⟨h3 id="hoofdstuk-1" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="0" title="Speel af vanaf 00:00">▶ 00:00⟨/button> ⟨span>Inleiding: de Dromen in Daniël 2 en 7 en het Vijfde Koninkrijk⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En, zoals gezegd, we gaan vanavond weer verder met het onderwerp waar we de vorige keren de aftrap voor hebben gegeven: de vier koninkrijken in Daniël 2 en 7. En met die 'vijfde achter de hand', zal ik maar zeggen — en dat is, als ik het zo formuleer, nog heel aardig en treffend geformuleerd ook. Want om dat vijfde koninkrijk, daar gaat het uiteindelijk om, zowel in Daniël 2 als in Daniël 7.⟨/p> ⟨p>Laat ik voor de goede orde alles even globaal op een rijtje zetten. Je hebt dus twee hoofdstukken waar we ons dit hele seizoen mee bezighouden, namelijk Daniël 2 en Daniël 7. In beide gevallen wordt een droom beschreven. In Daniël 2 is het de droom van koning Nebukadnezar, terwijl het in Daniël 7 gaat om een droom van Daniël zelf. In beide gevallen — dat moet ik er even bij zeggen — is het onderwerp: de vier koninkrijken die aan HET Koninkrijk voorafgaan.⟨/p> ⟨p>Je moet je ook realiseren dat er tussen die beide hoofdstukken niet alleen een paar hoofdstukken liggen, maar dat er chronologisch gezien, in tijdspannen, ook vele decennia tussen liggen. Want in Daniël 2 is Daniël nog een jonge kerel; hij is daar eigenlijk nog maar kortstondig aan het hof van Nebukadnezar. Hij was als jongeman een paar jaar daarvoor gedeporteerd naar Babel. Het toeval wilde dat ik juist afgelopen zondag hier in de buurt sprak, in Eben-Ezer, en toen heb ik ook al over diezelfde periode gesproken: over de val van Jeruzalem in de dagen van Nebukadnezar en de zeventig jaren die daarop volgden. Nu dus weer, alleen is de aanvliegroute nu een andere.⟨/p> ⟨p>In Daniël 2 is Daniël nog een jonge man en gaat hij de droom van Nebukadnezar niet alleen uitleggen, maar ook bekendmaken. In Daniël 7 is Daniël inmiddels — dat moet wel — een heel oud man. Want het is dan in de nadagen van het Babylonische Rijk, vlak voordat de zeventig jaren van de ballingschap en de verwoesting van Jeruzalem ten einde zijn. Dus dan is Daniël al... nou, ik maak me sterk dat hij tegen de honderd loopt. Ik heb inmiddels verschillende berekeningen gezien, dus ik blijf er even vanaf. Het doet er ook niet zo toe. In ieder geval was hij in die tijd al een oude man.⟨/p> ⟨p>In Daniël 2 worden vier metalen voorgesteld: een beeld in een menselijke gedaante wordt gezien en dan worden vier metalen — goud, zilver, brons of koper en ijzer — beschreven in opeenvolgende volgorde. Maar in Daniël 7 gaat het ook over vier koninkrijken, maar dan is het perspectief een andere en ook nogal een stuk wilder, namelijk vier wilde dieren, vier beesten. In beide gevallen gaat het om vier koninkrijken. Daarover is meer te zeggen dan ik vanavond doe, want dat is vanavond verder niet het onderwerp, maar dat gaat dit seizoen uiteraard nog aan de orde komen.⟨/p> ⟨p>Goed, dan hebben we in ieder geval een idee als we het hebben over Daniël 2 en Daniël 7. In beide gevallen dromen, in beide gevallen is het thema feitelijk identiek, alleen de wijze waarop het belicht en beschreven wordt, is heel veelzeggend en ook heel verschillend.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-2" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="256" title="Speel af vanaf 04:16">▶ 04:16⟨/button> ⟨span>De Literaire Structuur en de Opmerkelijke Omkering in Daniël 2⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dan wil ik nog even iets doen wat ik de vorige keer nagelaten heb, en dat is iets over de structuur van het hoofdstuk Daniël 2. Structuren zijn altijd erg mooi, vind ik, want dan houd je je niet zozeer bezig met wat er in detail staat, maar dan heb je een soort van overzicht over het hoofdstuk. Dan zie je ook hoe het is opgebouwd. Je ziet in dit geval parallellen en patronen terugkeren, maar soms zie je ook dat het verschuift. Dat wil ik ook laten zien.⟨/p> ⟨p>In vers 1 tot 3 zie je dat de Chaldeeën, de Babyloniërs – want dat is een ander woord daarvoor – worden opgeroepen. En later in het hoofdstuk wordt Daniël opgeroepen. In vers 4 tot 9 wordt de eis van Nebukadnezar beschreven. U weet wel, dat hij dan zegt dat de elite, het korps van geleerden, academici, wijzen enzovoort, moet opdraven en hem moet vertellen wat hij gedroomd heeft, maar ook wat de betekenis daarvan is. Hij stelt daar hoge eisen. Later in het hoofdstuk zie je dan dat Nebukadnezar aan Daniël de vraag gaat stellen wat hij gedroomd heeft. In ieder geval zie je de parallel.⟨/p> ⟨p>In vers 10 tot 11 wordt juist het onvermogen beschreven van die Chaldeeuwse geleerden en al die figuren die daar opdraven. Ze zijn niet in staat om aan de eis van Nebukadnezar te voldoen. Die eis lijkt eigenlijk ook onmogelijk, maar goed, daar hebben we het nu verder niet over. Daarentegen wordt in vers 28 tot 30 niet het onvermogen van de Chaldeeën beschreven, maar het vermogen van Daniël. Ik moet erbij zeggen: een vermogen dat hij natuurlijk van God had gekregen; het was niet van hemzelf. Ook dat zegt hij er uitdrukkelijk bij.⟨/p> ⟨p>Dan krijg je iets eigenaardigs, want vanaf vers 12 tot 16 wordt beschreven – ik vat dat even samen – de wrok van Nebukadnezar. Dat wil zeggen: hij reageert op het onvermogen van die Chaldeeuwse geleerden. 'Zijn jullie nu in dienst van mij?' Terwijl het juist hun taak is om zulke raadsels op te lossen, zijn ze er niet toe in staat. Hij wordt verschrikkelijk boos. Dat hebben we trouwens de vorige keer allemaal besproken. Hier tegenover staat de dankbaarheid van Nebukadnezar wanneer hem de droom verteld wordt.⟨/p> ⟨p>Maar eerst nog even dit: je leest ook dat vanwege die wrok van Nebukadnezar de vrienden van Daniël c.s. in nood zijn. De situatie zag er ook voor hen nogal zwartgallig uit, want ook zij dreigden om te komen. Dat wordt in die verzen beschreven. Later, in het parallelle gedeelte, wordt juist beschreven dat Daniël en zijn vrienden verhoogd worden. Aan het einde van het eerste deel van Daniël 2 eindigt het ermee dat God aan Daniël bekendmaakt wat Nebukadnezar gedroomd heeft en ook wat de betekenis ervan is.⟨/p> ⟨p>Dat maakt dat wanneer Daniël die droom daadwerkelijk aan Nebukadnezar bekendmaakt, de boel echt omkeert. Nebukadnezar is zeer dankbaar en Daniël wordt verhoogd. Dus het komt er eigenlijk op neer dat die openbaring van de droom de wrok van Nebukadnezar doet omkeren in dankbaarheid. En letterlijk omgekeerd verkeert de situatie van Daniëls vrienden, vanwege die openbaring van de droom, ineens van drama en nood in het feit dat zij verhoogd worden aan het hof en een hele hoge positie krijgen.⟨/p> ⟨p>De aardigheid is – en ik laat dit zien omdat je zou denken: hé, normaal gesproken vertel ik over de structuur dat het allemaal keurig parallel opgebouwd is – dat je hier nu ineens een omkering vindt. Dat lijkt niet logisch, of in ieder geval zeg je: 'Hé, er is een omkering.' Maar die omkering illustreert nu precies wat er aan de hand is. Namelijk dat de openbaring van de droom aan Daniël, en vervolgens ook via Daniël aan Nebukadnezar, alles anders maakt. Dat wordt zelfs uitgedrukt in de structuur. Ik vind het juist erg mooi. Het is wat lastiger uit te leggen, dat geef ik toe, maar houd hem vast!⟨/p> ⟨p>Oké, dit is de structuur van het hoofdstuk in zijn totaliteit. Een lang hoofdstuk; dat is ook de reden waarom we het niet vooraf in zijn geheel hebben gelezen, want dan is de avond alweer zo'n beetje voorbij. Maar het hoofdstuk telt bijna vijftig verzen, het wordt heel uitgebreid beschreven.