⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Inleiding: Top Secrets en het Geheim van Israëls Verharding⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En wederom gaan wij ons dit keer bezighouden met Top Secrets, zoals we dat het hele seizoen al doen. Vlak voordat we hier begonnen bespraken we al even dat we met dit jaarthema – of met dit seizoenthema beter gezegd – toch wel een heel mooi onderwerp hebben uitgekozen, mag ik wel zeggen. Want het bepaalt ons bij geweldige hoogten, maar ook diepten in de plannen die God vastgelegd heeft in zijn Woord.⟨/p> ⟨p>We hebben ons al een tweetal keren met dit onderwerp beziggehouden en dit keer – u ziet het als ondertitel – gaan we ons bezighouden met het geheim van Israëls verharding. Deze term is ontleend aan de Romeinenbrief en daar gaan we later zeker ook naartoe.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="66" title="Speel af vanaf 01:06">▶ 01:06⟨/button> ⟨span>Terugblik Avond 1: de Verborgenheden van het Koninkrijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Al was het maar om het geheugen weer even op te frissen, of u hier nu voor het eerst bent of voor de tweede keer, of dat u niet het geheel hebt gevolgd; ik wil nog even het geheugen opfrissen door terug te blikken op de voorgaande keren. De eerste avond, dat was de eerste donderdag in september, hebben we ons inleidend beziggehouden met dit onderwerp en wat dat woord eigenlijk betekent. Ik noemde het populair gezegd ‘top secrets’, dat is de algehele titel van deze avonden. Maar waar we het over hebben, zijn inderdaad geheimen, geheimenissen of verborgenheden. Het Griekse woord dat daarop teruggaat is ⟨em>mysterion⟨/em>, waar ons woord ‘mysterie’ natuurlijk van afgeleid is; dat herken je direct. Het komt nogal eens voor in het Nieuwe Testament en met name in de brieven van Paulus.⟨/p> ⟨p>Maar niet uitsluitend. We hebben ons die eerste avond met name beziggehouden met de verborgenheden van het Koninkrijk. Die uitdrukking vinden we in Mattheüs 13, het hoofdstuk waarin de Heer Jezus voor het eerst dat woordje ⟨em>mysterion⟨/em>, geheimenis of verborgenheid gebruikt. In dat hoofdstuk wordt een zevental – sommigen rekenen er acht, maar daar blijf ik even vanaf – gelijkenissen verteld over het Koninkrijk. Het gaat allemaal over de geheimen van het Koninkrijk en wat blijkt, is dat het altijd verband houdt met het ongeloof van Israël. Dat zie je in Mattheüs 13 ook heel duidelijk als je het vergelijkt met het vervolg: de Heer kon Zijn woord eigenlijk niet kwijt bij het volk en daarom ging Hij gelijkenissen vertellen.⟨/p> ⟨p>Het bijzondere in dat hoofdstuk is ook dat Hij de gelijkenissen – de verhalen over een zaaier, over een sleepnet of over onkruid; er worden nogal wat gelijkenissen verteld – weliswaar uitspreekt, maar ze niet uitlegt aan de scharen. Wat zij aanhoorden was een mooi verhaal, maar de betekenis ervan ontging hen. En niet alleen dat: de betekenis móést hen ook ontgaan. Dat lees je heel uitdrukkelijk. Het is eigenlijk nogal heftig wat de Heer Jezus daarover zegt. Wanneer Hij aan Zijn discipelen afzonderlijk uitlegt: "Wat Ik zojuist heb verteld, dat gaat hierover en dit betekent dat...", dan maakt Hij het aan hen duidelijk. Waarom? Omdat het aan hen gegeven is de geheimen of de verborgenheden van het Koninkrijk te kennen, maar aan de anderen niet.⟨/p> ⟨p>Wat blijkt, is dat al die gelijkenissen te maken hebben met de periode waarin het Koninkrijk verborgen is. Vandaar ook de uitdrukking ‘de verborgenheden van het Koninkrijk’, waarin het zaad maar minimaal in goede aarde valt. Dat is eigenlijk de achtergrond van deze gelijkenissen. De Heer verlaat het huis, dat zie je ook. Daar hebben we ons die avond mee beziggehouden. De Heer verliet het huis en ging aan de zee zitten. Vervolgens gaat Hij in een schip zitten en steekt Hij van wal. Vanaf het schip vertelt Hij die gelijkenissen aan de scharen op het strand. Het gaat daarbij niet alleen om wát Hij vertelde, maar ook om hóé Hij het deed. Dat Hij het huis verliet en vanaf de zee aan de mensen op het strand dingen vertelde die ze niet begrepen, is een uitbeelding van waar het nu eigenlijk over gaat.⟨/p> ⟨p>De Heer had het huis van Israël verlaten en Hij wendde Zich tot de volkerenzee. Vanaf de volkerenzee spreekt Hij tot het volk daar aan de oever – een uitbeelding van Israël – maar zij begrijpen niet waar het over gaat. Dat is heel kort gezegd wat we die avond hebben gezien. Houd dit in ieder geval vast: het heeft ermee te maken dat het Koninkrijk verborgen is. Waarom? Omdat – en dat zullen we vanavond ook weer zien – Israël haar Messias niet kent en herkent. Dat was de eerste avond, de vorige keer.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="368" title="Speel af vanaf 06:08">▶ 06:08⟨/button> ⟨span>Terugblik Avond 2: het Verborgen Tussentijdperk in de Profeten⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De tweede avond in oktober hebben we vooral vastgesteld dat de tijd van de verborgenheid ook verborgen is in het Oude Testament. Dat betekent niet dat het er niet te vinden is, maar dat het er slechts bedekt te vinden is. Het is bedekt, en slechts als je weet hoe de vork in de steel zit, is het met terugwerkende kracht alsnog te vinden en te ontdekken. Maar het ligt niet aan de oppervlakte; het was verborgen in het Oude Testament. In feite hebben we de vorige keer ook gezien dat de Hebreeuwse profeten, Israëls profeten, hebben gesproken over de Messias die zou komen. Zij spreken over Hem in twee gestalten. Dat wil zeggen: een Messias die zou lijden, zou sterven en verworpen zou worden door Zijn volk, maar ook – en dat is met name het deel wat het Joodse volk verwachtte – een Messias die zou komen om te heersen in Jeruzalem, die de dynastie van David weer zou herstellen en vanuit Jeruzalem over Israël, maar ook over de hele volkerenwereld zou regeren. Dat is tot op de dag van vandaag de Messiasverwachting van het Joodse volk.⟨/p> ⟨p>De grote vraag is hoe die twee gegevens zich tot elkaar verhouden. Aan de ene kant een Messias die lijdt, sterft en verworpen wordt door Zijn volk, en aan de andere kant een Messias die in heerlijkheid regeert vanuit Jeruzalem over Israël en de volkeren. We hebben gezien dat dit ook het uitgangspunt was van de woorden die Petrus in zijn brief optekent, wanneer hij zegt dat de profeten hebben nagezocht en gespeurd op hoedanige tijd de Geest van Christus in hen doelde, toen Hij vooraf getuigenis gaf van al het lijden dat over de Christus komen zou en de heerlijkheden daarna. Ik heb het nu vrij letterlijk geciteerd, maar waar het om gaat is dat die profeten zelf dingen hebben opgetekend; zij zagen zelf ook de puzzelstukjes en ze hebben gecheckt en nagevorst hoe die gegevens in elkaar passen. Met andere woorden: dat was niet duidelijk, dat was verborgen voor hen.⟨/p> ⟨p>Het is een heel aparte vaststelling dat de profeten dus hebben geprofeteerd – dat is waarom ze profeten heten, ze hebben voorzegd – door Gods Geest die hen daartoe aanzette, maar dat zij dingen hebben vermeld en opgetekend waarvan de betekenis henzelf ontging. Vandaar ook dat ze hun eigen boeken, hun eigen boekrollen, hebben nagezocht en gespeurd naar hoe dit nu zat. Zij wisten dat dus ook niet. Dat betekent dat zij hebben gesproken over een Messias die zou komen, maar over de tijden, en vooral over de tijd die daartussen zou zitten – aan de ene kant Zijn verwerping en aan de andere kant Zijn komst in heerlijkheid – was voor hen verborgen. Dat er een tijd tussen zou zitten, zou achteraf duidelijk worden. Je kunt daarop afdingen en zeggen dat het achteraf altijd heel makkelijk is om dingen alsnog te zien, zo van: "Hoe is het mogelijk, hoe kon het me toen ontgaan dat ik het niet heb gezien?" Maar dat is vaak ook met de kennis van nu.