iets wat eindeloos is, waar nooit een einde aan komt. Dat is geen Bijbelse gedachte, punt. En het staat zo haaks op de Schrift. Het is niet alleen een misverstand, het is zelfs killing. Want als je denkt dat aeon eindeloos is, dan ken je het Evangelie eigenlijk niet. Want dan is er dus ook zoiets als de 'eeuwige straf' en al die dingen, en daar komt dan ook nooit een einde aan. Daar maak je dan nog meer fouten van, hè?⟨/p> ⟨p>Ja, dat is ook precies zo: 'tot in alle eeuwigheden', wat natuurlijk helemaal bizar is. En dat kun je er allemaal weer wegbuiven met de gedachte: 'ja, maar dat is gewoon een taalkundig fenomeen om aan te geven hoe lang dat duurt of hoe eindeloos dat is'. Maar als je gewoon blijft bij de term van een tijd van aeon en aeonen — het zijn wereldstijden — en als je zegt: 'ja maar die tijden duren heel lang', dan zeg ik: 'jawel, tot uw dienst', maar niet eindeloos. Dat is in ieder geval niet de gedachte.⟨/p> ⟨p>Dus, even terug bij mijn punt en dan gaan we echt pauzeren. Ja, want ik heb nu al lang genoeg weer gesproken. Al die aeonen, of de aeonen die aan de huidige voorafgegaan zijn — duizenden jaren in ieder geval — daarin is dat wat Paulus mag onthullen altijd verzwegen geweest. Verborgen geweest, niet bekendgemaakt. Al die generaties wist men daar niet van. En nu is het bekendgemaakt. Maar daarover gaan wij straks verder. Yes!⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3346" title="Speel af vanaf 55:46">▶ 55:46⟨/button> ⟨span>Hervatting: het Geheim Onthuld en Geboekstaafd Door Profetische Geschriften⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij gaan weer verder met die paar verzen waarvan ik al aangaf dat ze erg compact zijn. We gaan er zinsdeel voor zinsdeel, en soms bijna woord voor woord, doorheen. Vlak voor de pauze gaven we de aanzet, en daarmee zijn we ook de pauze ingegaan: de aeonische tijden. We hadden het over de aeonische tijden – oftewel de tijden van de aeonen. Dat is waar Paulus het over heeft. Gedurende de tijden van de aeonen was dat wat nu bekend is gemaakt, de onthulling van het geheim, verzwegen of verborgen. Die termen worden ook in de parallelteksten genoemd. Paulus benadrukt iedere keer heel sterk dat het inderdaad een geheim betreft dat nu wordt geopenbaard.⟨/p> ⟨p>En daarmee heb ik meteen mijn bruggetje naar vers 26, want daar staat: "volgens onthulling van een geheim dat de aeonische tijden verzwegen is, maar nu openbaar gemaakt wordt". Hoe dan wel? In ieder geval via de bediening van de apostel Paulus. Laat ik dat even onder bewijs stellen. We hadden het al over Efeze 3, waar Paulus uitgebreid spreekt over het geheimenis van Christus. Het is goed om even een klein zijpaadje in te gaan om het scherp te stellen: het geheim heeft altijd te maken met de onderbreking in de heilshistorie, met de tijd dat Israël buitenspel staat, het koninkrijk verborgen is en wat God in deze tussentijd doet. Maar dat heeft vele facetten. Want ja, het geheim heeft te maken met het feit dat het verborgen was, maar wat is dan precies verborgen en wat doet God in deze tijd? Hij roept een ekklesia, maar met welke bestemming en welke status? Wordt dat al geïllustreerd in de Hebreeuwse Bijbel? Het heeft als een diamant talloze facetten en kanten, en dat is wat je dan ook in de brieven tegenkomt.