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-3" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="599" title="Speel af vanaf 09:59">▶ 09:59⟨/button> ⟨span>Vers 27-28: Alleen de God in de Hemel Openbaart Verborgenheden⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>De eerste verzen hebben we de vorige keer besproken, maar ik haak nu weer even aan bij vers 27 om het verhaal weer boeiend te maken. Het gaat er namelijk om dat Daniël daar mocht verschijnen voor koning Nebukadnezar. Hij had namelijk echt iets te melden. We lezen dat Daniël de koning, Nebukadnezar dus, een antwoord geeft en dan zegt hij dit: "De verborgenheid — het geheim dus in feite — waarnaar de koning vraagt, dat kunnen geen wijzen, bezweerders, geleerden of waarzeggers de koning te kennen geven."⟨/p> ⟨p>Ik vind het altijd opmerkelijk dat die lieden zo genoemd worden, want ze zijn in feite leugensprekers, maar ze worden waarzeggers genoemd. Dat kan geen mens aan de koning te kennen geven; dat kan niemand. Dat is nu eenmaal, hoe heet dat zo netjes in het Latijn, ⟨em>terra incognita⟨/em>. Dat is onbekend terrein. Als er iets is waar de mens eigenlijk niets zinnigs over kan melden, dan is het de toekomst. Vandaar ook dat profetie, voorzegging, het keurmerk is. Het is juist het bewijs van het Woord van God. Daarmee bewijst God onder andere Zijn Woord, en dat op een heel krachtige manier natuurlijk.⟨/p> ⟨p>De verborgenheid waarnaar de koning vraagt, kunnen geen wijzen, bezweerders, geleerden of waarzeggers de koning te kennen geven. Maar — en nu komt het — er is een God in de hemel die verborgenheden openbaart. Dat laatste is erg belangrijk, want als Hij het alleen maar zou weten maar het niet zou vertellen, dan wisten wij nog niets. Maar er is een God in de hemel. Er is een God. Eigenlijk zou dat op zich al voldoende zijn, hè? Er is een God. Of beter: er is één God. En daarom is Hij ook werkelijk God. Hij kan niet worden gedwarsboomd; er is er maar één. Er is een God en die troont boven alles. Hij is het die de dingen die geen mens kan kennen, wel kent maar ook openbaart, onthult. Het is door openbaring dat wij van die verborgenheden op de hoogte zijn.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-4" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="750" title="Speel af vanaf 12:30">▶ 12:30⟨/button> ⟨span>Het Laatste Der Dagen en de Komst van de Messias⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan staat er in vers 28: "Hij heeft de koning Nebukadnessar bekendgemaakt wat in de toekomende dagen geschieden zal." Vorige keer zei ik al eventjes dat ik soms wat van de NBG-vertaling afwijk; dan geef ik dat keurig weer door het te cursiveren. Er staat hier "in de toekomende dagen". In het Hebreeuws staat er letterlijk eigenlijk "de latere dagen", maar daar moet ik één aantekening bij maken.⟨/p> ⟨p>Dat is dat in de Statenvertaling en in de LXX – weet u wat dat betekent? Dat is de Septuagint. Dat zijn de Latijnse letters voor de zeventig. De zeventig hebben ooit de Hebreeuwse Bijbel – dat zal een paar eeuwen voor onze jaartelling zijn geweest in Oost-Korea en Griekenland – in het Grieks vertaald. Die vertaling van de Hebreeuwse Bijbel heet de Septuagint en dat wordt aangeduid met LXX, het Latijnse woord voor zeventig. In die vertaling wordt het weergegeven met "het laatste der dagen", ook hier trouwens, en dat is opmerkelijk. Ik denk ook dat het veelzeggend is dat de schrijvers van het Nieuwe Testament ons Oude Testament citeren uit de Septuagint.⟨/p> ⟨p>Dat is logisch, want de meeste schrijvers, bijvoorbeeld een Paulus, schreven hun brieven in het Grieks. Als jij de Hebreeuwse Bijbel citeert aan je Griekse lezers, worden die daar natuurlijk niet veel wijzer van. Dus aan je Griekse lezers geef je het gewoon weer in hun taal, zoals ik nu met u Nederlands praat over een Hebreeuws boek. Dat is logisch, want stel je voor dat ik in het Hebreeuws tegen u zou gaan praten. Ik wil wel een poging doen. Francis, kun jij het doen? Nee, dat gaat jou ook niet lukken denk ik, maar mij ook niet hoor. Ik heb er ooit aan geroken, meer ook niet.⟨/p> ⟨p>Om mijn punt even te maken: als de schrijvers van het Nieuwe Testament uit het Oude Testament citeren, dan doen ze dat in de Griekse vertaling en dan wordt er gesproken over "het laatste der dagen". Meestal is het ook een aanduiding – want het komt nog wel eens voor als er gesproken wordt over de latere dagen of in het laatste der dagen – die te maken blijkt te hebben met het Messiaanse rijk of de Messiaanse tijd; de tijd dat de Messias zal komen. De eerste keer dat deze uitdrukking voorkomt, is in Genesis 49 vers 1 als Jakob zijn zonen bij zich roept omdat hij op het punt staat te overlijden. Hij heeft dan nog wat laatste woorden, en dat zijn profetische woorden. Daar zegt hij: "Ik zal jullie bekendmaken wat in het laatste der dagen vervuld zal worden."⟨/p> ⟨p>Zo komt die uitdrukking nog veel vaker voor. Eén tekst wil ik even citeren omdat die heel veelzeggend is: Jesaja 2. Daar staat: "En het zal geschieden in het laatste der dagen." Daar staat vrijwel een identieke uitdrukking als in Daniël. Laten we het niet ingewikkelder maken, want ook dat is Aramees. De vorige keer heb ik verteld dat die hoofdstukken in Daniël 2 tot en met 7 in het Aramees zijn opgetekend. Dat lijkt op het Hebreeuws, maar is wat anders; het is een dialect zeg maar. In Jesaja 2 lees je dus: "En het zal geschieden in het laatste der dagen, dan zal de berg van het huis van JAHWEH – dat is daar dus in Jeruzalem – vaststaan als de hoogste der bergen en hij zal verheven zijn boven de heuvelen."⟨/p> ⟨p>U zegt misschien: er staat helemaal geen huis van JAHWEH in Jeruzalem. Nee, maar er is wel een heleboel om te doen hoor. Ik refereerde er al even aan in mijn gebed, maar ik vind het opmerkelijke tijden waarin we nu leven. Dat zult u ongetwijfeld ook vaak denken of zeggen. Alleen al wat er twaalf dagen geleden op 7 oktober gebeurde, waardoor het hele Midden-Oosten eigenlijk in de fik vloog. Die actie van de Palestijnen had de naam "Operatie Al-Aqsa Storm". Al-Aqsa is de naam van het heiligdom daar in Jeruzalem. Dan weet je ook meteen waar het Hamas uiteindelijk om begonnen is. Daar draait alles om, maar God heeft daar Zijn claim op liggen.⟨/p> ⟨p>In het laatste der dagen zal de berg van het huis van JAHWEH – want daar zal weer Zijn huis staan – vaststaan als de hoogste der bergen, en die berg van het huis zal verheven zijn boven de heuvelen. Er zal ook nog wat anders gaan gebeuren aan het hele landschap: aardbevingen, bergen die scheuren, enzovoort. Maar in ieder geval zal hij verheven zijn boven de heuvelen, en dan staat erbij: "Alle volkeren zullen derwaarts heen stromen." Je zou het vervolgens moeten uitlezen, maar het gaat er even om dat het hier een profetie is over het Messiaanse Rijk, waarin niet alleen Jeruzalem herbouwd is en waar de tempel weer zal staan, maar waarin ook – er staat trouwens ook in Jesaja 2 – des Heren woord vanuit Sion zal uitgaan en Zijn wet vanuit Jeruzalem. Dan zullen de volkeren optrekken naar Jeruzalem als pelgrims. Jeruzalem zal dan de hoofdstad van de hele wereld zijn en de volkeren zullen daarnaartoe stromen. Dat is in het laatste der dagen, waarmee maar gezegd is dat dit de dagen van de Messias zijn waarin de Messias zal regeren. Ook nu nog is dat nog steeds toekomstig.⟨/p> ⟨p>Ik moet er trouwens bij zeggen dat principieel – als je het op de keper beschouwt – met de komst van de Messias die periode van de laatste dagen eigenlijk al is aangebroken. Dat is logisch, want als de laatste dagen ten diepste verwijzen naar de tijd van de Messias, dan denken wij vooral aan de tijd dat de Messias zal regeren in deze wereld. Jawel, maar het betekent eigenlijk ook dat zodra de Messias gekomen is, in feite de laatste dagen zijn begonnen. Dat verzin ik niet, dat staat in Hebreeën 1. Die wil ik dan als bonnetje graag even bijleggen, zodat u het gewoon kunt checken.