⟨/p> ⟨p>In feite hebben we gezien dat zij niet zozeer hebben gesproken over twee komsten van de Messias, maar over de Messias die zou komen, wiens komst kennelijk onderbroken zou zijn. Het idee is dus niet zozeer dat er twee komsten van de Messias zijn, maar de profeten spraken van de Messias die zou komen. En als Hij is gekomen, dan zijn feitelijk daarmee ook de laatste dagen aangebroken. Want wat zijn de laatste dagen? Dat zijn de dagen waarin de Messias zou komen. Nou, Die is inmiddels gekomen, dus in feite hebben we vanaf die tijd te maken met de laatste dagen. Alleen zit er een break in, een pauze, een intermezzo.⟨/p> ⟨p>Aan het eind van de avond hebben we nog gesproken over een onderwerp waar je seizoenen aan kunt wijden: alle verborgen aanwijzingen, de typologische heenwijzingen die je in het Oude Testament vindt. Ik heb altijd een beetje moeite met die termen, maar u weet waar ik het over heb: de Hebreeuwse Bijbel, de Tenach. Al die verhalen, de geschiedenis, maar ook de rituelen bevatten aanwijzingen. We hebben het gehad over Jozef, die verworpen werd door zijn broers, een tijd zoek is en zich uiteindelijk toch bekendmaakt aan zijn broeders. Dat is Jozef, maar hetzelfde verhaal kun je vertellen over een Mozes of een David.⟨/p> ⟨p>Kort en goed komt het erop neer dat er tal van aanwijzingen in de Schrift zijn, niet alleen expliciete profetieën, maar ook aanwijzingen in verhalen en rituelen. Wat de wet heeft voorgeschreven bevat zoveel cryptische dingen. Waar zou dat naar verwijzen? Cryptisch betekent ook weer verborgen; het zijn verborgen heenwijzingen. Het geweldige van bijbelstudie is dat je, zeker als je onderzoek doet in het Oude Testament, aan het ontdekken bent. En dan bedoel ik letterlijk 'ont-dekken': je neemt de bedekking weg, of de bedekking wordt weggenomen, en dan ontdek je wat er onder de oppervlakte ligt. Dat is een geweldige bezigheid, want de grootste rijkdommen liggen juist verborgen. Kortom, schriftstudie is het mooiste wat er bestaat als je inderdaad leest en bestudeert volgens de aanwijzingen die de Schrift zelf aanreikt. Dan blijkt ook dat de Schrift zichzelf uitlegt. Oké, nou, dat was even een terugblik.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="836" title="Speel af vanaf 13:56">▶ 13:56⟨/button> ⟨span>De Apostolische Boodschap aan Israël Na de Opstanding⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ik zei al dat we ons vanavond gaan bezighouden met de verborgenheid van Israëls verharding. En ik gaf ook al aan dat we dan arriveren in de Romeinenbrief, maar ik wil eerst even beginnen bij het begin. En met 'het begin' bedoel ik dit: toen de Heer Jezus was gestorven, opgestaan uit de doden en inmiddels ook ten hemel was gevaren, was de boodschap vanuit Jeruzalem aan het volk Israël gericht. De twaalf apostelen hadden een boodschap – en dat is niet voor niks natuurlijk – eerst en vooral aan het volk Israël. Petrus is dan vooral de woordvoerder onder hen.⟨/p> ⟨p>Wat is dan de boodschap aan het volk? Daar zijn nogal wat voorbeelden van te geven, juist ook naar aanleiding van de toespraken die we vinden in Handelingen. In Handelingen 2, op de Pinksterdag, steekt Petrus van wal – om even in de terminologie te blijven – maar Handelingen 3 is helemaal markant, vooral ook in verband met het onderwerp waar we dit seizoen over spreken. Ik begin te lezen vanaf vers 17. Het enige wat ik nog eventjes wil zeggen over het voorafgaande, is dat het daar ging over een verlamde man die vanaf de moederschoot al verlamd was. Hij lag daar aan de poort, de Schone poort van Jeruzalem. Petrus en Johannes komen op het uur van het gebed langs en die man kijkt hen aan in de verwachting dat hij wat van hen zou ontvangen. Dan zegt Petrus: "Zilver en goud hebben we niet, maar wat ik heb, dat geef ik je: in de naam van Jezus Christus, sta op!" Die man heeft zijn hele leven nog nooit gelopen, maar hij springt op en gaat zo de tempel binnen. Dat vind ik een geweldig wonder.⟨/p> ⟨p>Je leest dat die man zijn mond niet houdt, dat begrijp je wel, en dat er in no time een hele mensenmenigte op de been is. Dat was voor Petrus natuurlijk de gelegenheid om tekst en uitleg te geven, wellicht ook omdat hij ter verantwoording werd geroepen over wat daar gebeurde. Wat blijkt nu? Die geschiedenis dient feitelijk als een voorbeeld, als een model voor wat Israël zou overkomen. Namelijk dat als het volk zou opzien naar boven, het hersteld zou worden en nieuw leven zou ontvangen. Wat met die man gebeurde, dat zou ook met Israël gaan gebeuren.⟨/p> ⟨p>Nadat Petrus ook nog heeft gememoreerd aan wat nog maar enkele weken of hooguit maanden tevoren was gebeurd – het was in ieder geval in datzelfde jaar dat de Heer Jezus was verworpen door het volk, of beter gezegd door hun oversten – zegt hij dit in vers 17: "En nu broeders..." Hij spreekt zijn volksgenoten aan, zijn broeders naar het vlees. "En nu broeders, ik weet dat jullie uit onkunde hebben gehandeld, zoals ook jullie oversten, de leidslieden." Eigenlijk wisten ze niet wat ze deden; dat had de Heer Jezus trouwens aan het kruis ook al gezegd: "Zij weten niet wat ze doen." Maar dan voegt Petrus eraan toe: "Maar zo heeft God in vervulling doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had: dat zijn Christus, zijn Mashiach, zijn Gezaligde, moest lijden."⟨/p> ⟨p>Dat is een van de thema's die in het boek Handelingen naar voren gebracht worden. De Christus moest lijden, sterven en verworpen worden door zijn volk, omdat de profeten dat hadden gezegd. Dat was natuurlijk niet een algemeen geaccepteerd gegeven, maar het wordt voortdurend onder bewijs gesteld. Dat zie je iedere keer terug in die toespraken: de Schriften gaan open en de beweringen die gedaan worden, worden gestaafd. Het zijn geen preken in de zin van een 'peptalk'; nee, er wordt bewijs geleverd. Petrus betoogt dat God in vervulling heeft doen gaan wat Hij bij monde van alle profeten tevoren geboodschapt had, namelijk dat zijn Christus moest lijden.⟨/p> ⟨p>Nu hij deze dingen heeft vastgesteld, volgt de conclusie. Hij zegt: "Kom dan tot bezinning en omkering." Ter aanvulling voeg ik eraan toe dat daar waar de woorden in de tekst gecursiveerd zijn, ik afwijk van de NBG-vertaling. In de NBG-vertaling staat dat men moet komen tot 'berouw en bekering', maar voor het woord berouw gebruik ik liever 'bezinning'. Het idee van het woord is niet zozeer dat je spijt hebt, maar het is veel breder: het gaat om 'omdenken'. Metanoia wil letterlijk zeggen: een verandering van denken. Kom tot bezinning en keer je om; dat is wat bekeren natuurlijk ook is.⟨/p> ⟨p>Petrus spreekt zijn volksgenoten dus als zodanig aan: "mannenbroeders, mannen van Israël." Zo staat het in een van de eerste verzen van zijn toespraak. Hij spreekt hen aan: "Jullie en jullie oversten, kom dan tot bezinning en omkering." Waarom? "Opdat jullie zonden uitgedelgd worden." En waarom nog meer? "Opdat er tijden van verademing mogen komen van het aangezicht van de Heer." Dus op het moment dat jullie inderdaad tot bezinning komen en je omkeren, dan zullen er tijden van verademing aanbreken. Precies zoals die verlamde man dat diezelfde dag nog had beleefd. Dat was onmiskenbaar een godswonder van het aangezicht van de Heer; geen mensenwerk, ook dat was duidelijk. Dat zou Israël als natie ook gaan beleven.