⟨/p> ⟨p>In de pauze merkten enkelen van jullie al op dat Paulus hier niet eens specifiek en expliciet aangeeft wat hij in Romeinen 16 bedoelt met het geheim. Hij veronderstelt het kennelijk als bekend. Het loutere feit dat Paulus in de afsluiting van deze brief niet specifiek op de inhoud doelt, moet betekenen dat hij voortborduurt op wat hij zojuist eerder in deze brief heeft gezegd. Toen ging het over de tijdelijke verharding die over Israël is gekomen – dat was het onderwerp van de vorige keer. Er staat bij: "totdat". Paulus zegt: "Ik deel jullie een geheim mede." Zo was het toch? Romeinen 11 vers 5. "Het is niet anders, opdat jullie niet eigenwijs zouden zijn, deel ik jullie een geheim mee: een tijdelijke verharding is over Israël gekomen, totdat de volheid van de natiën ingaat, en alzo zal gans Israël worden gered, gelijk geschreven staat." Dat is dat geheim. Het heeft te maken met de tijd dat Israël buitenspel staat en verhard is, totdat die tijdspanne voltooid is.⟨/p> ⟨p>Over die tijdspanne gaat het dus ook in Romeinen 16. We hebben het nu over het feit dat het geheim nu openbaar gemaakt wordt, onthuld wordt. Er wordt heel uitdrukkelijk gezegd via welk kanaal de onthulling van dat geheim plaatsvond. Paulus zegt: "dat mij door openbaring het geheimenis bekendgemaakt is." Hij zegt trouwens een paar verzen later, in vers 5, dat het ook geopenbaard is aan de heilige apostelen en profeten. Ik denk dat Paulus het bekend heeft gemaakt aan zijn collega-apostelen en dat zij via hem op de hoogte zijn gebracht. In ieder geval is het aan Paulus geopenbaard. Hij is trouwens – maar dat is het onderwerp van Efeze 3 en komt in de Romeinenbrief nauwelijks aan de orde – degene die de waarheid van lichaam en hoofd uiteenzet. Maar daar gaan we het in 2024 nog over hebben.⟨/p> ⟨p>Het punt hier is dat het geopenbaard is via het kanaal van Paulus. Hij zegt: "gelijk ik tevoren in het kort daarvan schreef." Misschien dat we later opteren voor het laatste, maar dat doet nu voor het verhaal niet zo ter zake. In ieder geval is het zo dat hij in de gevangenisbrieven echt heel uitgebreid uitpakt. Dan is het niet meer "in het kort" dat hij daarover schrijft; nee, dan schrijft hij daar volledig over. Zoals hij het zegt in de Kolossenbrief: dat hij het woord van God tot volheid brengt, tot compleetheid. Alles wat daarover te melden valt, heeft hij van Godswege ook in geschriften bekendgemaakt.⟨/p> ⟨p>En dat is het volgende bruggetje. Goh, dat was niet eens gepland, door mij tenminste. Het wordt nu openbaar gemaakt via het kanaal van Paulus, maar dan ook "door profetische geschriften". Wij mogen onszelf gelukkig prijzen dat Paulus dat niet alleen maar mondeling heeft geheraut en onderwezen. Dat was prachtig voor de mensen die dat in zijn dagen live konden meemaken, maar hij heeft het ook geboekstaafd; hij heeft het opgetekend. Hij heeft als geen ander geschreven; het grootste deel van de brieven in het Nieuwe Testament komt voor zijn rekening. Door profetische geschriften zijn deze dingen daadwerkelijk opgetekend. Als we ervan uitgaan dat Paulus deze woorden ergens in de jaren vijftig van de eerste eeuw heeft opgeschreven, en wij leven nu in 2023, dan zit daar een hele tijdspanne tussen. Maar dankzij het feit dat deze dingen aan hem onthuld zijn en hij ze heeft opgetekend, kunnen wij nog steeds bij het licht daarvan wandelen en er kennis van nemen. Geweldig is dat!