⟨/p> ⟨p>Hebreeën 1 begint zo – de schrijver valt meteen met de deur in huis: "Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten..." In feite is dit een beschrijving van het hele Oude Testament; op vele manieren, op vele wijzen en vele malen heeft Hij gesproken via de profeten. "...heeft Hij nu in het laatste der dagen tot ons gesproken in de Zoon." Hier zie je dus in het Grieks dat Paulus dezelfde uitdrukking gebruikt die je ook in de Septuagint tegenkomt waar ik het zojuist over had. Hij zegt: "Hij heeft nu in het laatste der dagen tot ons gesproken in de Zoon." Waarmee gezegd is dat nu de Zoon is gekomen, de laatste dagen in feite zijn begonnen. U zegt dat dit ook lang duurt, ja dat weet ik wel, maar dat heeft te maken met die onderbreking. Principieel is die periode met de komst van de Messias aangebroken en Hebreeën 1 zegt dat ook.⟨/p> ⟨p>Dat koppel ik meteen weer even terug naar Daniël 2. Want als Daniël zegt dat hij nu van Godswege aan Nebukadnessar dingen mag bekendmaken, zegt hij: "Ja, dat gaat over het laatste der dagen." Of eventueel over de latere dagen, over toekomende tijden. Dat is zo, maar uiteindelijk gaat het over de komst van de Messias. Weet u wel, die steen die van die berg rolt, dat beeld vernietigt en die vervolgens tot een berg wordt die de hele aarde vult. In feite gaat het daarover. Dus om eventjes helemaal terug te gaan naar het begin: is het nou de latere dagen of is het het laatste der dagen? Beide kloppen. "De laatste dagen" geeft vooral aan dat het verwijst naar de komst van de Messias, de Zoon. Oké.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-5" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1389" title="Speel af vanaf 23:09">▶ 23:09⟨/button> ⟨span>Vers 29-30: de Gedachten van Nebukadnezar op Zijn Legerstede⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Daniël vervolgt; hij staat daar dus voor Nebukadnezar en dan zegt hij: "Uw droom en de gezichten, de visioenen, die u op uw bed..." Ja, ik heb het hier even zo weergegeven. Er staat dadelijk "uw legerstede", maar dat plegen we niet meer zo vaak te zeggen. Of ligt u op uw "levensleden"? Het klinkt wel, hè? Leverplaat, levensleden... Maar goed: "Uw droom en de gezichten die u op uw bed voor ogen kwamen, waren deze."⟨/p> ⟨p>Daniël staat daar en het doet heel erg denken aan Jozef – ik geloof dat ik het er de vorige keer ook al even over gehad heb – die ooit voor de farao stond en die ook zijn dromen had. Ook Jozef was toen in staat, van Gods wege uiteraard, om de betekenis daarvan bekend te maken. Daniël zegt: "Op uw bed kwam dat voor ogen", en dan volgt er een dubbele punt: "Bij u, o koning, rezen, terwijl gij op uw bed lag, gedachten op over wat er na dezen geschieden zou."⟨/p> ⟨p>Dit is al opmerkelijk. Dit is iets wat Nebukadnezar, terwijl hij ernaar luisterde, kon verifiëren. Hij kon vaststellen of het waar was of niet. Daniël zegt: "Terwijl u op uw bed lag, gingen uw gedachten over wat er na dezen geschieden zou." Ik ben erachter gekomen dat de uitleggers hierover een beetje van mening verschillen. Sommigen zeggen dat die gedachten hier slaan op de dromen zelf. Anderen zeggen: "Nee, het gaat er juist over dat die dromen feitelijk een antwoord waren op het feit dat hij aan het piekeren was."⟨/p> ⟨p>De koning vroeg zich af: "Hoe zal het dan gaan met mijn koninkrijk? Ik ben nu wel onwijs machtig en ik beschik over de hele wereld, maar ja, als je veel hebt, kun je ook veel kwijtraken." Dat lees je in Prediker ook al: de slaap van de arme is zoet, maar de rijke ligt vaak te piekeren. Want ja, die kan een heleboel verliezen en kwijtraken. En dat geldt voor iemand die machtig is ook. Ik hou het eigenlijk op dat laatste: dat hij lag te piekeren over de toekomst.⟨/p> ⟨p>Ik lees even verder: "En Hij, God, die verborgenheden openbaart, die maakt u bekend wat er geschieden zal." Dus terwijl u uw gedachten had op uw bed en zich de vraag stelde hoe dat zou gaan, zegt Daniël: "Hij die verborgenheden openbaart, gaat u nu bekendmaken wat er geschieden zal." Voor u was het een vraag, maar voor Hem een weet. En dat gaat u nu van mij vernemen. Dat zegt hij ook in vers 30: "Mij nu is deze verborgenheid geopenbaard."⟨/p> ⟨p>Daniël geeft daar meteen een soort disclaimer bij. Dat is eigenlijk voor zijn cv niet zo erg goed; misschien zouden we zeggen, als hij echt uit was op ambitie, dat hij dan had gezegd: "Ja, ik heb goed geleerd en ik ben speciaal vermogend." Nee, hij zegt: "Mij nu is deze verborgenheid geopenbaard, niet door een wijsheid die ik zou bezitten boven alle levenden." Hij verheft zich dus niet boven wie dan ook, maar: "Opdat de uitlegging de koning bekend zou worden gemaakt, en dat gij de gedachten van uw hart zoudt kennen." Dat wil zeggen: Daniël gaat aan de koning vertellen wat zijn gedachten waren, maar ook wat voor de koning zo raadselachtig was. De uitleg daarvan gaat Nebukadnezar nu van Daniël vernemen.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-6" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="1662" title="Speel af vanaf 27:42">▶ 27:42⟨/button> ⟨span>Vers 31-33: de Beschrijving van het Schrikwekkende Metalen Beeld⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En nu gaat Daniël van Walstek; hij gaat vertellen wat de koning heeft gedroomd. En dat was nu juist het grote probleem van die Chaldeeën, van al die uitgelezen experts, die juist daardoor in hun zonde bleven, want zij waren niet in staat om dat te vertellen. "Gij, o koning, had een gezicht en zie, er was een groot beeld." In het Grieks staat hier een mega-beeld. Ja, in de Griekse vertaling waar ik het over had. "Dit beeld was hoog en de glans ervan was buitengewoon. Het stond voor u en de aanblik ervan was schrikwekkend." Ik heb het eens in de concordantie opgezocht, maar dit woord komen we juist in het boek Daniël nog eens tegen. En hetzelfde woord wordt ook gebruikt in hoofdstuk 7, vers 7, waar we in een veel later stadium van dit seizoen uiteraard nog op komen. Want dan wordt het gebruikt als aanduiding van het vierde dier. Dat verschilde van de andere dieren en het was schrikwekkend. En als ik zeg schrikwekkend, bedoel ik dus eigenlijk gewoon... nou, wat ik zeg: je schrikt je hoedje als je dat ziet. De aanblik ervan was schrikwekkend. Indrukwekkend, maar ook schrikwekkend en groots en hoog.⟨/p> ⟨p>Het hoofd van dat beeld, dat was van gedegen goud. Er wordt daar gezegd, eigenlijk letterlijk: goed goud. In het hele boek staat er eigenlijk ook 'tov'. Het was goed en dat betekent in de praktijk gewoon zuiver, gedegen goud. Gelouterd goud zeggen we dan. Het hoofd van het beeld was van gedegen goud. Hier wordt... dus ja, wat Daniël nu doet is eerst beschrijven wat de koning heeft gedroomd. De uitleg ervan volgt later. Maar eerst geeft hij weer van: "Nou, dat heb je gezien." Oké, dat beeld had dus een gouden hoofd en zijn borst en de armen die waren van zilver en zijn buik en dijen van koper. Dit is een wat lastig ding, want in zowel de Concordant Version als ook in de Statenvertaling wordt hier inderdaad 'dijen' weergegeven. En ik denk dat dat ook klopt. Dat blijkt ook uit de wijze waarop het op andere plaatsen wordt gebruikt. Maar in de NBG wordt het weergegeven met 'de lendenen', en dat is dus bij je heupen, zeg maar, dat deel van je lendenen. Maakt het in de praktijk veel uit? Nou, we zullen later misschien... daar kom ik nog wel even op terug.⟨/p> ⟨p>Maar het idee is dus in feite: de buik, eigenlijk tot aan het onderlichaam, dat was van zilver en dan vervolgens de bovenbenen, de dijen waren van koper. En eigenlijk hier, wat vooral... het is niet alleen maar van hoog naar laag. Niet alleen van de top van het hoofd naar richting de voeten. Maar het is ook een degradatie van metalen natuurlijk. Het begint met goud, dan zilver. De kwaliteit wordt steeds minder ten opzichte van het voorgaande. En dan de dijen zijn van koper; andere vertalingen zeggen weer brons. Brons is, heb ik begrepen — ik ben geen expert — maar dat is weer gelegeerd koper. Een legering van koper, maar dat komt in de praktijk op hetzelfde neer. Maar die dijen waren van koper en zijn benen... dat zijn dus, als het inderdaad over de dijen gaat, dan moeten dat dus de onderbenen zijn van ijzer. En zijn voeten deels van ijzer, deels ook van leem.