⟨/p> ⟨p>Er wordt een voorwaarde gesteld aan die tijden van verademing: bezinning en bekering. En dan wordt er nog iets aan toegevoegd. Het is niet zozeer een optelsom, maar het hangt allemaal met elkaar samen: de zonden worden uitgedelgd, er komen tijden van verademing van Godswege en bovendien zal God dan ook de Christus afvaardigen. De Messias, Israëls eigen Messias, die ze enkele maanden tevoren nog aan het kruis hadden geslagen of hadden overgeleverd. Die Messias, Jezus, die voor hen tevoren bestemd was, zou God dan zenden. Daarmee is gezegd dat als Israël zich zou omkeren, Christus zou wederkomen. Hij was inmiddels in de hemel, maar Hij zou dan worden teruggezonden. Wie die Messias is, wordt hier meteen onthuld: Jezus, Yeshua, wat betekent 'Jahweh is Redder'. God zou Hem dan zenden en afvaardigen.⟨/p> ⟨p>Petrus voegt daar nog aan toe: "Hem moest de hemel opnemen." Ook dat 'moeten' is in overeenstemming met de profetie. We hebben het daar de vorige keer over gehad naar aanleiding van Psalm 110, waar God tegen de Messias zegt: "Zit aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gesteld heb tot een voetbank voor uw voeten." Dan zal Hij heersen vanuit Jeruzalem, vanuit Sion. Als er staat 'moest', dan zit daar de gedachte achter dat het zo moet gebeuren omdat het zo geschreven staat. God heeft het gezegd en daarom moet het zo gaan, zoals de Heer Jezus dat ook tegen de Emmaüsgangers had gezegd, die op die derde dag helemaal vertwijfeld waren.⟨/p> ⟨p>En hij zei: "O onverstandigen en tragen van hart om te geloven alles wat de profeten gesproken hebben! Moest de Christus dit niet lijden en zo in zijn heerlijkheid ingaan?" Hem moest de hemel opnemen. Ik zei het al, maar hier is het rustig zolang de muren blijven staan. Hem moest de hemel opnemen, maar dat was "totdat". Zoals dat ook in Psalm 110 staat: "Zit aan mijn rechterhand, totdat Ik uw vijanden gesteld zal hebben tot een voetbank voor uw voeten."⟨/p> ⟨p>Het is dus heel duidelijk allemaal getimed. In dit verband worden geen jaartallen of tijden genoemd, maar er wordt wel gezegd dat Hij eerst moest lijden en sterven. Hij moest ook in de hemel worden opgenomen, maar op het moment dat Israël zich zal omkeren, zal Hij – die nu nog in de hemel is aan Gods rechterhand – gezonden worden naar de aarde. En dan zullen er tijden van verademing komen. "Hem moest de hemel opnemen", staat erbij, "tot de tijden van het herstel" – of de wederoprichting – "van alle dingen, waarvan God gesproken heeft bij monde van Zijn heilige profeten, vanaf de aeon."⟨/p> ⟨p>Alles waarvan de profeten hebben gesproken, zou worden hersteld, wederopgericht en opnieuw op de kaart worden gezet. Als ik dat hier zo zie staan, moet ik er altijd aan denken dat wij in feite nu ook in de aanloop daarvan leven. Het meest karakteristieke van de afgelopen eeuw, Bijbels bezien, is wel dat alles waarvan de profeten hebben gesproken weer terug is. Noem de plaatsen en de landen maar op; na duizenden jaren weg te zijn geweest, zijn ze allemaal weer op het bord neergezet. Zelfs de Filistijnen heb je weer; dagelijks lezen we daarover in de krant. De Gazastrook, Jeruzalem, een Joodse staat, Syrië en Egypte... al die landen zijn weer terug van weggeweest.⟨/p> ⟨p>Alles waarvan de profeten hebben gesproken, wordt weer hersteld en op de kaart gezet. Hier gaat het denk ik vooral over het herstel van alles, namelijk ook het herstel van de vervallen hut van David. De dynastie van David wordt na 2500 jaar weer hersteld. Er zal dan weer een troon zijn in Jeruzalem en vandaaruit zal Hij regeren. Alles waarvan God heeft gesproken bij monde van Zijn profeten, zal dan worden vervuld.⟨/p> ⟨p>Waarom ik dit gedeelte aanhaal, is omdat Petrus hier zo duidelijk verkondigt dat als Israël als natie – en dan met name hun representanten, de oversten, de leiding en de regering van het volk – tot bekering komt, de Christus zal terugkeren. Dat was in feite de boodschap in die dagen en daar is eigenlijk niets aan veranderd. Want wanneer zal de Christus weer verschijnen aan Zijn volk? Wel, op het moment dat zij Hem zullen aanroepen. Het principe is dus ongewijzigd.⟨/p> ⟨p>Inmiddels is het – zeker na het boek Handelingen en na Handelingen 28 – wat je noemt een "ongelegd ei". Iets wat had kunnen gebeuren, maar wat niet heeft plaatsgevonden. Dat is iets wat wij nu weten, maar wat Petrus in zijn dagen in ieder geval nog niet wist. Een paar maanden eerder, vlak voordat de Heer Jezus inderdaad aan het oog onttrokken werd, hebben ze aan hun Heer, aan de Messias, gevraagd: "Herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?" En dan krijgt hij het kritische antwoord: "Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft."⟨/p> ⟨p>Het kon dus wel gebeuren. Sterker nog, het gerucht onder de discipelen ging dat het wel in die dagen zou gebeuren. De discipelen dachten dat Johannes het in ieder geval nog in zijn leven zou meemaken. Dat had de Heer weliswaar niet beloofd, maar de suggestie lag er en het was ook "optioneel waar". De prediking in het boek Handelingen is: komt tot inkeer, en als jullie je bekeren, zal de Koning terugkeren en zal Zijn koninkrijk worden geopenbaard. Dan is het koninkrijk niet langer verborgen, maar openbaar. Een echt, reëel en concreet koninkrijk, met een echte Koning, een echte troon en een echte koningsstad.⟨/p> ⟨p>Dat is het evangelie van het koninkrijk. Hoezo het evangelie? Nou, het is een blijde tijding, want de Koning komt! Wanneer komt Hij? Als jullie als Israël Hem binnenbrengen. Ik weet het, dit is de menselijke kant van het verhaal – misschien dat we het daar later vanavond nog even over hebben – maar in ieder geval: dit is de oproep aan het volk. Dat moet duidelijk zijn.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1836" title="Speel af vanaf 30:36">▶ 30:36⟨/button> ⟨span>De Rode Draad in Handelingen: van Jeruzalem Naar Rome⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ja, en dan wil ik eventjes kort aangeven hoe dat in het boek Handelingen is gegaan, voor zover dat aan jullie ontgaan is. In ieder geval om duidelijk aan te geven dat daar ook een historische lijn, een rode draad door het hele boek loopt. Eigenlijk, als ik het zo zeg: van Jeruzalem naar Rome, dan heb ik feitelijk geformuleerd waar het in het boek Handelingen over gaat. Dat wil zeggen: de lijnen. Het begint in Jeruzalem. Dat had de Heer immers ook gezegd: "Gij zult Mijn getuigen zijn, te beginnen in Jeruzalem." Het begint met de twaalf in Jeruzalem die een blijde tijding aan het volk prediken en het eindigt bij een dertiende apostel in Rome die daar gevangen zit. Waarom? Omdat het volk het evangelie niet wenste te horen. Die lijn is heel dramatisch als je het puur beziet vanuit het perspectief van wat er in die dagen had kunnen gebeuren en wat daadwerkelijk de boodschap ook was.⟨/p> ⟨p>Als ik even een paar mijlpalen mag neerzetten die zich in het boek Handelingen aandienen: in die eerste zeven hoofdstukken zie je dat met name aan de stad Jeruzalem, de stad van de grote Koning immers, het evangelie wordt gepredikt van de opgestane Messias. Je leest ook hoe het officieel wordt afgewezen, eigenlijk in meerdere fases. Eerst moeten Petrus en Johannes voor het Sanhedrin verschijnen, maar uiteindelijk komt de climax bij de steniging van Stephanus. Stephanus betekent 'kroon'. Wanneer Stephanus wordt gestenigd, is dat feitelijk het moment dat het volk, dat wil zeggen hun leidslieden, de regering van het volk, het getuigenis van de opgestane Messias verwerpt. Wat je in de Evangeliën leest, is dat de Heer Jezus wordt verworpen en wordt gekruisigd. Petrus zegt dan later: "Dat moest zo gebeuren", maar nu predik ik jullie de opgewekte Messias en stel ik Hem voor als Degene die ten hemel is gevaren. Nu kregen ze als het ware een tweede kans. Dat wil zeggen: als jullie je nu bekeren in deze dagen, dan zal dat Koninkrijk aanbreken. Maar wat lees je dan in Handelingen 7? Dat het volk afstand neemt van dat getuigenis en ze de Messias opnieuw verwerpen. Nu niet door de kruisiging, maar door het getuigenis van de opgestane en ten hemel gevaren Messias te verwerpen.