⟨/p> ⟨p>Door profetische geschriften. "Profetisch" wil ook zeggen dat God zelf daardoor spreekt. Voor de pauze hadden we het erover dat God inderdaad alle Schrift heeft geademd. Maar hoe zegt Petrus dat ook alweer? Dat nooit de profetie is voortgebracht door een mens, maar dat mensen van God... ja, dank u wel! Kijk, daar hou ik van, dat ik gecorrigeerd word door Bijbelkenners. Dat heb je op mijn twaalfde jaar geleerd? Dat raakt je nooit meer kwijt. Ik heb het mezelf ook ooit geleerd. Ik had vroeger – even tussendoor – een oranje map toen ik een tiener was. Ik weet niet meer wie de uitgever was, maar dat heette "Het gesmede zwaard". Dat waren Bijbellessen met kaartjes erbij om Bijbelteksten te memoriseren. Die memorisatiekaartjes heb ik toen allemaal gememoriseerd, en daar hoorde deze tekst ook bij. Maar nu ben ik 62 en treden er toch allerlei andere processen in werking. Nee, die uitgever dacht ik niet. Nee, ook niet. Ja, die hadden ook van die memorisatieteksten.⟨/p> ⟨p>Ik weet niet meer wat het was. Ik heb er toentertijd heel veel van geleerd. Ik denk dat ik nu mijn hoofd zou schudden als ik zo de dingen aanstipte. Maar ja, de Schriften raken me een keer vol. Ja, de Schriften raken me vol.⟨/p> ⟨p>Maar mensen hebben van God... daar hadden we het net over, even terug bij af: in 1 Petrus 1, of nee, wat was het? 2 Petrus 1 aan het slot. Mensen hebben van Godswege gesproken. Nou, het is gesproken en hier geschreven; ze hebben het opgetekend. Nu het openbaar gemaakt wordt, ook door profetische geschriften. Dus die bekendmaking was mondeling, maar ook schriftelijk. En dat was geen eigen keuze van Paulus, maar volgens uitdrukkelijk bevel van God.⟨/p> ⟨p>Dus die hele bekendmaking van het geheimenis, ook het feit dat dat schriftelijk moest zijn, dat was... ja, zo moest dat. Het was volgens uitdrukkelijk bevel van God. Paulus wist ook echt: dat kan niet anders. Wat hem te doen stond daarin? Niet alleen maar dat hij dat mocht herauten en begon te wijzen, maar ook dat hij wist dat deze dingen moeten worden opgeschreven. En volgens uitdrukkelijk bevel.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4068" title="Speel af vanaf 01:07:48">▶ 01:07:48⟨/button> ⟨span>De Aionische God: de Plaatser Die Alle Wereldtijdperken Beschikt⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat staat hier met een heel sterk woord in het Grieks: "volgens uitdrukkelijk bevel van de aeonische God". Ik geef toe, je moet je wel eens verontschuldigen als je het woordje "aeonisch" gebruikt. Nog niet zo heel lang geleden was er iemand – ik weet niet of hij het voor de grap bedoelde of dat hij het serieus meende – die, toen ik dat woord "aeonisch" gebruikte, dacht aan "bionisch". Ken je die serie destijds nog van de televisie? Van ⟨em>The Six Million Dollar Man⟨/em> en ⟨em>The Bionic Woman⟨/em> met de bionische armen en benen en zo? Nee, het gaat niet over bionisch, maar over aeonisch. Goed, inmiddels weten jullie natuurlijk waar ik het over heb; we hebben het er al zo vaak over gehad.⟨/p> ⟨p>In de NBG-vertaling staat dan "de eeuwige God". Ook daarmee heb ik geen probleem. Voor het gemak zet ik, als ik die keuze in de NBG volg, altijd een streepje tussen "eeuw" en de rest van het woord: "eeuw-ig". Dan weet je dat het iets te maken heeft met eeuwen en niet met iets eindeloos. Dat is precies wat ik wilde zeggen met "aeonische tijden". De tijden van de aeonen, dat lijkt me vrij logisch en de vertalers geven dat ook zo weer. Of de tijden van de eeuwen, zoals u wilt.