⟨/p> ⟨p>Dus het is niet alleen maar een neergang van metalen, maar dat laatste metaal is in zijn laatste fase ook nog eens een keertje niet alleen zuiver ijzer meer. Het is ijzer dat gemixt is met — en dat is eigenlijk een onmogelijke mix — leem. Pottenbakkersleem lezen we later. Er zijn trouwens uitleggers die zeggen van: "Ja, het gaat hier eigenlijk dus feitelijk over vijf koninkrijken: goud, zilver, koper, ijzer en dan leem." Maar dat gaat niet op. Het zijn vier metalen en dat laatste, die vierde, is in zijn eindfase gemixt. Het is eigenlijk nog weer gedegradeerd, gedevalueerd... eigenlijk geperverteerd ijzer. Dus de kwaliteit is echt enorm afnemend, van goud naar ijzer vermengd met leem. Ik zei al, we zijn gewoon bezig met de beschrijving van de droom of zoals Daniël dat weergeeft.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-7" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2023" title="Speel af vanaf 33:43">▶ 33:43⟨/button> ⟨span>Vers 34-35: de Steen Zonder Toedoen van Mensenhanden Verbrijzelt het Beeld⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>En dan zegt hij dit: "Terwijl gij bleef toezien, raakte zonder toedoen van mensenhanden een steen los." Nu komen we op een terrein waarbij je ziet dat dit taalgebruik is dat we elders ook wel tegenkomen. Dit is typisch zo'n formulering die verwijst naar God. Als er staat "zonder toedoen van mensenhanden", dan suggereert dat dat er geen mens aan te pas is gekomen; goddelijk ingrijpen zorgt ervoor dat het zo gebeurt. Je leest diezelfde gedachte in de brief aan de Colossenzen en de brief aan de Efeziërs — vers 2:11 en 2:11, makkelijk te onthouden. Daar gaat het erover dat wij, degenen die in Christus zijn, allen besneden zijn. Er staat dan bij dat dit geen werk van mensenhanden is. Het is geen ritueel, het is niet een mens die iets gedaan heeft, maar het is de échte besnijdenis. De fysieke, lichamelijke besnijdenis is in feite niets anders dan een beeld van de werkelijke besnijdenis. Het gaat om dat wat niet door toedoen van mensenhanden is geschied.⟨/p> ⟨p>Daniël zegt: "Terwijl je bleef toezien, raakte zonder toedoen van mensenhanden een steen los, die het beeld trof aan de voeten van ijzer en leem en deze verbrijzelde." En toen werden tegelijkertijd het ijzer, het leem, het koper, het zilver en het goud verbrijzeld. Nu staat het ineens in een andere volgorde, dat is trouwens wel opmerkelijk. Het beeld wordt getroffen door die steen aan de voeten, zo lazen we net: "toen hij het beeld trof aan de voeten van ijzer en leem." Vervolgens werden tegelijkertijd het ijzer, het leem, het koper, het zilver en het goud verbrijzeld. Dus hoewel het beeld wordt getroffen aan de voeten, maakt dat een einde aan het totale beeld. Het beeld is gewoon finito in al zijn hoedanigheden. Het voorgaande zou ook niet opnieuw weer kunnen opkomen. Nee, het beeld in zijn geheel wordt getroffen in zijn eindfase, namelijk in dat laatste stadium bij die voeten en die tenen. Daar wordt het geraakt, maar het hele beeld wordt tenietgedaan. Die mens die zo groot was, die Nebukadnezar zag — enorm groot en schrikwekkend — daar bleef niets van over. Een steentje raakte los en dat trof dat gigantische beeld, waarna er niets meer overbleef van die mens die zo hoog en indrukwekkend was. Aan die tijd van de mens komt vanaf dan gewoon definitief een einde.⟨/p> ⟨p>Er staat ook bij: "En zij — al die rijken, dat hele beeld dus — zij werden gelijk kaf op een dorsvloer in de zomer, en de wind voerde ze mee zodat er geen spoor meer van te vinden was." Het idee is dat er werkelijk niets van overblijft. U weet hoe dat gaat op een dorsvloer. Tegenwoordig gaat het allemaal machinaal met een dorsmachine, maar van origine werd op een dorsvloer het graan omhooggegooid. Wanneer de wind dan waaide, viel de graankorrel weer op de aarde, maar de wind nam het kaf mee. De schil, de omhulling — in feite ook een soort besnijdenis van de graankorrel — dat werd weggevoerd. Er bleef helemaal niets van over; er was geen spoor meer van te vinden.⟨/p> ⟨p>Maar dan staat er, en dat is waar het uiteindelijk om gaat: "De steen die het beeld getroffen had, werd tot een grote berg die de hele aarde vulde." Zo zie je dus een complete transitie. Terwijl de mens in zijn eindfase totaal gedegradeerd is, komt hij aan zijn einde en maakt hij plaats voor het stenen koninkrijk. Er was goud, zilver, koper en ijzer gemixt met leem, en dan komt dat vijfde koninkrijk dat verborgen was en dat beeld treft. Het eerste waar ik dan aan denk, en u wellicht ook, is het verhaal van David en Goliath. Ik zal in een later stadium zeker op andere parallellen wijzen, maar Goliath was ook zo'n gigantisch schrikwekkende man die grote woorden sprak tegen de Allerhoogste. En toen was daar een steentje van David. Wist u dat David vijf steentjes zocht in de rivierbedding? Ik weet zeker dat hij met die vijfde heeft gegooid. Want als hij met de eerste meteen raak had gehad, dan had hij die andere vier toch niet meer nodig? U begrijpt dat het mij om de typologie gaat: het is die vijfde, en daarmee heeft hij geworpen. Dat was het einde van die reus Goliath. Prachtige beelden zijn dat.⟨/p> ⟨p>Daniël heeft nu nog niets gezegd over de betekenis van de droom. Hij heeft alleen verteld: "Dat heb ik gedroomd." Over de uitleg ervan heeft hij nog helemaal niets gezegd, en toch moet ik erbij zeggen dat, hoewel de droom zelf nog niet is verklaard, er in dat laatste gedeelte — in die slotfase — wel allerlei hints en typen zitten. Je denkt: hé, wacht eens even. Nebukadnezar heeft daar waarschijnlijk geen sjoege van gehad. Dat weet ik vrijwel zeker; wat wist hij daar nou van? Maar een Daniël, die heel veel verstand had en een expert was in de betekenis van dromen en visioenen, die wist van typologie. Hij begreep hoe het één een uitbeelding is van het ander. Wij hebben daar tegenwoordig bijna geen kennis meer van. Wij analyseren vaak niet meer dat de dingen allemaal samenhangen en verwijzen naar diepere, grotere zaken die uiteindelijk wijzen naar die Ene. Dat weten we vaak niet meer, of mensen in het algemeen geloven dat helemaal niet, want "alles is toeval" en "niets heeft betekenis". Alle betekenis die er is, die zouden wij er dan zelf aan hebben gegeven.⟨/p> ⟨p>Hoe heet dat ook alweer? Wij noemen dat tegenwoordig "zingeving", een vak dat je overal op scholen tegenkomt. Je moet de dingen zin géven. Maar ik ben zo verschrikkelijk dankbaar dat de dingen zin hébben. Wij hoeven de dingen geen zin te geven, God zij dank. Zingeving is vaak iets wat verzonnen is. Nee, de dingen hebben zin omdat Híj er een zin aan geeft. Juist daarom stapelen de typologische aanwijzingen zich op: de steen, het feit dat het zonder mensenhanden gebeurt... Achteraf, met de kennis van de Schrift, zou je een heel eind komen bij het uitleggen van deze droom, daar ben ik zeker van. Ook zonder dat Daniël het uitlegt, maar Nebukadnezar wist dat in elk geval niet. Daarom zegt Daniël dit.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-8" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="2583" title="Speel af vanaf 43:03">▶ 43:03⟨/button> ⟨span>Vers 36-37: Daniël als Woordvoerder en de Koning Der Koningen⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dit is de droom, of eigenlijk, dit was de droom die ik u zojuist heb verteld. En de uitlegging daarvan, die zullen wij de koning zeggen. Waarom hij nou 'wij' zegt? Ik heb daar twee verklaringen voor. De simpelste is gewoon uit bescheidenheid. 