⟨/p> ⟨p>Aan het einde van dat hoofdstuk vind je al dat iemand zich aan het warmlopen is, als ik het zo mag zeggen. Je leest over Saulus. Laat ik het goed zeggen: Saulus stemde in met de moord en hij bewaarde de mantels van al die leden van het Sanhedrin. Alleen zijn naam wordt geïntroduceerd, Saulus, om twee hoofdstukken later prominent de grote rol te gaan spelen in de rest van het boek. Overigens, aanstaande zondag mag ik spreken op Urk en dan ga ik het hebben over 'ontmantelen', in de meest letterlijke zin van het woord, namelijk het ontdoen van de mantel, en hoe dat fenomeen zo vaak gevonden wordt in de Bijbel. Een van de geschiedenissen die zeker ook aan de orde zal komen is waar we het nu over hebben, namelijk dat de mantels van die raadsleden allemaal terechtkomen bij Saulus, de 'jasbeschermer'. Hij bewaakt dan die mantels. Wat daarachter zit, daar gaan we het dan over hebben, maar ik wilde dat toch eventjes onder de aandacht brengen.⟨/p> ⟨p>Dan wordt in Handelingen 9 Saulus geroepen. De twaalf zijn eigenlijk in de praktijk, in het boek en in de hele geschiedlijn van Handelingen, daarna min of meer uitgespeeld. Wie vervolgens de rol gaat overnemen, is die dertiende apostel, namelijk Saulus. Hij wordt in Handelingen 9 geroepen. In Handelingen 13 wordt Saulus Paulus. Dan gaat het heil echt officieel naar de natiën toe. Voor het eerst echt; eerst in Handelingen 10 had Petrus al de deur geopend, maar Paulus gaat dan ook daadwerkelijk door de poort via Caesarea naar de natiën toe. Uiteindelijk komt Paulus in Rome aan en ook daar roept hij de leidslieden van de synagoge bij elkaar. Hij houdt het hun voor en ook dan wordt daar het evangelie verworpen. Dan lees je aan het einde van het boek, heel plechtig — zo wordt het boek Handelingen afgesloten — een citaat uit Jesaja dat zegt dat God hun ogen heeft verblind en hun oren heeft toegestopt, zodat ze zich niet meer kunnen bekeren. Ik parafraseer het nu even, maar ze zullen nu niet meer bekeerd worden en ook niet hersteld worden. Daarmee sluit het boek eigenlijk af. Dus wat in het begin nog zo glorieus klonk ("kom tot berouw en bekering"), daarvan lees je aan het einde dat die dertiende apostel in Rome verklaart: "Het gaat niet meer gebeuren." Dat is de historie in het boek Handelingen. Israël kan zich voorlopig niet meer bekeren. Ik zeg 'voorlopig' natuurlijk, want wij weten dat die beloften van God natuurlijk niet zijn komen te vervallen. Uiteraard niet. Maar daar zit een hele tijdsperiode tussen die bijna ten einde loopt. Maar dat even terzijde.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2302" title="Speel af vanaf 38:22">▶ 38:22⟨/button> ⟨span>Aankomst bij de Romeinenbrief: Israël op een Zijspoor⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Uiteindelijk komen we bij de Romeinenbrief uit en dan komen we in de hoofdstukken die juist over dit thema gaan, namelijk over het ongeloof van Israël. Daar heeft Paulus heel veel over te melden in Romeinen 9, 10 en 11. Hij spreekt daarin over hun verwerping, wat trouwens dubbelzinnig is. Want wat betekent dat nou? Is het dat zij verworpen worden of dat zij verworpen hebben? Zowel in het Nederlands als in het Grieks kan het beide betekenen, en ik denk dat het ook beide het geval is. Ze hebben de Messias verworpen en God heeft hen nu ook terzijde gesteld. Maar goed, wat gebeurt er nu in deze tijd? Israël is op een zijspoor gezet en nu is via de apostel Paulus het heil daadwerkelijk naar de natiën gegaan.⟨/p> ⟨p>In Romeinen 10 vers 19 lees ik dat Paulus in de loop van zijn betoog opnieuw een vraag stelt. Hij zegt: "Maar ik vraag: heeft Israël het dan niet verstaan?" Dit is trouwens weer een vervolgvraag op wat hij in het vers hiervoor had gezegd: "Heeft Israël het niet gehoord?" Jazeker, ze hebben het wel degelijk gehoord. Maar horen is één ding, verstaan is een ander ding. En dan zegt Paulus dit: "Ik zal u naijverig maken op wat geen volk is, toornig op een onverstandig volk."⟨/p> ⟨p>Dus, om even goed bij de les te blijven: wat Paulus hier zegt is dat in Mozes reeds tevoren is gezegd, geprofeteerd, dat Israël jaloers of naijverig gemaakt zou worden, en ook toornig en boos. Het is dus niet zomaar jaloezie in de zin van: "Ik zou zo graag willen hebben wat jij ook hebt." Nee, de ergste vorm van jaloezie is het misgunnen dat de ander iets heeft. Zeker als je jaloers bent op iemand die de eerste plaats inneemt, dan betekent het dat je die ander die plek niet gunt. Want er kan er maar één de eerste zijn, en dat geldt hier ook. Ik geef niet voor niets dit voorbeeld, want in feite gaat het hier ook over wat minstens vijftienhonderd jaar hiervoor door Mozes was gezegd: Israël zou jaloers worden op wat geen volk is en toornig op een onverstandig volk.⟨/p> ⟨p>Dat is een beetje vreemd: het is geen volk en toch is het wel een volk. Ik kan u wel verklappen waar hij het over heeft: dat is de ekklesia, die "uitroeping" in onze dagen die wordt uitgeroepen uit de natiën. Dat is in de ogen van Israël een "dwaas volk". Ze hebben geen enkel benul van de Schriften; die zijn ook niet aan hen gegeven. Ze kennen de wet niet. Alle voorrechten die aan Israël gegeven zijn – of meer specifiek het Joodse volk – die hebben zij niet, die bezitten zij niet. Een "onverstandig volk", een "onintelligent volk" staat er in de interlinear, zie ik; een volk dat dus geen idee heeft waar het over gaat. Maar er wordt ook gezegd: het is géén volk.⟨/p> ⟨p>Voor zover het een volk is, is het onverstandig, maar feitelijk is het geen volk en dat is heel sterk van toepassing op de ekklesia. Want wat is de ekklesia, dat wat God zich vandaag verzamelt uit de natiën? Dat is een volk met Christus als hoofd en wij als het lichaam. Is dat een volk in de etnische zin van het woord? Nee, natuurlijk niet. Het is een verzameling vanuit de volkeren, maar we zijn geen volk. Je kunt spreken over het Duitse volk of het Nederlandse volk, maar in die zin is de ekklesia geen volk. De aardigheid is dat hoewel het in het Grieks niet zo duidelijk is, je dat in de Hebreeuwse tekst wel ziet.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2632" title="Speel af vanaf 43:52">▶ 43:52⟨/button> ⟨span>Deuteronomium 32: God Wekt Na-ijver op Door een Dwaas Volk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En ik neem u meteen even mee naar waar Paulus uit citeert. Hij citeerde, zoals gezegd, uit Deuteronomium bij monde van Mozes. In Deuteronomium 32 staat dit — dat is bijna aan het einde van de boeken van Mozes. Het gaat daar over JAHWEH en Hij zegt: "Ik, God dus, wil Mijn aangezicht voor hen verbergen." Dat is een belangwekkende opmerking als we het in dit seizoen hebben over verborgenheden. Wat doet God voor Zijn volk? Hij verbergt Zijn aangezicht. En wat is de consequentie daarvan? Wel, dat Zijn aangezicht dus niet gezien wordt. In feite is het kenmerk van het moment dat Israël eenmaal het vrederijk zal ingaan, dat Gods aangezicht over hen zal lichten: "De Here verheffe Zijn aangezicht over u en geve u vrede." Maar nu verbergt Hij Zijn aangezicht. Dat is feitelijk het kenmerk van de afgelopen tweeduizend jaar. Waar is God? Nou, we zien Hem niet. Hij laat Zich ook uitdrukkelijk niet zien; niet aan Israël en ook niet via Israël. Dat is kenmerkend voor deze tijd van verborgenheid, een geheime tijd dus.⟨/p> ⟨p>"Ik wil Mijn aangezicht voor hen verbergen en zien wat hun einde wezen zal, want zij zijn een verkeerd geslacht." En dan vers 21: "Zij verwekten Mij tot na-ijver door wat geen god is en ze krenkten Mij met hun ijdelheden." Dat is wat ze zelf hebben gemaakt en gefabriceerd, maar wat niets voorstelt. Dat kunnen afgoden zijn, maar het kunnen ook eigenbedachte leringen en wetten zijn. Zij krenkten God met hun ijdelheden en maakten Hem daarmee feitelijk na-ijverig. En nu komt hetgeen Paulus citeert in de Romeinenbrief: "Daarom zal Ik hen tot na-ijver verwekken door wat geen natie is en door een dwaas volk zal Ik hen krenken."