⟨/p> ⟨p>Wat betekent de uitdrukking "de aeonische God" dan? Het is hetzelfde als de God van de aeonen. Ik herinner mij overigens nog iets – ik beklaag me meestal over het feit dat ik dingen juist niet meer herinner, maar dit weet ik nog wel. Ooit werd deze term "de eeuwige God" tegen mij ingebracht toen ik uiteenzette dat aeon te maken heeft met tijden die een begin en een einde hebben. Men zei: "Dat kan niet, want God is zelf eeuwig en God heeft toch geen begin en einde?" Maar zal ik u vertellen: dat is een dwaze conclusie. Er klinkt een zekere logica in door, dat geef ik toe, maar stel dat ik zeg dat God de God van Israël is; beperk ik Hem daarmee tot Israël? Nee, natuurlijk niet. Daarmee is Hij simpelweg de God van dat specifieke volk. Hij is de God van het land, Hij is de God van de ganse aarde en Hij is ook de God des hemels. Beperk je Hem daarmee? Nee, natuurlijk niet.⟨/p> ⟨p>Hij is in dit geval ook de God van de aeonen. Wie anders? Hij staat aan het begin. Hij heeft die tijden laten lopen en die lopen nog steeds door – en voorlopig gaat dat ook nog wel even door trouwens. Dus Hij is de God van de aeonen. Hij heeft de tijden zelf gecreëerd en in geen enkel opzicht suggereert dit dat God tot die aeonen beperkt zou zijn. Integendeel, Hij staat juist daarboven en daarvóór; Hij is de God van de aeonen. Oftewel: Hij is de Plaatser, want dat is wat het woordje God vanuit het Grieks in ieder geval betekent. Het is de Plaatser, degene die de dingen beschikt, neerzet en een plek geeft.⟨/p> ⟨p>Ik vind dat geweldig. Dat geldt niet alleen voor mijn persoonlijke tijd. Er staat in de Psalm: "Mijn tijden zijn in Uw hand." Dat geldt voor die paar decennia dat je hier rondloopt; Hij staat aan het begin en Hij staat aan het einde. Maar ook de aeonen zijn in Zijn hand. Dat vind ik wel mooi, want het zijn er vijf. Dat is precies geteld, want er zijn op zijn minst twee aeonen die aan de huidige zijn voorafgegaan. En dan volgen er ook nog in ieder geval twee: de toekomende aeonen. En aangezien er sprake is van de huidige aeon, dan heb je er toch echt vijf. Ik denk dat het daar ook bij blijft, bij die handvol. Maar goed.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4326" title="Speel af vanaf 01:12:06">▶ 01:12:06⟨/button> ⟨span>Gehoorzaamheid van Geloof: Amen Zeggen op Gods Mededeling in Plaats van Werken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Volgens uitdrukkelijk bevel van de aeonische God tot gehoorzaamheid van geloof, wordt dit aan al de natiën bekendgemaakt. Ja, die term... we hadden het er kort tevoren al over dat hier niet specifiek wordt gezegd wat dat geheim precies is. Er wordt echter wel gezegd wat karakteristiek is voor het geheim: namelijk dat daarin het evangelie klinkt van Paulus, 'mijn evangelie'. Dat is de herautboodschap van Jezus Christus zelf, een boodschap die aeonenlang is verzwegen en die nu wordt onthuld en bekendgemaakt, ook door de profetische geschriften.⟨/p> ⟨p>Hier wordt ook gezegd wat God in deze tijd doet. Het wordt bekendgemaakt met het oog op de gehoorzaamheid van geloof. Dat zijn eigenlijk twee woorden die het oogmerk vormen van de missie waartoe Paulus gezonden is, volgens het uitdrukkelijk bevel van God: de werking van gehoorzaamheid van geloof. Er is geen brief waarin dat zo duidelijk en uitdrukkelijk wordt betoogd en uitgelegd als juist deze brief aan de Romeinen. Namelijk dat geloof recht tegenover werken staat.