'Wij' klinkt bescheidener dan 'ik'. Als ik bijvoorbeeld een artikel schrijf op mijn website, dan schrijf ik meestal ook in het meervoud. Ik vind 'ik' vaak wat pretentieus om te zeggen; het maakt jezelf zo belangrijk. De wij-vorm kan dus gewoon bescheidenheid zijn. Het zou trouwens ook nog een vorm van koninklijk meervoud kunnen wezen: 'Wij, Koningin der Nederlanden'. Nou ja, zoek het maar uit. Maar het kan ook zijn – en dan is het heel letterlijk – dat Daniël hier optreedt als woordvoerder namens zijn vrienden. Dan is het inderdaad 'wij'. Weliswaar is Daniël degene die opdraaft, maar hij spreekt mede namens die vrienden. Ik geef het maar door voor wat het waard is.⟨/p> ⟨p>Hij zegt: 'Wij zullen dat de koning zeggen.' En dan zegt hij dit: 'Gij, u, o koning, koning der koningen, aan wie de God des hemels...' Nu moeten we even pas op de plaats maken, want deze formulering zou u in ieder geval moeten opvallen. Het feit dat Nebukadnezar dit label krijgt, dit etiket dat hij 'koning der koningen' wordt genoemd. Als ik dat zo zeg, dan denkt u misschien: 'Hè, maar dat is toch een messiaanse titel?' Dat klopt ook. Maar ik zal u vertellen: niet alleen hier, maar ook in Ezechiël 26 vers 7 lees je dat dit van Nebukadnezar wordt gezegd. Kennelijk was de aanduiding 'koning der koningen' gangbaar voor hem. Je moet de term even heel letterlijk nemen.⟨/p> ⟨p>Kijk naar wat Nebukadnezar deed in zijn koninkrijk. Dat was universeel – dat zullen we straks ook zien – de hele wereld omspannend. Maar dat deed hij niet door alle koningen af te zetten zodat hij als enige koning overbleef. Hij verwijderde niet alle andere koningen. Nee, wat hij deed was zichzelf op de troon zetten boven die andere koningen. Hij was dus de koning van de koningen. Het is letterlijk een overtreffende trap, zoals je die in het Hebreeuws zo vaak hebt: de koning der koningen, de hemel der hemelen, het heilige der heiligen of de God der goden. Dat laatste is ook mooi, want 'de God der goden' wil zeggen dat er goden zijn, zowel op de aarde als in de hemel. Dat wil zeggen: degenen die dingen beschikken, zoals rechters en koningen. Zij worden allemaal goden genoemd, maar de Allerhoogste is de God der goden. Vandaar ook dat Hij de Allerhoogste is; zij zijn hoog, maar Hij is de Allerhoogste. De overtreffende trap. Nebukadnezar was dus ook een koning van koningen. Terwijl er op de aarde nog tal van andere dynastieën en koningen waren, overtrof hij hen en stonden ze allemaal onder zijn gezag.⟨/p> ⟨p>Wat duidelijk moet zijn, is dat deze term — en de meesten van u kennen hem ongetwijfeld in die context — van toepassing is op Christus. Ik zal daar twee voorbeelden van geven. In Openbaring 17 lees je, bijna aan het einde van het boek of in ieder geval aan het einde van deze aion: 'Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam.' Het gaat daar trouwens over die tien koningen in het Midden-Oosten. Zij zullen oorlog voeren tegen het Lam. Dat is heel interessant. Het betekent namelijk dat het Lam — eigenlijk staat er 'het Lammetje' — dan al op de troon in Jeruzalem zit. Alleen de andere koningen verwerpen zijn heerschappij. Het koninkrijk in Israël is inmiddels hersteld, maar dan begint de dag van toorn en worden ook de andere koningen, de rest van de wereld, aan hem onderworpen. Dan lees je dat er oorlog ontstaat tegen JAHWEH en Zijn Gezalfde daar in Sion. 'Dezen zullen oorlog voeren tegen het Lam, maar het Lam zal hen overwinnen.' Hoezo? Nou, want Hij is de Heer der heren. Zij mogen dan wel heren zijn en heerschappij hebben, maar Hij heeft heerschappij over degenen die heerschappij hebben. Met recht de Heer der heren en dus ook de Koning der koningen, samen met degenen die dan bij Hem zijn.⟨/p> ⟨p>Als ik nog even doorblader naar Openbaring 19, dan lees je over een ruiter op het witte paard. De tweede, de definitieve trouwens. Nee Lars, ik ga daar verder niet meer over uitweiden. Je bent geneigd om vooral nu de vraag te stellen: 'Waar blijft die eerste ruiter op het witte paard?' Maar eigenlijk is dat niet de goede vraag. De echte goede vraag is: 'Waar blijft de definitieve, de échte ruiter op het witte paard?' Oké, ik geef toe, dit is een beetje een inside joke die niet iedereen zal pakken. Maar kijk het maar eens na in het boek Openbaring: je komt twee keer een ruiter op het witte paard tegen. De eerste — ik verklap het meteen maar — is de valse en niet blijvend. De tweede is de definitieve. Laten we het bij deze cryptische opmerking houden. Er staat dat Hij op Zijn kleed en op Zijn dij een naam geschreven heeft. Wat is Zijn naam? Een uitbeelding van sterkte en kracht: de dij. Koning der koningen en Heer der heren.⟨/p> ⟨p>Ik zie dat het inmiddels precies negen uur is. Het licht zou zo maar uit kunnen gaan natuurlijk. Heb je een knopje? Oh, is dat zo? Oké. Maar ik stel voor dat we eerst even pauzeren, is dat goed? Dan gaan we straks de draad weer oppakken bij vers 37.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-9" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3055" title="Speel af vanaf 50:55">▶ 50:55⟨/button> ⟨span>De God Des Hemels en de Vacante Troon van Yahweh in Jeruzalem⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Wij waren gebleven bij vers 37 in onze bespreking. Het eerste deel van dat vers hebben we al eventjes onder de loep genomen en dan lezen we daar dat Daniël inmiddels is begonnen met de uitleg van de droom die Nebukadnezar had gezien. Hij had zojuist beschreven wat de koning gezien had. Een vorige keer hebben we al vastgesteld dat Nebukadnezar best wel wist wat hij gedroomd had, maar hij wilde een check of de wijzen en de experts het ook wisten. Nou, in ieder geval heeft Daniël bewezen dat hij het wist; dat blijkt wel uit de erkenning die hij later ook krijgt.⟨/p> ⟨p>Maar nu is Daniël dus begonnen met het uitleggen van die droom. In feite zegt hij: "U heeft zo'n geweldig kolossaal beeld gezien, met al die metalen en met die steen die van de berg rolde en dat beeld trof. Jawel, allemaal tot uw dienst, maar wat betekent dat dan?" En dan gaat Daniël dat uitleggen. Hij zegt: "Gij, o koning, u die hier voor mij staat, u bent de koning der koningen." Dat wil zeggen dat u van alle koningen op de aarde de opperste bent. Dat is in feite een messiaanse titel, maar dat dit inderdaad zo is, zal straks ook nog wel blijken. Maar eerst nog even deze term — ik heb de vorige keer al eventjes daar kort op gewezen, maar ik wil dat bij deze nog eens doen, omdat het buitengewoon belangrijk is voor het verstaan van dit hele visioen. Dat geldt trouwens ook voor dat visioen in Daniël 7.⟨/p> ⟨p>Waarom die aanduiding "de God des hemels"? Er staat: "Gij, o koning, u bent de koning van alle koningen en aan wie de God van de hemel het koningschap, macht, sterkte en eer geschonken heeft." Dat laatste is natuurlijk ook veelzeggend, want het betekent dus dat wat hij bezat aan koningschap, macht, sterkte en eer, hij niet zelf had verworven. Het was niet van hemzelf; het was hem gegeven. Hij heeft ook veel later nog tot die erkenning moeten komen, want mensen verbeelden zich letterlijk van alles. Dat deed Nebukadnezar ook, en er is niets wat zo bijgelovig maakt als macht. Dat geldt trouwens ook voor geld; je denkt dan alles in je vermogen te hebben, maar dat blijkt buitengewoon betrekkelijk te wezen.⟨/p> ⟨p>Maar ik zei al: de God des hemels. Waarom wordt Hij de God van de hemel genoemd? Het staat in contrast met een andere aanduiding; God wordt namelijk ook "de God van hemel en aarde" genoemd, of "de God van de ganse aarde". Maar hier heet Hij iedere keer "de God van de hemel". Die uitdrukking zegt heel veel. Waarom? Omdat het een typering is van God wanneer Zijn troon niet in Jeruzalem staat. En over die tijd hebben we het nu juist. Want het idee is: God heeft zich teruggetrokken in de hemel. Hij is nu, zegt Daniël, de God van de hemel. En waarom? Wel, omdat Zijn troon inmiddels niet meer op aarde staat. Dat is echt zo. Want je leest dat de troon van Yahweh — "de troon des Heren" staat er in de NBG — in Jeruzalem stond. Het is eigenlijk de troon van David.