⟨/p> ⟨p>De aardigheid is dat in het Hebreeuws hier twee verschillende termen worden gebruikt. Waar staat "door wat geen natie is", wordt het Hebreeuwse woord ⟨em>am⟨/em> gebruikt. ⟨em>Am⟨/em> is het Hebreeuwse woord voor een volk. Ik zat er even aan te denken... niet Lo-Ruhama, want dat is 'geen ontferming', maar Lo-Ammi: 'niet Mijn volk'. Het is hetzelfde hoofdstuk in Hosea. Maar goed, ⟨em>am⟨/em> is dus het Hebreeuwse woord voor natie, als je het verschil al wilt maken. "En door een dwaas volk" — hier staat het Hebreeuwse woord ⟨em>goy⟨/em>. Dat kennen we ook wel, of in ieder geval de Joodse manier van zeggen: de 'goyim', gewoon de naties. Het hangt er een beetje vanaf hoe je het vertaalt. De Herziene Statenvertaling vertaalt twee keer met 'volk', maar dat is niet zo handig. Ik weet niet hoe de Statenvertaling het doet, waarschijnlijk nog wel goed, maar daar blijf ik nu even vanaf. Ik heb al vaker vast moeten stellen dat de HSV de fouten die in eerdere vertalingen gemaakt zijn niet altijd herstelt, maar juist allerlei goede dingen weghaalt. In ieder geval gaat het mij erom dat het verschillende woorden zijn: hier het woordje ⟨em>goy⟨/em> en daar het woordje ⟨em>am⟨/em>. Hoe je het ook weergeeft, als je maar ziet dat er een verschil is.⟨/p> ⟨p>Wij zijn dus geen natie in de etnische zin van het woord; dat is de ekklesia niet. Maar we zijn niettemin wel een volk, maar dan een supranationaal en zeer verheven volk. Wat dus al bij monde van Mozes wordt gezegd, is dat God Israël tot na-ijver zou wekken vanwege hun ongeloof. Hij zou een volk nemen en aan hen voorstellen dat in hun ogen dwaas is en in ieder geval geen natie in de gebruikelijke zin van het woord. Maar juist daar zouden ze jaloers op worden. Ze zouden 'de kift' hebben, toornig worden en zich gekrenkt voelen. Wat Paulus in de Romeinenbrief laat zien, is dat de bedoeling van de prediking van het Evangelie feitelijk is om Israël jaloers te maken.⟨/p> ⟨p>Ik lees daar vers 20 nog even bij. Paulus doet niet anders dan allerlei schriftplaatsen citeren uit de Tenach; eerst Mozes en nu Jesaja. Jesaja waagt het te zeggen: "Ik, God, ben gevonden door wie Mij niet zochten en Ik ben openbaar geworden aan wie naar Mij niet vroegen." Ook dat roept jaloezie op. Dat God Zich verbergt voor een volk dat zo ijverig is, maar "zonder verstand" — zoals we in Romeinen 10 lezen. Zij zijn zo bezig hun eigen gerechtigheid op te bouwen om rechtvaardig voor God te zijn, maar God zet dat gewoon aan de kant. Hij zegt: "Ik ben gevonden door degenen die helemaal geen interesse in Mij hadden, die Mij niet zochten en die ook niet naar Mij vroegen. Juist aan hen heb Ik Mij bekendgemaakt." Dat roept jaloezie op bij het volk Israël. Het idee dat daar een ander volk is dat een plaats krijgt die zij meenden te hebben en claimden te hebben, dat wekt na-ijver op. Als jij denkt uniek te zijn en de eerste te zijn, en een ander volk krijgt die plaats, dan geeft dat jaloezie.⟨/p> ⟨p>In feite is dit ook de beschrijving van wat je in het hele boek Handelingen leest. Iedere keer als Paulus ergens komt, zie je dit gebeuren. Het begint al in Handelingen 13 in Antiochië. De Joden in de synagoge worden verschrikkelijk boos omdat Paulus zich wendt tot de natiën. Ze zetten de natiën zelfs tegen hen op. In ieder geval is er sprake van 'de kift'. Nou, ik zie dat het nu negen uur is. Ik stel voor dat we, voordat we verdergaan met Romeinen 11, eerst nog even gaan pauzeren. Is dat goed?⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3127" title="Speel af vanaf 52:07">▶ 52:07⟨/button> ⟨span>Deel 2: Verder met Romeinen 11 Na de Pauze⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Ja, we gaan weer verder na deze pauze. Heerlijke consumpties; ja, je bent wel bezig geweest hoor! We waren in Romeinen 10, even voor de goede orde. Ik had abusievelijk Romeinen 11 genoemd, maar dat was niet zo. Als ik het op de website vermeld, dan ga ik het uiteraard alsnog corrigeren. En we gaan nu trouwens wel naar Romeinen 11.⟨/p> ⟨p>Het was dat laatste vers waar we het over hadden; dat kwam dus uit Romeinen 10. Overigens heb ik nog even nagekeken hoe dat zat met de Statenvertaling en dat vers in Deuteronomium 32. In de HSV stond inderdaad twee keer ‘volk’, maar in de NBG-vertaling staat het, wonderlijk genoeg, wel goed. Er worden twee onderscheiden begrippen gebruikt: een natie en een volk. En dat is correct. De Statenvertaling doet het ook niet goed – had ik dat al gezegd? Nee, die geeft ook twee keer ‘volk’ weer. Dat verbaast mij een beetje, want meestal is het zo dat, wanneer het om zulke precisie-dingen gaat, de Statenvertaling veel beter is dan een andere vertaling. Maar goed, zo zie je maar weer: je moet altijd kritisch blijven.⟨/p> ⟨p>En dat moet u op dit moment, op deze avond, ook zeker zijn. Uiteraard zeg ik er altijd bij: de dingen die ik doorgeef, geef ik door omdat ik het zo gevonden heb. Ik geef het in een zo goed mogelijke orde en zo duidelijk mogelijk weer, maar het is aan jullie om dat te checken en te onderzoeken. Neem niets voor zoete koek aan, hoe lekker dat ook is. Ja, zoete koek wel, hè? Zoete koek wel, ja.⟨/p> ⟨p>Nu gaan wij inderdaad naar Romeinen 11. Ik zei al dat de hoofdstukken 9, 10 en 11 alle drie over het vraagstuk gaan: hoe zit het nu met de belofte die God aan het volk heeft gegeven in de huidige tijd? Nu het volk afwijzend staat ten opzichte van haar eigen Messias. Ze zijn vijanden – zoals Romeinen 11 trouwens zegt – ze zijn vijanden naar het evangelie, maar ze zijn, wat de verkiezing betreft, geliefden om der vaderen wil. Dat wil zeggen: God heeft hen uitgekozen.⟨/p> ⟨p>De grote vraag is: hoe zit dat dan? Dat heeft vele kanten en facetten en Paulus gaat daar buitengewoon diep op in. Hij haalt, zoals gezegd, zoveel Schriftgedeeltes aan. Dat is trouwens ook voor ons, denk ik, een prachtig voorbeeld van hoe Schriftstudie werkt: de ene Schrift verklaart de andere Schrift. Geen profetie der Schrift, zegt Petrus, heeft een eigen uitlegging. Profetieën leggen elkaar uit. Oké, terug naar Romeinen 11.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3318" title="Speel af vanaf 55:18">▶ 55:18⟨/button> ⟨span>Het Fundamentele Verschil Tussen Struikelen en Vallen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan lees je dus in vers 11 van hoofdstuk 11. Ik vraag dan, zegt Paulus: zij zijn toch niet zo gestruikeld dat zij wel vallen moesten? En dan is het antwoord: volstrekt niet. Dat is een typische paulinische manier van zeggen door in de betogen zelf vragen op te werpen die, bij wijze van spreken, van een opponent of tegenstander zouden kunnen komen. Hij roept de vraag zelf als het ware al op, en hij beantwoordt hem ook meteen nogal duidelijk: volstrekt niet, et cetera.⟨/p> ⟨p>Hier is de vraag: ze zijn toch niet zo gestruikeld dat zij wel vallen moesten? Ik moet zeggen, het heeft enige tijd geduurd – om niet te zeggen vele jaren – voordat mij dit duidelijker werd: het verschil tussen struikelen en vallen. Maar kijk, een struikeling is niet definitief. Van een struikeling kun je je herstellen. Je struikelt en dan weet je je toch nog weer te herpakken. Bij een val daarentegen ga je echt, als ik het even plat mag zeggen, op je plaat. Ja, dat heeft een veel definitievere klank uiteraard.