⟨/p> ⟨p>Het is essentieel om de gehoorzaamheid van geloof goed te begrijpen. Geloof heeft te maken met het feit dat God spreekt. Hij vertelt, Hij belooft en Hij deelt mee. Denk aan Abraham, die door God naar buiten werd geleid en naar boven mocht kijken. God zei: 'Zo zal jouw nageslacht, jouw zaad, zijn.' Abraham hoefde niets te doen. Kreeg hij een opdracht? Nee, hij kreeg een belofte. En Abraham beaamde dat. Zo staat het er eigenlijk letterlijk: hij beaamde God. Voor God was hij daarmee een rechtvaardige; het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Waarom was Abraham een rechtvaardige? Omdat hij vertrouwde op de onvoorwaardelijke belofte die God hem deed. Abraham gaf gehoor aan dat wat beloofd was. Dat is de gehoorzaamheid van geloof.⟨/p> ⟨p>Wij staan nu aan de andere kant van de tijd waarin dat zaad aan Abraham beloofd werd. Inmiddels is het zaad van Abraham gekomen en worden de natiën in hem gezegend. Dat is een mededeling. Het evangelie is een bericht, een goed bericht. Wat is karakteristiek voor een bericht? Dat het je verteld wordt, dat het je wordt medegedeeld. Er wordt niets gevraagd en er wordt niets geëist. Er wordt alleen verteld: dit is wat God geeft, meldt en bekendmaakt. Degenen die daar gehoor aan geven en dus 'amen' zeggen op wat er beloofd wordt, tonen de gehoorzaamheid van geloof. Ik vind dat zo geweldig: 'amen' zeggen op wat God belooft en mededeelt.⟨/p> ⟨p>Bij werken is het anders. Als je een opdracht krijgt, moet je iets doen. Gehoorzaamheid betekent dan dat je vervult wat er is opgedragen. Je wordt aan het werk gezet; er wordt iets van je gevraagd en je doet het. Dat is de gehoorzaamheid van werken. Maar bij de gehoorzaamheid van geloof gaat het er niet om dat je iets doet of werkt. Er wordt niets van je gevraagd en er wordt niets aan je geëist. Er werd niets aan Abraham gevraagd toen hij naar buiten werd geleid om omhoog te kijken; er werd hem alleen iets verteld. Abraham geloofde dat en was een rechtvaardige voor God. Dat is de gehoorzaamheid van geloof.⟨/p> ⟨p>Wat Paulus doet, is laten zien dat het geheim dat nu verteld wordt en dat hij optekent volgens het uitdrukkelijk bevel van God, allemaal tot gehoorzaamheid van geloof leidt. Dat horen moet verteld worden, want hoe zouden mensen het geloven als ze het niet te horen krijgen? Dat is trouwens het thema van Romeinen 10. Maar het moet ze wel verteld worden. De grote ellende is wat de christenheid ervan gemaakt heeft: er wordt verteld wat je moet doen. Allerlei werken, je moet zus en je moet zo. Maar dat is geen gehoorzaamheid van geloof.⟨/p> ⟨p>Paulus vraagt ook in deze brief: waarom is Israël gestruikeld? In Romeinen 9 vers 32 en 33 staat dat dit kwam omdat ze uitgingen van werken en niet van geloof. Zij dachten dat God iets van hen wilde of van hen vroeg, en daardoor zijn ze gestruikeld. Maar God vertelt: 'Dit ben Ik. Ik ben jouw Redder.' Dat is het evangelie. Geloof het maar! Dit is wat Ik te melden heb. Het is een geweldige boodschap. En als je dat hoort, wat kun je dan doen? Als je het gelooft, zeg je er 'amen' op. Dat is de gehoorzaamheid van geloof.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt dat dit tot gehoorzaamheid van geloof aan al de natiën bekendgemaakt wordt. Aan wie het ook maar horen wil, inclusief het volk dat onder de natiën verstrooid is. Officieel is dat nog steeds de status van het volk: de diaspora. Ik denk trouwens dat God hen onder de natiën verstrooid heeft, zodat ze daar ook kennis zouden krijgen van deze belofte, van dit geweldige evangelie. Paulus zegt in Romeinen 11 ook tegen de natiën: 'Als jullie niet bij je geloof blijven, zal het jullie net zo vergaan.' In de praktijk zie je dat de christenheid, net als het volk Israël, volledig de weg van de werken is ingeslagen en gewoon een religie is geworden. Het is een religie als alle andere, alleen dan christelijk. Juist dat maakt het des te gevaarlijker, want het gaat allemaal onder de vlag van Christus, het evangelie en de Bijbel. Maar juist daar moet je naar kijken.