⟨/p> ⟨p>Ik zal dat bewijzen. In 1 Kronieken 29 lees je over Salomo, de zoon van David: "Die zette zich op de troon van Yahweh als koning in de plaats van zijn vader David. Hij was voorspoedig, zodat geheel Israël hem gehoorzaamde." Uiteraard gaat het mij nu even niet om het feit dat hij de vredevorst was en dat hij de zoon van David heet, maar het gaat erom dat hij daar in Jeruzalem zich als koning op de troon plaatste. Jawel, maar het was de troon van Yahweh. Gods heerschappij heeft zich verbonden met Israël, meer specifiek met Jeruzalem en feitelijk met de dynastie van David. Dat is de koning van Zijn keuze.⟨/p> ⟨p>Wat was er nou gebeurd? Dat moet u zich even goed realiseren. Ik zei al dat ik daar afgelopen zondag ook over gesproken heb in verband met de zeventig jaren. Wat er gebeurde was dit: je had David, daar begon de troon mee. Dat was de eerste koning van Gods keuze. Vervolgens kreeg je Salomo. Na Salomo splitste het rijk zich en de troon kwam aan de twee stammen; die bleef daarbij in Jeruzalem. Na Salomo heb je nog twintig koningen gehad, totdat de laatste, Zedekia, ook het veld moest ruimen. Dat was in de dagen van Nebukadnezar, in de dagen dat Jeruzalem verwoest werd. Dat was ook het moment dat de laatste koning uit het huis van David, die op de troon in Jeruzalem gezeten was, het veld moest ruimen. Sindsdien, en tot op de dag van vandaag, is die troon vakant. Gods troon stond in Jeruzalem, en sinds wanneer niet meer? Nou, sinds de verwoesting van Jeruzalem. Die troon is dus leeg, is vakant. En waar is God dan? Nou, in ieder geval staat Zijn troon niet op aarde. Of eventueel — daar heb ik ook vrede mee, maar dat is een kwestie van formulering — Zijn troon staat wel op aarde, maar hij is leeg. Dat wil zeggen dat er niemand op zit. Dat is ook zo. Maar in ieder geval: de troon van Yahweh, daar zat Salomo op, en uiteindelijk zal die weer toekomen aan de ware, de echte, de definitieve Zoon van David.⟨/p> ⟨p>Overigens is er een psalm die daar heel uitgebreid over gaat, ook een psalm van David, waarin je leest dat God onder ede heeft gezworen dat Zijn belofte voor altoos verbonden is aan Davids huis. Hij heeft een verbond gesloten met het huis van David en daar kwam de troon aan toe. Vandaar ook dat de Messias niet alleen maar een nakomeling van Abraham en Jakob is, maar specifiek van Juda; aan Juda was de scepter gegeven, weet u nog? En uiteindelijk kwam het terecht bij David. De Messias zou een nakomeling zijn uit het huis van David. Hoe dan ook, daar kwam de troon aan toe en die troon staat in Jeruzalem, op geen enkele andere plaats. Dan begrijp je ook meteen waarom er de hele geschiedenis door altijd zoveel "gedoe" is over Jeruzalem, als ik het zo mag zeggen. Maar ik bedoel het vrij letterlijk. Want ja, dat is de plaats. Naar allerlei menselijke maatstaven zou je zeggen: "waarom?", maar de echte reden is natuurlijk: daar zou God Zijn naam doen wonen.⟨/p> ⟨p>Jeremia 3 is ook een mooie. Dan staat er: "Te dien tijde..." Dit is trouwens een messiaanse profetie over de messiaanse tijd, waar ik het voor de pauze ook al even over had. "Te dien tijde" is ook weer zo'n aanduiding waaraan je eigenlijk al weet: "O, dat zal wel gaan over dé tijd." Te dien tijde zal men Jeruzalem noemen: "de troon van Yahweh". Leuk hè? De andere naam die men dan aan Jeruzalem zal geven, is: "O, dat is de troon van Yahweh". Want daar heerst Hij, daar is Zijn domicilie, dat is de standplaats van Yahweh. Daar regeert Hij. Te dien tijde zal men Jeruzalem noemen de troon van Yahweh, en alle volkeren zullen zich daarheen verzamelen om de naam van Yahweh te Jeruzalem. En ze zullen niet meer wandelen naar de verstoktheid van hun boze hart. Met andere woorden: ze zullen zich dan massaal, in de hele wereld, richten naar de naam van Yahweh.⟨/p> ⟨p>Ja, in Jeruzalem staat de troon van Yahweh. Maar begrijpt u nu waarom ik het heb over "de God van de hemel"? Hij heeft zich teruggetrokken omdat sinds de dagen van Nebukadnezar de troon leeg is. Die troon staat vakant; de troon van Yahweh op aarde is leeg. En vandaar dus: de God van de hemel. "Gij, o koning, koning der koningen, aan wie de God van de hemel het koningschap, de macht, sterkte en eer geschonken heeft."⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-10" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="3666" title="Speel af vanaf 01:01:06">▶ 01:01:06⟨/button> ⟨span>Vers 38: de Tijden Der Natiën en de Absolute Heerschappij van het Gouden Hoofd⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nou moet ik er trouwens nog even iets bij zeggen. Als God dus Zijn troon, de macht en het koningschap – en dan bedoel ik het echte koningschap – geeft aan een heidense vorst, inclusief de macht, de sterkte en de eer, dan heeft dat te maken met het fenomeen dat Hij Zijn troon te Jeruzalem verlaten heeft. Dat is logisch, want er was sinds die tijd geen Davidische heerser meer in Jeruzalem. God heeft Zijn troon te Jeruzalem weggegeven, prijsgegeven – uiteraard tijdelijk, dat is nog wel logisch – en Hij heeft nu de heerschappij gegeven aan de natiën. Nebukadnezar was daar de representant; hij was de machtigste man in die dagen van alle natiën van de hele wereld.⟨/p> ⟨p>Hoe heten die tijden? Hoe heten de tijden dat de troon van Yahweh niet in Jeruzalem actief is, of dat die troon in Jeruzalem vakant is? Dat heet 'de tijden der heidenen', of 'de tijden van de natiën'. Die term kwam de vorige keer al eventjes voorbij, maar ik wil het nu nog even noemen omdat het helemaal in die lijn ligt. In Lukas 21 staat het letterlijk zo; deze term komt rechtstreeks uit het Nieuwe Testament. Je leest daar – het gaat trouwens ook over de nabije eindtijd – dat Jeruzalem vertreden zal worden door de natiën, totdat de tijden van de natiën vervuld zullen zijn. Wat is het meest karakteristieke van de tijden van de natiën? Dat Jeruzalem vertreden wordt en dat er geen koning is in Jeruzalem, oftewel dat de troon van Yahweh leegstaat. Dat zijn de tijden van de natiën.⟨/p> ⟨p>Ondanks het feit dat Jeruzalem nu weer een Joodse stad is en sinds 1967 weer in Joodse handen is – ik weet dat ze daar bij Christenen voor Israël soms anders over denken, alsof de tijden van de natiën nu voorbij zouden zijn omdat het weer een Joodse stad is – is dat helemaal niet het geval. Het zijn nog steeds de tijden van de natiën en de stad wordt nog steeds vertreden. Sterker nog, de ergste vertreding van Jeruzalem gaat nog komen; dat zijn de 42 maanden die genoemd worden in Openbaring 11. Het staat er heel letterlijk. Hoe men erbij komt dat dit al voorbij is, is echt een raadsel. Jeruzalem zal vertreden worden door de natiën, totdat de tijden van de natiën vervuld zullen zijn. In die tijd leven we dus.⟨/p> ⟨p>Sinds wanneer leven we in die tijden van de natiën waarin er geen troon is in Jeruzalem? Dat is sinds de dagen van Nebukadnezar, sinds er geen koning uit het huis van David meer op de troon zit. Er is wel een Koning uit het huis van David, maar die is verborgen. Daar zijn trouwens ook hele mooie verhalen over te vertellen, maar daar gaat het nu niet om. Die Koning van jullie is er wel, alleen Hij is inderdaad verborgen. Eigenlijk, even onder ons gezegd, is Hij nu verborgen als Priester in het hemels heiligdom. Hij vervult momenteel geen koninklijke functie, maar een priesterlijke functie. Hij is de Koning-Priester naar de ordening van Melchizedek. Als je daar meer over wilt weten, dan moet je de brief aan de Hebreeën maar lezen. Het gaat erom dat de Priester momenteel in tijdelijk verlof is, om het zo te zeggen. Hebt u hem? In ieder geval moet dit duidelijk zijn: dit is de situatie sinds de tijd van Nebukadnezar.