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt: zij zijn toch niet zo gestruikeld dat zij wel vallen moesten? En dit refereert ook precies aan dat wat er plaatsvond op het moment dat het Joodse volk haar misleiders overleverde om te worden gekruisigd. Kijk, want dat is namelijk hun struikeling. En na hun struikeling kon het volk zich inderdaad alsnog herpakken en herstellen. Dat is in feite de geschiedenis van het boek Handelingen. Die geschiedenis kun je op allerlei manieren typeren. Ik zei al: je kunt gewoon de plaatsen met elkaar verbinden, 'connect the dots'. Het begint in Jeruzalem en eindigt in Rome. Het begon met de twaalf en eindigde bij de dertiende.⟨/p> ⟨p>Maar je kunt ook zeggen: het begon met de kruisiging in onkunde. Dat heeft Petrus gezegd: jullie hebben in onkunde gehandeld, maar zo heeft God het in vervulling doen gaan. En nu, zegt Petrus dan, komt tot bezinning en tot ommekeer, opdat God de Messias, namelijk Jezus, zou zenden vanaf de hemel om Zijn Koninkrijk alsnog hier te vestigen. Om het eventjes wat schematisch voor te stellen: dan krijg je het verhaal dat Israël struikelde doordat het volk hun Messias overleverde aan de Romeinen om te worden gekruisigd. De tijd die daar overheen gaat, is de tijd die beschreven wordt in de Evangeliën en eindigt bij het kruisigen.⟨/p> ⟨p>Vervolgens wordt in het boek Handelingen de prediking aan Israël voortgezet, waar we het voor de pauze uitgebreid over hadden. Namelijk de boodschap dat de Messias die zij hadden gekruisigd, van Godswege is opgewekt uit de doden, en dat men die Messias alsnog zou erkennen. Als ze dat zouden doen, dan zou er een nieuw leven komen, tijden van verademing, en alles waarvan de profeten gesproken hebben, zou worden hersteld. Dat was de prediking aan Israël en de prediking ook van de twaalf. Dat duurt eigenlijk voort in de praktijk tot Handelingen 7, want daar vind je die knak, die definitieve knak min of meer, dat Stefanus door het Sanhedrin wordt gestenigd.⟨/p> ⟨p>Vervolgens krijg je in het boek de prediking aan de natiën. De deur is opengezet door Petrus en via Paulus gaat de prediking uit, en wel om Israël jaloers te maken. Dat duurt eigenlijk voort tot Handelingen 28 aan toe. Ook daar had ik het al even over. En dan gaat eigenlijk de deur dicht; de Schone Poort is dan gesloten, om zo te zeggen. Dan is het voor Israël 'vol'. Hier bij de kruisiging was Israëls struikeling, maar daarvan kon het naar de mens gesproken worden hersteld. Want het feit dat het niet gebeurd is, was wel degelijk ook weer Gods plan. Dat maakt het soms heel erg complex. Complex in de zin dat wij mensen die twee lijnen eigenlijk niet samen kunnen pakken.⟨/p> ⟨p>Aan de ene kant heb je dat God zegt – dat is trouwens in Romeinen 9 – dat Hij bij monde van Mozes tegen de farao zegt: laat Mijn volk gaan. Maar goed, tegen Mozes had God al gezegd dat dit niet gaat gebeuren. En als de farao dreigt te bezwijken onder de druk, dan ga Ik zijn hart verharden. Want dat heeft namelijk een bedoeling. Zodat aan de ene kant, zelfs als er dingen gebeuren die niet Gods wil waren en die wel opgedragen waren, God dan nog Zijn plan vervult. Dan zegt Paulus: ja, maar wie heeft dan Zijn raad weerstaan? Het antwoord is: niemand. Niemand heeft ooit Gods raad, Gods plan weerstaan. Alles verloopt naar de raad, zegt Efeziërs 1, naar de raad van Zijn wil. Alles! En Hij geeft alles een plek.⟨/p> ⟨p>Ook de verwerping van de Messias, hoezeer het ook tegen Gods wil was, is volledig in overeenstemming met Gods raad. Trouwens, dat had Petrus ook al gezegd op de Pinksterdag: jullie hebben Hem gekruisigd, maar het is naar de bepaalde raad en voorkennis van God. Hij wist het niet alleen van tevoren, het moest ook zo gebeuren. Voor ons is het dan het probleem dat wij die lijnen niet bij elkaar kunnen krijgen. Nou, dat is dan ons probleem, maar de Schrift geeft het ons zo weer.⟨/p> ⟨p>De aardigheid hiervan is dat het niet moeilijk is om de ene lijn te volgen. Dat wil zeggen: bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid van het volk om te horen en zich om te keren. Dat is heel eenvoudig. Het is ook niet moeilijk om die andere lijn te volgen. Alleen wat wel moeilijk is, is om die twee lijnen samen te zien. Dat is net als met een munt: het is niet moeilijk om de ene kant te zien, en het is ook niet moeilijk om de andere kant te zien. Maar het is onmogelijk – tenzij je een spiegeltje gebruikt – om beide kanten tegelijk te zien. Dat kan niet, dat lukt je niet. Je ziet of de ene kant of de andere kant, maar nooit beide kanten tegelijk.⟨/p> ⟨p>En dat is hiermee ook zo: je kunt wel de kant van de menselijke verantwoordelijkheid zien en ook de kant van Gods raad, maar die combineren, dat is te hoog gegrepen voor mensen. Met dat onbegrip en die onkunde van onze zijde moeten we leren leven. Ik moet zeggen, ik heb er niet zoveel problemen mee, hoor. Ik vind het wel belangrijk om beide kanten te zien trouwens.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3810" title="Speel af vanaf 01:03:30">▶ 01:03:30⟨/button> ⟨span>De Heilsgeschiedenis Getypeerd met het Stoplicht-model⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het ging mij dus even over Israëls struikeling en Israëls val. Daartussen zit eigenlijk de geschiedenis van het boek Handelingen. Israëls val heeft uiteindelijk ook te maken met de val van Jeruzalem, die precies veertig jaar na de dood, opstanding en hemelvaart van de Heer plaatsvond. Toen vielen de stad en de tempel. Dat was Israëls val, en tegelijkertijd de val van de stad.⟨/p> ⟨p>Ik heb hier ook stoplichtjes bij gezet ter illustratie; dat deed ik met opzet, want ik had ze nog niet toegelicht. In de eerste fase stond het licht op groen. Dat wil zeggen: Israël zou zich bekeren. Maar wanneer Paulus vervolgens naar de natiën gaat, dan is dat in feite een 'last call'. Hij heeft daar een speciale naam voor... een 'make-up call'? Nee, dat is het niet helemaal. Nou ja, een laatste waarschuwing zeg maar. Dan staat het licht op oranje.⟨/p> ⟨p>In feite was het zo dat toen het Sanhedrin in Jeruzalem Stefanus stenigde, Israël officieel de boodschap van de opgestane Messias had verworpen. Maar op dat moment roept God een dertiende apostel. Die gaat naar de natiën toe en die gaat het volk Israël, terwijl hij predikt onder de natiën, jaloers maken. Dat is wat hij doet: hij gaat aan Israël vertellen dat God nu een heidens volk roept, een volk uit de natiën. Daar worden zij dan jaloers op. En als dan ook in het buitenland blijkt dat ook daar de boodschap wordt afgewezen, dan komt het licht op rood te staan. Je zou dus kunnen zeggen dat het vanaf Handelingen 13 op oranje staat en na Handelingen 28 echt op rood. Ik zeg dit gewoon even ter verduidelijking, zoals wij daar vaker over spreken. Oké, we gaan weer even terug naar Romeinen 11.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3979" title="Speel af vanaf 01:06:19">▶ 01:06:19⟨/button> ⟨span>De Misstap van Israël Betekent Rijkdom voor de Natiën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Door hun misstap, niet door hun val. Dat is een ander woord dan wat in het voorgaande vers gebruikt wordt. Door hun misstap. Letterlijk staat er iets als ⟨em>paraptoma⟨/em>. Dat heeft te maken met vallen, maar het wil zeggen: ernaast stappen. Dus met recht een misstap. Als je ergens naast stapt, dan is dat een misstap. En dat hoeft dus niet per definitie een val te zijn; dat zijn verschillende woorden. Door hun misstap is het heil, letterlijk de redding, tot de natiën gekomen. En Paulus zegt dan: waarom? Wel, om hen tot naijver op te wekken.