⟨/p> ⟨p>Niettemin is de officiële situatie dat via de apostel Paulus de boodschap in geschriften is neergelegd bij de natiën. Ook vandaag nog wordt dat volk uitgeroepen. Niet via Israël, maar via een heidens volk. Het is soms een 'heidens werk' – u weet wel: het is een christelijk werk om heidenen te bekeren, maar het is een heidens werk om christenen te bekeren! Het gebeurt nu dus niet via Israël, maar via een heidens volk.⟨/p> ⟨p>Ik vertelde u aan het begin van de avond over dat haakje dat geopend werd, en hier wordt het haakje gesloten. Hier eindigt de tussenzin. In die tussenliggende parenthese sprak Paulus over 'mijn evangelie', over de onthulling van een geheim dat aeonische tijden verzwegen was, en over het feit dat dit nu bekendgemaakt wordt tot gehoorzaamheid van geloof aan al de natiën. Dat is in feite wat God vandaag doet in het verborgene. Het haalt de krantenkoppen niet, maar dat is ook helemaal de bedoeling niet. Dit is wat God vandaag in het verborgene doet onder de natiën. Daarmee geeft deze tussenzin wel degelijk uitdrukking aan wat het geheim is. En daarmee is de tussenzin beëindigd.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4879" title="Speel af vanaf 01:21:19">▶ 01:21:19⟨/button> ⟨span>Het Sluiten van de Tussenzin: de Alleenwijze God en de Progressieve Heerlijkheid van Komende Aionen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De lofprijzing wordt in dit laatste vers van de Romeinenbrief gecompleteerd. Er staat: "Aan Hem nu, die bij machte is jullie standvastig te maken..." En dan volgt die lange tussenzin, eindigend bij de alleen wijze God. Ik heb een commentaar mogen schrijven op de Romeinenbrief en daar heb ik deze titel ook aan gegeven: De Alleenwijze God. Het is een prachtige samenvatting van wat deze brief eigenlijk allemaal behelst. Het is de bekendmaking van de alleen wijze God, want alleen Hij is in staat om zo'n plan te maken, maar ook om het te volvoeren. Wat een wijsheid!⟨/p> ⟨p>In feite is dat wat Paulus ook eerder in deze brief, aan het slot van Romeinen 11, beschreven heeft. Waar ik al eerder op doelde: als hij dat allemaal heeft uitgelegd en dan als het ware op zijn knieën valt, dan zegt hij: "O, diepte van rijkdom en van wijsheid en van kennis van God!" Kennis heeft te maken met dat wat God allemaal weet, maar de wijsheid heeft te maken met het overzicht dat Hij heeft over al die tijden, over al die plannen en alles wat daarin een plek krijgt. De alleen wijze God. Hoe onnavorsbaar zijn Zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen! Want wie kende het denken van de Heer? Wie weet wat er in Hem omgaat? Of wie werd Zijn raadsman? Wie werd Zijn adviseur? Wie heeft God van advies gediend door te zeggen: "Zo zou U het moeten doen"? Soms denken wij dat dit de functie van het gebed is, nietwaar? God van advies dienen: "Heeft U er al aan gedacht om mij dit te geven of om het zo te doen?" Als je een klein beetje hebt mogen proeven van deze dingen, van wat de alleen wijze God te vermelden heeft, dan gaat het licht schijnen. Geweldig!