⟨/p> ⟨p>Dan begrijp je dus ook wat er zo markant is aan deze tijden en dat Nebukadnezar de eerste is. Bij hem begint het. Waarom? Omdat sinds die dagen Jeruzalem verwoest is en de troon nooit meer is teruggekomen in het huis van David daar in Jeruzalem. Never, nooit. Dat gaat wel gebeuren. De vervallen hut van David zal straks in de nabije toekomst worden opgebouwd, en dat is wanneer de Heer terug zal komen. Dan gaat Hij Zijn zetel daar alsnog opeisen en dan zijn de tijden van de natiën voorbij.⟨/p> ⟨p>Kijken we naar vers 38. Daniël zegt: "Gij, o koning, koning der koningen, aan wie de God van de hemel het koningschap en eer en macht gegeven heeft. Ja, in wiens hand Hij de mensenkinderen, waar zij ook wonen, de dieren des velds en het gevogelte van de hemel heeft gegeven." Hij spreekt over de hele mensheid, alle volkeren. Ik geloof dus ook inderdaad China. Dat waren toen toch ook koninkrijken? Jawel, maar die stonden allemaal onder hem en werden gedomineerd door Nebukadnezar. Zo staat het er: "waar de mensenkinderen ook woonden". Hij was de koning der koningen. Nogmaals, dat betekent niet dat al die koninkrijken verdwenen en dat die koningen er niet meer waren, maar hij domineerde ze. Hij stond daarboven.⟨/p> ⟨p>Dat ook de dieren des velds en het gevogelte worden genoemd, is buitengewoon interessant. Om de zin af te maken: "...en die Hij tot heerser over die alle heeft gemaakt. Gij," zegt Daniël, "u bent dat gouden hoofd." Dit behoeft verder geen verklaring meer; dit ís de verklaring. De koning zag een gouden hoofd in zijn droom en Daniël zegt: dat beeld begint bij u. Hij heerst over alles. In feite refereert dit aan de positie van Adam. Het verwijst naar Adam, aan wie de hele schepping en het aardrijk onder zijn voeten was gesteld, heersend over de vogelen en over alle mensen. In verband met Adam kun je dat laatste strikt genomen nog niet zeggen, want hij was toen nog alleen, maar hij was in ieder geval de vorst over alles. Dat geldt zeker voor de 'Ben-Adam', want zo staat het in Psalm 8: alles is onder zijn voeten gesteld.⟨/p> ⟨p>Paulus zou zeggen dat hierin een groot geheimenis gelegen is, want dat heeft namelijk ook weer te maken met het feit dat de gemeente het lichaam is en dat alles ook onder onze voeten is gesteld. Maar dat is een toegifte. "En die Hij tot heerser heeft gemaakt over alles, gij zijt dat gouden hoofd." Vergis je niet: wij denken vaak heel groot over figuren die wij de groten der aarde noemen. Maar als je het beschouwt in termen van wat zij feitelijk tot hun beschikking hebben en hun aandeel in de wereldheerschappij, dan kan noch Poetin, noch de Amerikaanse president, noch wie dan ook tippen aan wat Nebukadnezar in zijn macht had. Dat geldt trouwens ook voor de navolgende koninkrijken. Hij was de koning der koningen. Je kunt wel zeggen dat er nu veel meer mensen zijn, en in die zin is dat waar, maar als je het verhoudingsgewijs bekijkt, kon alleen Nebukadnezar er op bogen dat hij over alle koninkrijken der aarde de overhand had en dat alles aan hem ondergeschikt was gemaakt door God. Vandaar dat hij dat gouden hoofd is. En nu nog iets.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-11" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="4174" title="Speel af vanaf 01:09:34">▶ 01:09:34⟨/button> ⟨span>De Spilperiode: het Ontstaan van Oosterse Religies, Filosofie en het Judaïsme⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Het is een heel boeiend gegeven. Geschiedkundigen die spreken over deze periode – google het maar eens een keertje – noemen dat de spilperiode. Meestal trekt men het iets breder, als een ruimere tijd, maar men noemt het de spilperiode of het scharniertijdperk. De officiële academische benaming is de axiale periode. Dat heeft te maken met de as, dus een scharnier of een spil. De eerste historicus die dat op die manier benoemde was Karl Jaspers. Hij zei dat deze periode waar we het nu over hebben een scharniertijd was. Hier in dit tijdvak begon een hele nieuwe tijd en dit is echt heel apart. Realiseer je dat de tijd waarin Jeruzalem en haar tempel verwoest werden, en er dus ook een einde kwam aan de Davidische dynastie, het koningshuis van David, ook de tijd was waarin Confucius in China leefde. Daarmee begon een hele nieuwe godsdienstig-filosofische richting – er wordt over getwist wat het precies is – het confucianisme in China. Dat begon in deze dagen.⟨/p> ⟨p>Ik wil op mijn website nog een link plaatsen naar artikelen waarin je dat veel gedocumenteerder vindt. Die moeite ga ik nu even niet nemen, maar ik heb bijvoorbeeld destijds een artikel in 'Bijbel en Wetenschap' geschreven waarin getoogd werd dat Confucius in deze tijd een man was tussen de dertig en vijftig jaar. Al de namen die ik nu ga noemen hadden in die tijd ongeveer die leeftijd. Het was allemaal in de tijd dat Jeruzalem verwoest werd: Confucius kwam op in China en Boeddha in India; het boeddhisme is in die tijd ontstaan. In Perzië, het huidige Iran, had je Zarathoestra. Dat is een enorme figuur geworden en zijn filosofische en godsdienstige richting was in veel opzichten zelfs spreekwoordelijk. Die Zarathoestra is er vlak voorafgaand aan Kores geweest, maar dat even terzijde.⟨/p> ⟨p>Ook als het gaat over de meer westelijke kant, de Griekse wereld: je had Thales. Die naam spreekt misschien niet zozeer tot de verbeelding, maar hij wordt de grondlegger van de Griekse filosofie genoemd. Voordat Socrates en Plato kwamen, had je Thales en hij heeft het fundament gelegd voor de Griekse filosofie. Dat is een filosofie die nog steeds de hele westerse wereld domineert; ons westerse denken is erop gebaseerd. En ik noem hier Pythagoras, die u natuurlijk alleen maar kent van de wiskunde. Maar weet u dat daar wel een mannetje heeft gestaan? Hij had niet alleen verstand van cirkels, driehoeken en allerlei andere geometrische figuren, maar hij was ook degene die de leer van de onsterfelijke ziel echt onder woorden heeft gebracht en verdedigd. Ja, die leer die zo verschrikkelijk haaks op de Bijbelse boodschap staat. Ik zeg het er maar meteen even bij: daar zijn niet alle christenen het mee eens, of eigenlijk moet ik zeggen: bijna alle christenen geloven dat wel, terwijl de Bijbel geen onsterfelijke ziel kent. De Bijbel zet alle kaarten op de opstanding.⟨/p> ⟨p>We gaan nu niet het confucianisme, het boeddhisme of de leringen van Zarathoestra, Thales en Pythagoras bespreken. Ik wil alleen maar zeggen dat ook de Japanse religie van het shintoïsme en het hindoeïsme – de hindoe-religie die haar wortel vindt in het jaïnisme – hun oorsprong vinden in diezelfde tijd. Dat is spectaculair. Op het moment dat Jeruzalem verwoest werd en er een heel nieuw tijdvak begon, de tijden van de natiën, werd er tevens in Japan, China, India, Iran en in de Griekse wereld een hele nieuwe denkwereld ontworpen. Er werd een fundament gelegd voor een heel nieuw type denken.⟨/p> ⟨p>Daar zit trouwens nog iets aan vast, wat ook een heel bijzonder gegeven is: zelfs het jodendom, het judaïsme zoals we dat nu in zijn huidige vorm kennen, is in die tijd ontstaan. Wat ik nu zeg is algemeen onbetwist. Wat ik zojuist zei over die scharniertijd is allemaal terug te vinden, maar dat geldt ook voor het judaïsme; dat is inderdaad ontstaan in de dagen van de ballingschap. Kent u de term van de Babylonische Talmoed? De Talmoed is in zijn eerste aanleg begonnen, niet in het land Israël, maar daarbuiten, toen het volk in ballingschap was. Daar is de mondelinge traditie ontstaan die later op schrift is gesteld. Dat was dus in de dagen van Nebukadnezar. In die tijd ontstonden ook de synagogen en werd de basis gelegd voor de Talmoed, die nu nog steeds feitelijk leidinggevend is als de overlevering van de ouden.