⟨/p> ⟨p>Sinds Israëls verwerping van de opgestane Messias is via de apostel Paulus de boodschap van de redding bij de natiën terechtgekomen. Gods rijkdom – ik gebruik expres dat woord omdat Paulus dat namelijk ook gebruikt – heeft zich demonstratief verplaatst van Israël naar de natiën. Ik zeg demonstratief, want wat gebeurde er? Je zou dat eens na moeten lezen in Handelingen 15. Daar vindt die apostelvergadering plaats en dat ging dan om de vraag of die gelovigen uit de natiën ook de wet zouden moeten volgen, et cetera. Paulus krijgt daar ook de gelegenheid om zijn verhaal te doen en dan zegt hij dat God een krachtig werk doet onder de natiën. Niet alleen dat het woord klinkt, maar God ondersteunde de boodschap van Paulus ook met wonderen en tekenen.⟨/p> ⟨p>Waarom was dat? Wel, om aan Israël het bewijs te leveren dat het volk dat nu uitgeroepen wordt uit de natiën, een volk is dat van Godswege geroepen wordt. Dus die wonderen en tekenen die Paulus in de dagen van het boek Handelingen doet, dat was allemaal ook nog ten behoeve van Israël. Zodat Israël inderdaad zou inzien dat waar God mee bezig is – het werk van God onder de natiën – inderdaad Gods werk is. De Joden verlangen tekenen en in feite ook terecht, want zij konden dat ook claimen. God zou zijn boodschap inderdaad aan Israël bewijzen. Nou, dat heeft Hij ook gedaan toen Hij de rijkdom bracht.⟨/p> ⟨p>Hoe moet ik dat goed zeggen? Het ging er niet alleen om dat de boodschap van het evangelie naar de natiën toeging, maar het werd daar vervolgens ook in bewaring gesteld. Het werd daar eigenlijk gedeponeerd. Zo zeg je dat: een depot is een bewaarplaats. Het woord en alles wat God te geven had, werd bewaard door Israël. Nu wordt Israël op de zijde gezet en wordt het vervolgens gedeponeerd, in bewaring gesteld bij de natiën. Nu krijgen de natiën als het ware die status die Israël had, en dat is de naijver die Paulus opriep met zijn bediening onder de natiën. Dat is echt zo, want dat zie je ook in het boek Handelingen. Kijk maar na als hij in Jeruzalem arriveert.⟨/p> ⟨p>Paulus had er heel veel moeite mee om naar Jeruzalem toe te gaan en uiteindelijk is het inderdaad voor hem fataal geworden, naar de mens gesproken. Hij kwam in Jeruzalem – lees het maar in Handelingen 21 – en daar zegt Jakobus: "Jij Paulus, jij hebt hier een verschrikkelijk slechte naam. Want over jou doet het verhaal de ronde dat jij afval van Mozes leert en dat jij eigenlijk een heidense boodschap brengt." In feite was dat ook zo. Hij bracht een heidense boodschap, daarom lag de naam en de figuur van Paulus zo ontzettend moeilijk. Paulus ging verkondigen dat God vandaag onder de natiën een volk verzamelt, buiten de wet om, buiten de besnijdenis om, buiten de sabbat om. Kortom: een heidense boodschap. Dat is het evangelie van de voorhuid, het evangelie van de onbesnedene. Een heidense boodschap. En dat was de ergernis. Dat dat volk uit de heidenen nu het volk is dat de Messias kent en dat hij de eerste plaats krijgt, dat riep die jaloezie op. Dat was dus met opzet om hen tot naijver te wekken, zoals dat al was voorzegd via Mozes.⟨/p> ⟨p>Heel vaak worden deze woorden zo uitgelegd – ik heb het zo vaak gehoord: "Wij moeten als gelovigen uit de natiën toch vooral heel aantrekkelijk zijn voor het Joodse volk, zodat zij jaloers op ons worden." Maar dat is helemaal niet het verhaal. Het gaat er niet om dat zij dan ook zeggen van: "Oh, dat willen wij ook." Nee, het is om hen te prikkelen dat de status die zij dachten te hebben, is toegekend aan een heidens volk. En dat is de naijver. Dat was in feite de hele ondankbare boodschap die Paulus mocht vertellen aan Israël.⟨/p> ⟨p>Laten we maar doorlezen. Betekent nu hun misstap rijkdom voor de wereld? Israël verstapt zich, maakt die misstap. Maar wat had dat tot gevolg? Daardoor kwam de boodschap van een geweldige rijkdom via de bediening van de apostel Paulus naar de wereld. En hun tekort – dat wil zeggen: wat is het dat tekortkwam? Dat is juist de rijkdom voor de heidenen, of beter, voor de natiën. Paulus zegt: als dat nou al zo is, wat zal het dan zijn als zij inderdaad tot volheid komen? Als hun tekort, hun ongeloof – want dat is hun tekort – nu al rijkdom is voor de natiën, wat zal het dan zijn wanneer het volk gelovig wordt? Dat is hun volheid.⟨/p> ⟨p>Paulus zegt er nog dit bij: "Ik spreek tot jullie natiën. Juist omdat ik apostel van de natiën ben, acht ik dit de heerlijkheid van mijn bediening." In feite is dat de climax van mijn bediening, dat ik zo mogelijk de naijver van mijn vlees en bloed – dus van mijn eigen broeders naar het vlees – mocht opwekken en enigen uit hen behouden. Namelijk zij die daardoor daadwerkelijk tot inkeer komen en zich realiseren waar het werkelijk om gaat. En die zijn er ook altijd. Paulus zegt: "Ik ben er zelf een van."⟨/p> ⟨p>Jullie zeggen: "Is dat dan wel een positieve positie?" Dat weet ik niet. Dat hangt er vanaf of je de "en" hier verklarend opvat: "zodat ik zo mogelijk de naijver van mijn vlees en bloed mag opwekken, namelijk enigen uit hen behouden." Of is het dat ik zo mogelijk de naijver van mijn vlees en bloed mocht opwekken – dat deed hij sowieso – en ook enigen uit hen redden? Je zou zelfs kunnen verdedigen dat er een tegenstelling is. Hoe dan ook, met zijn bediening onder de natiën wekte hij hen sowieso tot naijver. Of dat nu positief of negatief uitpakt... om even bij Jildert aan te sluiten: in feite, op het moment dat een Jood wel tot geloof komt, dan wordt de naijver, die jaloezie, eigenlijk omgezet in geloof. Namelijk tot de inkeer dat het waar is wat Paulus verkondigde onder de natiën. Ik wil op nog één ding wijzen, en dat is heel onbekend wat ik nu ga vertellen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4587" title="Speel af vanaf 01:16:27">▶ 01:16:27⟨/button> ⟨span>Paulus' Unieke Rol als de Apostel Ván de Natiën⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De uitdrukking "de apostel van de natiën" wordt heel dikwijls uitgelegd als een apostel die zich richt tot de natiën. Op zich is daar niets onwaars aan, maar de uitdrukking blijkt juist hier in dit vers meer te betekenen. Paulus gebruikt die uitdrukking wel vaker — hoewel trouwens maar een paar keer — maar "de apostel van de natiën" betekent niet alleen dat hij zich richt tot de natiën, maar dat hij behoort tot de natiën. Hij is namelijk een Romein. Dat komt in zijn verdediging heel vaak naar voren: hij is een Romein. Hij was niet geroepen in het land, maar buiten het land. Hij was ook afkomstig uit de heidense wereld, hij had het Romeinse burgerrecht en hij behoorde tot de natiën.⟨/p> ⟨p>De heerlijkheid van zijn bediening bestond nu juist daarin dat hij de naijver van zijn vlees en bloed zou opwekken. Met andere woorden: juist omdat hij de apostel van de natiën is, spreekt hij tot hen. God heeft de boodschap nu toevertrouwd aan de natiën en daar gebracht. Namens de natiën spreekt Paulus nu het woord tot Israël. Het is dus waar dat hij een boodschap heeft voor de natiën, maar de gedachte hier is juist dat hij tot de natiën behoort en als zodanig vanuit de natiën het woord tot Israël spreekt.⟨/p> ⟨p>Dat is eigenlijk ook een van de lijnen in het boek Handelingen: God roept een heidens volk juist om daardoor Israël jaloers te maken. Het is dus niet alleen de boodschap dat God vandaag onder de natiën een volk roept, maar Paulus vertelt tegen Israël: "Vergis je niet, het woord, de rijkdom en in feite ook het eerstgeboorterecht gaan naar de natiën toe." Dat is die jaloezie. God roept vandaag een heidens volk en dat was de boodschap die hij had aan Israël.⟨/p> ⟨p>Je zou dat ook moeten lezen in Handelingen 21, wanneer Paulus zijn laatste toespraak houdt in Jeruzalem op de trappen van de tempel. Je leest dat ze hem een heel eind aanhoren, totdat hij daar in het hol van de leeuw zegt dat God hem had laten weten dat ze zijn boodschap niet zouden aannemen en dat hij weg moest gaan naar de natiën. Tot dan toe hadden ze hem aangehoord, maar toen barstte de bom. Ze zeiden: "Deze man moet van de aarde worden weggenomen!" De Romeinen moesten tussenbeide komen om Paulus te beschermen tegen zijn volksgenoten. En ook dan zegt hij trouwens tegen een Romeinse hoofdman: "Ja, ik ben ook een Romein, sterker nog, ik heb het al als mijn geboorterecht verkregen."