⟨/p> ⟨p>Aan de alleen wijze God zij door Jezus Christus de heerlijkheid. Ook dit stramien, dit patroon, zie je natuurlijk overal weer in terug. Dit raakt aan veel theologie, maar dit is de manier waarop de Schrift erover spreekt. Er is één God en er is ook één middelaar van God en mensen, namelijk de mens Christus Jezus. God krijgt de ode en alle eer, maar hoe komt die lofprijzing bij Hem? Via Hem. Zoals God tot ons komt, tot de mensheid komt via Jezus Christus, zo komt de mensheid ook tot God via Hem. Hij is die Middelaar.⟨/p> ⟨p>Ik zou talloze andere schriftplaatsen kunnen noemen waar je ditzelfde idee vindt. Misschien valt het u op: waarom zegt Paulus hier Jezus Christus en niet Christus Jezus? Het is geen vastgezet patroon, Paulus gebruikt beide. Maar het aardige is dat de uitdrukking 'Christus Jezus' ongeveer 98 tot 100 keer voorkomt en uitsluitend bij Paulus. De logica daarachter is heel simpel. De apostelen kenden eerst Jezus die hier op aarde wandelde en die vervolgens verhoogd werd en tot Christus gemaakt werd. Dat was de historische volgorde. Maar Paulus leerde Hem kennen als de opgewekte. "Wie bent u, Heer?" "Ik ben Jezus, die jij vervolgt." Paulus kende Hem in de eerste plaats als de opgewekte Christus, namelijk degene die hier op aarde Jezus was. 'Christus Jezus' is dus typisch Paulinisch, omdat het verwijst naar hoe hij in aanraking met Hem is gekomen. 'Jezus Christus' is de historische volgorde: eerst was Hij Jezus en daarna werd Hij verhoogd. Petrus zegt het zo: "God heeft Hem tot Christus gemaakt, deze Jezus die jullie gekruisigd hebben." Het is geen wet van Meden en Perzen, Paulus spreekt ook heel vaak over Jezus Christus, maar het is wel typerend dat hij als enige de volgorde Christus Jezus hanteert.⟨/p> ⟨p>Aan de alleen wijze God zij door Jezus Christus de heerlijkheid tot in de aeonen. Daar hebben we het weer: die aeonen. Het is zo belangrijk om daar goed zicht op te hebben, want het komt zo vaak terug. "Zij de heerlijkheid tot in de aeonen." Als we dan vooruitkijken: in vers 25 werd gesproken over de voorbije aeonische tijden waarin een geheim werd verzwegen. In vers 26 werd gesproken over de huidige tijd waarin de dingen worden bekendgemaakt. En nu, aan het slot, wordt gesproken over de komende aeonen waarin de heerlijkheid geopenbaard wordt.⟨/p> ⟨p>Ik vind het zo geweldig, en daarmee wil ik afsluiten, dat dit progressief is. Die heerlijkheid wordt steeds groter en heerlijker. De aeon die gaat komen zal heerlijk zijn, maar de aeon die dáárop volgt zal in heerlijkheid de voorgaande weer overtreffen. Uiteindelijk wordt God alles in allen en dat overtreft werkelijk alles. Ik gebruik graag de beeldspraak van een steen die in de vijver valt: de kringen worden steeds wijder, steeds grootser, steeds heerlijker. Dat is het uitzicht dat wij hebben, lieve mensen. Wat een hoop, dat is echt een verwachting! De tijden die nog voor ons liggen worden steeds groter. We hebben er eigenlijk geen benul van.⟨/p> ⟨p>Wat bidden we elkaar toe? Het lijkt mij het meest verstandige om elkaar toe te bidden dat we echt gaan beseffen hoe gigantisch rijk we zijn in het kennen van die God, maar ook in het bezitten van die hoop. Wat een verwachting. Die toekomst komt sowieso naar je toe, dat is onontkoombaar. Maar het gaat erom dat je het rendement daarvan nu al beleeft en de vruchten daarvan plukt, doordat je de rijkdom ervan nú al ervaart. Wauw! Hoe groots en hoe heerlijk is het wat Hij allemaal nog in petto heeft. En dan zeg ik: Amen.⟨/p>