⟨/p> ⟨p>Ik vind het ook zo eigenaardig dat dit de tijd was waarin niet alleen Daniël aan het hof van Nebukadnezar was, maar ook Ezechiël zich daar bevond. Ezechiël, Jeremia en Daniël waren tijdgenoten van elkaar. Of ze elkaar kenden? Misschien Ezechiël en Daniël, ik zit nu even hardop te denken, maar het waren in ieder geval tijdgenoten. Vergis je niet: Jeremia, die de val van Jeruzalem met eigen ogen heeft gezien en daarover heeft geklaagd en 'gejermieerd', kondigt in zijn dagen aan dat God een nieuw verbond zal sluiten met zijn volk, met Israël en Juda. Door aan te kondigen dat God een nieuw verbond zou gaan sluiten, zegt hij in feite dat het verbond dat zij dan nog kennen, verouderd is.⟨/p> ⟨p>Moet je je realiseren: op het moment dat Jeremia een nieuw verbond aankondigt en daarmee impliciet het oude tot verouderd verklaart, is dat tevens de tijd waarin het jodendom juist het oude verbond conserveert. Men heeft het met recht bewaard, maar ook heel krampachtig, en er allerlei dingen aan toegevoegd. Het jodendom bestaat eigenlijk bij de gratie van het vasthouden aan het oude verbond. Het is dus ontstaan in een tijd waarin God een nieuw verbond in het vooruitzicht stelde, maar zij gingen juist vasthouden aan het oude en voegden daar heel veel overleveringen aan toe. Zo is het jodendom in zijn huidige vorm ontstaan. Ik vind dat heel eigenaardig.⟨/p> ⟨p>Dat betekent dus dat niet alleen al die heidense filosofieën en religies ten oosten en ten westen van Israël in die dagen zijn ontstaan, maar ook het jodendom zelf. Feitelijk is heel het denken van de huidige wereld zoals we die vandaag kennen – alle grote denkrichtingen, of je nu naar het Verre Oosten gaat, naar Japan, China of India – te herleiden tot het denken dat begonnen is bij de grote denkers in de tijd van Jeruzalems verwoesting. Of laat ik het anders zeggen: in de tijd van het gouden hoofd. Waar is dat denken begonnen? In dat gouden hoofd. Feitelijk alles. Nebukadnezar had zo'n enorme macht.⟨/p> ⟨p>Hij heeft ook alles in het werk gesteld om alle koninkrijken te infiltreren. Ga maar na: hij haalt Daniël en zijn vrienden naar Babel. Het waren de knapste koppen, het was echt crème de la crème. En wat doet hij? Hij geeft ze allemaal Babylonische namen. En dan lees je ook dat hij ze doceerde en opvoedde – hoe staat het er precies? Hij trainde ze in het Babylonische denken, zodat eigenlijk heel het denken gebabyloniseerd moest worden. 'Genebukadnezariseerd' of zoiets, ik weet niet precies hoe ik het moet zeggen. Maar er werd veel 'gebabeld'. Of moet ik zeggen: er werd veel gebabbeld? Onze Babylonie komt natuurlijk daar vandaan; dan begrijp je elkaar niet meer. Maar goed, u begrijpt mijn insteek: het hele denken moest gevormd worden in het sjabloon dat Nebukadnezar heeft neergelegd.⟨/p> ⟨p>De meest effectieve manier is om gewoon alle leiders uit de wereld naar jouw centrum te halen. Dat heeft hij gedaan. Hij trainde ze om hen vervolgens weer op hun positie terug te brengen, zodat ze op hun eigen terrein ook weer invloed kunnen hebben. Dat is een hele effectieve methode. Kort en goed: heel het denken van de huidige wereld gaat terug op dat gouden hoofd. Anders gezegd: het intellectuele, rationele, maar ook het spirituele fundament – ik denk aan Boeddha en Confucius, welke namen noemde ik nog meer? – dat werd toen gelegd en dat heeft de wereld die wij nu kennen gevormd.⟨/p> ⟨p>Dus als we vragen: waar komt dat allemaal vandaan? Nou, dat komt allemaal bij het begin van de tijden der natiën. En daar wilde ik het bij laten: toen het licht uitging in Jeruzalem, de tempel verwoest was en de troon leeg was achtergelaten. Jeruzalem was zowel de koninklijke stad als de priesterlijke stad – vandaar ook: de stad van de koning-priester, van Salem. Maar het licht ging daar uit en toen begon wereldwijd een verduisterd denken. Een heel ander, een Babels denken.⟨/p> ⟨p>En heel knap hoor; als ik die namen zojuist noemde, dan bedoel ik dat niet denigrerend, alsof dat geen knappe koppen geweest zijn. Integendeel, dat zijn buitengewoon knappe koppen, alleen zonder het licht van God en van Zijn Woord. En dat is in feite wat de tijden van de natiën karakteriseert: het is de duisternis. En dan heb ik er nog eentje.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-12" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5037" title="Speel af vanaf 01:23:57">▶ 01:23:57⟨/button> ⟨span>De Shechina: Gods Heerlijkheid Verlaat Jeruzalem en Rust op de Olijfberg⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Dat moet ik nog even toelichten. Ik noem hier de Shechina, maar u weet wat dat is? Dat wordt de heerlijkheid van Yahweh genoemd. Je leest dat toen Salomo de tempel inwijdde, de wolk van de heerlijkheid van God zich op het heiligdom vestigde en heel het huis vervulde. Hoe staat het daar? Het hele huis werd gevuld met Gods heerlijkheid.⟨/p> ⟨p>En wat lees je in het boek Ezechiël, ik geloof in het derde of het vierde hoofdstuk? Daar lees je dat Ezechiël ziet dat de Shechina, de heerlijkheid van God, zich verplaatst uit de stad en oostwaarts gaat om zich te vestigen op de Olijfberg. Dat was dus in de dagen van Ezechiël, waarvan ik al zei dat dit de tijd was vlak voorafgaand aan de verwoesting van de tempel. de heerlijkheid van God heeft zich toen teruggetrokken uit de stad.⟨/p> ⟨p>En weet u wat u dan leest aan het einde van het boek Ezechiël? Dat de heerlijkheid van God weer vanaf de Olijfberg terug zal komen en zich zal vestigen in de stad. Hij zal daar ook weer wonen in het huis van God. In die tussentijd — dus in de tijd tot aan het moment dat de Heer zal terugkomen vanaf de Olijfberg en Zijn plaats zal innemen in Jeruzalem — waar is dan de heerlijkheid? Nou, niet in de stad. De heerlijkheid is daarbuiten.⟨/p> ⟨p>De Olijfberg speelt daarin een grote rol, maar dat hoeft ons niet te verbazen. Dat is ook de berg geweest waar de voeten van de Heer op stonden en vanwaar Hij ten hemel voer, en waar Hij straks ook weer terugkeert. Ik zeg nu wel heel veel hoor, maar ik wil het daar ook wel bij laten.⟨/p> ⟨p>Eén ding moet nog duidelijk zijn: die dagen van Nebukadnezar, het gouden hoofd, luidden een heel nieuw tijdperk in. Vergis u niet, het is zo belangrijk om dat te kennen en te herkennen, zodat u ook begrijpt dat u in deze tijden van de natiën helemaal geen licht hoeft te verwachten. Het licht in deze wereld gaat pas weer schijnen op het moment dat in Jeruzalem de troon van Yahweh weer bezet zal zijn door de enige echte Rechthebbende, namelijk de Zoon van David, de ware Salomo.⟨/p> ⟨h3 id="hoofdstuk-13" class="gb-ch-heading">⟨button type="button" class="gb-ts-play" data-seconds="5219" title="Speel af vanaf 01:26:59">▶ 01:26:59⟨/button> ⟨span>Afsluiting: de Actuele Invloed van het Babylonische Denken⟨/span> ⟨a href="#gb-hoofdstukken" class="gb-back-to-ch" title="Terug naar inhoudsopgave">↑ hoofdstukken⟨/a>⟨/h3> ⟨p>Nou, we zijn gekomen bij het gouden hoofd. We hebben daar het een en ander over opgemerkt. De volgende keer, over een maand, gaan we verder met het zilver en het koper. Hoe ver we dan precies zullen komen, dat weet ik nog niet; daar ga ik nu ook geen uitspraak over doen. Maar in ieder geval komen we ook bij dat ijzer terecht, en bij dat ijzer en leem. Dan gaat het pas echt boeiend worden, want het wordt daar eigenlijk steeds actueler.⟨/p> ⟨p>En toch, als je dat gouden hoofd bespreekt zoals we dat vandaag vooral aan het eind hebben gedaan — dat is zojuist ook gememoreerd — dan denk je: wauw! Hoe actueel is dat gouden hoofd in onze dagen nog? Dat had hij zich nooit gerealiseerd, denk ik. Of in ieder geval velen van ons niet.⟨/p> ⟨p>Zullen we het hierbij laten? Hoe het er over een maand in de wereld voorstaat, dat weet ik niet. Maar dat het Woord hetzelfde is gebleven, dat weet ik wel.⟨/p>