⟨/p> ⟨p>Kijk dan naar vers 15, want dat zijn prachtige woorden: "Want indien hun verwerping de verzoening der wereld is..." Dat is de boodschap: Israël heeft de Messias verworpen en God heeft hen voorlopig terzijde gesteld. Maar wat is nu de boodschap? Wat is de rijkdom die nu bij de natiën is neergelegd? De verzoening der wereld. Paulus waarschuwt overigens dat ook de natiën zullen worden weggebroken als zij niet bij het geloof blijven. Welk woord is nu bij de natiën terechtgekomen? De verzoening der wereld. Wordt die boodschap vanuit de natiën uitgedragen en wordt die gehoord? Nee. Daaruit blijkt trouwens ook weer dat deze dagen zullen worden beëindigd. Paulus waarschuwde daar destijds al voor.⟨/p> ⟨p>Hoe dan ook, hun verwerping is de verzoening der wereld. Maar wat zal hun aanneming anders wezen dan leven uit de doden? "Verzoening van de wereld" staat hier echt in de tweede naamval. Dat is net zoiets als "de Redder van alle mensen". Er staat gewoon de Behouder of de Redder van alle mensen. Het grote verschil is dat het in het ene geval een aanbod is (het is voor alle mensen), maar in het andere geval een mededeling (het is van de wereld, het is van alle mensen). Dat is een bericht: we hebben het, Hij is onze Redder. Dat is geen aanbod, maar een bericht, een mededeling die we mogen geloven. Ook hier weer wordt de verzoening van de wereld gemeld als een feit: Hij verzoende de wereld.⟨/p> ⟨p>Als dat nu de boodschap is... ook al gelooft bijna niemand het. Ik wilde "geen hond" zeggen, maar die geloven het over het algemeen ook niet. Niettemin is dat de boodschap die bij de natiën is gedeponeerd. Maar wat zal het zijn als God weer terugkomt bij Zijn volk? Wat zal hun aanneming dan anders wezen dan leven uit de doden? Ook daar spreekt de Bijbel over: dan zal de natie alsnog tot leven komen en opstaan uit de doden.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5028" title="Speel af vanaf 01:23:48">▶ 01:23:48⟨/button> ⟨span>Romeinen 11:25: het Geheim van Israëls Gedeeltelijke Verharding⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En nu komen we eindelijk bij dat vers waar letterlijk gesproken wordt over het geheim van Israëls verharding. Ik sla nu een aantal verzen over en dan komen we in Romeinen 11 vers 25.⟨/p> ⟨p>En dan zegt Paulus dit: "Want, broeders, opdat gij niet eigenwijs zoudt zijn" – en u zich ook niets zou verbeelden ten opzichte van Israël – "wil ik u niet onkundig laten van dit geheimenis", of deze verborgenheid. De Statenvertaling spreekt hier inderdaad over "deze verborgenheid". Ook hier zie je trouwens weer dat verborgenheden altijd te maken hebben met Israëls ongeloof en met het feit dat het Koninkrijk op dit moment verborgen is.⟨/p> ⟨p>Kijk, het loutere feit dat de boodschap nu naar de natiën is gegaan, is geen enkele reden voor wie dan ook om zich te verheffen boven het volk, omdat zij zo ongelovig zijn geworden. Want Paulus maakt daar korte metten mee, juist ook in dit hoofdstuk. Hij zegt in het navolgende – ik citeerde het vers al eerder: "Ze zijn vijanden van het evangelie." Ja, maar waarom? "Om uwentwil". Daarom.⟨/p> ⟨p>En daarom lees je ook in Romeinen 11 dat God hun ogen heeft gegeven om niet te zien en oren om niet te horen, tot op de dag van vandaag. Ja, maar dat is allemaal vanwege de weg die God nu gaat naar de natiën. Hij roept een volk uit de natiën; dat was de bedoeling.⟨/p> ⟨p>Goed, wat Paulus hier zegt is: "Ik wil jullie niet onkundig laten van dit geheim." En wat is dan dat geheim? "Een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen." Hij zegt "gedeeltelijk", omdat niet heel het volk verhard is; er zijn uitzonderingen. Er zijn altijd nog mensen uit het Joodse volk – hier specifiek – die wel geloven. Maar hij zegt ook dat het volk als geheel ongelovig is, verhard, versteend. Dat wil zeggen: het Woord bereikt hen niet. Je kunt het wel vertellen, maar als het hart daar niet voor openstaat, dan arriveert het niet.⟨/p> ⟨p>"Een gedeeltelijke verharding is over Israël gekomen", en dan zegt Paulus erbij: "totdat de volheid van de natiën binnengaat." Dus die verharding van Israël heeft een "totdat". Hier wordt ook weer geen datum genoemd, maar er wordt een gegeven genoemd, een feit: namelijk wanneer de natiën tot volheid komen, of wanneer er uit de natiën een volheid binnengaat en de plek van bestemming zal bereiken.⟨/p> ⟨p>Begrijp me goed, het geheim hier is dus niet dat die gedeeltelijke verharding van Israël een "totdat" heeft, maar dat deze voortduurt totdat de volheid van de natiën binnengaat. Dat is het geheim dat Paulus vertelt. Wanneer houdt die gedeeltelijke verharding op? Welnu, als dat werk dat God nu onder de natiën doet tot volheid komt, en als die volheid de plek van bestemming gaat bereiken en binnen zal gaan. Ik denk dat dat de wegdrukking van de ekklesia is, maar dat doet hier in ieder geval niet ter zake. Ze zullen in ieder geval tot een bestemming komen en binnengaan.⟨/p> ⟨p>Pas dan zal God weer de draad oppakken met Israël. Het werk dat God vandaag doet – namelijk het uitroepen van een ekklesia uit de natiën – is essentieel en dat moet eerst tot volheid komen voordat Israël weer 'in the picture' komt, om het zo te zeggen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-14" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5302" title="Speel af vanaf 01:28:22">▶ 01:28:22⟨/button> ⟨span>De Climax: Alzo Zal Geheel Israël Gered Worden⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan zegt Paulus erbij: 'En aldus'. Niet alleen 'alsdan', op dat moment, maar vooral ook: via die route zal geheel Israël gered worden. Want als eenmaal de ekklesia haar bestemming heeft bereikt en zal binnengaan, ja, dan pakt God de draad weer op met Israël en zal heel het volk ook worden gered. Ik moet er ook bij zeggen: dat zal een overblijfsel zijn. Want velen zullen omkomen, maar uiteindelijk zal het hele volk dat nog overblijft bij die gelegenheid ook worden gered. Het gaat er hier niet om dat uiteindelijk heel de mensheid gered wordt; het gaat erom dat dít zal gebeuren: Israël als volk, als geheel, zal worden gered.⟨/p> ⟨p>Wanneer dan? Wanneer de Losser uit Sion zal komen. In het Hebreeuws staat hier 'de Goël', de Losser, degene die vrijkoopt. En Hij zal de goddeloosheden van Jakob afwenden. Dat wordt geciteerd vanuit Jesaja 59. Ziet u, ik moet het nu echt afronden, maar het is zo elementair in heel het Nieuwe Testament: dat geheim. Maar ook dat werk dat God vandaag doet, is elementair. Israëls verharding zal ophouden, zij zullen tot volheid komen, maar dat zal pas gebeuren als het werk van God onder de natiën tot volheid is gekomen, en niet eerder.⟨/p> ⟨p>Zodat je vanuit menselijk perspectief zou zeggen: 'Israël geloofde niet en dat is misgegaan, en daardoor maakt God deze u-bocht om uiteindelijk weer terug te komen bij Zijn volk.' Ja, maar dat was ook precies de bedoeling, waarmee we dan toch weer via deze aanvliegroute kunnen vaststellen: bij God gaat er nooit iets mis. Ik vind het zo geweldig dat wij — wij die God niet zochten, wij van de natiën — wat hebben wij aan rituelen? Wat hebben we voor God gedaan? Nee, God zegt: 'Ik ben gevonden door wie Mij niet zocht.' En dat gaat de hoogste bestemming krijgen. Onvoorstelbaar! En dat is genade en een groot geheim. En dan gaan we de volgende keer — maar dat is dan inmiddels in december, zo God ons daartoe in de gelegenheid stelt — daar weer over verder, want er is nog heel veel over te vertellen.⟨/p>